Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Geen dekking onder milieuschadeverzekering voor saneringskosten om eieren uit kippenstal aan eisen te laten voldoen

Geen dekking onder milieuschadeverzekering voor saneringskosten om eieren uit kippenstal aan eisen te laten voldoen

Een kippenhouder wiens grond zodanig veel polychloorbifenyl (PCB) bevatte dat het gehalte PCB’s in de eieren van zijn kippen boven de toegestane norm lag, heeft de kosten van sanering van de grond niet onder zijn milieuschadeverzekering met topdekking vergoed gekregen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een arrest van 13 februari 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:1399) geoordeeld dat de polisvoorwaarden van de milieuschadeverzekering zo dienen te worden uitgelegd, dat de saneringskosten alleen...
Auteur artikelAnnet van Duijn
Gepubliceerd28 maart 2018
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Een kippenhouder wiens grond zodanig veel polychloorbifenyl (PCB) bevatte dat het gehalte PCB’s in de eieren van zijn kippen boven de toegestane norm lag, heeft de kosten van sanering van de grond niet onder zijn milieuschadeverzekering met topdekking vergoed gekregen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een arrest van 13 februari 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:1399) geoordeeld dat de polisvoorwaarden van de milieuschadeverzekering zo dienen te worden uitgelegd, dat de saneringskosten alleen gedekt zijn als die sanering noodzakelijk is om de grond zelf aan de overheidseisen te laten voldoen, niet om de eieren aan de eisen te laten voldoen.

Feiten

Tijdens een routinecontrole door de NVWA in 2011 is bij een kippenhouder geconstateerd dat diens eieren boven de norm waren vervuild met PCB’s. De afzet is geblokkeerd, de kippenhouder heeft onderzoek naar de herkomst van de PCB’s laten doen en heeft uiteindelijk besloten de grond te saneren, waarna de blokkade is opgeheven.
Volgens de onderzoeker van het door de kippenhouder ingeschakelde instituut RIKILT waren de PCB’s afkomstig van het dak van de kippenstal die in 2006 was gebouwd.

De kippenhouder had een milieuschadeverzekering met topdekking afgesloten bij Achmea. Verzekerd waren de kosten van sanering van de verzekerde locatie, welke sanering betrekking diende te hebben op verontreiniging die het rechtstreekse en uitsluitende gevolg was van een emissie door een verzekerd gevaar, inclusief bijkomende zaakschade/kosten als gevolg van de verontreiniging.
Onder verontreiniging werd ingevolge de polisvoorwaarden verstaan: de aanwezigheid van een stof in een zodanige concentratie dat toepasselijke overheidsnormen (streefwaarde of een overeenkomstige waarde) die gelden op het moment dat de aanwezigheid van de stof zich manifesteert, worden overschreden.

Achmea heeft dekking geweigerd omdat uit onderzoek door een expert van Agro Expertisebureau was gebleken dat de aangetroffen PCB-waardes niet boven de interventiewaarde uitkwamen.

De procedure

Partijen zijn het er in hoger beroep over eens dat gelet op de omschrijving van het begrip sanering in de polisvoorwaarden, de dekking beperkt is tot gevallen waarin de bodem (en dus niet de eieren) van het bedrijf is verontreinigd in een zodanige mate dat toepasselijke overheidsnormen ten aanzien van verontreiniging van grond worden overschreden.

De kippenhouder stelt zich op het standpunt dat hij op grond van art. 13 van de Wet Bodembescherming dan wel art. 1a van de Woningwet verplicht was tot sanering over te gaan en wel tot een waarde van 0, althans tot de achtergrondwaarde voor PCB’s van 0,02 mg per kg droge stof. Uit onderzoek door RIKILT is volgens de kippenhouder gebleken dat die achtergrondwaarde aanzienlijk werd overschreden.
Achmea heeft dat betwist en erop gewezen dat de onderzoeksresultaten van RIKILT zijn weergegeven in nanogram per kg droge stof in plaats van in microgram, waardoor de RIKILT waardes met een duizendste dienden te worden verkleind.

Het Hof gaat niet mee in de stelling van de kippenhouder dat hij verplicht zou zijn om de bodem tot de waarde 0 te saneren, omdat de polisvoorwaarden aanknopen bij de streefwaarde of overeenkomstige waarde. Daar komt bij dat ook de kippenhouder heeft aangegeven dat bij de sanering van een nieuwe bodemverontreiniging in de zin van de Wbb vaak een streefwaarde wordt gehanteerd, of een achtergrondwaarde indien door een andere (eventueel natuurlijke) oorzaak een zekere mate van verontreiniging reeds in de bodem aanwezig is.

Het Hof gaat ervan uit dat de polis dekking biedt indien de bodem van de kippenhouder zou zijn verontreinigd met PCB’s in een concentratie van meer dan de achtergrondwaarde van 0,02 mg per kg droge stof. Het Hof is met Achmea van oordeel dat de waardes van RIKILT van nanogram naar microgram dienden te worden omgezet en aldus met een duizendste dienden te worden verkleind, waardoor die waardes ver onder de achtergrondwaarde bleven. Derhalve komt het Hof tot de slotsom dat de kippenhouder niet heeft onderbouwd dat de bodem was verontreinigd met PCB’s in een concentratie van meer dan de achtergrondwaarde en dus ook niet dat sprake is van een verontreiniging in de zin van de polisvoorwaarden.

De kippenhouder krijgt derhalve (ook) in hoger beroep nul op het rekest.