Een botsing met een hond; bezitter aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW

31 augustus 2017
Inleiding Op 11 oktober 2016 wees de Rechtbank Gelderland een uitspraak over de aansprakelijkheid van een hondenbezitter op basis van artikel 6:179 BW. De casus is als volgt. Een mevrouw laat aan het einde van de middag haar hond uit op een omheind veldje. Op het veldje was ook een jongen aanwezig met diens hond en nog twee andere personen met hun hond. Alle honden waren op dat moment nog aangelijnd. Vervolgens heeft mevrouw voorgesteld om de honden los te laten zodat ze met elkaar konden gaan spelen. En zo geschiedde: de...
Henriek Kragt
Henriek Kragt
Advocaat - Partner
In dit artikel

Inleiding uitspraak op basis van art 6:179 BW

Op 11 oktober 2016 wees de Rechtbank Gelderland een uitspraak over de aansprakelijkheid van een hondenbezitter op basis van artikel 6:179 BW. De casus is als volgt. Een mevrouw laat aan het einde van de middag haar hond uit op een omheind veldje. Op het veldje was ook een jongen aanwezig met diens hond en nog twee andere personen met hun hond. Alle honden waren op dat moment nog aangelijnd. Vervolgens heeft mevrouw voorgesteld om de honden los te laten zodat ze met elkaar konden gaan spelen. En zo geschiedde: de honden tuimelden vrolijk over elkaar heen.

Maar op enig moment gaat het mis. Terwijl de hondenbezitters met elkaar staan te praten is de hond van de jongen, een Amerikaanse staffordshireterriër, tegen het linkerbeen van mevrouw aangerend met een botbreuk in het linker kniegewricht tot gevolg.

Mevrouw houdt vervolgens op grond van artikel 6:179 BW de jongen als bezitter van de hond en diens aansprakelijkheidsverzekeraar aansprakelijk voor haar schade als gevolg van de botsing.


Juridisch kader ingevolge 6 179 BW

Ingevolge artikel 6:179 BW is een bezitter van een dier aansprakelijk voor schade die door het dier is aangericht. Aan deze aansprakelijkheid ligt ten grondslag het onberekenbare element dat in de eigen energie van het dier ligt opgesloten.

In de onderhavige zaak is niet in geschil dat de jongen als bezitter van de hond die tegen mevrouw is aangerend in beginsel op grond van artikel 6:179 BW aansprakelijk is voor de schade die deze hond bij haar heeft aangericht. Wel werpen de jongen en diens aansprakelijkheidsverzekeraar een tweetal verweren op: rechtsverwerking en eigen schuld. Op deze verweren ga ik in het onderstaande nader in.


Rechtsverwerking

In de eerste plaats beroepen de jongen en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar zich erop dat mevrouw haar recht heeft verwerkt om een beroep te doen op artikel 6:179 BW. Daaraan leggen zij ten grondslag dat mevrouw heeft aanvaard dat het loslaten van de hond van de jongen voor haar eigen risico zou komen. In dat verband voeren zij aan dat de jongen zijn hond pas heeft losgelaten nadat hij mevrouw erop had gewezen dat het drukke karakter van zijn hond voor eigen risico van mevrouw zou komen. Dit wordt betwist door mevrouw.

De vraag rijst wanneer sprake is van ‘rechtsverwerking’. Uit de rechtspraak blijkt dat van rechtsverwerking slechts sprake kan zijn indien de schuldeiser zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht (HR 7 juni 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0271). Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de wederpartij in zijn positie onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken (HR 29 sep­tember 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1827).

In casu slaagt het beroep op rechtsverwerking niet. De rechtbank oordeelt dat zelfs indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat de jongen voordat hij zijn hond losliet mevrouw erop heeft gewezen dat het drukke karakter van zijn hond voor eigen risico van mevrouw zou komen, dit verweer niet slaagt. De rechtbank overweegt daartoe dat het loslaten van de hond erop was gericht dat de honden met elkaar konden spelen. Bij risico’s die zich in dat verband zouden kunnen voordoen moet worden gedacht aan hetgeen de honden elkaar kunnen aandoen, maar niet aan gevaren voor toekijkende personen. Volgens de rechtbank kan door mevrouw hooguit het gerechtvaardigde vertrouwen zijn gewekt dat zij eventuele schade aan haar eigen hond zelf zou dragen, niet dat zij afzag van eventuele aanspraak op vergoeding van eigen letselschade.

Nu het verweer van rechtsverwerking strandt, staat daarmee de aansprakelijkheid en vergoedingsplicht van de jongen en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar vast. Daarop anticiperend hebben de jongen en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar zich ook beroepen op eigen schuld.


Eigen schuld

Een beroep op eigen schuld ziet op de vraag of de vergoedingsplicht vanwege eigen schuld op grond van artikel 6:101 BW moet worden gereduceerd. Daarvan is in dit geval sprake indien de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan mevrouw kan worden toegerekend. De jongen en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar menen dat sprake is van eigen schuld, omdat mevrouw is blijven aandringen op het loslaten van de hond van de jongen en uit onoplettendheid niet is uitgeweken voor de hond.

De rechtbank stelt voorop dat de wetgever een beroep op eigen schuld ook mogelijk heeft geacht bij aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW. Daarbij noemt de rechtbank – onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis van Boek 6 – de volgende voorbeelden:

de bezoeker van een dierentuin die door eigen onvoorzichtigheid wordt gebeten of een jongen die een dier ophitst en er door wordt gekwetst”.

Hoe zit het dan met het gestelde aandringen op het loslaten van de hond en het niet uitwijken. Zijn dit omstandigheden die eigen schuld aan de zijde van mevrouw opleveren? De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. De rechtbank acht daartoe van belang dat slechts is gesteld dat de jongen in algemene zin heeft aangegeven dat zijn hond druk was, niet dat deze hond eenmaal losgelaten in volle vaart tegen personen kon aanrennen. Aangezien mevrouw niet wist van dit bijzondere gevaar is het aandringen op het loslaten van de hond en het niet uitwijken geen abnormaal gedrag. Bovendien benadrukt de rechtbank dat het juist de onberekenbaarheid van de eigen energie van de hond is die zich hier heeft verwezenlijkt.

Kortom: ook het beroep op eigen schuld biedt de jongen en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar geen soelaas en zij zijn volledig aansprakelijk voor de schade van mevrouw.


Conclusie uitspraak op basis van art 6:179 BW

Uit de onderhavige uitspraak van de Rechtbank Gelderland blijkt maar weer eens dat een beroep op rechtsverwerking niet snel opgaat. Er moet immers sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Ook zal niet al te snel sprake zijn van eigen schuld bij aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW, want dan moet de door het dier aangerichte schade mede te wijten zijn aan onvoorzichtigheid of roekeloosheid van de benadeelde.

Art. 6:179 BW: botsing met een hond, bezitter aansprakelijk

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen