De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wijzigingen Wvg hebben grote impact op gemeentelijke praktijk

Wijzigingen Wvg hebben grote impact op gemeentelijke praktijk

Gemeenten staan voor belangrijke veranderingen door de vereenvoudiging en modernisering van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Het vorig jaar ingediende wetsvoorstel ‘Wet tot wijziging van de Wet voorkeursrecht gemeenten’ (Wijzigingswet) is het sluitstuk van die wijzigingen. Eerder al was de Wvg ingrijpend gewijzigd door de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Invoeringswet Wro - 1 juli 2008).Veranderingen door Invoeringswet WroMet de komst van de (nieuwe) Wro is een aantal nieuwe plan...
Leestijd 
Auteur artikel Hanna Zeilmaker
Gepubliceerd27 maart 2009
Laatst gewijzigd16 april 2018
 
Gemeenten staan voor belangrijke veranderingen door de vereenvoudiging en modernisering van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Het vorig jaar ingediende wetsvoorstel ‘Wet tot wijziging van de Wet voorkeursrecht gemeenten’ (Wijzigingswet) is het sluitstuk van die wijzigingen. Eerder al was de Wvg ingrijpend gewijzigd door de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Invoeringswet Wro - 1 juli 2008).Veranderingen door Invoeringswet Wro
Met de komst van de (nieuwe) Wro is een aantal nieuwe planfiguren (ruimtelijke besluiten) geïntroduceerd en een aantal bestaande verdwenen. Zo zijn de planologische kernbeslissing van het Rijk, het regionaal structuurplan en het gemeentelijke structuurplan in de Wro vervangen door de structuurvisie. De Invoeringswet Wro heeft de nieuwe planvormen in de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) verwerkt. Hierdoor kunnen gemeenten voortaan op basis van de nieuwe planfiguren een voorkeursrecht vestigen.

Voorkeursrecht Rijk en provincies
In aansluiting op de nieuwe bevoegdheid van het Rijk en de provincies tot het maken van structuurvisies, inpassingsplannen en projectbesluiten, is de Wvg zodanig aangepast dat het Rijk en de provincies nu op grond van deze planvormen een voorkeursrecht kunnen vestigen. De Wvg bevat een conflictregeling, met als uitgangspunt dat er één voorkeursrecht tegelijkertijd op een onroerende zaak kan rusten en dat ‘hoog voor laag’ gaat. Bij inwerkingtreding van een voorkeursrecht van een ‘hoger’ bestuursorgaan vervalt een voorkeursrecht van een ‘lager’ bestuursorgaan van rechtswege en indien een voorkeursrecht eenmaal van kracht is, kunnen ‘lagere’ bestuursorganen geen voorkeursrecht meer vestigen.

Maximaal twee aanwijzingsbesluiten nodig
Om een bestaand voorkeursrecht te bestendigen, moesten gemeenten voorheen telkens nieuwe aanwijzingsbesluiten nemen en de daarbij behorende procedures doorlopen, zoals de zienswijzenprocedure, de kennisgeving, publicatie, inschrijving in het beperkingenregister en de eventuele procedures van bezwaar en beroep. Nu zijn nog slechts maximaal twee aanwijzingsbesluiten nodig. Zo kunnen burgemeester en wethouders een voorlopig voorkeursrecht vestigen dat moet worden opgevolgd door een eenmalige aanwijzing door de gemeenteraad. Zolang opvolgende ruimtelijke besluitvorming plaatsvindt binnen de in de Wvg gestelde termijnen, behoudt het voorkeursrecht zijn werking. Daar staat tegenover dat in geval van niet tijdige opvolgende besluitvorming het voorkeursrecht van rechtswege vervalt. Een besluit tot vervallenverklaring van burgemeester en wethouders is dus niet langer noodzakelijk.

Toekomstige wijzigingen
In aanvulling op de wijzigingen van de Invoeringswet Wro, voorziet de Wijzigingswet in meer aanpassingen die moeten leiden tot vereenvoudiging en modernisering van de Wvg.
Een belangrijke aanpassing die de wetgever voor ogen heeft, betreft het moment van inwerkingtreding van het voorkeursrecht. Het college van burgemeester en wethouders legt het besluit tot vestiging van een voorkeursrecht ter inzage, en maakt dit bekend in de Staatscourant. Het voorkeursrecht treedt nu nog in werking daags na dagtekening van die Staatscourant. De Wijzigingswet koppelt de inwerkingtreding van een gemeentelijk voorkeursrecht daarentegen aan het moment van de verplichte registratie in het gemeentelijke beperkingenregister en voegt daaraan toe dat die opname niet eerder plaatsvindt dan op de dag na de bekendmaking in de Staatscourant. Ook op dit moment is vermelding van het voorkeursrecht in het gemeentelijk beperkingenregister verplicht, maar de wet verbindt aan die vermelding nu nog geen rechtsgevolgen.

Veranderingen in de aanbiedingsprocedure
De Wijzigingswet moet ook meer structuur brengen in de aanbiedingsprocedure. Gemeenten hebben na invoering van de Wijzigingswet nog maar zes weken de tijd, in plaats van acht weken, om na een aanbod een beginselbesluit tot aankoop te nemen. Ook kunnen gemeenten gronden niet alleen door koop verkrijgen, maar ook op grond van een andere titel, zoals ruiling. Daarnaast worden de prijsadviesprocedure en de prijsbepalingsprocedure in elkaar geschoven tot één verzoekschriftprocedure. Door het wetsvoorstel kan tegen de beschikking van de rechtbank over de prijs cassatie worden ingesteld. Met deze wijzigingen wordt aangesloten bij de onteigeningsprocedure.

Ontheffing onderhandelingsplicht vervalt
In de huidige Wvg is de mogelijkheid opgenomen dat gedeputeerde staten ontheffing verlenen van de plicht tot onderhandelen met de gemeente. De Wijzigingswet laat die ontheffingsmogelijkheid vervallen, maar biedt burgemeester en wethouders wel een vrijstellingsmogelijkheid. In geval van gewichtige redenen kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat een vervreemder niet eerst aan de gemeente hoeft aan te bieden. Het collega kan daarbij wel beperkingen opleggen.

Overige veranderingen
Op dit moment is het rechtsgevolg van een voorkeursrecht niet expliciet in de wet opgenomen. Met de inwerkintreding van de Wijzigingswet zou daarin verandering moeten komen. Een voorkeursrecht zou voortaan moeten leiden tot beschikkingsonbevoegdheid van de rechthebbende tot vervreemding van zijn onroerende zaak.
Ten slotte moet de Wijzigingswet leiden tot een verbetering en verduidelijking van de terminologie in de Wvg. Zo worden termen als verdeling, aanwijzing van gronden, vervreemder-verkrijger (in plaats van verkoper-koper), bekendmaking en mededeling consequent doorgevoerd.

Conclusie: ingrijpende gevolgen voor gemeenten
De in 2002 aangekondigde vereenvoudiging en modernisering van de Wvg verloopt in twee fasen. De eerste wijziging was de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wro op 1 juli 2008. De Wijzigingswet vormt het sluitstuk. De wijzigingen hebben ingrijpende gevolgen voor de dagelijkse praktijk van gemeenten. Wanneer de Wijzigingswet precies in werking zal treden, is nog niet duidelijk. Op 1 februari 2008 heeft de vaste commissie voor VROM, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel, een verslag opgesteld van haar bevindingen. De nota naar aanleiding van dit verslag laat echter nog op zich wachten. Het kan dus nog even duren voordat de Wijzigingswet daadwerkelijk in werking zal treden. Dirkzwager advocaten & notarissen houdt u uiteraard op de hoogte.