WMO 2015: uitspraken december
Centrale Raad van Beroep 13 november 2025 (datum publicatie: 2 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1709)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar tegen de weigering van een maatwerkvoorziening in natura terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens een gebrek aan procesbelang. De betreffende periode was reeds versterken en de “laatste kans woning” was inmiddels omgezet in een regulier huurcontract, waardoor een inhoudelijk oordeel geen feitelijke betekenis meer had. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade verschafte evenmin procesbelang. Appellant kon het bestaan van geestelijk letsel of psychische schade niet met objectieve gegevens onderbouwen.
Kernpunt: Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang bij afgesloten periode en onbewezen schade.
Rechtbank Amsterdam 11 november 2025 (datum publicatie: 5 december 2025) (ECLI:NL:RBAMS:2025:8552)
Samenvatting: In deze tussenuitspraak oordeelt de rechtbank dat het college de afwijzing van een traplift onvoldoende zorgvuldig heeft gemotiveerd. Hoewel eerder was erkend dat er beperkingen waren, baseerde het college zich nu op een medisch advies dat stelde dat eiseres de trap op eigen kracht kon belopen. De rechtbank vond dit advies niet inzichtelijk en tegenstrijdig, mede gelet op de chronische en progressieve aard van de klachten van de inwoner. Het college schond hiermee de vergewisplicht. Het college krijgt de gelegenheid om dit gebrek te herstellen door de medisch adviseur nader te bevragen.
Kernpunt: Onzorgvuldig medisch advies over traplift leidt tot tussenuitspraak met herstelopdracht voor het college.
Rechtbank Amsterdam 12 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:RBAMS:2025:8595)
Samenvatting: De rechtbank verklaart het beroep tegen de omvang van een Wmo-indicatie voor individuele ondersteuning gegrond. Het college verhoogde de uren in bezwaar naar 15 uur, maar motiveerde niet waarom dit afweek van het Argonaut-advies en de ontvangen 21 uur vanuit de Jeugdwet. Ook was het onderzoek van Argonaut onzorgvuldig omdat er geen medische informatie was opgevraagd bij eerdere hulpverleners om de forse urenvermindering bij de overgang naar de Wmo te verklaren. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen met een deugdelijke motivering.
Kernpunt: Forse urenverlaging bij overgang van Jeugdwet naar Wmo was onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig onderzocht.
Rechtbank Amsterdam 12 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:RBAMS:2025:8602)
Samenvatting: De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van een gesloten buitenwagen onvoldoende was gemotiveerd. Het college baseerde zich op een advies van Argonaut waarin werd gesteld dat eiseres niet uitbehandeld was, terwijl tegelijkertijd een stabiele prognose voor de beperkingen werd gegeven. De rechtbank vond deze redenering onbegrijpelijk en niet concludent, temeer omdat eiseres al jaren onder behandeling stond zonder resultaat. Door dit advies zonder nader onderzoek over te nemen, schond het college de vergewisplicht.
Kernpunt: Afwijzing gesloten buitenwagen vernietigd wegens tegenstrijdig en onzorgvuldig medisch advies over de behandelstatus.
Rechtbank Gelderland 4 december 2025 (datum publicatie: 10 december 2025) (ECLI:NL:RBGEL:2025:10380)
Samenvatting: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verlaging van huishoudelijke hulp ongegrond. Het college mocht de indicatie vaststellen op 200 minuten per week op basis van het HHM Normenkader 2019. Hoewel eiser visueel beperkt is, werd de extra tijd voor knoeien en wasverzorging toereikend geacht. De stelling dat een grotere woning substantieel meer tijd vereist slaagt niet, omdat het college reeds extra tijd voor ongebruikte kamers had toegekend. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat de toegekende tijd in zijn specifieke situatie feitelijk ontoereikend was.
Kernpunt: Verlaging huishoudelijke hulp was terecht gebaseerd op het HHM-normenkader en vastgestelde eigen kracht.
Rechtbank Noord-Holland 4 maart 2025 (datum publicatie: 9 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:14308)
Samenvatting: De rechtbank oordeelt dat het college de ingangsdatum van een pgb terecht op de afronding van het onderzoek heeft gesteld. Een eerdere voorziening was rechtsgeldig beëindigd, waardoor de aanvraag van eiseres als een nieuwe melding werd aangemerkt. De feitelijke doorbetaling tot 1 januari 2023 wekte geen gerechtvaardigd vertrouwen op een doorlopend recht. Daarnaast mocht het college voor de begeleiding door een bekende het lagere informele tarief hanteren. De rechtbank bevestigde dat de gemeente niet gebonden is aan de private arbeidsovereenkomst tussen de budgethouder en zorgverlener.
Kernpunt: Ingangsdatum pgb en informeel tarief blijven in stand en geen gerechtvaardigd vertrouwen door feitelijke doorbetaling.
Rechtbank Noord-Holland 4 december 2025 (datum publicatie: 11 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:14482)
Samenvatting: De voorzieningenrechter wijst een verzoek om structurele kindzorg af. Er was onvoldoende spoedeisend belang aangetoond, aangezien de bezwaarprocedure reeds in een gevorderd stadium was en de gezondheidssituatie van het kind niet acuut zorgwekkend bleek. Bovendien was het besluit niet evident onrechtmatig. Het college mocht stellen dat de beperkingen bij de verzorging van een kind voorzienbaar waren vóór de zwangerschap, omdat de aandoening van moeder als sinds 2021 bestond. Ook werd kinderopvang als een passende voorliggende voorziening beschouwd die financieel gedragen kan worden via toeslagen.
Kernpunt: Verzoek om voorlopige voorziening voor kindzorg afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en voorzienbaarheid
Rechtbank Noord-Nederland 26 november 2025 (datum publicatie: 9 december 2025) (ECLI:NL:RBNNE:2025:4928)
Samenvatting: De rechtbank vernietigt de beëindiging van een pgb voor individuele begeleiding. Het college stelde ten onrechte dat deze hulp kon worden geboden via een algemene voorziening. De rechtbank oordeelde dat individuele begeleiding naar haar aard altijd een maatwerkvoorziening is, omdat deze moet worden afgestemd op de unieke behoeften en kenmerken van de cliënt. Hierdoor behoudt de aanvrager de wettelijke vrijheid om te kiezen voor een pgb. Tevens was het onderzoek onzorgvuldig, omdat de specifieke noodzakelijke ondersteuning niet vooraf volledig in kaart was gebracht.
Kernpunt: Individuele begeleiding is altijd een maatwerkvoorziening, waardoor recht op een pgb en keuzevrijheid blijft bestaan.
Rechtbank Rotterdam 24 november 2025 (datum publicatie: 9 december 2025) (ECLI:NL:RBROT:2025:14323)
Samenvatting: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een geluidsdichte woonunit af. Hoewel de zoon van verzoeker ernstige geluidsoverlast veroorzaakt voor de omgeving, vormt dit geen belemmering voor zijn eigen zelfredzaamheid in de woning. Hij kan namelijk ondanks zijn beperkingen normaal gebruik maken van alle elementaire ruimtes. De rechter volgt het college in het standpunt dat de Wmo niet is bedoeld om overlastproblemen voor de buurt op de lossen. Er was geen sprake van een medische noodzaak die deze ingrijpende maatwerkvoorziening op grond van de Wmo rechtvaardigde.
Kernpunt: Wmo is niet bedoeld voor geluidsisolatie tegen overlast en normale bewoning is ondanks beperkingen mogelijk.
Centrale Raad van Beroep 11 december 2025 (datum publicatie: 12 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1819)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht de aanvraag van appellante voor een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015, namelijk een tweede toilet op de eerste etage, heeft afgewezen. Appellante was zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college verhuisd naar een woning die niet geschikt was voor haar beperkingen. De Raad bevestigde dat in deze omstandigheden de bewijslast bij appellante lag om aan te tonen dat er op dat moment geen geschiktere woning beschikbaar was. Appellante is in die bewijslast niet geslaagd.
Kernpunt: Weigering Wmo-voorziening terecht omdat de verhuizing naar een ongeschikte woning zonder toestemming plaatsvond.
Rechtbank Noord-Holland 9 december 2025 (datum publicatie: 15 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:14433)
Samenvatting: De rechtbank oordeelt dat een brief van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de toekenning van ziekengeldvergoeding voor een pgb-zorgverlener onder de Wmo 2015 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De SVB voert namens het college betalingen en budgetbeheer uit en heeft daarbij en ondersteunende en facilitaire taak. De toekenning van ziekengelden volgt uit de pgb-beschikking van het college en ontbeert een zelfstandige publiekrechtelijke grondslag.
Kernpunt: Toekenning van ziekengeldvergoeding door de SVB is een ondersteunende handeling en geen Awb-besluit, omdat een (andere) publiekrechtelijke grondslag ontbreekt.
Rechtbank Den Haag 29 juli 2025 (datum publicatie: 23 december 2025) (ECLI:NL:RBDHA:2025:24226)
Samenvatting: Na een tussenuitspraak onderzocht het college opnieuw of eiser in aanmerking zou komen voor een maatwerkvoorziening, maar eiser verleende onvoldoende medewerking door agressief gedrag en het onvolledig beantwoorden van vragen. Hierdoor kon het recht op een maatwerkvoorziening niet worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat een afwijzing van de maatwerkvoorziening daarom gerechtvaardigd was.
Kernpunt: Gebrek aan medewerking van de aanvrager rechtvaardigt de afwijzing van een Wmo-maatwerkvoorziening.
Rechtbank Den Haag 30 juli 2025 (datum publicatie: 22 december 2025) (ECLI:NL:RBDHA:2025:24225)
Samenvatting: Het beroep tegen de hoogte van een vervoers-pgb is ongegrond. Eiseres wenste compensatie voor bovenregionaal vervoer, maar de rechtbank stelde dat de gemeente zich mag beperken tot de lokale vervoersbehoefte. De toegekende 50 euro per maand is een passende bijdrage voor zelfredzaamheid. Er was geen sprake van een dreigend sociaal isolement dat afwijking van het beleid rechtvaardigde.
Kernpunt: Gemeenten zijn in beginselenkel verantwoordelijk voor compensatie van de lokale vervoersbehoefte.
Rechtbank Midden-Nederland 14 oktober 2025 (datum publicatie: 24 december 2025) (ECLI:NL:RBMNE:2025:6861)
Samenvatting: Het beroep tegen de afwijzing van een hoog persoonlijk kilometerbudget (Valys) is ongegrond. Hoewel eiseres stelde dat reizen met de trein medisch onmogelijk was, volgde de rechtbank het medisch advies dat zij met een rolstoel en persoonlijke begeleiding wel per trein kan reizen. De omstandigheid dat familie ver weg woont of dat het beleid in de toekomst mogelijk wijzigt, vormt geen uitzonderlijke situatie om af te wijken van het strikte Indicatieprotocol. Verweerder mocht de aanvraag daarom afwijzen.
Kernpunt: afwijzing hoog Valys-kilometerbudget terecht als reizen per trein mogelijk is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 oktober 2025 (datum publicatie: 29 december 2025) (ECLI:NL:RBZWB:2025:9053)
Samenvatting: In deze tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat de gemeente de regionale vervoersbehoefte van eiseres onvoldoende heeft onderzocht. Eiseres is vanwege medische klachten aangewezen op liggend vervoer en verzocht om een aangepaste auto. De gemeente stelde ten onrechte dat de behoefte enkel bovenregionaal was en een auto algemeen gebruikelijk is. Verweerder moet volgens de rechtbank via een medisch adviseur laten vaststellen welke lighouding noodzakelijk is en of dit mogelijk is met de regiotaxi of een standaardmodel auto.
Kernpunt: Bij aanvragen voor aangepast vervoer moet de gemeente de specifieke regionale vervoersbehoefte grondig onderzoeken.
Rechtbank Den Haag 20 oktober 2025 (datum publicatie: 22 december 2025) (ECLI:NL:RBDHA:2025:24199)
Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar ongegrond. De zaak betrof een geautomatiseerd besluit over de indexatie van pgb-tarieven. Eiseres wilde via dit bezwaar (indirect) de omvang van haar maatwerkvoorziening ter discussie stellen.Een hernieuwde inhoudelijke beoordeling van de maatwerkvoorziening was via via het indexatiebesluit niet mogelijk.
Kernpunt: Een indexatiebesluit biedt geen juridische ingang voor een herbeoordeling van de toegekende maatwerkvoorziening.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 december 2025 (datum publicatie: 18 december 2025) (ECLI:NL:RBZWB:2025:8932)
Samenvatting: De voorzieningenrechter schorste het besluit van de gemeente om een Wmo-aanvraag voor beschermd wonen buiten behandeling te stellen. De gemeente paste artikel 4:5 Awb ten onrechte toe door een gestelde hersteltermijn niet af te wachten. Ook waren sommige eisen die de gemeente stelde onredelijk, zoals het overleggen van een zorgovereenkomst die pas na toekenning van een pgb opgesteld kan worden. Vanwege het risico op terugval en het belang van continuïteit van de zorg in een safehouse, moet de gemeente (tijdelijk) een maatwerkvoorziening toekennen en om de kosten voorlopig te vergoeden tot na de beslissing op bezwaar.
Kernpunt: Een Wmo-aanvraag mag niet voortijdig buiten behandeling worden gesteld zonder afloop van de hersteltermijn.
Rechtbank Noord-Holland 15 december 2025 (datum publicatie: 19 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:14930)
Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang toe. Een Nigeriaanse moeder en haar kind dreigden na ontruiming uit het AZC dakloos te worden. De gemeente Den Helder had de aanvraag afgewezen zonder onderzoek te doen en verwees naar een andere gemeente. De rechter oordeelde dat het belang van het kind en het voorkomen van dakloosheid zwaarder wegen dan het belang van de gemeente. Den Helder moet opvang bieden tot het onderzoek is afgerond.
Kernpunt: Gemeenten moeten bij dreigende dakloosheid en het belang van het kind ervoor kunnen zorgen dat tijdelijke opvang wordt geboden tijdens een lopend onderzoek.
Jeugdwet : uitspraken december
Rechtbank Den Haag 2 december 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:RBDHA:2025:22833)
Samenvatting: De rechtbank verklaart het beroep van eiseres, de wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon, gegrond. Het beroep was gericht tegen het besluit waarbij een pgb voor ambulante jeugdhulp werd toegekend. De rechtbank oordeelt dat het college de eerder geconstateerde gebreken in de besluitvorming niet heeft hersteld. Het college heeft nagelaten het verplichte stappenplan inzichtelijk te doorlopen. Bovendien blijft onduidelijk hoe het toegekende Jeugdwet pgb zich verhoudt tot de zorg op grond van de Zvw. Het besluit wordt en de eerder getroffen voorlopige voorziening voor 15 uur per week verlengd.
Kernpunt: Vernietiging besluit wegens ontoereikend onderzoek, motivering en onduidelijke Zvw-afbakening in besluit
Rechtbank Midden-Nederland 12 december 2025 (datum publicatie: 30 december 2025) (ECLI:NL:RBMNE:2025:6910)
Samenvatting: De voorzieningenrechter wees een verzoek om een voorlopige voorziening voor een pgb voor ABA-behandeling toe. De gemeente Amersfoort wees de aanvraag af vanwege onbewezen effectiviteit, maar motiveerde dit onvoldoende en doorliep het noodzakelijke stappenplan niet correct. Deskundigen onderbouwden de noodzaak van de behandeling wel. Vanwege het spoedeisende belang door schaarse behandelplekken en gedragsachteruitgang moet de gemeente een pgb verstrekken voor 30 uur behandeling per week per kind tot de beslissing op bezwaar.
Kernpunt: Voorlopige voorziening toegewezen voor ABA-behandeling wegens gebrekkige motivering en onzorgvuldig onderzoek door de gemeente
Rechtbank Den Haag 16 december 2025 (datum publicatie: 30 december 2025) (ECLI:NL:RBDHA:2025:23435)
Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de ingangsdatum van een pgb voor jeugdhulp gegrond. De ISD verhoogde na bezwaar het aantal uren, maar liet dit pas ingaan per 1 november 2024. De rechtbank oordeelde dat een heroverweging in bezwaar in beginsel moet terugwerken tot de oorspronkelijke aanvraagdatum (1 april 2024), tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Omdat dergelijke omstandigheden ontbraken, vernietigde de rechtbank het besluit en stelde de ingangsdatum zelf vast op 1 april 2024.
Kernpunt: Een verhoging van pgb-uren na bezwaar moet in beginsel ingaan vanaf de oorspronkelijke aanvraagdatum
Participatiewet : uitspraken december
Centrale Raad van Beroep 11 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1672)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag om algemene en bijzondere bijstand en de terugvordering van een voorschot. De aanvrager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De financiële situatie was onvoldoende duidelijk, omdat de appellant niet volledig de gevaagde informatie verstrekte over zijn verschillende bij de KvK ingeschreven ondernemingen, noch over de inkomsten daaruit. Ook gaf hij onvoldoende duidelijkheid over hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag in de periode voorafgaand aan de aanvraag.
Kernpunten: Afwijzing bijstand wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid en onvolledige informatie over ondernemingen.
Centrale Raad van Beroep 4 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1699)
Samenvatting: Dit hoger beroep betrof de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht voor intakekosten van bewindvoering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Deze omstandigheden ontbraken hier. De CRvB overwoog bovendien dat het evenredigheidsbeginsel niet noopt tot bijstandsverlening, omdat de essentie van artikel 44 PW (tijdige aanvraag) de wetgever niet kan zijn ontgaan. De uitspraak van de rechtbank, die wel bijstand toekende wegens het evenredigheidsbeginsel, werd vernietigd.
Kernpunt: Evenredigheidsbeginsel dwingt niet tot bijstand met terugwerkende kracht bij te late aanvraag.
Centrale Raad van Beroep 4 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1703)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep handhaaft de intrekking en terugvordering van bijstand vanwege de schending van de inlichtingenplicht, gerelateerd aan ongemelde contante stortingen tussen 2013 en 2018. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van verjaring, aangezien de verjaringstermijn pas begon toen het college daadwerkelijk bekend was met de herkomst van de middelen (na onderzoek gestart in 2019/2021). Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aangenomen.
Kernpunt: Terugvordering bijstand niet verjaard
Centrale Raad van Beroep 11 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1704)
Samenvatting: De erven van betrokkene kregen gelijk in hun hoger beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Het college wees de aanvraag af omdat betrokkene voldoende draagkracht in vermogen had volgens een beleidsregel. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit beleid buiten de grenzen van een redelijke beleidsbepaling trad, omdat het ongunstige onderscheid voor bewindvoeringskosten uitsluitend op budgettaire redenen berustte. Het beleid was niet gebaseerd op het al dan niet zelf kunnen dragen van de kosten. De CRvB kende de bijzondere bijstand alsnog toe.
Kernpunt: Draagkrachtbeleid dat onderscheid maakt op basis van budgettaire redenen is onredelijk.
Centrale Raad van Beroep 11 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1706)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep behandelde de terugvordering van bijstand wegens naderhand verkregen middelen uit de verkoop van de echtelijke woning na echtscheiding. De Raad oordeelde dat het college het fictieve vermogen op de peildatum onjuist had vastgesteld door na te laten bestaande schulden in het onderzoek te betrekken. Het beroep op strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel werd verworpen, omdat het college de betrokkene niet bij voorbaat hoefde te informeren over mogelijke latere terugvordering. De CRvB vernietigde het besluit deels en stelde de terugvordering lager vast.
Kernpunt: Terugvordering bijstand deels onterecht door negeren schulden bij vermogensvaststelling, evenredigheidsbeginsel niet geschonden.
Rechtbank Limburg 30 juli 2024 (datum publicatie: 8 december 2025) (ECLI:NL:RBLIM:2024:5007)
Samenvatting: De rechtbank beoordeelde de wijziging van de bijstandsuitkering van 50% van de gehuwdennorm en de terugvordering, omdat de partner langer dan 28 dagen in het buitenland verbleef. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat het feitelijk gescheiden leven als gevolg van verblijf in het buitenland geen gewilde verbreking van de echtelijke samenleving inhield. Het verzoek om de bijstand hoger af te stemmen wegens zeer bijzondere omstandigheden werd afgewezen, omdat noodzakelijke extra kosten (zoals autokosten) onvoldoende aannemelijk werden gemaakt. De terugvordering werd gehandhaafd, omdat dringende redenen ontbraken.
Kernpunt: Bijstandsnorm 50% terecht bij partner in buitenland en geen duurzaam gescheiden leven of afstemming.
Rechtbank Noord-Holland 22 september 2025 (datum publicatie: 1 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:12083)
Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand, en een boete van €440,- wegens niet-gemelde online gokactiviteiten ongegrond. Het niet melden van gokken schendt de inlichtingenplicht, omdat hiermee inkomsten kunnen worden verworven. De rechtbank bevestigde dat de inlegkosten bij gokactiviteiten niet in mindering mogen worden gebracht op de ontvangen bedragen (verwervingskosten). Er waren geen dringende redenen om van de terugvordering of de boete af te zien, ondanks de financiële gevolgen.
Kernpunt: Bijstand herzien en boete wegens niet gemelde gokactiviteiten eninlegkosten mogen niet verrekend worden.
Centrale Raad van Beroep 25 november 2025 (datum publicatie: 4 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1730)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van een aanvraag voor de eenmalige energietoeslag 2023. Appellant woont op een zeilboot en leidt een reizend bestaan. Hij heeft enkel een briefadres. Het college wees de aanvraag af omdat het woonplaatsbeginsel (artikel 40 lid 1 PW) vereist dat de aanvrager in de gemeente woont, wat appellant niet doet. De CRvB oordeelde dat uit de toepasselijke beleidsregels niet bleek dat bijzondere bijstand in de vorm van een energietoeslag wordt toegekend aan personen die uitsluitend een briefadres hebben, in afwijking van de PW. De afwijzing bleef in stand.
Kernpunt: Afwijzing energietoeslag voor reizende appellant met alleen briefadres wegens woonplaatsbeginsel PW.
Rechtbank Gelderland 26 november 2025 (datum publicatie: 2 december 2025) (ECLI:NL:RGBEL:2025:10102)
Samenvatting: De rechtbank oordeelt dat het college terecht het recht op bijstand van eiseres introk en beëindigde, en bijstand terugvorderde, wegens schending van de medewerkingsplicht. Er was een redelijk grond voor een huisbezoek vanwege een anonieme melding over inwonende dochters, hoog waterverbruik en waarnemingen van een auto van een dochter bij de woning. Eiseres weigerde een onmiddellijk huisbezoek, waarbij zij herhaaldelijk werd gewezen op de gevolgen. Hierdoor kon het college de woonsituatie en het recht op bijstand niet vaststellen. Het beroep is ongegrond.
Kernpunt: Intrekking bijstand terecht wegens weigering huisbezoek, waardoor woonsituatie onzeker bleef.
Rechtbank Noord-Nederland 3 december 2025 (datum publicatie: 9 december 2025) (ECLI:NL:RBNNE:2025:4975)
Samenvatting: Het college trok eiseres bijstandsuitkering in wegens schending van de inlichtingenverplichting omtrent een kinderrekening. De rechtbank verklaart het beroep echter gegrond. Het college heeft de tijdens de bezwaarprocedure ontvangen rekeningafschriften van de kinderrekening ten onrechte niet betrokken bij de volledige heroverweging in bezwaar, wat strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel en resulteert in een motiveringsgebrek. Bovendien kon de uitkering niet per 1 februari 2025 worden opgeschort, aangezien eiser toen nog niet in verzuim was. De besluiten tot intrekking en afwijzing worden herroepen.
Kernpunt: Intrekking bijstand na schending inlichtingenverplichting onzorgvuldig wegens gebrekkige heroverweging.
Rechtbank Rotterdam 18 november 2025 (datum publicatie: 2 december 2025) (ECLI:NL:RBROT:2025:13256)
Samenvatting: Deze zaak gaat over de stopzetting van de dienstverlening ‘Parttime Ondernemerschap’ voor bijstandsontvangers, een gevolg van gemeentelijke bezuinigingen. Eiser betwistte het besluit, stellende dat de dienstverlening op grond van buitenwettelijk begunstigend beleid waarvan eiser gebruikmaakte niet stopgezet mocht worden. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was het beëindigingsbesluit ten aanzien van eiser te nemen en dat een termijn van drie maanden redelijk was. Aangezien eiser onvoldoende onderbouwde dat de nadelige gevolgen onevenredig waren in verhouding tot de financiële doelen van de gemeente, handhaafde de rechtbank de afwijzing. Het beroep is ongegrond.
Kernpunt: College mocht stoppen met van buitenwettelijk begunstigend beleid
Rechtbank Rotterdam 2 december 2025 (datum publicatie: 5 december 2025) (ECLI:NL:RBROT:2025:14189)
Samenvatting: De aanvraag van eiseres om een bijstandsuitkering werd afgewezen, omdat verweerder niet kon vaststellen dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. Eiseres had in de onderzoeksperiode omvangrijke contante stortingen, bijschrijvingen van derden en inkomsten uit gokactiviteiten. Eiseres kon geen volledige overzichten van haar online gokaccounts en onvoldoende controleerbare informatie over leningen verstrekken, waardoor de omvang van haar gokwinsten (die als inkomen gelden) en haar totale financiële situatie niet met zekerheid konden worden vastgesteld. Het beroep is ongegrond.
Kernpunt: Afwijzing bijstand terecht omdat gokwinsten en contante stortingen bijstandbehoevende omstandigheden onzeker maakten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 november 2025 (datum publicatie: 2 december 2025) (ECLI:NL:RBZWB:2025:8356)
Samenvatting: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, hangende het bezwaar tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis.. Gezien de erkende medische noodzaak, de zoektocht naar alternatieven en het feit dat verzoekster de cannabis via de apotheek legaal verkrijgt, dient door de gemeente een voorschot bijzondere bijstand verstrekt te worden, totdat op bezwaar is beslist.
Kernpunt: Voorschot bijzondere bijstand medicinale cannabis toegewezen, nu het legaal via de apotheek verkregen wordt.
Centrale Raad van Beroep 18 november 2025 (datum publicatie: 12 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1686)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van €30.600,98 bijstand. Appellant had zijn inlichtingenverplichting geschonden door onder meer werkzaamheden als coach te verrichten, inkomsten uit onderverhuur te ontvangen en niet gemelde buitenlandse verblijven. De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde psychische klachten en het verlies van huisvesting geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, aangezien deze niet direct door terugvordering waren veroorzaakt.
Kernpunt: Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien
Centrale Raad van Beroep 25 november 2025 (datum publicatie: 12 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1767)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand gedeeltelijk. Het college had onvoldoende onderzoek verricht om aan te tonen dat de geringe uitgaven voor levensonderhoud een schending van de inlichtingenplicht inhielden. Alleen een vermoeden van een inkomstenbron is onvoldoende. De Raad achtte verder de schending van de inlichtingenplicht wel bewezen vanaf 22 juli 2021 omdat appellant op dat moment niet meer op het uitkeringsadres verbleef. Het college moet een nieuw besluit nemen over terugvordering, uitgaande van intrekking per 22 juli 2021.
Kernpunt: een vermoeden is onvoldoende bewijs voor schending inlichtingenplicht
Centrale Raad van Beroep 25 november 2025 (datum publicatie: 12 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1771)
Samenvatting: Het hoger beroep van appellanten tegen de intrekking, herziening, beëindiging en terugvordering van €141.217,70 bijstand slaagt niet. Appellanten hadden de inlichtingenverplichting geschonden door het niet melden van de eigendom en verhuur van een tweede woning, alsmede diverse kasstortingen en bijschrijvingen. De Raad oordeelde dat het argument dat de gemeente reeds op de hoogte was van het vermogen en de inkomstenvia andere afdelingen van de gemeente, niet opging, aangezien die afdelingen de Participatiewet niet uitvoeren. Ook de lange duur van het strafrechtelijke onderzoek werd niet als dringende reden aangemerkt om van terugvordering af te zien.
Kernpunt: Terugvordering terecht wegens niet melden woning, verhuurinkomsten en bankstortingen.
Rechtbank Midden-Nederland 24 november 2025 (datum publicatie: 16 december 2025) (ECLI:NL:RBMNE:2025:6446)
Samenvatting: De rechtbank verklaart de beroepen van de gemeente Utrecht ongegrond tegen de toekenning van het Pw-uitvoeringsbudget voor 2017 en 2018. Utrecht stelde dat het verdeelmodel tekortkomingen bevatte die leidden tot onevenredig nadeel en structurele tekorten. De rechtbank bevestigde dat het budget niet kostendekkend hoeft te zijn voor afzonderlijke gemeenten, maar voor alle gemeenten gezamenlijk. Utrecht slaagde er met het Berenschot-rapport niet in aannemelijk te maken dat de verdeelmodellen zodanige tekortkomingen bevatten die tot onevenredig nadeel leidden ten opzichte van andere gemeenten.
Kernpunt: Gemeente leed geen onevenredig nadeel door verdeelmodel Pw-budget 2017/18.
Centrale Raad van Beroep 2 december 2025 (datum publicatie: 12 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1772 & ECLI:NL:CRVB:2025:1775)
Samenvatting: De Centrale Raad van Beroep heeft in twee gelijktijdig behandelde zaken in hoger beroep geoordeeld over de uitvoering van een executoriaal derdenbeslag op bijstandsuitkeringen. Het college had besloten de vakantietoeslag van appellanten niet jaarlijks te reserveren en uit te keren, maar deze maandelijks in te houden en direct af te dragen aan de deurwaarder. De Raad stelde vast dat dit buiten het kader van het beslag viel. Volgens de Participatiewet is de vakantietoeslag in beginsel alleen opeisbaar – en dus vatbaar voor beslag – in de maand van de uitbetaling, doorgaans juni. Aangezien er geen expliciet besluit van het college was om hiervan af te wijken, was de toeslag niet maandelijks opeisbaar. De CRvB vernietigde de besluiten en veroordeelde het college tot vergoeding van de geleden schade.
Kernpunt: Maandelijkse afdracht van gereserveerd vakantiegeld bij derdenbeslag overschrijdt het kader van beslag, college veroordeeld tot vergoeden schade.
Rechtbank Noord-Nederland 26 augustus 2025 (datum publicatie: 18 december 2025) (ECLI:NL:RBNNE:2025:4806)
Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm op een bijstandsuitkering gegrond. Eiseres heeft een kostgangersovereenkomst met de partner van haar zus, met wie zij samenwoont. De gemeente stelde dat deze partner als aanverwant geldt, waardoor de commerciële uitzondering niet van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat iemand zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap wettelijk niet als aanverwant wordt beschouwd. Daarom is de kostendelersnorm ten onrechte toegepast en werd het besluit vernietigd.
Kernpunt: Zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap is een partner van een familielid geen aanverwant
Rechtbank Midden-Nederland 28 november 2025 (datum publicatie: 23 december 2025) (ECLI:NL:RBMNE:2025:6832)
Samenvatting: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandheelkundige implantaten werd terecht afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de Zvw een passende voorliggende voorziening is, ook als de kosten niet volledig worden gedekt. Er was geen sprake van een acute medische noodsituatie, aangezien er geen direct levensgevaar of dreigend blijvend letsel werd aangetoond. De bewuste keuze van de wetgever om bepaalde medische kosten niet te vergoeden, mag niet via de bijstand worden doorkruist.
Kernpunt: De bijstand fungeert niet als aanvulling op bewuste vergoedingsbeperkingen in de Zvw.
Rechtbank Limburg 1 december 2025 (datum publicatie: 22 december 2025) (ECLI:NL:RBLIM:2025:11810)
Samenvatting: Het beroep tegen de bijstandsnormering was deels gegrond. Eiseres slaagde er niet in te bewijzen dat zij al eerder duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, ondanks zijn verblijf in het buitenland en uitschrijving uit het BRP. Verder oordeelde de rechtbank dat een uitkeringsspecificatie met een nabetaling wel een appellabel besluit is. Omdat het college ten onrechte geen wettelijke rente over de nabetaling had toegekend, werd het bestreden besluit op dat punt herroepen en moet de rente alsnog worden vergoed.
Kernpunt: Uitschrijving uit BRP van echtgenoot betekent niet dat het aannemelijk is dat partners duurzaam gescheiden leven.
Centrale Raad van Beroep 2 december 2025 (datum publicatie: 18 december 2025) (ECLI:NL:CRVB:2025:1778)
Samenvatting: De Raad vernietigde een besluit waarbij bijstand als lening was verstrekt omdat appellant een dwangsom van €15.000 te snel zou hebben ingeteerd op zijn vermogen. De Raad oordeelde dat dwangsommen weliswaar als vermogen gelden en niet als schadevergoeding, maar dat de gemeente onvoldoende motiveerde waarom de specifieke uitgaven aan familie in Ethiopië onverantwoord waren. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen met een betere onderbouwing hiervan.
Kernpunt: Gemeenten moeten specifiek motiveren waarom interen op vermogen in concrete situaties onverantwoord was
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2025 (datum publicatie: 19 december 2025) (ECLI:NL:RBZWB:2025:8891)
Samenvatting: De rechtbank hield de intrekking en terugvordering van bijstand in stand omdat eiser niet op zijn opgegeven adres woonde. Hoewel de terugvordering terecht was, oordeelde de rechtbank dat het college pas in de beroepsfase een deugdelijke evenredigheidstoets uitvoerde of er sprake was van een dringende reden. Dit motiveringsgebrek werd gepasseerd, omdat niet aannemelijk is dat eiser door het gebrek is benadeeld, maar leidde er wel toe dat de gemeente de proceskosten en het griffierecht van eiser moet vergoeden.
Kernpunt: Gemeenten moeten bij terugvorderingsbesluiten toetsen aan dringende redenen.
Rechtbank Noord-Holland 16 december 2025 (datum publicatie: 19 december 2025) (ECLI:NL:RBNHO:2025:14744)
Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen een terugvordering wegens niet-gemelde gokinkomsten gegrond. Hoewel eiser de inlichtingenplicht schond door zijn bankpas uit te lenen, oordeelde de rechtbank dat het college onvoldoende onderzoek deed naar dringende redenen. De persoonlijke situatie van eiser (verslavingsproblematiek) en het feit dat hij niet zelf gokte, werden niet meegewogen. De rechtbank voorzag zelf in de zaak door de terugvordering te matigen tot enkel de daadwerkelijk ontvangen gokwinst van €230,50.
Kernpunt: Bij terugvordering moeten gemeenten gelet op de dringende redenen de persoonlijke omstandigheden en verwijtbaarheid zorgvuldig afwegen
Rechtbank Gelderland 18 december 2025 (datum publicatie: 24 december 2025) (ECLI:NL:RBGEL:2025:11117)
Samenvatting: Het beroep tegen de afwijzing van een bijstandsaanvraag werd ongegrond verklaard omdat eisers onvoldoende financiële informatie verstrekten. Ondanks hun faillissement bleven eisers verantwoordelijk voor het overleggen van gegevens over autoverkoop, hondenhandel en bankafschriften. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat intensieve werkzaamheden voor een buurvrouw als op geld waardeerbare arbeid gelden. Omdat het recht op bijstand door het informatiegebrek niet kon worden vastgesteld, was de afwijzing terecht.
Kernpunt: Ook tijdens faillissement moeten aanvragers volledige financiële openheid geven voor het vaststellen van het recht op bijstand
Rechtbank Gelderland 19 december 2025 (datum publicatie: 30 december 2025) (ECLI:NL:RBGEL:2025:11243)
Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren voor bijstand met terugwerkende kracht. Eiseres verliet haar woning na huiselijk geweld, maar vroeg pas maanden later bijstand aan. De rechtbank stelde dat stress of onbekendheid met regels geen reden zijn voor afwijking van de wettelijke aanvraagdatum. Bovendien ontving eiseres in de tussenliggende periode giften van haar ouders die de bijstandsnorm overstegen, waardoor er feitelijk geen recht op bijstand bestond over een gedeelte van de periode.
Kernpunt: Persoonlijke stress en onbekendheid met regels rechtvaardigen geen bijstand met terugwerkende kracht.