Arrest uit 1938 over art. 38 Onteigeningswet blijft actueel

2 november 2010

De rechtbank had de onteigening uitgesproken van een gedeelte van 00.01.94 ha van de tuin van het perceel met woonhuis (en tuin), met een totale oppervlakte van 00.0497 ha.

De eigenaar had een beroep gedaan op art. 38 Ow. Artikel 38 Onteigeningswet geeft de onteigende het recht om in het geval van onteigening van een gedeelte van een opstal dan wel van een perceel de onteigening van de rest van de opstal respectievelijk het perceel te vorderen wanneer na onteigening slechts een deel van dat gebouw of van dat perceel (“erf”) minder dan één kwart of minder dan 10 aren zou overblijven en “het overgebleven stuk gronds” niet grenst aan een ander erf van dezelfde eigenaar.

Hanna Zeilmaker
Hanna Zeilmaker
Advocaat - Partner
In dit artikel

De rechtbank had dit beroep afgewezen, met als motivering dat de eigenaar niet had gesteld dat het erf door de onteigening tot een vierde deel van de totale oppervlakte zou verminderen of kleiner dan 10 are zou worden. De (aldus gedeeltelijk) onteigende heeft cassatieberoep ingesteld met als één van de middelen van cassatie dat de rechtbank in het vonnis ten onrechte niet heeft verwezen naar het bepaalde in art. 38 lid 1 Ow, waarin de eis omtrent de resterende oppervlakte van het perceel niet wordt gesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, met verwijzing naar de conclusie van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal bespreekt de karige rechtspraak over de strekking en betekenis van art. 38 Ow (een arrest uit 1922 en een arrest uit 1938!), en overweegt dat de rechtbank weliswaar had moeten verwijzen naar het bepaalde in art. 38 lid 1, maar dat dat de onteigende geen soelaas zou hebben geboden, omdat geen sprake is van de onteigening van een gedeelte van een gebouw. Overneming op grond van lid 2 (het na onteigening resterende erf) is evenmin aan de orde omdat uit de leden 2 en 3 (waarin wordt gesproken over “een overgebleven stuk gronds”) blijkt dat bij het gebruik van het woord erven niet is gedacht aan gebouwde eigendommen.

Daarmee blijft het arrest van de Hoge Raad van 23 maart 1938 actueel, inhoudende dat bij de onteigening van tuingrond behorende bij een overblijvend woonhuis art. 38 Ow geen toepassing vindt.

Gerelateerd

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
Afdeling bestuursrechtspraak bekrachtigt onteigeningsbeschikking onder de Omgevingswet in hoger beroep

Raad van State: eerste uitspraak in hoger beroep bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling voor het eerst in hoger beroep uitspraak gedaan in een procedure tot bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking onder...

Gerechtshof Den Haag: Veevoerproducenten hebben geen recht op nadeelcompensatie voor omzetderving door uitkoop veehouderijen

In zijn arrest van 27 januari 2026 heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld dat twee veevoerproducenten geen recht hebben op nadeelcompensatie voor...

Novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting: aanpassing regeling voorkeursrecht Omgevingswet

Op 13 januari 2026 heeft de regering een novelle bij het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) ingediend bij de Tweede Kamer. De novelle...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wkz verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Online
10.00 - 11.30
07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen