Jeugdwet: strategische lessen uit de jurisprudentie van juni 2026

9 juli 2026

Deze blog biedt een overzicht van de belangrijkste uitspraken en lessen uit de jurisprudentie van de maand juni op het gebied van de Jeugdwet. Voor iedere zaak vindt u een korte samenvatting en het belangrijkste kernpunt. Dit overzicht wordt maandelijks bijgewerkt met de update van nieuwe maand.

Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
Laura Rat
Laura Rat
Advocaat
In dit artikel
In het kort

Eigen kracht en bovengebruikelijke hulp: het thema eigen kracht loopt als rode draad door de uitspraken van deze maand. In twee zaken werd het bestreden besluit vernietigd omdat het college de eigen kracht onjuist had tegengeworpen: onvrijwillige en niet-onbetaalde hulp door een ouder kwalificeert niet als mantelzorg en een gemeentelijke verordening die niet regelt wanneer bovengebruikelijke hulp tot een voorziening moet leiden, voldoet niet aan de eisen van de CRvB. De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarentegen dat een verordening wél een voldoende uitwerking van artikel 2.9 Jeugdwet biedt, als deze voor langdurige situaties weegfactoren bevat inzake onder meer de beschikbaarheid, belasting en financiële situatie van de ouders. Gemeenten doen er goed aan hun verordening aan deze maatstaf te toetsen.

Motiveringsgebreken bij het doorlopen van het stappenplan: in meerdere uitspraken werd het bestreden besluit vernietigd omdat het college het stappenplan niet of niet inzichtelijk had doorlopen. Zo werd een pgb voor speltherapie afgewezen zonder de hulpvraag en stoornissen vast te stellen.

Voorlopige voorzieningen bij louter financieel belang: in twee zaken wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat uitsluitend sprake was van een financieel belang.

Jeudgwet: uitspraken juni

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 mei 2026 (datum publicatie: 1 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:3813)

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond. Het college had eiser ten onrechte tegengeworpen dat zijn moeder op eigen kracht de bovengebruikelijke begeleiding kon bieden. Nu eiser ondubbelzinnig had gesteld dat zijn moeder de begeleiding niet vrijwillig en onbetaald kon verlenen, was geen sprake van mantelzorg of ondersteuning vanuit het sociale netwerk. Het college had voor de bovengebruikelijke hulp in beginsel een maatwerkvoorziening moeten verlenen.

Kernpunt: Onjuiste toepassing eigen kracht; onvrijwillige hulp door moeder is geen mantelzorg.

Rechtbank Den Haag 20 april 2026 (datum publicatie: 2 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:12326)

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De ISD had de aanvraag om een pgb voor speltherapie afgewezen zonder het stappenplan onder de Jeugdwet te doorlopen. Niet was vastgesteld welke problemen en stoornissen bij eiser werden ervaren, waardoor niet kon worden bepaald welke hulp naar aard en omvang nodig was. De rechtbank droeg de ISD op een nieuw besluit te nemen en actief onderzoek te doen naar de hulpvraag. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.

Kernpunt: Stappenplan niet gevolgd door hulpvraag en stoornissen niet vast te stellen bij afwijzing pgb speltherapie.

Rechtbank Den Haag 23 april 2026 (datum publicatie: 2 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:12553)

De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het bestreden besluit zag op een reeds afgesloten periode, waardoor slechts sprake was van een financieel belang. Verzoekster had niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van acute financiële nood of een onomkeerbare situatie. Dat het gezin moest interen op spaargeld voor surftherapie, tekentherapie en dagbesteding was onvoldoende voor een financiële noodsituatie. Van evidente onrechtmatigheid van het bestreden besluit was evenmin gebleken.

Kernpunt: Voorlopige voorziening afgewezen; slechts financieel belang, geen acute noodsituatie.

Rechtbank Den Haag 12 mei 2026 (datum publicatie: 12 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:14621)

De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoekster wenste een hoger pgb voor individuele begeleiding van haar zoon. Dit betrof een financieel belang dat in de regel geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Een pgb op grond van de Jeugdwet is niet bedoeld als inkomensondersteuning. Het ophogen van het pgb kon de gestelde overbelasting niet oplossen, nu de zorgbehoefte en de mate waarin verzoekster deze vervulde gelijk bleven.

Kernpunt: Pgb is geen inkomensondersteuning; ophoging pgb lost overbelasting niet op.

Rechtbank Noord-Nederland 27 mei 2026 (datum publicatie: 16 juni 2026) (ECLI:NL:RBNNE:2026:2377)

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de bestreden besluiten. Het stappenplan van de CRvB was niet op inzichtelijke wijze doorlopen. Het ondersteuningsplan bevatte geen duidelijk volgbare conclusies over de zorgbehoefte en motiveerde niet waarom de toegekende jeugdhulp passend was. De rechtbank trof een voorlopige voorziening en bepaalde dat de begeleiding voor negen uur per week werd toegekend tot zes weken na de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.

Kernpunt: Stappenplan niet inzichtelijk doorlopen dus voorlopige voorziening getroffen.

Rechtbank Overijssel 29 april 2026 (datum publicatie: 18 juni 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:2346)

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond. De gemeentelijke verordening voldeed niet aan de eisen van de CRvB inzake de uitwerking van het begrip eigen kracht. Niet was geregeld wanneer bovengebruikelijke hulp tot een voorziening op grond van de Jeugdwet moest leiden. De eigen kracht kon daarom niet worden tegengeworpen. De rechtbank voorzag zelf in de zaak en kende eiser een pgb toe voor de vastgestelde bovengebruikelijke hulp over de afgebakende periode.

Kernpunt: Verordening voldoet niet aan eisen eigen kracht; rechtbank voorziet zelf in pgb.

Centrale Raad van Beroep 17 juni 2026 (datum publicatie: 22 juni 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:789)

De Raad oordeelde dat het college op juiste wijze uitvoering had gegeven aan een eerdere uitspraak. De Verordening 2025 bood, anders dan de eerder onverbindend geachte Verordening 2018, een voldoende uitwerking van artikel 2.9 Jeugdwet ten aanzien van de criteria voor bovengebruikelijke hulp. De Verordening 2025 bevatte voor langdurige situaties weegfactoren inzake onder meer de beschikbaarheid, belasting en financiële situatie van de ouders. Nu die factoren niet tot problemen leidden, werd van de ouders verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp zelf verleenden. Toepassing van het overgangsrecht was niet in strijd met de rechtszekerheid. Appellanten kwamen daarom niet in aanmerking voor een individuele voorziening.

Kernpunt: Verordening 2025 biedt voldoende uitwerking artikel 2.9 Jeugdwet.

Rechtbank Rotterdam 4 juni 2026 (datum publicatie: 29 juni 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:7494)

De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het college had de vervoersvoorziening gehalveerd van tien naar vijf ritten per week. Verzoekster kon haar dochter in de middag op eigen kracht, dan wel met hulp vanuit haar sociale netwerk, ophalen. Het college had rekening gehouden met het werkrooster door de ochtendritten te faciliteren. De gestelde rijangst en vermoeidheidsklachten waren onvoldoende om aan te nemen dat verzoekster niet zelf kon rijden of hulp kon inroepen.

Kernpunt: Halvering van de vervoersvoorziening blijft in stand omdat ophalen op eigen kracht kan of met hulp vanuit het sociaal netwerk.

Gerelateerd

jurisprudentie participatiewet

Participatiewet: strategische lessen uit de jurisprudentie van juni 2026

Deze blog biedt een overzicht van de belangrijkste uitspraken en lessen uit de jurisprudentie van de maand juni op het gebied van de Participatiewet. Voor...
jurisprudentie Wmo 2015

Wmo 2015: strategische lessen uit de jurisprudentie van juni 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) in juni 2026...
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...

Rechtbank fluit Zilveren Kruis terug over vergoedingsvoorwaarde voor geneesmiddelen

De rechtbank Den Haag publiceerde onlangs haar vonnis van 21 mei 2025, waarin zij een streep zet door het beleid van Zilveren Kruis (ende aan haar gelieerde...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 6: Centrale toezichthoudende rol NZa

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdhulp en jeugdzorg is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en 7 oktober...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 5: Eisen aan bedrijfsvoering en jaarverantwoording jeugdhulpaanbieders

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found