Last onder dwangsom voor gebruik vervuilde grond
De betrokken aannemer is een handelaar en verwerker van grond: zij neemt grond in en verwerkt deze vervolgens in depots of infrastructurele werken. In 2008 verleende de betreffende gemeente aan de aannemer een aanlegvergunning voor de aanleg van een aarden geluidswal, op te leveren binnen vijf jaar. Vanaf 2013 stelde de gemeente zich op het standpunt dat de aannemer niet voldeed aan de vergunningseisen: de wal was breder dan vergund, niet tijdig opgeleverd en er was grond van klasse industrie toegepast op plekken waar dat niet was toegestaan. Ook de provincie constateerde overtredingen. De aannemer had bassins uitgegraven in strijd met de Ontgrondingenwet en deze opgevuld met vermoedelijk verontreinigde grond.
Dit leidde tot een last onder bestuursdwang van de provincie (10 april 2014) en een last onder dwangsom van de gemeente (11 april 2014), waarbij het maximaal te verbeuren bedrag na bezwaar werd vastgesteld op € 5.200.000. Na bezwaar- en beroepsprocedures herriep de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van de provincie op 20 april 2016 en vernietigde zij de besluiten van de gemeente op 15 februari 2017 en 11 juli 2018. Pas in 2020 heeft de aannemer de werkzaamheden aan de geluidswal hervat.
Besluiten onrechtmatig
De onrechtmatigheid van de handhavingsbesluiten staat vast: de Afdeling bestuursrechtspraak herriep en vernietigde alle besluiten, en partijen zijn het erover eens dat geen andere rechtmatige besluiten mogelijk waren geweest. Vervolgens diende de rechtbank per schadepost te beoordelen of causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige besluiten en de gestelde schade. Partijen waren het erover eens dat de aannemer vertragingsschade heeft geleden: doordat zij de werkzaamheden aan de geluidswal moest staken, ontving zij de daarmee gemoeide inkomsten pas veel later.
Schadevergoeding
De rechtbank wees echter slechts één van de twee opgevoerde vertragingsposten toe. Het gelijktijdig vorderen van gemist rendement over een positief banksaldo én betaalde rente over een negatief banksaldo levert een dubbeltelling op: de aannemer had de winst óf kunnen laten renderen, óf kunnen aanwenden om haar negatieve banksaldo af te lossen. Partijen waren het erover eens dat de aannemer tussen 2015 en 2022 als gevolg van de handhaving € 117.724 meer rente heeft betaald over een negatief banksaldo. Dit bedrag werd toegewezen.
De overige vorderingen werden afgewezen. De onrechtmatige handhavingsbesluiten zagen uitsluitend op de geluidswal. Er bestaat geen rechtstreeks causaal verband tussen die besluiten en de mogelijkheid voor de aannemer om andere opdrachten te verwerven en uit te voeren. De stelling dat al het handelen van de overheid als het ware 'besmet' was geraakt door de onrechtmatige handhavingsbesluiten, werd door de rechtbank uitdrukkelijk verworpen.
Persbericht niet automatisch onrechtmatig
Daarnaast valt nog op dat de rechtbank ook niet meegaat in de stelling dat de provincie onrechtmatig heeft gehandeld met uitlatingen die zij heeft gedaan in persberichten. In de betreffende persberichten werd de aannemer illegale activiteiten verweten. Uitlatingen die gelet op de latere vernietiging van de besluiten lastig standhouden. De rechtbank overweegt dat dit niet automatisch maakt dat de persberichten onrechtmatig zijn:
“De rechtbank overweegt dat voor het oordeel of de provincie met haar persbericht al dan niet onrechtmatig heeft gehandeld, niet allesbepalend is of één of meer uitlatingen daarin achteraf onjuist bleken te zijn. Het gaat steeds om de uitkomst van een afweging van twee belangen die tegenover elkaar staan. Het belang van [Aannemer] is dat zij niet door publicaties in de pers wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van de provincie is dat misstanden die de samenleving raken niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan.”
Het provinciale persbericht werd niet onrechtmatig geacht, gelet op het grote maatschappelijke belang van informatieverstrekking over mogelijke bodemverontreiniging en de bestaande publieke belangstelling. Daarbij weegt de rechtbank ook mee dat de situatie op de voet gevolgd werd door de media en dat het persbericht op zichzelf waarschijnlijk weinig verschil had gemaakt voor de vraag of de naam van de aannemer is verband was gebracht met illegale grondactiviteiten.
Conclusie
De uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland geeft een goed voorbeeld voor dreigende civiele aansprakelijkheid van de overheid bij onrechtmatige handhaving op het gebied van verontreinigde grond. De vernietiging van handhavingsbesluiten door de bestuursrechter opent de deur, maar is slechts het begin. Voor elke schadepost moet zelfstandig causaal verband worden aangetoond. Andere gedragingen van de overheid — zoals persberichten of commerciële tegenwerking — zijn niet automatisch onrechtmatig omdat de handhavingsbesluiten dat waren. Bovendien biedt de civiele rechter geen aanvullende rechtsbescherming voor kosten die in de bestuursrechtelijke procedure zelf hadden moeten worden gevorderd, en dient bij schade door publicaties tijdig te worden gestuit.
Heeft u vragen over de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid bij handhaving op het gebied van verontreinigde grond of bodembescherming? Neemt u dan gerust contact op met ons.