Van reservering naar wachtlijst
Tot 1 juli 2026 reserveerden netbeheerders capaciteit voor toekomstige kleinverbruikers. Daardoor konden woningbouwprojecten in veel gevallen nog worden aangesloten zonder dat zij direct werden geraakt door de schaarste op het elektriciteitsnet. Dat betekende echter niet dat netcongestie geen rol speelde. Ook onder het oude systeem liepen projecten vertraging op doordat een aansluiting niet tijdig beschikbaar kwam.
Per 1 juli 2026 is dit systeem veranderd. Vanaf dat moment geldt in congestiegebieden één integrale wachtlijst voor zowel klein- als grootverbruikers. De capaciteit die voorheen was gereserveerd voor kleinverbruikers wordt stapsgewijs vrijgegeven aan deze wachtlijst. Woningbouwprojecten concurreren daardoor nadrukkelijker met andere aanvragen om schaarse transportcapaciteit.
Tegelijkertijd heeft de ACM een nieuw prioriteringskader ingevoerd. Woningbouw wordt daarin aangemerkt als maatschappelijke basisbehoefte. Projecten kunnen daardoor, naast een aanvraag voor transportcapaciteit, een afzonderlijk verzoek om prioriteit indienen. Een toegekende prioriteit leidt tot een hogere positie op de wachtlijst, maar biedt geen garantie dat transportcapaciteit daadwerkelijk beschikbaar komt.
Wat verandert er door ‘Eerder Aanvragen’?
Per 1 januari 2027 kunnen ook niet-prioritaire partijen aanspraak maken op netcapaciteit. Om te voorkomen dat woningbouwprojecten door de nieuwe wachtlijstsystematiek vastlopen, is vanaf 1 oktober 2026 de werkwijze ‘Eerder Aanvragen’ ingevoerd. De gedachte is dat daardoor de woningbouwaanvragen vóór 1 januari 2027 kunnen worden afgehandeld.
Het doel van de werkwijze is duidelijk: woningbouwprojecten eerder op de wachtlijst krijgen, zodat de kans op een tijdige aansluiting toeneemt. Naast de aanvraag voor transportcapaciteit kan afzonderlijk prioriteit worden aangevraagd op grond van het ACM-prioriteringskader.
Eerder aanvragen biedt geen garantie
De nieuwe werkwijze vergroot de kans op een tijdige aansluiting, maar neemt het risico van netcongestie niet weg. Ook projecten die gebruikmaken van ‘Eerder Aanvragen’ komen uiteindelijk op een wachtlijst terecht en blijven afhankelijk van de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet. Daarnaast moet de benodigde capaciteit al in een relatief vroeg stadium worden ingeschat. Blijkt later dat aanvullende capaciteit nodig is, dan moet daarvoor een nieuwe aanvraag worden ingediend met een eigen positie op de wachtlijst. Voor projectontwikkelaars en opdrachtgevers blijft de beschikbaarheid van netcapaciteit daarmee een belangrijk projectrisico.
Wat betekent dit voor aannemingsovereenkomsten?
De vraag hoe met netcongestie moet worden omgegaan, speelt inmiddels ook steeds vaker in juridische procedures. In een uitspraak van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen van 9 december 2025 (nr. 37.968) slaagde een beroep op overmacht niet, omdat netcongestie in het betreffende gebied al langere tijd bekend was. Van de aannemer mocht worden verwacht dat hij vooraf had onderzocht of een tijdige aansluiting haalbaar was. Dat benadrukt het belang van duidelijke contractuele afspraken over de gevolgen van een vertraagde of ontbrekende aansluiting.
Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan afspraken over bouwtijdverlening, de verdeling van meerkosten, tijdelijke elektriciteitsvoorzieningen, planningsbuffers of de vraag of een netaansluiting onderdeel vormt van de opleververplichting van de aannemer.
Welke afspraken passend zijn, hangt af van het project, de fase waarin het project zich bevindt en de gekozen risicoverdeling tussen partijen. Het is daarom raadzaam om overeenkomsten kritisch te beoordelen op de wijze waarop met dit risico wordt omgegaan. Mocht u hier vragen over hebben, neem dan contact op.