Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijkste jurisprudentie van februari 2026

24 maart 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in februari 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak is toegelicht met een korte samenvatting met belangrijkste kernpunten.

Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
Laura Rat
Laura Rat
Advocaat
In dit artikel

Jeugdwet: uitspraken februari

Centrale Raad van Beroep 21 januari 2026 (datum publicatie: 5 februari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:117)
Samenvatting: appellant verzocht om jeugdhulp wegens beperkingen door ADHD en autisme. Het college kende naar aanleiding van deze aanvraag uitsluitend beperkte dagbesteding toe. De Raad oordeelt dat het college na de aanvraag een breder onderzoek had moeten verrichten naar de hulpbehoefte in plaats van enkel deze beperkte voorziening toe te kennen. Voorts verzocht het college ten onrechte de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek omdat er geen overeenstemming was over het aanbod, terwijl jeugdhulp vrijwillig is. Het besluit is onzorgvuldig voorbereid en berust niet op een deugdelijke motivering, waardoor de eerdere uitspraak wordt vernietigd.

Kernpunt: beroep is gegrond wegens onzorgvuldig onderzoek en een gebrekkige motivering bij de jeugdhulptoekenning.

Centrale Raad van Beroep 21 januari 2026 (datum publicatie: 18 februari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:142)
Samenvatting: deze zaak betreft verbeurde dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op aanvragen om jeugdhulp. De gemeente stelde ten onrechte als vereiste dat een ondertekend ondersteuningsplan bij de aanvraag moest worden overgelegd. De Raad oordeelt dat voor de inhoudelijke beroepen geen procesbelang meer bestaat, nu jeugdhulp niet met terugwerkende kracht kan worden verstrekt over een reeds verstreken periode. Ten aanzien van de dwangsommen slaagt het hoger beroep echter wel. Nu de gemeente hangende de procedure haar standpunt over de aanvang van de beslistermijn heeft gewijzigd, waren de ingebrekestellingen niet prematuur ingediend en heeft de gemeente dwangsommen verbeurd.

Kernpunt: geen procesbelang bij inhoudelijke beoordeling over verstreken periode, maar dwangsommen zijn verbeurd wegens niet-tijdig beslissen.

Rechtbank Amsterdam 11 december 2025 (datum publicatie: 3 februari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:9953)
Samenvatting: eiser vroeg een pgb aan voor informele jeugdhulp door zijn moeder ter overbrugging van een wachtlijst voor dagbehandeling bij een kernpartner. De gemeente wees de aanvraag af op de grond dat het gebruikelijke zorg betreft. De rechtbank vernietigt het besluit omdat het begrip 'gebruikelijke zorg' niet in de verordening is gedefinieerd en het wettelijke stappenplan niet inzichtelijk is doorlopen: de aard en omvang van de benodigde jeugdhulp zijn niet vastgesteld en niet is onderzocht in hoeverre sprake is van bovengebruikelijke zorg. Voorts oordeelt de rechtbank dat de gemeente bij wachtlijsten de regie over de zorgcontinuïteit moet behouden en deze verantwoordelijkheid niet mag afschuiven op de zorgaanbieder.

Kernpunt: vernietiging wegens ontbreken definitie gebruikelijke zorg, onvolledig doorlopen stappenplan en onvoldoende regie bij wachtlijstoverbrugging.

Rechtbank Amsterdam 11 december 2025 (datum publicatie: 3 februari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:9961)
Samenvatting: eiser verzocht om uitbreiding van zijn pgb voor ambulante begeleiding door zijn ouders. De gemeente wees de aanvraag af omdat ouders over voldoende eigen probleemoplossend vermogen beschikken. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat de verordening, in strijd met de Jeugdwet, niet definieert wat onder 'eigen mogelijkheden' en 'probleemoplossend vermogen' wordt verstaan. De rechtsgevolgen blijven echter in stand. Het onderzoek was voldoende zorgvuldig en de aanbeveling van de ambulant hulpverlener om de uren uit te breiden was niet voldoende onderbouwd. Niet is gebleken dat de zorg het probleemoplossend vermogen van de ouders te boven ging.

Kernpunt: beroep gegrond wegens een gebrek in de verordening, maar rechtsgevolgen blijven in stand omdat het onderzoek zorgvuldig was en de gevraagde uitbreiding deels medisch voorliggend is en voor het overige binnen het probleemoplossend vermogen van de ouders valt.

 

Wmo 2015: uitspraken februari

Rechtbank Gelderland 16 juni 2022 (datum publicatie: 19 februari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2022:3035 en ECLI:NL:RBGEL:2022:3037)
Samenvatting: in deze zaak weigerde de gemeente Wmo-ondersteuning omdat de pgb-beheerder onbekwaam werd geacht en groepsbegeleiding het re-integratietraject zou belemmeren. De rechtbank oordeelt dat de gemeente verzuimde nieuwe feiten, zoals een door de beheerder gevolgde cursus en een voorgestelde vervangende beheerder, in de heroverweging te betrekken. In de tweede zaak werd een vergelijkbare pgb-aanvraag afgewezen op basis van de vaardigheden van dezelfde beheerder. De gemeente negeerde ook hier ten onrechte actuele ontwikkelingen. Op grond van artikel 7:11 Awb is een volledige heroverweging verplicht, wat in beide zaken is nagelaten.

Kernpunten: beroepen zijn gegrond omdat de gemeente naliet alle actuele feiten in bezwaar te heroverwegen.

Rechtbank Amsterdam 11 oktober 2024 (datum publicatie: 26 februari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2024:9004)
Samenvatting: eiser betaalt zijn zorgverlener uit een pgb en verzocht de SVB om het loon bij ziekte van de zorgverlener langer dan de wettelijke zes weken door te betalen uit het budget. De rechtbank oordeelt dat de SVB de regelgeving correct heeft toegepast en niet bevoegd was om het loon langer door te betalen. Hoewel de zorgverlener na zes weken nog niet volledig hersteld was, had zij zelf een Ziektewetuitkering kunnen aanvragen bij het UWV. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard.

Kernpunt: de SVB hoeft het loon van een zieke zorgverlener niet langer dan zes weken door te betalen.

Rechtbank Limburg 28 december 2022 (datum publicatie: 6 februari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2022:10534)
Samenvatting: verzoeker kreeg een pgb voor beschermd wonen, maar stelde dat het tarief ontoereikend was om de zorg bij zijn huidige aanbieder te betalen. De rechtbank stelt dat de gemeente had moeten onderzoeken of de zorg feitelijk elders beschikbaar was voor het toegekende tarief. Toch wordt het verzoek afgewezen, omdat verzoeker een zorgovereenkomst had ondertekend waarin verzoeker en de aanbieder akkoord gingen met de betalingen van het lagere tarief. Hierdoor is de noodzaak voor een voorlopige voorziening op dit moment niet aangetoond.

Kernpunt: verzoek afgewezen omdat de aanbieder via een zorgovereenkomst akkoord ging met het tarief.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 april 2024 (datum publicatie: 13 februari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2024:2441)
Samenvatting: verzoekster kreeg een standaard scootmobiel in bruikleen die ongeschikt bleek vanwege fysieke klachten. Onderzoek wees uit dat een model met joystick wel passend is. De gemeente verlangde een nieuwe aanvraag omdat dit model alleen via een pgb verstrekt kon worden. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen nieuwe aanvraag nodig is, omdat de hulpvraag hetzelfde blijft. De gemeente moet ervoor zorgen dat verzoekster binnen vier weken over de passende scootmobiel met joystick kan beschikken.

Kernpunt: de gemeente mag geen nieuwe aanvraag eisen voor een andere leveringsvorm van dezelfde hulpvraag.

Centrale Raad van Beroep 15 januari 2026 (datum publicatie: 5 februari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:101)
Samenvatting: de CRvB oordeelt dat een appellant procesbelang behoudt bij een verstreken periode als schade door het besluit niet onaannemelijk is. In deze zaak leidde een gebrek aan passende Wmo-ondersteuning tot ernstige vervuiling van de woning en stress, gevolgd door een psychiatrische opname kort na de looptijd van het besluit. Omdat psychisch leed in de vorm van geestelijk letsel voldoende is onderbouwd, is er sprake van aannemelijke immateriële schade. De rechtbank verklaarde het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk.

Kernpunt: er is procesbelang omdat immateriële schade door psychisch leed niet op voorhand onaannemelijk is.

Centrale Raad van Beroep 21 januari 2026 (datum publicatie: 5 februari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:116)
Samenvatting: de CRvB bevestigt dat appellante haar wettelijke medewerkingsplicht heeft geschonden door noodzakelijk onderzoek naar haar beperkingen te weigeren. Zij stelde als voorwaarde dat een mediator aanwezig moest zijn en reageerde niet op schriftelijke uitnodigingen. Zonder dit onderzoek kon het college de ondersteuningsbehoefte niet vaststellen. De gevolgen van het weigeren van medewerking aan dit onderzoek komen volledig voor rekening van appellante, waardoor de afwijzing van de gevraagde woningaanpassing terecht in stand is gebleven.

Kernpunt: het niet meewerken aan noodzakelijk onderzoek komt voor rekening van appellante en rechtvaardigt afwijzing.

Rechtbank Gelderland 30 januari 2026 (datum publicatie: 5 februari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:701)
Samenvatting: de rechtbank oordeelt dat de gemeente de uren voor huishoudelijke hulp mocht verlagen op basis van het HHM Normenkader 2019. Eiseres voerde aan dat haar grotere woning en medische situatie meer tijd vereisten. De rechtbank stelt echter dat de gemeente conform het normenkader al extra minuten heeft toegekend voor de extra kamers en incontinentieproblematiek. Eiseres maakte niet aannemelijk dat de toegekende tijd onvoldoende was.

Kernpunt: het college mocht voor de urenindicatie voor huishoudelijke hulp uitgaan van het HHM Normenkader.

Rechtbank Limburg 6 februari 2026 (datum publicatie: 24 februari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2026:1261)
Samenvatting: eisers verzochten om een financiële vergoeding voor een scootmobiel en een scootmobielsafe. De rechtbank oordeelt dat een scootmobiel uit de algemene voorziening een passende oplossing biedt, aangezien geen sprake is van medische noodzaak voor een duurder model. Daarnaast is het stallen in de berging, na kleine aanpassingen, een goedkopere adequate voorziening dan de gevraagde scootmobielsafe. Omdat de algemene voorziening en de berging volstaan als compensatie, mocht de gemeente de aanvraag afwijzen.

Kernpunt: de algemene voorziening en een goedkopere stalling in de berging zijn passende oplossingen.

Rechtbank Den Haag 12 februari 2026 (datum publicatie: 26 februari 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:2183)
Samenvatting: eiseres maakte bezwaar tegen het door de gemeente vastgestelde pgb-uurtarief voor Wmo-ondersteuning. Zij wenste een marktconform tarief van € 53,-, terwijl de gemeente een lager standaardtarief hanteerde. De rechtbank oordeelt dat een gemeente een maximaal uurtarief mag vaststellen, mits dit toereikend is om kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. De gemeente heeft via een onafhankelijk kostprijsonderzoek voldoende onderbouwd dat het tarief toereikend is. De stelling dat elk marktconform tarief volledig vergoed moet worden, vindt geen steun in de wet.

Kernpunt: beroep ongegrond, omdat het standaardtarief na onafhankelijk onderzoek voldoende is onderbouwd als zijnde toereikend.

Rechtbank Noord-Holland 9 februari 2026 (datum publicatie: 13 februari 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2026:1121)
Samenvatting: verzoekster vroeg een voorlopige voorziening aan voor een overbruggingswoning nadat zij dakloos raakte. De gemeente wees de aanvraag af. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Wmo niet bedoeld is voor huisvestingsproblemen door woningtekort bij personen die zelfredzaam zijn. Omdat verzoekster geen psychische of lichamelijke beperkingen heeft die haar hinderen bij het zelf vinden van onderdak, is er geen grond voor opvang via de Wmo. Het belang van de stabiele woonsituatie voor de studie van haar dochter leidt niet tot een ander oordeel. Dochter is meerderjarig dus zij kan ook zelf naar een woonruimte op zoek in de plaats waar zij studeert.

Kernpunt: verzoek afgewezen, omdat huisvestingsproblematiek bij zelfredzame personen niet onder de reikwijdte van Wmo-opvang valt.

Rechtbank Overijssel 13 februari 2026 (datum publicatie: 18 februari 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:693)
Samenvatting: eiseres verzocht om een pgb voor een specifiek nieuw model scootmobiel omdat haar huidige model lichamelijke klachten zou veroorzaken. De gemeente wees dit af omdat het aanpassen van de scootmobiel door middel van het toevoegen van een kussen of zitje als algemeen gebruikelijke voorziening volstaat. De rechtbank oordeelt dat de gemeente zich mocht baseren op medisch advies waaruit bleek dat deze aanpassing voldoende compensatie biedt voor de klachten.

Kernpunt: beroep ongegrond, omdat een aanpassing van de voorziening voldoende compensatie biedt.

Rechtbank Limburg 16 februari 2026 (datum publicatie: 19 februari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2026:1579)
Samenvatting: verzoeker ontvangt Wmo-begeleiding bij een euthanasietraject, waarbij hij aangaf dat intensievere ondersteuning pas nodig is bij een overgang naar de Wlz. De zorgaanbieder stopte de zorg echter eenzijdig en onmiddellijk wegens vermeende incidenten, waarna de zorgaanbieder volgens het college de zorg aan verzoeker niet langer hoefde te leveren. De rechter oordeelt dat het college de feitelijke grondslag voor deze acute stopzetting niet heeft aangetoond en protocollen heeft genegeerd. Hierdoor moet het college binnen twee weken een nieuwe aanbieder regelen om de noodzakelijke zorgcontinuïteit te waarborgen totdat op het bezwaar is beslist.

Kernpunt: onmiddellijke stopzetting begeleiding is onrechtmatig door gebrek aan feitelijke onderbouwing en zorgvuldig onderzoek.

Rechtbank Limburg 16 februari 2026 (datum publicatie: 24 februari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2026:1581)
Samenvatting: eisers verzochten om diverse woonvoorzieningen, waaronder een verbouwing, raplift en jacuzzi. Het college wees deze aanvraag af. De rechtbank oordeelt dat de verbouwing terecht is geweigerd omdat de noodzaak voorzienbaar was, eisers verhuisden doelbewust naar een woning die niet rolstoelgeschikt was. De aanvraag voor een nieuwe traplift was eveneens terecht geweigerd omdat eisers weigerden mee te werken aan een technisch onderzoek door de leverancier. Tot slot werd de aanvraag voor de jacuzzi terecht afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten bij deze herhaalde aanvraag.

Kernpunt: afwijzingen terecht wegens voorzienbaarheid van de woningbehoefte, weigering van medewerking aan noodzakelijk onderzoek en het ontbreken van nieuwe feiten bij een herhaalde aanvraag.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 februari 2026 (datum publicatie: 26 februari 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:993)
Samenvatting: namens een inmiddels overleden eiseres werd een vergoeding voor een traplift gevraagd vanwege mobiliteitsproblemen door Alzheimer en kanker. Het college wees de aanvraag af omdat de woning reeds over een slaap- en badkamer op de begane grond beschikte. De rechtbank oordeelt dat het college terecht een beroep deed op de eigen kracht van eiseres. Het anders inrichten van de woning vormde in dit geval een passende en redelijke oplossing om de zelfredzaamheid te behouden.

Kernpunt: aanvraag traplift terecht afgewezen nu de aanwezigheid van voorzieningen op de begane grond een beroep op eigen kracht rechtvaardigt en een maatwerkvoorziening daardoor niet noodzakelijk is.

Vragen? Neem gerust contact op

Gerelateerd

jurisprudentie participatiewet

Jurisprudentie Participatiewet: belangrijkste uitspraken van februari 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de participatiewet in februari 2026 zijn gepubliceerd. Iedere...
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...

Rechtbank fluit Zilveren Kruis terug over vergoedingsvoorwaarde voor geneesmiddelen

De rechtbank Den Haag publiceerde onlangs haar vonnis van 21 mei 2025, waarin zij een streep zet door het beleid van Zilveren Kruis (ende aan haar gelieerde...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 6: Centrale toezichthoudende rol NZa

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdhulp en jeugdzorg is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en 7 oktober...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 5: Eisen aan bedrijfsvoering en jaarverantwoording jeugdhulpaanbieders

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 4: Verplichte bestuursstructuur en raad van toezicht

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.