Wanneer is waterstof ‘hernieuwbaar’ en wat betekent dat in de praktijk?

1 september 2023
Op 10 juli 2023 zijn nieuwe Europese regels in werking getreden over de definitie van hernieuwbare waterstof. De regels zijn rechtstreeks van toepassing in Nederland. In dit blog leg ik uit wanneer waterstof ‘hernieuwbaar’ is en wat dit betekent voor de praktijk.
In dit artikel

Gedelegeerde verordeningen

Eerder dit jaar nam de Europese Commissie (‘Commissie’) de conceptteksten aan van twee gedelegeerde verordeningen (2023/1184 en 2023/1185), waarin zij gedetailleerde regels vastlegt over de definitie van hernieuwbare waterstof en zijn dus onder meer van belang voor ontwikkelaars die waterstofproductie willen realiseren. De regels zijn op 10 juli 2023 formeel in werking getreden.

De eerste verordening geeft een invulling van het begrip ‘hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong’ (‘hernieuwbare waterstof’). Daarmee duidt de Commissie in de eerste plaats op groene (en niet op grijze of blauwe) waterstof. Bij de productie van waterstof uit fossiele brandstoffen zoals aardgas of kolen komt CO2 vrij. Deze waterstof duidt men aan als ‘grijze’ waterstof of, bij CO2-neutrale productie, als blauwe waterstof. Groene waterstof wordt uitsluitend gemaakt met energie uit duurzame bronnen, zoals en zonne- en windenergie.

Wanneer is groene waterstof ‘hernieuwbaar’ volgens Europese Commissie?

Niet alle groene waterstof is evenwel ‘hernieuwbaar’ in de zin van de verordening. Volgens de nieuwe regels is in vier gevallen sprake van hernieuwbare waterstof.

1. Directe lijn productie-installatie naar waterstofinstallatie

Een waterstofinstallatie die middels een directe lijn is aangesloten op een zonnepark of windpark, produceert hernieuwbare waterstof als het zonne- of windpark niet langer dan 36 maanden in bedrijf is dan de waterstofinstallatie. Van een directe lijn is (samengevat) sprake als de productie-installatie (i) niet is aangesloten op het elektriciteitsnet of (ii) ten hoogste via de installatie van één aangeslotene is verbonden met het net.

Met de voorwaarde dat het zonne- of windpark maximaal 3 jaar oud is, komt het zogenaamde additionaliteitsbeginsel tot uiting. Dit beginsel is door de Europese wetgever in 2018 vastgelegd in de Richtlijn hernieuwbare energie. De gedachte is dat de producent van een brandstof (waterstof) er met zijn bijdrage voor zorgt dat de inzet van hernieuwbare energie of de financiering van hernieuwbare energie toenemen. Hiermee beoogt de Commissie te voorkomen dat hernieuwbare energie uit oudere bronnen die voor waterstof wordt benut, wordt vervangen door elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen.

2. Aandeel hernieuwbare elektriciteit biedzone hoger dan 90%

Een waterstofinstallatie produceert eveneens hernieuwbare waterstof als deze is aangesloten op een net in een biedzone waarin het gemiddeld aandeel hernieuwbare elektriciteit in het voorgaande kalenderjaar meer dan 90% bedraagt. Biedzones zijn gebieden in Europa waarbinnen een enkele (groothandels-) elektriciteitsprijs geldt. Op dit moment volgen de biedzones grotendeels de landsgrenzen van de Europese lidstaten. De Europese organisatie voor samenwerkende energietoezichthouders (ACER) heeft evenwel wijzigingen voorgesteld voor onder meer Nederland. Een dergelijke wijziging kan aldus gevolgen hebben voor de kwalificatie van waterstof als ‘hernieuwbaar’ in de zin van de verordening.

3. Biedzone met lage emmissie-intensiteit

De verordening merkt waterstof eveneens aan als hernieuwbaar als deze is geproduceerd in een biedzone waar de emissie-intensiteit van elektriciteit lager is dan 18 gCO2eq/MJ. Dat zal in de regel een biedzone betreffen waar het aandeel kernenergie (die niet wordt aangemerkt als hernieuwbare energiebron) hoog is.

4. Voorkomen van productiebeperking (‘curtailment’)

Tot slot is ook waterstof hernieuwbaar als daarmee productiebeperkingen van een installatie die hernieuwbare elektriciteit opwekt wordt voorkomen. De Commissie beoogt daarmee conform haar doelstelling in de Elektriciteitsverordening het afschakelen van hernieuwbare elektriciteitsproductie tot een minimum te beperken.

Alternatief: drie cumulatieve voorwaarden

Als een van bovenstaande opties geen uitkomst biedt, merkt de verordening waterstof eveneens aan als hernieuwbaar als deze de drie cumulatieve voorwaarden vervult van (i) additionaliteit, (ii) tijdelijke correlatie en (iii) geografische correlatie.

Ad i) Additionaliteit

Het additionaliteitsvereiste houdt zoals gezegd in dat de productie-installatie die de elektriciteit produceert voor de productie van hernieuwbare waterstof maximaal 36 maanden geleden in werking is gesteld. Daartoe bepaalt de verordening dat de productie-installatie die de elektriciteit produceert voor de productie van hernieuwbare waterstof maximaal 36 maanden geleden in werking gesteld is. Daarnaast mag ten behoeve van de productie-installatie (het zonne- of windpark) als uitgangspunt geen exploitatie- of investeringssubsidies zijn verstrekt.

Ad ii) Tijdelijke correlatie

De eis van tijdelijke correlatie houdt in dat er een zekere gelijktijdigheid moet bestaan van productie van hernieuwbare energie en de daarmee geproduceerde waterstof. Daarmee beoogt de Commissie wederom te voorkomen dat voor de waterstofproductie fossiele elektriciteit wordt gebruikt.

Tot 31 december 2029 geldt als overgangsregel dat waterstof aan dit vereiste voldoet als het wordt geproduceerd in dezelfde kalendermaand als de hernieuwbare elektriciteit die is geproduceerd in het kader van de Power Purchase Agreement (PPA).

Ad iii) Geografische correlatie

Het vereiste van geografische correlatie bepaalt tot slot dat de productie-installatie en de waterstofinstallatie zich (als uitgangspunt) bevinden in dezelfde biedzone, een onderling verbonden biedzone of een verbonden biedzone of zee.

Gevolgen voor de praktijk

De nieuwe regels voor de definitie van hernieuwbare waterstof zijn bepaald niet eenvoudig. Het kan in de praktijk dus een behoorlijke puzzel worden of waterstof ‘hernieuwbaar’ is in de zin van de verordening. Het is niettemin van belang dat marktpartijen kennis nemen van de regels. Kwalificatie van waterstofproductie als hernieuwbaar kan namelijk gevolgen hebben voor de realisatie van nieuwe energieprojecten waar tevens waterstofproductie plaatsvindt. Bovendien sluiten de regels voor vrijstelling van de meldingsverplichting voor staatssteun (de ‘Algemene Groepsvrijstellingsverordening’ of AGVV) aan bij het begrip hernieuwbare waterstof. Goed denkbaar is tot slot dat voor de verlening van een vergunning en/of daarin te stellen voorwaarden wordt aangesloten bij de regels uit de verordeningen.

Gerelateerd

Mobiele batterijen bij de klant: juridische valkuilen rondom eigendom en natrekking

De inzet van mobiele batterijsystemen neemt een vlucht, van bouwplaatsen en festivals tot tijdelijke netverzwaring bij bedrijven. Voor verhuurders en...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Wgiw en Bgiw: nieuwe bevoegdheden voor gemeenten in de aanpak van de warmtetransitie

Nederland staat voor een enorme verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving: in 2050 moet de energievoorziening van alle bestaande gebouwen CO₂-neutraal...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Nieuwe Warmtewetgeving 2026: wat de Wcw en Wgiw betekenen voor gemeenten, warmtebedrijven en investeerders

De energietransitie vraagt om fundamentele veranderingen in de manier waarop wij in Nederland onze woningen en bedrijven verwarmen. Nederland moet ‘van het gas...

Warmtebedrijf oprichten onder de Wcw: aandachtspunten en juridische eisen

Een van de oogmerken van de Wet collectieve warmte (Wcw) is het vergroten van publieke sturing op de realisatie en exploitatie van collectieve warmte. Om die...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen