Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijkste jurisprudentie van januari 2026

27 februari 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in januari 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak is toegelicht met een korte samenvatting met belangrijkste kernpunten.

Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
Laura Rat
Laura Rat
Advocaat
In dit artikel

Jeugdwet: uitspraken januari

 

Rechtbank Midden-Nederland 31 december 2025 (datum publicatie: 9 januari 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2025:7183)

Samenvatting: De voorzieningenrechter trof een ordemaatregel in een geschil over jeugdhulp. Hoewel een eerdere uitspraak de gemeente verplichtte een pgb te verstrekken, weigerde de gemeente dit omdat de moeder geen bewijs van ouderlijk gezag overlegde. Gezien de urgente specialistische zorgvraag van de minderjarige kinderen en hun verslechterende situatie, oordeelde de rechter dat het belang van de behandeling zwaarder weegt dan de administratieve eisen van de gemeente. De gemeente moet het pgb en vervoer direct beschikbaar stellen, op straffe van een dwangsom.

Kernpunt: Urgente zorgbehoeften van kinderen prevaleren boven administratieve vereisten zoals bewijs van ouderlijk gezag in voorlopige voorziening.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 januari 2026 (datum publicatie: 12 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:14)

Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van een aanvraag voor jeugdhulp (extra begeleiding op een peutergroep) onzorgvuldig tot stand kwam. De gemeente negeerde het verplichte stappenplan van de CRvB door direct naar de geschiktheid van de voorziening te kijken, zonder eerst de concrete hulpvraag en behoeften vast te stellen. Bovendien was het onderzoek gebrekkig. De gemeente baseerde zich op betwiste rapportages zonder onafhankelijk deskundigenadvies in te winnen. Via een bestuurlijke lus krijgt de gemeente de gelegenheid de gebreken te herstellen.

Kernpunt: Gemeenten moeten bij Jeugdwet-aanvragen het volledige CRvB-stappenplan volgen en zorgvuldig, onafhankelijk onderzoek verrichten.

Rechtbank Noord-Holland 24 december 2025 (datum publicatie: 15 januari 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2025:15585)

Samenvatting: De rechtbank wees de vorderingen van de gemeente tegen een zorgaanbieder voor terugbetaling van zorgvergoedingen af. De gemeente stelde dat er sprake was van kwalitatieve en kwantitatieve tekortkomingen en mogelijke zorgfraude. De rechtbank oordeelde echter dat de gemeente niet aan haar stelplicht had voldaan. De verwijten waren te algemeen en niet concreet onderbouwd met specifieke contractuele verplichtingen of bewijsstukken. Omdat de feitelijke grondslag ontbrak, kwam de rechtbank niet toe aan bewijslevering en werden de vorderingen volledig afgewezen.

Kernpunt: De gemeente voldeed niet aan haar stelplicht door verwijten onvoldoende concreet te onderbouwen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 december 2025 (datum publicatie: 15 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2025:9686)

Samenvatting: In dit kort geding wees de voorzieningenrechter vorderingen tot rectificatie en een verbod op uitlatingen over een lopend onderzoek naar een zorgaanbieder af. De zorgaanbieder stelde dat uitlatingen over hun declaratiegedrag onrechtmatig waren en toetreding tot samenwerkingsverbanden frustreerden. De rechter oordeelde echter dat de uitingen feitelijk waren en steunden op een rechtmatig onderzoek conform het Programma van Eisen. Er was geen sprake van onrechtmatig handelen of misbruik van bevoegdheden door de inkooporganisatie. Ook een vordering tot betaling werd afgewezen.

Kernpunt: Feitelijke uitlatingen over een rechtmatig onderzoek naar een zorgaanbieder zijn niet onrechtmatig.

Rechtbank Overijssel 15 december 2025 (datum publicatie: 13 januari 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2025:7509)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees een verzoek om voorlopige voorziening toe voor 15 uur individuele jeugdhulp per week om de overstap naar regulier onderwijs mogelijk te maken. De gemeente had slechts 7 uur toegekend zonder de hulpbehoefte goed te onderzoeken. De rechter oordeelde dat onenigheid tussen instanties over de wettelijke grondslag (Jeugdwet of Wet passend onderwijs) de hulp aan het kind niet mag vertragen. Het belang van het kind staat voorop. De financiële afwikkeling tussen instanties moet aan de achterzijde worden uitgevochten.

Kernpunt: Discussies over wettelijke grondslagen mogen noodzakelijke jeugdhulp voor een kind niet vertragen.

Rechtbank Overijssel 23 december 2025 (datum publicatie: 13 januari 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2025:7555)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaarschrift gegrond. De gemeente stelde dat de termijn was overschreden, maar de rechtbank oordeelde dat dit verschoonbaar was. De gemeente hanteerde een informele werkwijze en wekte het vertrouwen dat overleg mogelijk was voordat officieel bezwaar gemaakt moest worden. Bovendien waren de ouders niet ervaren in procedures en vereist het belang van de kinderen een inhoudelijke beslissing. Het college moet alsnog inhoudelijk op de bezwaren beslissen.

Kernpunt: Termijnoverschrijding bij bezwaar is verschoonbaar door gewekt vertrouwen en een informele contextuele benadering.

Raad van State 14 januari 2026 (datum publicatie: 14 januari 2026) (ECLI:NL:RVS:2026:211)

Samenvatting: De Afdeling vernietigde de afwijzing van een aanvraag voor leerlingenvervoer naar een school in België voor een leerling met autisme. De gemeente probeerde na een eerdere vernietiging ten onrechte de wettelijke grondslag te wijzigen naar de Jeugdwet. De Afdeling oordeelde dat de gemeente de hardheidsclausule uit de verordening leerlingenvervoer moest toepassen. Omdat de school in Hasselt de dichtstbijzijnde toegankelijke school met passend onderwijs was, moet de gemeente alsnog een kilometervergoeding voor het schooljaar 2020-2021 toekennen aan de ouder.

Kernpunt: De gemeente moet de hardheidsclausule toepassen voor leerlingenvervoer naar een passende school in België.

Rechtbank Gelderland 16 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:327)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor reiskostenvergoeding op grond van de Jeugdwet gegrond. De gemeente stelde dat de moeder de kinderen zelf kon vervoeren en over voldoende eigen middelen beschikte. De rechtbank oordeelde echter dat een vervoersvoorziening ook aangewezen is wanneer een jeugdige door beperkingen niet zonder adequate begeleiding kan reizen. Vanwege ASS was deze begeleiding hier noodzakelijk voor de veiligheid. Het besluit werd vernietigd omdat het college de belangen van de kinderen onvoldoende had meegewogen.

Kernpunt: Begeleiding bij vervoer naar jeugdhulp is een grond voor vergoeding bij beperkte zelfredzaamheid.

Rechtbank Gelderland 16 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:335)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van pgb-aanvragen voor jeugdhulp ongegrond. Eisers weigerden mee te werken aan noodzakelijk onderzoek, zoals gesprekken met de kinderen en schoolmentoren. De rechtbank oordeelde dat hiermee de wettelijke medewerkingsplicht is geschonden. Hoewel weigering niet automatisch tot afwijzing leidt, kon de gemeente hierdoor de noodzaak, aard en omvang van de hulp niet vaststellen. De beschikbare informatie was bovendien te gedateerd om als basis voor een zorgvuldige beoordeling te dienen.

Kernpunt: Schending van de medewerkingsplicht rechtvaardigt afwijzing als de zorgbehoefte niet kan worden vastgesteld.

Rechtbank Amsterdam 17 december 2025 (datum publicatie: 23 januari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:10335)

Samenvatting: De rechtbank vernietigde een bindend advies van de Geschillencommissie Sociaal Domein over een geschil tussen de gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam over het woonplaatsbeginsel. De commissie oordeelde ten onrechte dat Haarlemmermeer nalatig was door declaraties niet op woonplaats te controleren. De rechtbank stelde vast dat een dergelijke controle technisch onmogelijk is en dat de gemeente volgens de geldende protocollen handelde. Omdat nalatigheid ontbrak, is de gemeente Amsterdam alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 financieel verantwoordelijk voor de verleende jeugdzorg.

Kernpunt: Financiële verantwoordelijkheid voor jeugdhulp bij verlate overdracht hangt af van nalatigheid bij woonplaatstoetsing.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2026 (datum publicatie: 26 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:238)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een pgb voor jeugdhulp ongegrond. Hoewel sprake was van bovengebruikelijke hulp van het kind, oordeelde de rechtbank dat de ouders over voldoende eigen kracht beschikken om deze hulp zelf te bieden. Er was geen sprake van overbelasting en de ouders waren feitelijk in staat en beschikbaar om de zorg te verlenen. Volgens de bronnen is het uitgangspunt van de Jeugdwet dat de eigen verantwoordelijkheid van ouders vooropstaat. Een voorziening op grond van de Jeugdwet is pas nodig als eigen mogelijkheden ontoereikend zijn.

Kernpunt: Geen pgb bij bovengebruikelijke hulp als ouders over voldoende eigen kracht en draagkracht beschikken.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 januari 2026 (datum publicatie: 26 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:240)

Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat het college niet meer pgb-uren hoefde toe te kennen dan oorspronkelijk was aangevraagd. De eiser verzuimde gevraagde informatie over gewijzigde omstandigheden (thuiszitten van school) te verstrekken, waardoor dit wegens schending van de inlichtingenplicht voor eigen risico kwam. Daarnaast oordeelde de rechter dat een pgb-tarief niet verplicht in de beschikking zelf hoeft te staan, mits dit elders in de regelgeving kenbaar is. De afwezigheid van een tarief raakt niet aan de rechtmatigheid van het besluit.

Kernpunt: Verzuim van inlichtingenplicht en ontbreken pgb-tarief in beschikking leiden niet tot een onrechtmatig besluit.

Wmo 2015: uitspraken januari

Centrale Raad van Beroep 10 december 2025 (datum publicatie: 2 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1885)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening voor een pgb voor huishoudelijke hulp en begeleiding af. Verzoekster voerde financiële spoed aan hangende haar hoger beroep. De rechter oordeelde echter dat de financiële belangen niet zwaarwegend genoeg waren om de bodemprocedure niet af te wachten. Hierbij woog de voorzieningenrechter mee dat de zitting van de bodemprocedure al op korte termijn gepland staat en de gemeente inmiddels een nieuw medisch onderzoek door een onafhankelijke arts heeft toegezegd. Er was geen sprake van onverwijlde spoed.

Kernpunt: Financiële belangen rechtvaardigen niet snel een voorlopige voorziening als de bodemprocedure spoedig volgt.

Rechtbank Amsterdam 12 december 2025 (datum publicatie: 9 januari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:9792)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om passende opvang toe. Verzoeker, die in een onverwarmde garagebox verbleef, wachtte op plaatsing in de maatschappelijke opvang. Hoewel de gemeente een overbruggingsplek in een kamer had toegezegd, lukte het niet dit feitelijk uit te voeren zonder rechterlijke uitspraak. Vanwege verzoekers kwetsbaarheid en verslavingsproblematiek achtte de rechter de huidige situatie onhoudbaar. De gemeente moest direct zorgen voor opvang in een eenpersoons- of tweepersoonskamer in een 24-uursvoorziening.

Kernpunt: De gemeente moet toegezegde passende opvang feitelijk realiseren

Rechtbank Rotterdam 18 december 2025 (datum publicatie: 6 januari 2026) (ECLI:NL:RBROT:2025:15221)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om toelating tot de maatschappelijke opvang toe. De gemeente weigerde de aanvraag van een moeder met twee minderjarige kinderen omdat zij zelfredzaam zou zijn en slechts een huisvestingsprobleem had. De rechter oordeelde echter dat de gemeente onvoldoende onderzoek deed naar de belangen van de kinderen, in het bijzonder de zoon met autisme. De noodzaak voor zorg en structuur werd miskend. De gemeente moet het gezin opvangen in afwachting van de beslissing op bezwaar.

Kernpunt: Bij opvangaanvragen van gezinnen moeten de belangen en zorgbehoeften van kinderen expliciet worden meegewogen.

Rechtbank Limburg 22 december 2025 (datum publicatie: 13 januari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2025:12811)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlaging van het aantal minuten huishoudelijke hulp ongegrond. Door een beleidswijziging en toepassing van het HHM-normenkader werd de indicatie van eiseres verlaagd naar 160 minuten. De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende onderzoek heeft verricht middels een huisbezoek en de verlaging deugdelijk heeft gemotiveerd. Hoewel de medische situatie van eiseres verslechterde, werd vastgesteld dat met het nieuwe aantal minuten nog steeds een schoon en leefbaar huis wordt bereikt.

Kernpunt: Verlaging van hulp is toegestaan mits een schoon en leefbaar resultaat gewaarborgd blijft.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 december 2025 (datum publicatie: 6 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2025:9228)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een woningaanpassing ongegrond. Eisers vroegen aanpassingen voor hun meervoudig beperkte zoon. Uit een medisch advies bleek dat een handbewogen rolstoel volstond, omdat een elektrische variant niet hanteerbaar bleek. De rechtbank oordeelde dat de huidige woning voldoende draaicirkels heeft voor een handbewogen rolstoel. Het gebrek aan ruimte in de keuken kan worden opgelost door herinrichting, wat als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd en van de ouders mag worden verlangd.

Kernpunt: Woningaanpassing is niet nodig als belemmeringen door herinrichting of hulpmiddelen kunnen worden opgelost.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 januari 2026 (datum publicatie: 12 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:1)

Samenvatting: Het beroep tegen de voorwaarden van een vervoersvoorziening (Canta) werd ongegrond verklaard. Eiseres verzette zich tegen een jaarlijkse kilometerbeperking van 5.000 kilometer. De rechtbank oordeelde dat dit aantal ruim voldoende is voor de lokale vervoersbehoefte, aangezien jurisprudentie doorgaans uitgaat van 1.500 tot 2.000 kilometer per jaar. Bovenregionaal vervoer valt niet onder de Wmo. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet. Een nieuwe aanvraag vereist een nieuwe beoordeling, ongeacht eerdere ruimere toekenningen.

Kernpunt: Een kilometerbudget van 5.000 per jaar volstaat ruimschoots voor de lokale Wmo-vervoersbehoefte.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 januari 2026 (datum publicatie: 9 januari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:2)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een scootmobiel gegrond en wees de voorziening zelf toe. De gemeente stelde dat vervoer door de echtgenoot "gebruikelijke hulp" was. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres door haar zeer beperkte loopafstand (10 meter) na het vervoer alsnog niet zelfstandig kan participeren, bijvoorbeeld in een winkel. Het enkel brengen naar een locatie lost haar mobiliteitsprobleem in de directe omgeving niet op. De echtgenoot hoeft niet in al haar vervoersbehoeften te voorzien.

Kernpunt: Vervoer door derden is geen passende oplossing als de cliënt ter plaatse niet zelfstandig mobiel is.

Rechtbank Rotterdam 6 januari 2026 (datum publicatie: 19 januari 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:390)

Samenvatting: De voorzieningenrechter beoordeelde de beëindiging van een ondersteuningsarrangement nadat verzoekster tijdens de procedure overleed. Haar zoon wilde de procedure voortzetten. Hoewel de zoon procesbelang heeft vanwege mogelijke kosten die in de boedel vallen, ontbreekt het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. Door het overlijden is de noodzaak voor de Wmo-voorziening vervallen, waardoor de uitkomst van de bezwaarprocedure kan worden afgewacht. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Kernpunt: Na overlijden vervalt het spoedeisend belang voor een Wmo-voorziening in een voorlopige voorzieningsprocedure.

Centrale Raad van Beroep 14 januari 2026 (datum publicatie: 19 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:40)

Samenvatting: De Raad bevestigde dat ongedocumenteerden, gelet op het koppelingsbeginsel, geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen op grond van de Wmo 2015. Appellant verzocht om ouderenzorg, maar het college wees dit af omdat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf buiten de reikwijdte van de wet vallen. Wat appellant aanvoerde over het ontbreken van opvang na 1 januari 2025 kon niet leiden tot vernietiging, aangezien de te beoordelen periode in 2023 lag. In die periode maakte appellant bovendien gebruik van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen.

Kernpunt: Ongedocumenteerden hebben door het koppelingsbeginsel geen recht op maatwerkvoorzieningen onder de Wmo 2015.

Centrale Raad van Beroep 15 januari 2026 (datum publicatie: 19 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:46)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat de rechtbank het beroep van appellante ten onrechte niet-ontvankelijk verklaarde. Er was wel degelijk procesbelang voor toekomstige aanvragen. Inhoudelijk bleef de weigering van het pgb echter in stand. Het college mocht de aanvraag afwijzen omdat er herhaaldelijk sprake was van onverantwoord pgb-beheer. Daarnaast beschikte appellante over onvoldoende regievermogen om een verantwoorde vertegenwoordiger te kiezen. De wet staat weigering toe als een eerdere voorziening is ingetrokken omdat niet aan de voorwaarden werd voldaan

Kernpunt: Het college mag een pgb weigeren bij herhaaldelijk onverantwoord beheer en gebrekkig regievermogen.

Rechtbank Gelderland 20 januari 2026 (datum publicatie: 23 januari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:410)

Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat de gemeente de aanvraag voor een Connect Carrier (elektrische bakfiets voor rolstoel) terecht heeft afgewezen. Hoewel eiseres dit hulpmiddel eerder in een andere gemeente in bruikleen had, was de gemeente in dit geval niet verplicht dit over te nemen. Eiseres wordt voldoende gecompenseerd door eigen middelen, zoals haar aangepaste leaseauto, de boodschappenservice en het openbaar vervoer. De Wmo verplicht niet tot het faciliteren van specifieke hobby's of het herstellen van de exacte oude situatie.

Kernpunt: Eigen middelen en algemene voorzieningen kunnen een aanvullende maatwerkvoorziening in de Wmo overbodig maken.

overzicht 2025

Andere belangrijke uitspraken in het Sociaal Domein van 2025 bekijken?

Gerelateerd

jurisprudentie participatiewet

Jurisprudentie Participatiewet: belangrijkste uitspraken van januari 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de participatiewet in januari 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak...
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...

Rechtbank fluit Zilveren Kruis terug over vergoedingsvoorwaarde voor geneesmiddelen

De rechtbank Den Haag publiceerde onlangs haar vonnis van 21 mei 2025, waarin zij een streep zet door het beleid van Zilveren Kruis (ende aan haar gelieerde...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 6: Centrale toezichthoudende rol NZa

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdhulp en jeugdzorg is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en 7 oktober...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 5: Eisen aan bedrijfsvoering en jaarverantwoording jeugdhulpaanbieders

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 4: Verplichte bestuursstructuur en raad van toezicht

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found