Werk stilgelegd door bodemverontreiniging: wanneer moet aannemer werk hervatten?

24 februari 2026

In infrastructurele projecten kunnen onvoorziene bodemomstandigheden regelmatig tot geschillen en vertraging leiden tussen opdrachtgevers en aannemers. Woensdag 28 januari jl. heeft de rechtbank Rotterdam een praktisch kortgedingvonnis gewezen ten aanzien van een stilgelegd infraproject, waarbij mogelijke bodemverontreiniging een rol speelde. Centraal stond de vraag of een aannemer in een dergelijk geval verplicht kan worden de werkzaamheden onmiddellijk te hervatten.

Teun van der Weijden
Teun van der Weijden
Advocaat - Senior
In dit artikel

Casus

De gemeente gaf de aannemer begin 2025 de opdracht tot reconstructie en herinrichting van twee straten. Het werk omvatte onder meer rioolvervanging en herinrichting van de bovengrondse infrastructuur. In het bestek was opgenomen dat saneringswerkzaamheden moesten worden uitgevoerd door een BRL 7000-gecertificeerde aannemer en dat het verwijderen van verontreinigde grond dient te worden begeleid door een BRL 6000-geregistreerde milieukundige begeleider (‘MKB-er’).

Kort na de start van de werkzaamheden ontstonden zorgen bij de aannemer over de uitvoerbaarheid van het project in combinatie met de aanwezige verontreiniging. De aannemer legt het werk vervolgens meermaals stil. Er ontstond een impasse over het opstellen van een Milieukundig Begeleidingsplan (MKB-plan). Een eerder door een adviseur opgesteld plan werd op verzoek van de gemeente ingetrokken, waarna de werkzaamheden opnieuw werden stilgelegd. Gelet op het feit dat buurtbewoners klaagden over de langdurige slechte bereikbaarheid van de wijk, is de gemeente een kort geding gestart om hervatting van de werkzaamheden af te dwingen.

Standpunten partijen

De gemeente vorderde onmiddellijke hervatting van de werkzaamheden en voortzetting van een continue bouwstroom door de aannemer. De gemeente voert daarvoor aan dat de aannemer de verontreiniging had moeten verwachten. De gemeente betwist niet dat er een MKB-plan moet komen, maar wil niet dat het ter goedkeuring aan de omgevingsdienst wordt voorgelegd, kennelijk omdat dit tot verdere vertraging leidt. De gemeente vreest ook voor kostenverhogingen als het hele werk moet worden overzien door een MKB-er, terwijl de risico’s voor de werknemers van de aannemer wat de gemeente betreft beperkt zijn. 

De aannemer vorderde op haar beurt dat de gemeente moest toestaan dat zij het MKB-plan opnieuw bij de omgevingsdienst zou indienen, de reactie zou afwachten, en daarna pas haar werkzaamheden zou hervatten.  

Beoordeling voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter lijkt voorbij te gaan aan de vraag wat de aannemer had mogen verwachten ten aanzien van de bodemkwaliteit. Nu het werk is stilgelegd en de vorderingen zien op hervatting, focust de rechter zich op dat aspect. Aangezien de aannemer zelf niet over voldoende deskundigheid beschikt, is het volgens de rechter redelijk dat zij het werk pas hervat als er voldoende zekerheid is over een verantwoorde werkwijze. Het voorleggen van het MKB-plan aan de omgevingsdienst is een geschikt middel om deze zekerheid te verkrijgen. Hoewel formele goedkeuring niet wettelijk verplicht is, vertegenwoordigt de omgevingsdienst het bevoegde gezag met de nodige deskundigheid.  

Ook overweegt de voorzieningenrechter dat het MKB-plan de verantwoordelijkheid van de aannemer is. De keuze om het plan al dan niet te laten toetsen door de omgevingsdienst ligt daarmee ook bij de aannemer. De voorzieningenrechter benadrukt bovendien dat in het MKB-plan dient te worden vermeld dat de MKB-er alleen aanwezig is als er in een nieuw stuk grond moet worden gegraven en enkel blijft bij relevante verontreiniging.  

Op het moment dat het (aangepaste) MKB-plan in de visie van DCMR toereikend is, dient de aannemer haar werkzaamheden conform dat plan zo snel mogelijk te hervatten.  

Conclusie

Concreet dient te worden geconcludeerd dat zolang onvoldoende duidelijk is of en zo ja, in welke mate de grond ernstig is verontreinigd, niet van een aannemer kan worden verlangd dat hij zonder meer door blijft werken of het werk direct hervat.  

Het is goed om op te merken dat in dit kort geding enkel wordt geoordeeld over feitelijke hervatting van het werk. Onder deze discussie ligt ongetwijfeld ook nog de vraag wie uiteindelijk zal gaan betalen voor de opgetreden vertraging en de verhoogde bouwkosten. 

Heeft u vragen over bodemverontreiniging en verplichtingen van opdrachtnemers of opdrachtgevers? Neemt u dan gerust contact op via het contactformulier.

Gerelateerd

Wohv-uitspraak 2025: hoe ver reikt de informatieplicht van verhuurders?

Verhuurder hoeft niet op te draaien voor de kosten van juridische bijstand van haar huurdersorganisatie

Op 16 december 2025 heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam een interessante (ECLI:NL:RBAMS:2025:10187) uitspraak gedaan over de reikwijdte van de...

De Hoge Raad zet de fiscale wetgeving voor de vastgoedmarkt op zijn kop

Vanmorgen (21 november 2025) heeft de Hoge Raad in een door Dirkzwager gevoerde procedure besloten twee prejudiciële vragen aan het (Europese) Hof van Justitie...
Verhuurders verplicht tot publicatie van een transparante en objectieve selectieprocedure van huurders

Verhuurders verplicht tot publicatie van een transparante en objectieve selectieprocedure van huurders

Met de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap per 1 juli 2023 zijn er voor verhuurders van woonruimte en verhuurders van verblijfsruimte aan...
Gevolgen van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Introductie blogreeks

Gevolgen van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Introductie blogreeks

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
Graafmachine

Circulaire bouwstoffen en milieu: risico’s en aansprakelijkheid bij gebruik staalslakken

Staalslakken zijn een reststof van de staalindustrie en worden in Nederland gebruikt als circulaire bouwstof, met name in infrastructurele werken. De...
Wet versterking regie volkshuisvesting (WVRV): derde nota van wijziging toegelicht

Wet versterking regie volkshuisvesting (WVRV): derde nota van wijziging toegelicht

Op 22 april 2025 vond de procedurevergadering van de commissie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening plaats. Tijdens deze vergadering heeft minister Mona...
No posts found