Zoeken
  1. Wijziging Awb stroomlijning omgevingsrecht

Wijziging Awb stroomlijning omgevingsrecht

Op 17 januari 2018 is het wetsvoorstel “Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten” gepubliceerd. Dit wetsvoorstel vervangt de huidige regeling voor de coördinatie van samenhangende besluiten in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door een nieuwe regeling. De nieuwe coördinatieregeling is toepasbaar voor het gehele omgevingsrecht. Het wetsvoorstel bevat daarnaast ook nog enkele andere wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet....
Artikel | 17 januari 2018 | Jasper Molenaar
Op 17 januari 2018 is het wetsvoorstel “Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten” gepubliceerd. Dit wetsvoorstel vervangt de huidige regeling voor de coördinatie van samenhangende besluiten in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door een nieuwe regeling. De nieuwe coördinatieregeling is toepasbaar voor het gehele omgevingsrecht. Het wetsvoorstel bevat daarnaast ook nog enkele andere wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Aanleiding
Bij de voorbereiding van de (nieuwe) Omgevingswet is aandacht besteed aan de vraag hoe deze wet, die als doel heeft het omvangrijke terrein van het omgevingsrecht te bundelen en uniformeren, zich zou moeten verhouden tot de Awb die voor het gehele bestuursrecht algemene regels geeft. Een onderdeel van het wetsvoorstel strekt ertoe de huidige regeling in de Awb voor de gecoördineerde behandeling van samenhangende besluiten te vervangen door een nieuwe regeling die toepasbaar is in het gehele omgevingsrecht.

Coördinatieregeling
De huidige coördinatieregeling beoogt een oplossing te bieden voor de problemen waar burgers en bedrijven tegenaan kunnen lopen als voor het verrichten van een activiteit, zoals het starten van een
horecabedrijf, meerdere vergunningen of ontheffingen nodig zijn, die soms ook door verschillende bestuursorganen worden verleend. Enkele voorbeelden van praktijkproblemen zijn:

  • de aanvrager ontdekt niet of te laat dat hij een vergunningvereiste over het hoofd heeft gezien;

  • er ontstaat niet op hetzelfde moment duidelijkheid over de besluiten op de ingediende aanvragen;

  • aan besluiten verbonden voorschriften zijn tegenstrijdig;

  • bestuursorganen gaan op elkaar zitten wachten.


  • Deze en andere veel voorkomende problemen worden in de kern veroorzaakt door de ongelijktijdigheid van procedures en besluiten. Via een bundeling van beslis- en beroepsmomenten wordt in de regeling gewaarborgd dat niet op verschillende tijdstippen steeds verschillende maar met elkaar samenhangende besluiten ter discussie kunnen worden gesteld. De nieuw voorgestelde coördinatieregeling bouwt voort op de huidige regeling en beoogt de werking daarvan op een aantal punten te verbeteren.

    Coördinatie in clusters (A)
    Een van de belangrijkste vernieuwingen betreft de mogelijkheid van coördinatie in clusters. Op die manier krijgt het coördinerend bestuursorgaan meer regie over de fasering van de besluitvorming. De huidige coördinatieregeling schrijft voor dat de te coördineren besluiten zoveel mogelijk gelijktijdig worden aangevraagd (huidige artikel 3:24 lid 1). Anders dan de verschillende omgevingsrechtelijke wetten, kent de huidige regeling niet de mogelijkheid om de coördinatie in clusters te laten geschieden, waarbij opeenvolgende coördinatieprocedures plaatsvinden. Zeker bij omvangrijke projecten die in meerdere fasen worden uitgevoerd, is een regeling waarbij alle besluiten tegelijkertijd moeten worden aangevraagd echter niet efficiënt. Het gelijktijdig moeten aanvragen van alle besluiten kan ook om andere redenen onpraktisch zijn. Zo kan het zijn dat de voorbereidingstijd voor een bepaald besluit langer duurt dan voor andere besluiten. Verder zijn er besluiten die slechts tijdelijk van kracht zijn en om die reden later aangevraagd worden. Het voorgesteld artikel 3:21 lid 3 maakt daarom coördinatie in clusters mogelijk.

    Coördinerend bestuursorgaan bepaalt de beslistermijn (B)
    In de verschillende omgevingsrechtelijke wetten is vastgelegd dat de te coördineren besluiten worden voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 en dat het coördinerend bevoegd gezag in dat geval de beslistermijn voor de te coördineren besluiten bepaalt. Het huidige artikel 3:26 lid 1 onderdeel f, bepaalt echter dat indien de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wordt gebruikt voor de voorbereiding van de besluiten, als beslistermijn voor alle besluiten wordt aangehouden die van het besluit waarvoor de langste beslistermijn geldt. Dit verdraagt zich niet met het streven naar zo kort mogelijke besluitvormingsprocedures. Het coördinerend bestuursorgaan zal het beste kunnen overzien welke beslistermijn redelijk is. In lijn met de verschillende omgevingsrechtelijke wetten, legt onderdeel h van het nieuw voorgestelde artikel 3:25 daarom vast dat het coördinerend bestuursorgaan de beslistermijn bepaalt.

    Bundeling rechtsbescherming (C)
    Onder de huidige coördinatieregeling is elk besluit waarop die regeling wordt toegepast afzonderlijk vatbaar voor bezwaar en beroep. Om de daaruit voor bestuur, burger en bestuursrechter voortvloeiende procedurelasten te beperken, bepaalt het nieuw voorgesteld artikel 3:29 dat besluiten die met toepassing van afdeling 3.5 zijn voorbereid als één besluit worden aangemerkt. Zo wordt voorkomen dat over elk besluit aparte procedures kunnen worden gevoerd.

    Indeplaatstreding (D)
    Een belangrijk onderdeel van de nieuwe coördinatieregeling tot slot betreft het nieuw voorgesteld artikel 3:27. Dit artikel voorziet in een regeling voor indeplaatstreding door het coördinerend bestuursorgaan bij door een bestuursorgaan te nemen besluiten als een minister dan wel gedeputeerde staten is aangewezen als coördinerend bestuursorgaan. Indeplaatstreding houdt in dat het coördinerend bestuursorgaan zelf een besluit neemt, indien het oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan daarbij in gebreke blijft.

    Tot slot
    De wetgever verwacht dat de hierboven omschreven wijzigingen ertoe leiden dat de coördinatieregeling in de praktijk meer zal worden toegepast. De nieuwe regeling vergemakkelijkt de taak van het coördinerend bestuursorgaan om een doelmatige en samenhangende besluitvorming te bevorderen. Het coördinerend bestuursorgaan krijgt meer regie over de fasering en het tempo van het formele besluitvormingsproces. De rechtsbescherming tegen samenhangende besluiten wordt verder gestroomlijnd. Als een van de bevoegde bestuursorganen in gebreke blijft bij het nemen van een besluit, kan het coördinerend bestuursorgaan in het uiterste geval ‘doorzettingsmacht’ uitoefenen.

    Het wetsvoorstel ligt tot 18 mei 2018 voor consultatie ter inzage. Wilt u meer weten of dit wetsvoorstel en/of coördinatie van besluiten? Neem contact op met Jasper Molenaar.