De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Internetbestendige uitzonderingen voor distributieovereenkomsten op komst

Internetbestendige uitzonderingen voor distributieovereenkomsten op komst

De Europese Commissie is momenteel bezig met de herziening van de Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten. De eerste voorstellen tot aanpassing zijn inmiddels gepubliceerd. Ze geven een eerste aanwijzing voor de toekomst van de Groepsvrijstelling en de Europese Commissie heeft daarover op 18 december 2020 een publieke consultatie geopend.
Auteur artikel Sjaak van der Heul
Gepubliceerd 26 januari 2021
Laatst gewijzigd 26 januari 2021
Leestijd 

Achtergrond herziening Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten

De Groepsvrijstelling voor Verticale Overeenkomsten (GVO) creëert een uitzondering op het kartelverbod (artikel 101 VWEU en artikel 6 Mw) voor bepaalde overeenkomsten inzake distributie, inkoop en andere overeenkomsten tussen partijen actief op verschillende niveaus van de keten (‘verticale overeenkomsten’). Het doel van de GVO is om een veilige haven te creëren voor verticale overeenkomst die altijd in overeenstemming zijn met kartelverbod.

 In dit blog leest u meer over de huidige opzet van de GVO. De huidige uitzondering dateert uit 2010 en loopt af op 31 mei 2022.

De Commissie onderzoekt nu of zij de GVO aanpast, intrekt of ongewijzigd laat en heeft op 18 december 2020 een publieke consultatie aangevangen over specifieke voorstellen tot aanpassing van de GVO op vier terreinen: (i) duale distributie, (ii) beperking van actieve verkoop, (iii) indirecte beperking van online verkoop en (iv) prijspariteitsclausules. Geïnteresseerden kunnen hun input tot en met 26 maart 2021 bij de Europese Commissie kenbaar maken.

De voorgeschiedenis

Uit een eerste evaluatie is gebleken dat de huidige GVO goed functioneert en desondanks onvoldoende is toegespitst op de nieuwe marktontwikkelingen inzake online verkoop, onder meer via digitale platforms. De GVO zondert bijvoorbeeld zogenaamde ‘prijspariteitsclausules’ (contractuele verplichtingen voor een distributeur/dienstverlener om de laagste prijs te bieden op een internetplatform) onder omstandigheden uit van het kartelverbod. Deze verplichtingen kunnen echter significante mededingingsbeperkende gevolgen veroorzaken.

In oktober 2020 is de Europese Commissie gestart met de tweede fase van de herziening van de GVO. Deze tweede fase van de herziening is gericht op het verwerken van de resultaten van de evaluatie tot concrete wijzigingsvoorstellen. Op 23 oktober heeft de Commissie de eerste beleidsvoorstellen gepubliceerd.

Welkome voorstellen?

Twee voorgenomen verduidelijkingen zijn in ieder geval zeer welkom. De eerste betreft het verbod tot verticale prijsbinding (waarbij de leverancier de wederverkoopprijs van zijn afnemer bepaalt). Momenteel zijn de uitzonderingen op dit verbod zeer beperkt terwijl allerminst consensus bestaat over de schadelijkheid ervan in alle mogelijk situaties.

De tweede betreft non-concurrentiebedingen waarbij de distributeur een bepaald product uitsluitend van de leverancier afneemt. De huidige GVO zondert stilzwijgend verlengde niet-concurrentiebedingen en/of bedingen met een looptijd van meer dan vijf jaar niet uit van het kartelverbod. In de praktijk beperken distributeurs en leveranciers de looptijd van hun distributieovereenkomsten vaak tot vijf jaar zonder dat daarvoor (economische) ratio lijkt te zijn. Het voornemen van de Commissie om stilzwijgende non-concurrentiebedingen toe te laten, kan waarschijnlijk op bijval rekenen.

De Consultatie

Duale distributie

Producenten verkopen steeds frequenter gelijktijdig via twee kanalen: (i) de klassieke distributieketen en (ii) rechtstreeks aan de consument, vaak via hun eigen website. Dit betekent dat producenten een verticale overeenkomst sluiten met distributeurs en/of retailers en tegelijkertijd direct zelf aan eindgebruikers leveren. Voor deze gevallen van zogenaamde ‘duale distributie’ signaleert de Commissie het risico dat de GVO deze uitzondert van het kartelverbod, terwijl zij wél mededingingsbeperkingen kunnen opleveren op retailniveau. Tegelijkertijd is niet duidelijk waarom de uitzondering zich niet uitstrekt tot duale distributie door groothandelaren en importeurs die tevens aan eindgebruikers leveren. De Commissie stelt de volgende aanpassingen voor om deze problemen het hoofd te bieden:

  • uitbreiden van het toepassingsgebied naar groothandelaren en/of importeurs; en/of
  • beperken van de uitzondering voor duale distributie tot scenario’s die waarschijnlijk geen horizontale mededingingsbeperkingen opleveren; of
  • verwijderen van de uitzondering voor duale distributie uit de GVO.

Beperking van actieve verkoop

De GVO zondert actieve verkoop door distributeurs in het exclusieve gebied van een andere (distributeur) uit van het kartelverbod. Uit de evaluatie van de GVO blijkt dat gebruikers van de GVO deze beperking als onduidelijk en ingewikkeld ervaren. De huidige regels staan bijvoorbeeld in de weg van effectieve bescherming van actieve verkoop naar een territorium waarin een selectief distributiesysteem is opgezet. Tevens lijkt de ruimte voor gedeelde exclusiviteit (tussen twee of meerdere distributeurs) beperkt. De Commissie stelt de volgende aanpassingen voor:

  • uitbreiden van de uitzondering voor beperkingen van actieve verkoop; en/of
  • beter waarborgen van effectieve bescherming van selectieve distributiesystemen door beperkingen van verkoop buiten het territorium waarin het systeem wordt gehanteerd.

Indirecte beperking van online verkoop

De GVO behandelt directe verticale beperkingen van online verkoop als hardcore beperkingen die niet kunnen profiteren van de uitzondering van het kartelverbod en daarmee vrijwel altijd in strijd zijn. Dit uitgangspunt geldt ook voor bepaalde indirecte beperkingen, te weten (i) een hogere (inkoop)prijs voor producten die een distributeur online verkoopt ten opzichte van producten bestemd voor offline verkoop (dual pricing) en (ii) afwijkende kwaliteits- of verkoopvoorwaarden voor online producten (gelijkwaardigheidsbeginsel). Van marktpartijen heeft de Commissie signalen ontvangen dat deze twee typen indirecte beperkingen van online verkoop niet meer passen bij de vlucht die online verkoop heeft genomen ten koste van fysieke winkels. De Commissie stelt daarom voor om beide indirecte verplichtingen als uitzondering op te nemen in de nieuwe GVO ter bescherming van fysieke winkels.

Prijspariteitsclausules

De eerder besproken prijspariteitsclausules vallen momenteel geheel onder de GVO-uitzondering. Nationale mededingingsautoriteiten en rechters hebben echter vastgesteld dat deze clausules de mededinging kunnen beperken en handhavend opgetreden, met name in de sector van bookingplatforms. De Commissie stelt de volgende aanpassingen voor:

  • alle clausules inhoudende prijspariteit expliciet uitsluiten van de GVO; of
  • voor bepaalde specifieke verkoopkanalen prijspariteitsclausules expliciet uitsluiten van de GVO.