Generatieregeling cao Ziekenhuizen: opmaat voor andere branches met onevenwichtige leeftijdsopbouw?

24 oktober 2017
Sociale partners die betrokken zijn bij de cao Ziekenhuizen onderschrijven het probleem van een onevenwichtige leeftijdssamenstelling binnen de ziekenhuizen. Het aantal oudere medewerkers ligt relatief gezien te hoog. Daardoor ontstaan er knelpunten met betrekking tot de duurzame inzetbaarheid van deze oudere medewerkers en de doorstroom van jongeren. De introductie van het Generatiebeleid in de cao Ziekenhuizen, per 1 januari 2018, zou deze knelpunten moeten wegnemen. Hierin is de samenwerki...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
Sociale partners die betrokken zijn bij de cao Ziekenhuizen onderschrijven het probleem van een onevenwichtige leeftijdssamenstelling binnen de ziekenhuizen. Het aantal oudere medewerkers ligt relatief gezien te hoog. Daardoor ontstaan er knelpunten met betrekking tot de duurzame inzetbaarheid van deze oudere medewerkers en de doorstroom van jongeren. De introductie van het Generatiebeleid in de cao Ziekenhuizen, per 1 januari 2018, zou deze knelpunten moeten wegnemen. Hierin is de samenwerking gezocht met het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), die instrumentaria beschikbaar stelt om de financiële gevolgen van toepassing van het Generatiebeleid op individueel niveau inzichtelijk te maken. Naar verwachting zal dit Generatiebeleid ook binnen andere branches geïntroduceerd worden. Maar is dit Generatiebeleid wel zoveel nieuws onder de zon?

Hoofdlijnen Generatiebeleid

Voor wie? Het Generatiebeleid in de cao Ziekenhuizen staat open voor werknemers die op of na 1 januari 2018 en voor 1 januari 2023 zestig jaar of ouder zijn of worden. Let wel: het beleid geldt op basis van wederzijdse vrijwillige basis! Zowel de werkgever als de werknemer moeten zich dus kunnen vinden in toepassing van het Generatiebeleid. Geen van de twee partijen kunnen dit eenzijdig afdwingen.

Maar is er dan geen stok achter de deur? In het jaarlijkse overleg tussen de bestuurder en de regionale vakbondsvertegenwoordigers wordt de feitelijke en de te verwachten toepassing van de regeling Generatiebeleid in de organisatie besproken. Of dit echter als een stok achter de deur zal werken, is natuurlijk maar de vraag. Het lijkt hier slechts te gaan om het monitoren en evalueren van de toepassing van de Generatieregeling.

Welke afspraken kunnen er dan worden gemaakt? Uitgangspunt is dat de arbeidsduur kan worden aangepast aan de wensen en behoeften van zowel werknemers als de instelling, met een minimum van 50% van een voltijd dienstverband (dus minimaal 18 uur). De werknemer krijgt dan een vrijstelling van een deel van het aantal overeengekomen uren conform de huidige arbeidsovereenkomst. Door het terugbrengen van de arbeidsduur wordt de opbouw van alle arbeidsvoorwaarden ‘in tijd’, zoals vakantie en PLB- uren, eveneens teruggebracht naar het gekozen niveau. Dat hoeft niet het geval te zijn voor arbeidsvoorwaarden in geld, nu uit het aan de cao voorafgaande principeakkoord blijkt dat cao-partijen aan PFZW de opdracht heeft gegeven om op ziekenhuisniveau drie varianten van de cao-afspraak door te rekenen en het hierbij behorende instrumentarium beschikbaar te stellen aan werkgevers en werknemers, zodat de financiële en formatieve gevolgen van toepassing van de Generatieregeling inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Het gaat daarbij om de navolgende drie varianten:
• 80%-90%-100% (80% werken tegen 90% van het salaris met 100% pensioenopbouw)
• 60%-80%-100%
• 50%‐ 75%‐100%.

Uit het principeakkoord maak ik op dat het werkgever en werknemer ook vrijstaat om tot een andere verdeling te komen; het instrumentarium, met daarin de drie varianten, dient als inspiratie.

Verder blijkt uit de cao dat de werknemer, voor gebruik te kunnen maken van de instellingsregeling Generatiebeleid, eerst zijn PLB-uren volledig te hebben opgemaakt. Gedurende de periode dat de werknemer gebruikmaakt van de regeling ontvangt hij jaarlijks 57 PLB-uren op basis van een 100% dienstverband. De extra uren die waren toegekend in de overgangsregeling (artikel 12.2.3 en 12.2 4 en 12.1.2 lid 4 Cao Ziekenhuizen) komen te vervallen.

De Generatieregeling maakt het mogelijk om de pensioenopbouw wel gewoon te laten plaatsvinden op basis van 100% van het salaris in plaats van op basis van de aangepaste contractsomvang, met een premieverdeling tussen werkgever en werknemer zoals die nu al geldt. De teruggang in arbeidsuren heeft dan dus geen nadelige pensioengevolgen. De ongewijzigde voortzetting van de pensioendeelneming is mogelijk binnen de grenzen van het pensioenreglement van PFZW.

Maar leiden deze afspraken niet tot een toename van werkdruk bij andere collega’s? De bedoeling van de Generatieregeling is nu juist dat de uren die vrijkomen als gevolg van toepassing van het Generatiebeleid worden herbezet, of dat de productie wordt aangepast. Het is mij niet duidelijk of hierop (bijvoorbeeld door de regionale vakbondsvertegenwoordiger) wordt toegezien.

Nieuws onder de zon?

Het pensioenreglement van PFZW voorzag al in de mogelijkheid om bij minder werken (tot minimaal 50%) de pensioenopbouw op basis van de oorspronkelijke contractsomvang te continueren. Voor deze vrijwillige voortzetting geldt de voorwaarde dat het minder werken moet plaatsvinden binnen 10 jaar vóór de AOW-leeftijd. Kortom: de Generatieregeling past volledig binnen het reeds geldende pensioenreglement.

Toch zijn er wel nieuwe elementen aan toegevoegd, maar dan meer in de arbeidsvoorwaardelijke sfeer. De vrijwillige voortzetting komt normaal gesproken namelijk volledig voor rekening van de werknemer, terwijl de Generatieregeling nu juist het uitgangspunt van de oorspronkelijke premieverdeling (50%/50%) hanteert. Bovendien schrijft de cao specifieke regels voor ten aanzien van de verplichte opname van PLB-uren bij toepassing van de Generatieregeling en toekenning van (57) extra verlofuren.

Hoewel de pensioenfaciliteit als zodanig niet nieuw is, is de verwachting dat er in de nabije toekomst meer oudere werknemers zullen opteren voor de constructie van minder werken, met 100% pensioenopbouw (en eventueel toekenning van een hoger salaris dan behorend bij de contractsomvang). Bij deze inschatting speelt een rol dat:

  • PFZW werknemers en werkgevers hierin gaat faciliteren (door het beschikbaar stellen van instrumentaria c.q. rekentools). Ik ben ervan overtuigd dat wanneer een HR-professional de gevolgen goed voor het voetlicht kan brengen, oudere werknemers eerder zullen opteren voor gebruikmaking van een Generatieregeling. Het niet opteren voor minder werken aan de vooravond van het pensioen heeft vaak te maken met het niet kunnen overzien van de consequenties;

  • de introductie van een regeling op instellingsniveau tot meer bewustwording zal leiden;

  • de AOW-leeftijd steeds meer zal toenemen, met gevolg meer vraagtekens omtrent duurzame inzetbaarheid en vitaliteit.


Langer doorwerken

Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid en het realiseren van een evenwichtigere leeftijdsopbouw zijn nobele doelstellingen. Het valt toe te juichen indien ook andere sociale partners deze handschoen oppakken. Tegelijkertijd echter verhoudt de Generatieregeling zich enigszins moeizaam met overheidsmaatregelen die juist langer doorwerken voorop stellen, althans die (financieel) nopen tot langer doorwerken. Niet alleen de verhoging AOW-leeftijd noopt daartoe, maar ook de verhoging van de fiscale pensioenleeftijd (veelal de reglementaire pensioenleeftijd). Die laatste verhoging leidt ertoe dat (nog) langer doorwerken wellicht noodzakelijk is om toch tot een optimale pensioenopbouw te komen. Langer doorwerken, in de zin dat er ook ná de AOW-leeftijd wordt doorgewerkt, is echter een zeldzaamheid. Het zal voorlopig ook wel een zeldzaamheid blijven, zeker zolang de focus juist gelegd wordt op het minder werken in de jaren voorafgaand aan de AOW-leeftijd.

Gerelateerd

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...

Te late implementatie Richtlijn gelijke beloning: wat zijn de juridische gevolgen?

Nederland gaat de implementatiedeadline van Richtlijn (EU)2023/970 niet halen. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk benadrukt dat zij verwacht dat...

Regeerakkoord 2026–2030: wat betekenen de plannen voor arbeid en pensioen?

Op 30 januari 2026 hebben D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd. Het akkoord bevat een breed pakket aan voorgenomen maatregelen op...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

09
april
2026
Seminar
Aanbesteding & Mededinging
Actualiteitenbijeenkomst Aanbestedingsrecht 2026

Het is inmiddels een begrip in aanbestedingsland: de Dirkzwager Actualiteitenbijeenkomst in Nijmegen-Lent. Hopelijk bent u er dit jaar ook (weer) bij op 9 april 2026.

Nijmegen
13:30 - 17:45
21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wet kwaliteitsregistraties zorg (Wkz) verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren.   Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Wat betekent dit concreet voor uw organisatie en wat moet u regelen? Onze specialisten geven een compleet en praktisch overzicht van wat de wet verlangt, zodat u weet waar bijsturing nodig is en waar kansen liggen.

Online
10.00 - 11.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen