Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijkste jurisprudentie van maart 2026

23 april 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in maart 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak is toegelicht met een korte samenvatting met belangrijkste kernpunten.

Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
Laura Rat
Laura Rat
Advocaat
In dit artikel

Jeugdwet: uitspraken maart

Rechtbank Amsterdam 28 januari 2026 (datum publicatie: 12 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:787)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een pgb op grond van de Jeugdwet af. Verzoeker stelde een spoedeisend belang te hebben door het wegvallen van het pgb, maar onderbouwde dit onvoldoende. De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van acute financiële nood, nu de vaste lasten uit het inkomen van de vader konden worden voldaan. Ook was het besluit niet evident onrechtmatig. Partijen verschilden van mening over de medewerking aan onderzoek door het OKT, maar de voorzieningenrechter kon niet vaststellen dat het besluit overduidelijk onjuist was.

Kernpunt: Onvoldoende onderbouwing van financiële nood leidt tot afwijzing van een voorlopige voorziening.

Rechtbank Gelderland 26 februari 2026 (datum publicatie: 4 maart 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:1406 en ECLI:NL:RBGEL:2026:1409)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van jeugdhulp deels gegrond. Het college had jeugdhulp (15,5 uur per week/14 uur en 45 minuten per week) toegekend in ZIN en pgb, maar daaraan ten onrechte opschortende voorwaarden verbonden, waaronder het formuleren van doelen en het starten met systeemtherapie. De rechtbank oordeelde dat dergelijke voorwaarden de jeugdige afhankelijk maken van de medewerking van derden en in strijd zijn met het doel en de strekking van de jeugdhulp. Het pgb mocht niet door de oudste broer worden beheerd vanwege een afhankelijkheidsrelatie met de zorgverlener. De rechtbank vernietigde de voorwaarden en liet de toegekende jeugdhulp onverkort in stand.

Kernpunt: Opschortende voorwaarden bij jeugdhulp die afhankelijkheid van derden creëren zijn niet toegestaan.

Rechtbank Limburg 5 maart 2026 (datum publicatie: 11 maart 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2026:2162)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het college had tijdelijk een pgb voor jeugdhulp van 5 uur per week toegekend, in afwachting van nader onderzoek naar de hulpvraag. Verzoekster had 90 uur per week aangevraagd, maar onderbouwde dit onvoldoende. De voorzieningenrechter zag geen aanknopingspunten om aan te sluiten bij de aanvraag of bij een eerdere indicatie van 116 uur per week, die zag op kindzorg op grond van de Wmo. De tijdelijke aansluiting bij de indicatie van Bureau Jeugdzorg van 5 uur per week achtte de voorzieningenrechter niet onredelijk.

Kernpunt: Tijdelijke aansluiting bij de indicatie Bureau Jeugdzorg voor jeugdhulp is niet onredelijk in afwachting van nader onderzoek.

Rechtbank Midden-Nederland 20 februari 2026 (datum publicatie: 16 maart 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:942)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen een brief van de Klachtencommissie Jeugd Midden-Nederland. De Klachtencommissie is een samenwerkingsverband van instellingen die klachten behandelen op grond van de Jeugdwet. De rechtbank oordeelde dat de Klachtencommissie geen bestuursorgaan is. De brief was daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Kernpunt: De Klachtencommissie Jeugd is geen bestuursorgaan en dus is haar brief geen besluit in de zin van de Awb.

Rechtbank Noord-Holland 26 februari 2026 (datum publicatie: 3 maart 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2026:1939)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaarschrift gegrond. Het college had eiseres een pgb op grond van de Jeugdwet toegekend. Het bezwaar was niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, omdat eiseres haar bezwaar bij het CJG had ingediend in plaats van bij de juridische afdeling. De rechtbank oordeelde dat eiseres tijdig informeel bezwaar had gemaakt en dat op het CJG een doorzendplicht rust. Van de burger mag niet worden verlangd dat deze kennis heeft van de juridische status en functie van het CJG binnen de gemeente. Het bestreden besluit werd vernietigd.

Kernpunt: Op het CJG rust een doorzendplicht waardoor een bij het CJG ingediend bezwaar niet zonder meer niet-ontvankelijk mag worden verklaard.

Rechtbank Noord-Holland 16 maart 2026 (datum publicatie: 24 maart 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2026:2643)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van jeugdhulp na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar af. Het college had de jeugdhulp per 31 oktober 2025 definitief beëindigd, omdat de zorgbehoefte volgens het college onder de Wmo viel. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak, nu verzoekster niet in een zodanige acute noodsituatie verkeerde dat de bezwaarprocedure niet kon worden afgewacht. Het besluit was evenmin evident onrechtmatig.

Kernpunt: Geen spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit bij beëindiging jeugdhulp na het 18e levensjaar.

Wmo 2015: uitspraken maart

Centrale Raad van Beroep 25 februari 2026 (datum publicatie: 16 maart 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:282)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat er geen ruimte is voor toepassing van de in de gemeentelijke verordening opgenomen hardheidsclausule als de gevraagde voorziening niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 valt. Het college had een aanvraag voor het aanpassen van een tuin afgewezen. De rechtbank had met toepassing van de hardheidsclausule de voorziening alsnog verstrekt. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat de hardheidsclausule niet is bedoeld om de wettelijke reikwijdte van de Wmo 2015 te verruimen. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Kernpunt: De hardheidsclausule kan niet worden toegepast als de gevraagde voorziening buiten de reikwijdte van de Wmo 2015 valt.

Centrale Raad van Beroep 12 maart 2026 (datum publicatie: 17 maart 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:311)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat appellant niet tekort werd gedaan met de verstrekte 56 uur per week aan beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Het college had het uurtarief terecht gebaseerd op ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk, nu de ondersteuner huisgenoot van appellant is. Van formele ondersteuning in de zin van de verordening was geen sprake. Een indicatieduur van uiteindelijk drie jaar was niet onredelijk kort. De hoger beroepen slaagden niet.

Kernpunt: Uurtarief sociaal netwerk en indicatieduur van drie jaar voor beschermd wonen zijn niet onredelijk.

Centrale Raad van Beroep 18 maart 2026 (datum publicatie: 20 maart 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:328)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat het college terecht had geweigerd een aangepaste buggy op grond van de Wmo 2015 te verstrekken. Appellante had nooit gebruik gemaakt van de eerder toegekende buggy en kon zich lopend of met een aangepaste driewielfiets verplaatsen. De driewielfiets was voorzien van een parkeerrem, waarmee kon worden voorkomen dat appellante zelfstandig aan het verkeer ging deelnemen. Het college had voldoende gemotiveerd dat geen noodzaak bestond voor de maatwerkvoorziening. Het hoger beroep slaagde niet.

Kernpunt: Geen noodzaak voor een aangepaste buggy nu appellante zich met een driewielfiets met parkeerrem kan verplaatsen.

Centrale Raad van Beroep 6 juni 2025 (datum publicatie: 23 maart 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1911)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat het college de aanvraag om drempelhulpen voor de berging terecht had afgewezen. Appellante kon haar vuilcontainers in de voortuin plaatsen in plaats van in de berging, waardoor geen sprake was van een beperking in de zelfredzaamheid als bedoeld in de Wmo 2015. Dat appellante al 63 jaar haar vuilcontainers in de berging had staan, was niet bepalend. Het hoger beroep slaagde niet.

Kernpunt: Geen beperking in de zelfredzaamheid nu vuilcontainers in de voortuin kunnen worden geplaatst.

Centrale Raad van Beroep 25 maart 2026 (datum publicatie: 26 maart 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:348)

Samenvatting: De Raad oordeelde dat het college de afwijzing van een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015 niet had kunnen baseren op het rapport van de verzekeringsarts van Stichting SAP. De verzekeringsarts had niet gemotiveerd waarom appellant ondanks vastgestelde beperkingen in staat moest worden geacht de huishoudelijke taken zelfstandig uit te voeren. Uit de contra-expertise van de medisch adviseur van Trompetter & Partners was voldoende vast komen te staan dat appellant beperkt is in het uitvoeren van zware en lichte huishoudelijke taken. Het college werd opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Kernpunt: Onvoldoende gemotiveerd advies verzekeringsarts kan niet ten grondslag liggen aan afwijzing huishoudelijke ondersteuning.

Rechtbank Amsterdam 9 januari 2026 (datum publicatie: 5 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:53)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 af. Verweerder mocht voor wat betreft de zelfredzaamheid van verzoeker afgaan op het onderzoek door de GGD. De e-mails van de Straatalliantie, opgesteld door een juridisch ondersteuner en niet door een medisch deskundige, legden onvoldoende gewicht in de schaal om te twijfelen aan de juistheid van het GGD-onderzoek. De belangen van de kinderen waren summier, maar voor dat moment voldoende in de besluitvorming betrokken.

Kernpunt: Verweerder mocht afgaan op het GGD-onderzoek.

Rechtbank Amsterdam 11 december 2025 (datum publicatie: 12 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:11111)

Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag voor financiering van een hulphond op grond van de Wmo 2015 terecht had afgewezen. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat een hulphond niet verstrekt hoeft te worden zolang er een andere passende voorziening beschikbaar is. Eiseres had aangegeven dat de enige passende voorziening een hulphond is. De rechtbank volgde eiseres niet in haar standpunt dat zij geschikt was voor een hulphond op basis van de verklaring van Hondwikkeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Kernpunt: Hulphond hoeft niet verstrekt te worden zolang een andere passende voorziening beschikbaar is.

Rechtbank Amsterdam 24 februari 2026 (datum publicatie: 17 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:1930)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het advies van Argonaut was voldoende zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijk en begrijpelijk gemotiveerd. De longarts had bevestigd dat er geen medische contra-indicatie bestond voor eiseres om in de buitenlucht te reizen. De verklaring van de longverpleegkundige leidde niet tot een ander oordeel. De fibromyalgie van eiseres was kenbaar in het onderzoek meegewogen.

Kernpunt: Advies Argonaut zorgvuldig, aanvraag gesloten buitenwagen terecht afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 24 februari 2026 (datum publicatie: 23 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:2020)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Verzoekster had op grond van de Wmo 2015 de voorziening ‘begeleid thuis’ toegekend gekregen, maar het college was er niet in geslaagd de benodigde zorg en begeleiding in de praktijk uit te voeren. Op zitting werden afspraken gemaakt over het opstarten van de begeleiding. De voorzieningenrechter bepaalde dat het college een dwangsom van € 250,- per dag verbeurt indien met ingang van 10 maart 2026 niet aan de uitspraak wordt voldaan, met een maximum van € 7.500,-.

Kernpunt: Dwangsom opgelegd wegens het niet uitvoeren van een toegekende Wmo-voorziening begeleid thuis.

Rechtbank Gelderland 26 februari 2026 (datum publicatie: 4 maart 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:1408)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het college had de aanvraag terecht afgewezen, omdat de echtgenoot van eiseres in staat werd geacht gebruikelijke hulp te verlenen. De medisch adviseur had de zorg- en ondersteuningstaken van de echtgenoot voldoende in kaart gebracht en geen aanknopingspunten voor (dreigende) overbelasting vastgesteld. Dat eerder tijdelijk een maatwerkvoorziening was toegekend en de echtgenoot na de datum in geding buitenshuis was gaan werken, maakte dat niet anders.

Kernpunt: Echtgenoot kan gebruikelijke hulp verlenen waardoor maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp terecht is afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 4 maart 2026 (datum publicatie: 24 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:2212)

Samenvatting: De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een gesloten buitenwagen (canta) op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het heradvies van Argonaut was voldoende zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijk en begrijpelijk gemotiveerd. De verschillen met het eerdere advies waren afdoende toegelicht. Uit de aangeleverde medische informatie bleek dat eiseres niet uitbehandeld was en dat het gebruik van een passieve vervoersvoorziening in strijd zou zijn met het advies van haar reumatoloog om voldoende te bewegen.

Kernpunt: Aanvraag terecht afgewezen vanwege ontbreken medische noodzaak voor een canta.

Rechtbank Gelderland 24 maart 2026 (datum publicatie: 26 maart 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:2328)

Samenvatting: De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Het college had na een incident bij de woning van verzoeker noodopvang geboden in een vakantiewoning. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beschikbaar stellen en beëindigen van het verblijf in de vakantiewoning een feitelijke handeling was en geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Er was geen sprake van maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 en evenmin van een melding voor opvang op grond van de Wmo 2015.

Kernpunt: Het bieden van noodopvang in vakantiewoning is een feitelijke handeling en geen besluit in de zin van de Awb.

Rechtbank Den Haag 17 december 2025 (datum publicatie: 27 maart 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2025:27724)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om verlenging van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Eiseres had de eerder geformuleerde doelen behaald. Het college had op juiste gronden geconcludeerd dat een algemene voorziening passend was en dat het sociaal netwerk van eiseres haar voldoende kon ondersteunen. Dat eiseres de begeleiding met eigen middelen had laten doorlopen, maakte dat niet tot een noodzaak voor een maatwerkvoorziening.

Kernpunt: Algemene voorziening en sociaal netwerk passend en dus geen noodzaak voor verlenging maatwerkvoorziening.

Rechtbank Amsterdam 11 maart 2026 (datum publicatie: 31 maart 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:2472)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de toekenning van een vergoeding voor verhuizing en inrichting op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Eiseres had toegekend gekregen wat zij had aangevraagd. De voorwaarde dat aanpassingen als gevolg van verhuizen niet door de Wmo zouden worden vergoed, had geen betekenis voor toekomstige aanvragen, nu eiseres geschikt was verhuisd. Eiseres werd niet uitgesloten van de Wmo. Er was geen procesbelang.

Kernpunt: Geen procesbelang als is verkregen wat is aangevraagd.

Rechtbank Rotterdam 19 februari 2026 (datum publicatie: 2 maart 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:2008)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor een traplift op grond van de Wmo 2015 af. Verzoekster was vanuit een gelijkvloerse woning in Rotterdam verhuisd naar een woning met inpandige trap in Hellevoetsluis, zonder vooraf contact op te nemen met de gemeente over de beschikbaarheid van geschikte woningen of toestemming te vragen voor een woonvoorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster inadequaat was verhuisd en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.

Kernpunt: Traplift terecht afgewezen wegens inadequate verhuizing zonder voorafgaand contact met de gemeente.

Rechtbank Oost-Brabant 5 maart 2026 (datum publicatie: 12 maart 2026) (ECLI:NL:RBOBR:2026:1345)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening van een pgb en de afwijzing van een pgb-aanvraag voor door de vader van eiser in 2023 verleende ondersteuning op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het college had het pgb terecht omgezet in zorg in natura, omdat de pgb-vertegenwoordiger het pgb had besteed aan een ander doel dan waarvoor het was verstrekt. De pgb-aanvraag voor de ondersteuning van de vader was terecht afgewezen, nu bij gebreke van evaluatieverslagen niet kon worden vastgesteld dat de verleende ondersteuning noodzakelijk was en voldeed aan de vereisten.

Kernpunt: Pgb terecht herzien en aanvraag afgewezen wegens besteding aan een ander doel.

Rechtbank Oost-Brabant 9 maart 2026 (datum publicatie: 17 maart 2026) (ECLI:NL:RBOBR:2026:1434)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het college de maximale dwangsom verschuldigd was (€ 1.442,-). Eiseres had zich gemeld voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015, maar verweerder had nagelaten tijdig onderzoek te verrichten. Na indiening van een aanvraag op grond van artikel 2.3.2, negende lid, van de Wmo 2015 had verweerder slechts beslist op de hulpvraag over een scootmobiel en de overige hulpvragen ten onrechte als nieuwe melding gekwalificeerd. De rechtbank oordeelde dat deze handelwijze in strijd was met de Wmo 2015 en dat niet volledig op de aanvraag was beslist.

Kernpunt: Maximale dwangsom; hulpvragen mogen niet worden opgesplitst in afzonderlijke meldingen.

Rechtbank Limburg 13 januari 2026 (datum publicatie: 20 maart 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2026:274)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, de afwijzing van een verhuisindicatie en de afwijzing van een elektrische driewielfiets op grond van de Wmo 2015 gegrond. Het college had onvoldoende zorgvuldig onderzoek verricht en de bestreden besluiten ondeugdelijk gemotiveerd. De toegekende maatwerkvoorziening Housing First was niet adequaat, nu ruim een jaar na toekenning nog geen woning voor eiser was gevonden. De medische adviezen van Salude waren onzorgvuldig tot stand gekomen en het college had niet voldaan aan de vergewisplicht.

Kernpunt: Onzorgvuldig onderzoek en ondeugdelijke motivering en Housing First niet adequaat zonder woning.

Rechtbank Noord-Nederland 29 januari 2026 (datum publicatie: 27 maart 2026) (ECLI:NL:RBNNE:2026:258)

Samenvatting: In deze tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat het college onvoldoende had gemotiveerd wat de wettelijke grondslag is voor de aftrek van twee uur op de omvang van de huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015 vanwege de Wlz-indicatie van de zoon van eiseres. Uit artikel 3.1.1 van de Wlz kon niet worden afgeleid dat een dergelijke aftrek is toegestaan. Het college werd in de gelegenheid gesteld het motiveringsgebrek te herstellen.

Kernpunt: Onvoldoende gemotiveerd dat aftrek van Wlz-uren op Wmo-huishoudelijke hulp is toegestaan.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 februari 2026 (datum publicatie: 5 maart 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:1184)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. Het college had het bezwaar tegen de toekenning van huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat een via PostNL verzonden poststuk geacht wordt tijdig ter post te zijn bezorgd als het de eerste of tweede werkdag na de laatste dag van de bezwaartermijn is ontvangen. Het bezwaarschrift was op de tweede werkdag na afloop van de termijn ontvangen. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Kernpunt: Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; poststuk geacht tijdig ter post te zijn bezorgd.

Rechtbank Rotterdam 11 maart 2026 (datum publicatie: 27 maart 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:3423)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van een ondersteuningsarrangement in de vorm van zorg in natura op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het college had terecht geweigerd een pgb te verstrekken, omdat eiseres en haar pgb-vertegenwoordiger niet in staat konden worden geacht de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De pgb-formulieren waren ondanks herhaalde verzoeken niet correct en volledig ingevuld. Daarnaast had het college voldoende gemotiveerd dat van de twee inwonende, volwassen zoons van eiseres gebruikelijke hulp bij de huishoudelijke taken mocht worden verwacht.

Kernpunt: Pgb terecht geweigerd; inwonende volwassen zoons geacht gebruikelijke hulp te verlenen.

Rechtbank Rotterdam 11 maart 2026 (datum publicatie: 27 maart 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:3425)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het dagelijks bestuur had terecht geen indicatie afgegeven voor de resultaten wasverzorging, broodmaaltijden en maaltijdservices. De externe wasservice was een beschikbare en adequate algemene voorziening. De praktische bezwaren van eiseres tegen de maaltijdservices leidden niet tot het oordeel dat deze niet adequaat waren. De broodmaaltijden werden feitelijk door de thuiszorg verzorgd, zodat geen noodzaak bestond voor een indicatie op grond van de Wmo 2015.

Kernpunt: Terecht geen indicatie voor wasverzorging, broodmaaltijden en maaltijdservices naast huishoudelijke ondersteuning.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 maart 2026 (datum publicatie: 27 maart 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:1986)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering om de vervoersvoorziening in de vorm van een pgb op grond van de Wmo 2015 voort te zetten ongegrond. Eiser had erkend dat hij met zijn eigen auto naar de dagbesteding rijdt. Het college had op goede gronden geconcludeerd dat eiser op eigen kracht in zijn vervoersbehoefte kon voorzien en dat geen sprake was van een vervoersbeperking die gecompenseerd moest worden. De Wmo is niet bedoeld als inkomensvoorziening. De gehanteerde overgangsperiode van drie maanden was niet onredelijk.

Kernpunt: Geen vervoersbeperking nu eiser zelfstandig met eigen auto naar dagbesteding kan rijden.

Vragen? Neem gerust contact op

Gerelateerd

jurisprudentie participatiewet

Jurisprudentie Participatiewet: belangrijkste uitspraken van maart 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Participatiewet in maart 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak...
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...

Rechtbank fluit Zilveren Kruis terug over vergoedingsvoorwaarde voor geneesmiddelen

De rechtbank Den Haag publiceerde onlangs haar vonnis van 21 mei 2025, waarin zij een streep zet door het beleid van Zilveren Kruis (ende aan haar gelieerde...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 6: Centrale toezichthoudende rol NZa

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdhulp en jeugdzorg is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en 7 oktober...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 5: Eisen aan bedrijfsvoering en jaarverantwoording jeugdhulpaanbieders

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 4: Verplichte bestuursstructuur en raad van toezicht

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen