De strijd om het oplaadpunt langs de A4

17 november 2020

Bij besluit van 26 september 2017 heeft de minister aan Wegrestaurant Burgerveen een vergunning verleend voor het hebben, behouden en onderhouden van zes laadpalen op de verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek-Oost. Fastned verzette zich tegen deze vergunningverlening en is uiteindelijk op 4 november 2020 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het gelijk gesteld. De minister had ook andere partijen zoals Fastned de mogelijkheid moeten bieden om een aanvraag voor een vergunning in te dienen.

Bart de Haan
Bart de Haan
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

Inleiding

Op de verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek-Oost langs de A4 beschikt Wegrestaurant Burgerveen over het recht om een wegrestaurant te exploiteren. Andere basisvoorzieningen die zich op Den Ruygen Hoek-Oost bevinden zijn het benzinestation van Shell en het oplaadstation voor elektrische voertuigen van Fastned. De grond waarop het wegrestaurant wordt geëxploiteerd, inclusief de daarbij behorende parkeerplaatsen, is in eigendom van de staat. Op deze parkeerplaatsen zijn door de staat zes laadpalen geplaatst. De minister heeft voor deze zes laadpalen aan Wegrestaurant Burgerveen een vergunning verleend als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken (‘Wbr’), als aanvullende voorziening bij haar wegrestaurant.

Toetsingskader: de Kennisgeving

Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag heeft de minister gebruik gemaakt van het toetsingskader zoals neergelegd in de Kennisgeving. De Kennisgeving maakt een onderscheid tussen vergunninghouders van laadpunten als basisvoorziening en andere vergunninghouders. Het is vergunninghouders van laadpunten als basisvoorzieningen niet toegestaan aanvullende voorzieningen aan te bieden. Bovendien is per verzorgingsplaats slechts één basisvoorziening van een laadpunt toegestaan. De Kennisgeving had aldus tot gevolg dat (1) een extra laadpunt als basisvoorziening niet is toegelaten op Den Ruygen Hoek-Oost en dat (2) Fastned – als vergunninghouder van een laadpunt als basisvoorziening – geen aanvullende voorzieningen mag aanbieden.

Dienstenrichtlijn

Het doel van de Dienstenrichtlijn is onder meer het waarborgen van de vrije vestiging van dienstverrichters. Fastned stelt dat het in de Kennisgeving opgenomen vergunningstelsel haar belet om voor de vergunning voor de zes laadpalen in aanmerking te komen, waardoor zij zich niet kan vestigingen als dienstaanbieder van dat laadstation. Het vergunningstelsel is volgens Fastned in strijd met artikel 10 van de Dienstenrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak ziet zich daarom in haar uitspraak van 4 november 2020 voor de vraag gesteld of het in de Kennisgeving neergelegde onderscheid tussen vergunninghouders van laadpunten als basisvoorziening en andere vergunninghouders een gerechtvaardigde beperking van de vrijheid van vestiging is. Het antwoord luidt kortgezegd: nee. Het is vanwege de uit een oogpunt van veiligheid vereiste clustering van voorzieningen niet noodzakelijk dat slechts de vergunninghouder van een basisvoorziening (niet zijnde een laadpunt) een aanvullende voorziening bij die basisvoorziening kan exploiteren. Ook kan die clustering worden bereikt op een wijze die minder beperkend is voor de uitoefening van de vrijheid van vestiging van dienstverrichters die geen houder zijn van een vergunning voor een basisvoorziening.

Kort en goed

De minister kan andere partijen dan Wegrestaurant Burgerveen niet zonder meer uitsluiten van een vergunning voor een laadpunt als aanvullende voorziening bij het wegrestaurant. Ook andere partijen moeten de mogelijkheid krijgen een aanvraag daarvoor in te dienen die inhoudelijk wordt beoordeeld. Dat betekent dat de minister bij de beoordeling van de aanvraag van Wegrestaurant Burgerveen de Kennisgeving, voor het deel waarin het onderscheid tussen de verschillende vergunninghouders is opgenomen, buiten toepassing moet laten. Bij de beoordeling moet de minister dus ook rekening houden met mogelijke aanvragen van andere partijen.

Gerelateerd

Onrechtmatige handhaving op verontreinigde grond: overheid aansprakelijk voor geleden schade?

Bij handhaving op het gebruik van verontreinigde grond kunnen besluiten van gemeente en provincie verstrekkende (financiële) gevolgen hebben voor betrokken...
Integrale controles gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Integrale controles door gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Op 12 mei 2026 heeft Advocaat-Generaal (A-G) Paridaens bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak die voor gemeenten van praktisch belang is. De zaak...

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
Afdeling bestuursrechtspraak bekrachtigt onteigeningsbeschikking onder de Omgevingswet in hoger beroep

Raad van State: eerste uitspraak in hoger beroep bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling voor het eerst in hoger beroep uitspraak gedaan in een procedure tot bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking onder...
No posts found