Additionaliteitsvereiste
Om vergunningverlening op gang te brengen en ervoor te zorgen dat er weer kan worden gesaldeerd, moeten provincies per Natura 2000-gebied een gebiedsanalyse en -plan opstellen. Hierin wordt onderbouwd dat de maatregelen uit het stikstofpakket en eventuele extra gebiedsmaatregelen verslechtering voorkomen of stoppen en perspectief bestaat op het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen. De planning is dat dit in de tweede helft van 2026 wordt opgepakt. Voor de vergunningverlening wordt gewerkt aan interbestuurlijke afspraken over het verbeteren van de kenbaarheid en bruikbaarheid van natuurinformatie. Dit biedt perspectief voor bedrijven die al langere tijd wachten op een vergunning. Lopende aanvragen kunnen hierdoor mogelijk alsnog worden vergund, zonder te hoeven wachten op de spoedwet of de rekenkundige ondergrens.
Van KDW-doelen naar emissiereductiedoelen
De huidige omgevingswaarden voor stikstofdepositie zijn verankerd in artikel 2.15a van de Omgevingswet. Deze waarden zijn gebaseerd op de kritische depositie waarde (KDW). Artikel 2.15a Omgevingswet bevat een resultaatsverplichting. Hierin wordt onder meer bepaald dat het aandeel stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden, waarop de depositie onder de KDW ligt, in 2035 ten minste 74% moet bedragen. Het kabinet wil dit artikel vervangen door sectorale emissiereductiedoelen. Het is voornemens eind oktober 2026 een wetsvoorstel – de zogeheten Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof - in te dienen om dit artikel te vervangen. Voor de industrie zal een reductiedoel gelden van 50% minder stikstofuitstoot in 2035 ten opzichte van 2019.
Gevolgen voor industriële bedrijven: zoneringsaanpak
Rondom circa 100 kwetsbare Natura 2000-gebieden worden zones ingesteld. Voor 15 Natura 2000-gebieden worden zones van 1000 meter vastgesteld, voor circa 85 Natura 2000-gebieden zal een zone van 500 meter worden vastgesteld. In aanvulling hierop, wordt met de provincie Gelderland rond de Veluwe naast de zonering 65 tot 69% emissiereductie over een groter gebied buiten de zones vastgesteld. In de vastgestelde zones zullen aanvullende verplichtingen gaan gelden. Deze instructieregels worden in januari 2027 verwacht.
Aanpassen rekenkundige ondergrens
Het kabinet voert uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens (RKO) in. Activiteiten met een stikstofdepositie onder die drempel hebben dan geen natuurvergunning meer nodig. Dit biedt perspectief voor woningbouw, infrastructuur en de energietransitie.
Natuurherstelverordening
Onderdeel van het stikstofpakket is ook de Uitvoeringswet Natuurherstelverordening (NHV) en het Ontwerpnatuurplan. De NHV richt zich op het beschermen en herstellen van ecosystemen als geheel. De NHV vereist dat Nederland uiterlijk op 1 september 2026 een Ontwerp-Natuurplan indient bij de Europese Commissie. Dit plan geeft invulling aan de Nederlandse inzet om te voldoen aan de doelen van de NHV. Het definitieve natuurplan moet uiterlijk 1 september 2027 worden ingediend. Het plan zal juridisch worden ingebed als verplicht programma onder de Omgevingswet. Tevens staat de consultatie voor de Uitvoeringswet NHV open. Meer informatie hierover vindt u binnenkort op een aparte kennispagina op onze website.
Wat nu?
Het maatregelpakket heeft directe juridische relevantie voor iedereen die te maken heeft met stikstofgerelateerde vergunningen, handhaving of bedrijfsvoering. De komende maanden zullen cruciaal zijn: het wetsvoorstel in oktober 2026 en de instructieregels voor de zones in januari 2027 bepalen de verdere juridische contouren. Daarnaast kijken wij met belangstelling naar de door provincies op te stellen gebiedsanalyses en -plannen en de gevolgen hiervan voor de toetsing van het additionaliteitsvereiste door de rechter.
Heeft u vragen over de gevolgen voor uw situatie? Neem dan gerust contact op. Wij denken graag met u mee.