Zoeken
  1. Wob: Gegevens slachthuizen terecht niet openbaar gemaakt?

Wob: Gegevens slachthuizen terecht niet openbaar gemaakt?

Kan de NVWA de bedrijfsnamen weigeren openbaar te maken?
Auteur artikelMarleen Vermeulen
Gepubliceerd21 juni 2018
Laatst gewijzigd21 juni 2018
Leestijd 

Deze week kwam in het nieuws dat er in sommige gevallen sprake zou zijn van misstanden in Nederlandse slachthuizen. Deze conclusie wordt getrokken uit rapporten van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) die met een Wob-verzoek zijn opgevraagd. In de rapporten zijn de namen van de slachthuizen niet vrijgegeven. De roep om het vrijgeven van de namen volgt al snel en volgens RTL nieuws wil zelfs een meerderheid in de Tweede Kamer dat de NVWA de namen openbaar maakt van de slachthuizen die meermaals in de fout zouden zijn gegaan. De NVWA weigert de namen openbaar te maken.

Kan de NVWA de bedrijfsnamen weigeren openbaar te maken?

 

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan een ieder een verzoek doen aan een bestuursorgaan om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid. Het bestuursorgaan beslist vervolgens welke informatie wel of niet openbaar gemaakt wordt. Op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g van de Wob blijft verstrekking van informatie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. Het bestuursorgaan dient dus een belangenafweging te maken en deze belangenafweging moet gemotiveerd in het besluit zijn opgenomen.

 

De NVWA oordeelt dat openbaarmaking van de namen van de gecontroleerde slachthuizen deze bedrijven onevenredig benadeelt  ten opzichte van vergelijkbare niet gecontroleerde bedrijven. Openbaarmaking leidt tot reputatieschade en kan financiële schade als gevolg hebben. Volgens de NVWA kan openbaarmaking er toe leiden dat handelsrelaties onder druk komen te staan en afzetkanalen en leveranciers verloren kunnen gaan. Het belang van het voorkomen van deze onevenredige benadeling dient volgens de NVWA dan ook zwaarder te wegen dan het belang van openbaarmaking.

 

Een ander belang voor de slachthuizen, dat overigens niet genoemd wordt in het besluit, kan gelegen zijn in het voorkomen van buitensporige acties van dierenrechtactivisten tegen die bedrijven. In 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State namelijk geoordeeld dat de toenmalige Minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat openbaarmaking van de namen kan leiden tot onevenredige benadeling, omdat niet uit te sluiten is dat openbaarmaking kan leiden tot buitensporige acties.

 

Gezien het bovenstaande heeft de NVWA zich kennelijk terecht met een beroep op de weigeringsgrond uit de Wob op het standpunt gesteld dat de namen van de slachthuizen niet openbaar gemaakt worden. De Wob heeft betrekking op informatieverstrekking in het belang van een goede en democratische bestuursvoering. Het noemen van bedrijfsnamen draagt hier niet aan bij. Ook zonder deze namen is de werkwijze en het beleid van de NVWA ten aanzien van dit onderwerp voldoende transparant en inzichtelijk. Bovendien zou het openbaar maken van de bedrijfsnamen leiden tot naming and shaming. Dit is naast de boete die de bedrijven opgelegd hebben gekregen een sanctie op zich. De Wob is niet bedoeld voor openbaarmaking met het oogmerk van een sanctie.

 

Heeft u vragen met betrekking tot de Wob neem dan contact op met Marleen Vermeulen. Voor agrarisch gerelateerde zaken kunt u contact opnemen met José Jochemsen-Vernooij.