Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

30 maart 2026

 De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11 Omgevingswet  (ECLI:NL:RBAMS:2026:1772). De zaak draaide om een door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op verzoek van TenneT aan de gemeente Amsterdam opgelegde gedoogplicht, voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbindingen. 

De uitspraak is vooral relevant omdat de rechtbank twee belangrijke punten scherp neerzet. Ten eerste bevestigt zij dat een gedoogplicht ook aan een overheid kan worden opgelegd. Ten tweede oordeelt de rechtbank dat het voldoen aan de criteria van artikel 10.11 Omgevingswet nog niet automatisch betekent dat de gedoogplicht ook daadwerkelijk mag worden opgelegd. Daarvoor is volgens de rechtbank  een bredere belangenafweging nodig.  

Joske Hagelaars
Joske Hagelaars
Advocaat - Partner
In dit artikel

Waar ging de zaak over?

TenneT wilde gebruik maken van gemeentelijke grond in Amsterdam voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoogspanningsverbindingen tussen reeds bestaande en nieuw te realiseren hoogspanningsstations. TenneT en de gemeente Amsterdam hebben daarover overleg gevoerd, met als inzet het vestigen van een opstalrecht. Omdat geen overeenstemming over de vestiging van een opstalrecht werd bereikt, heeft TenneT de minister verzocht een gedoogplichtbeschikking op te leggen aan de gemeente. Die beschikking heeft de minister vervolgens ook genomen. De gemeente heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Gedoogplicht ook voor een gemeente

De gemeente voerde onder meer aan dat de gedoogplichtregeling niet bedoeld zou zijn voor situaties waarin een commerciële partij een gedoogplicht ten laste van een overheid wil verkrijgen. De rechtbank volgt dat betoog niet.

Volgens de rechtbank biedt de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis steun voor het standpunt dat openbare lichamen anders moeten worden behandeld dan particuliere eigenaren. Daarmee sluit de rechtbank aan bij eerdere rechtspraak onder de Belemmeringenwet Privaatrecht (ECLI:NL:ABRVS:2017:1285; zie ook ECLI:NL:RBDHA:2023:15084). Dat een gemeente medewerking wil verlenen in de vorm van toestemming zonder opstalrecht, maakt dus niet dat een gedoogplicht per definitie buiten beeld blijft.

Vasthouden aan opstalrecht niet onredelijk

Verder lag de vraag voor of wel sprake was geweest van een serieuze en redelijke poging van TenneT om minnelijk tot overeenstemming te komen met de gemeente tot vestiging van een zakelijk recht. De gemeente vond van niet, omdat TenneT bleef vasthouden aan een eeuwigdurend en niet-opzegbaar opstalrecht.

Ook op dit punt volgt de rechtbank de gemeente niet. Zij oordeelt dat voldoende inhoudelijk overleg heeft plaatsgevonden en dat het enkele vasthouden aan een opstalrecht niet maakt dat het voorstel van TenneT op voorhand onwerkelijk of onredelijk is. De rechtbank sluit daarmee aan bij bestaande jurisprudentie (gewezen onder de Belemmeringenwet Privaatrecht) over het minnelijk overleg bij gedoogplichten.

Belangenafweging ook bij voldane criteria

Een ander interessant onderdeel van de uitspraak bevindt zich in rechtsoverweging 6.1 tot en met 6.4. De rechtbank oordeelt dat uit artikel 10.11 Omgevingswet volgt dat de minister een gedoogplicht kan opleggen, als aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Daarin ligt volgens de rechtbank besloten dat – ook als aan de voorwaarden is voldaan – nog een nadere belangenafweging kan volgen. De minister had zich op het standpunt gesteld dat de belangenafweging in wezen al besloten ligt in de toets aan de voorwaarden van artikel 10.11 Omgevingswet, waardoor, als aan die voorwaarden is voldaan, de minister er niets meer van weerhoudt om een gedoogplicht op te leggen.

Volgens de rechtbank mocht de minister niet zonder nadere motivering een gedoogplicht opleggen, waarbij de minister concreet had moeten ingaan op de belangenafweging in dit concrete geval. De minister krijgt de gelegenheid om in een nieuw besluit alsnog een nadere motivering te geven.

Gerelateerd

Afwijken van de eigen Omgevingsvisie: Easy peasy

In een uitspraak van 2 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5165) oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) onder andere over de vraag...

Afdeling kritisch op bevoegdheden gegevensvergaring openbare orde

Op 2 september 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State advies uitgebracht over het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde. In dit...

Bodemverontreiniging onvoldoende onderzocht? Besluit houdt geen stand

In een recente uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een besluit van de gemeente over de ernst en spoedeisendheid van de...

Tijdelijke commissie zet vraagtekens bij verwijderbevel voor online opruiende berichten

Op 2 juli 2026 bracht de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele Toetsing advies uit over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...

Sociale huurpercentages in het omgevingsplan en de Dienstenrichtlijn

Kan een gemeente 40% sociale huur eisen in een omgevingsplan? En wat heeft dat te maken met de Europese richtlijn die over de vrije markt voor diensten gaat?...

Stationsgebied Hoorn zonder MER-plicht en lagere parkeernorm

Op 26 augustus 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2026:5012) over een herstelplan dat het...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.