Schending van de vergewisplicht bij medische advisering: in meerdere uitspraken werd het bestreden besluit vernietigd omdat het college zich onvoldoende had vergewist van de zorgvuldigheid en volledigheid van de onderliggende medische adviezen, met name bij tegenstrijdige deskundigenrapporten of ontbrekende onderbouwing van de conclusies.
Motiveringsgebreken bij het doorlopen van het stappenplan en het verrichten van onderzoek: in diverse zaken werd het besluit vernietigd omdat het college het stappenplan niet goed had doorlopen, de hulpvraag onvoldoende in kaart had gebracht of de beperkingen niet gedetailleerd genoeg had vastgesteld. Ook ontbrak in enkele gevallen een deugdelijke motivering van de ingangsdatum of de omvang van de maatwerkvoorziening.
Onjuiste toepassing van het criterium eigen kracht en gebruikelijke hulp: het college paste in een aantal gevallen het criterium eigen kracht onjuist toe door bovengebruikelijke hulp van een naaste ten onrechte als vrijwillige mantelzorg aan te merken, of door onvoldoende te motiveren waarom de ondersteuning vanuit het sociale netwerk kon worden verwacht.
Toepassing van het beginsel van de goedkoopst adequate voorziening: meerdere uitspraken bevestigen dat het college mag kiezen voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening, mits de passendheid daarvan deugdelijk is onderbouwd met een zorgvuldig, inzichtelijk en consistent adviesrapport.
Wmo 2015: uitspraken juni
Centrale Raad van Beroep 20 mei 2026 (datum publicatie: 1 juni 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:698)
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening deels niet-ontvankelijk en wees het voor het overige af. Verzoeker ontving een pgb voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Het bestreden besluit betrof de compensatie van ziekengeld over twee korte ziekteperiodes in 2024. Het verzoek om voorlopige voorziening had betrekking op toekomstige gebeurtenissen en voldeed daarmee niet aan het materiële connexiteitsvereiste. Voor het overige ontbrak spoedeisend belang, nu het ging om een relatief gering bedrag over een afgesloten periode.
Kernpunt: Het verzoek is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van materiële connexiteit en er is geen spoedeisend belang bij een afgesloten periode.
Centrale Raad van Beroep 21 mei 2026 (datum publicatie: 1 juni 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:702)
De Raad oordeelde dat het college de verstrekking van een duo-scootmobiel op grond van de Wmo 2015 terecht had geweigerd. Appellante kon gebruik maken van een goedkopere vervoersvoorziening bestaande uit een elektrische duwrolstoel in combinatie met individueel taxivervoer. Uit de beschikbare informatie was niet gebleken dat appellante niet in een individuele taxi of rolstoeltaxi kon worden vervoerd. Het college mocht zich baseren op het advies van de BIG-geregistreerde medisch adviseur. De informatie van de fysiotherapeut leidde niet tot een andere conclusie.
Kernpunt: Een duwrolstoel met individueel taxivervoer is een goedkopere adequate vervoersvoorziening, waardoor de weigering terecht is.
Rechtbank Den Haag 23 april 2026 (datum publicatie: 2 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:12547)
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor een rolstoelbus op grond van de Wmo 2015 af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Eerder was een volautomatische rolstoellift toegekend. Verzoeker had de gestelde rug- en schouderklachten niet onderbouwd met objectieve medische stukken. Onvoldoende was gebleken dat de klachten grotendeels werden veroorzaakt door het gebruik van de rolstoellift. De zorg voor het minderjarige kind was niet in het geding.
Kernpunt: Er is geen spoedeisend belang en de gestelde klachten zijn niet onderbouwd met objectieve medische stukken.
Rechtbank Midden-Nederland 13 mei 2026 (datum publicatie: 4 juni 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:2812)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een woningaanpassing op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Eiseres was verhuisd naar een woning waarvoor zij vooraf geen schriftelijke toestemming van het college had gevraagd. Zij had niet aannemelijk gemaakt dat de aangekochte woning de meest geschikte beschikbare woning was. Het toestemmingsvereiste uit de Verordening was op juiste wijze gepubliceerd en kenbaar. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule slaagde evenmin.
Kernpunt: Geen voorafgaande toestemming en niet aangetoond dat woning de meest geschikte was.
Rechtbank Amsterdam 11 mei 2026 (datum publicatie: 15 juni 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:5079)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart gegrond. De GGD-adviezen waren onzorgvuldig tot stand gekomen. De GGD-arts had onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake was van een ernstige loopbeperking en had het advies van het IAB, op grond waarvan een positieve Wmo-beschikking was afgegeven, onvoldoende weerlegd. Het college had niet voldaan aan de vergewisplicht en diende een nieuw besluit te nemen met een advies van een andere GGD-arts.
Kernpunt: De GGD-adviezen zijn onzorgvuldig tot stand gekomen en de vergewisplicht is geschonden bij tegenstrijdige deskundigenadviezen.
Rechtbank Den Haag 26 mei 2026 (datum publicatie: 12 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:14470)
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 af. Verzoekster was voldoende zelfredzaam gebleken, nu zij eerder zelfstandig werk en onderdak had weten te regelen. Het college had de belangen van de minderjarige kinderen voldoende meegewogen conform artikel 3 IVRK. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, nu de gestelde toezegging onvoldoende was onderbouwd.
Kernpunt: Verzoekster is voldoende zelfredzaam, de belangen van de kinderen zijn meegewogen en het vertrouwensbeginsel is niet geschonden.
Rechtbank Gelderland 28 mei 2026 (datum publicatie: 5 juni 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:4180)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget ongegrond. Eiseres had medische beperkingen, waaronder een autismespectrumstoornis en prikkelbare darmsyndroom. Argonaut had voldoende gemotiveerd dat eiseres vanuit strikt medische optiek, eventueel onder begeleiding en met hulpmiddelen, met de trein kon reizen. Het huisartsenjournaal gaf geen aanknopingspunten om de conclusies in twijfel te trekken. Dat eiseres niet over begeleiding kon beschikken, kwam voor haar eigen rekening.
Kernpunt: Eiseres is strikt medisch gezien in staat om met begeleiding per trein te reizen, waardoor de afwijzing terecht is.
Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2026 (datum publicatie: 15 juni 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:2856)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van een pgb voor een driewielige scootmobiel op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het rapport van Factum was zorgvuldig tot stand gekomen. Er bestond geen medische noodzaak voor een vijfwielige scootmobiel. Het programma van eisen hield rekening met de beperkingen van eiseres. Het college had zich er voldoende van vergewist dat een passende driewielige scootmobiel beschikbaar was. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel was geen sprake.
Kernpunt: Een driewielige scootmobiel is de goedkoopst adequate voorziening en er bestaat geen medische noodzaak voor een vijfwielig model.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 mei 2026 (datum publicatie: 16 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:4670)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015 gegrond. Na een tussenuitspraak had verweerder de geconstateerde gebreken niet hersteld. Onvoldoende was onderzocht of de medisch vereiste vervoershouding in een reguliere auto of deeltaxi veilig mogelijk was. De regionale vervoersbehoefte van eiseres was niet in kaart gebracht. Van eiseres kon niet worden verlangd dat zij wachtte met een melding totdat haar auto niet meer functioneerde. Het college diende binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Kernpunt: Er is onvoldoende onderzoek verricht naar een veilige vervoershouding en de regionale vervoersbehoefte, en de eerder geconstateerde gebreken zijn niet hersteld.
Centrale Raad van Beroep 4 juni 2026 (datum publicatie: 8 juni 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:738)
De Raad oordeelde dat het college de aanvraag voor een financiële tegemoetkoming voor een aanbouw aan de woning op grond van de Wmo 2015 terecht had afgewezen. Een traplift was de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van Factum als adviesorgaan. Het rapport van Factum was zorgvuldig, inzichtelijk en consistent. Appellant had niet geconcretiseerd wat de onderzoekers met betrekking tot zijn mentale gezondheid hadden gemist. De feitelijke realiseerbaarheid van de traplift was voldoende onderzocht.
Kernpunt: Een traplift is de goedkoopst adequate voorziening en het rapport van Factum is zorgvuldig en onafhankelijk.
Rechtbank Gelderland 5 juni 2026 (datum publicatie: 11 juni 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:4446)
De rechtbank deed een tussenuitspraak over de afwijzing van een aanvraag voor een psychosociale hulphond op grond van de Wmo 2015. Het college had het stappenplan niet goed doorlopen. De hulpvraag was niet precies in kaart gebracht en de beperkingen waren onvoldoende gedetailleerd vastgesteld. Niet was onderzocht of de hulphond de enig passende maatwerkvoorziening was. Het college had onvoldoende gemotiveerd dat de ondersteuning door de moeder als gebruikelijke hulp kon worden aangemerkt. Het college werd in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen.
Kernpunt: Het stappenplan is niet goed doorlopen en niet is onderzocht of de hulphond de enig passende maatwerkvoorziening is.
Rechtbank Den Haag 7 april 2026 (datum publicatie: 16 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:9134)
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015 af. Verzoekster stond ingeschreven in een andere gemeente waar zij bekend was bij het wijkteam en eerder een aanbod tot opvang had ontvangen. De kans van slagen van een traject in de maatschappelijke opvang was groter in die gemeente. Verzoekster had onvoldoende onderbouwd dat zij daar niet veilig was vanwege bedreigingen van haar ex-partner.
Kernpunt: De kans op een succesvol traject is groter in de herkomstgemeente en de gestelde onveiligheid is onvoldoende onderbouwd.
Rechtbank Oost-Brabant 18 juni 2026 (datum publicatie: 23 juni 2026) (ECLI:NL:RBOBR:2026:4377)
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening deels toe. De maatwerkvoorziening ondersteuning bij kindzorg op grond van de Wmo 2015 was ten onrechte afgebouwd. De medische adviezen waren niet inzichtelijk en volledig; de conclusie dat verzoekster geen beperkingen had bij de verzorging van haar kinderen was onvoldoende onderbouwd. Het college had de vergewisplicht niet nageleefd. De voorlopige voorziening voor huishoudelijke ondersteuning werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.
Kernpunt: De medische adviezen zijn niet inzichtelijk, de afbouw van de kindzorg is onvoldoende onderbouwd en de vergewisplicht is geschonden.
Rechtbank Overijssel 17 juni 2026 (datum publicatie: 19 juni 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:3457)
De rechtbank wees de vorderingen van de curator in het faillissement van een Wmo- en Jeugdwet-zorgonderneming toe. De bestuurders hadden niet voldaan aan de administratieplicht (artikel 2:10 BW) en de publicatieplicht (artikel 2:394 BW). Uit het rechtmatigheidsonderzoek was gebleken dat declaraties structureel niet herleidbaar waren en uren op naam van voormalige medewerkers waren geboekt. De bestuurders werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort en een bestuursverbod van vijf jaar werd opgelegd.
Kernpunt: De bestuurders zijn aansprakelijk gesteld wegens ondeugdelijke administratie bij de Wmo-zorgonderneming en een bestuursverbod is opgelegd.
Rechtbank Overijssel 26 mei 2026 (datum publicatie: 2 juni 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:2792)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Eiser woonde samen met zijn meerderjarige dochter en haar echtgenoot. Het college had kunnen vaststellen dat zij de lichte en zware huishoudelijke taken konden verrichten. De dochter en haar echtgenoot hadden geweigerd medewerking te verlenen aan een onderzoek naar hun mogelijkheden om gebruikelijke hulp te bieden. Eiser werd geacht met gebruikelijke hulp zijn beperkingen weg te nemen.
Kernpunt: Beperkingen weg te nemen met gebruikelijke hulp van inwonende dochter en schoonzoon.
Rechtbank Amsterdam 27 mei 2026 (datum publicatie: 15 juni 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:5276)
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van toelating tot de kortdurende noodopvang op grond van de Wmo 2015 deels toe. Verzoeker en zijn gezin voldeden niet aan de regiobindingseis van vier jaar woonachtigheid in Amsterdam. Gelet op de medische situatie van verzoeker, die tweemaal per week werd gedialyseerd en fulltime moest werken om de hotelkosten te betalen, was spoedeisend belang aanwezig. In afwachting van het besluit op de aanvraag voor maatschappelijke opvang diende het college vijftig procent van de hotelkosten te dragen.
Kernpunt: Er is spoedeisend belang wegens de medische situatie en het college draagt de helft van de hotelkosten in afwachting van het besluit.
Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026 (datum publicatie: 15 juni 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:2862)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een traplift in de binnenbocht op grond van de Wmo 2015 gegrond. Het college had de passendheid van de eerder toegekende traplift in de buitenbocht onvoldoende onderbouwd. Het onderliggende bouwtechnische rapport van Otolift ontbrak in het dossier, waardoor de beoordeling niet controleerbaar was. De belangen van medebewoners waren onvoldoende meegewogen. Twee ergotherapeutische adviezen wezen op onveiligheid van de buitenbochtoplossing. Het college diende een nieuw besluit te nemen.
Kernpunt: Het bouwtechnisch rapport ontbreekt en de belangen van medebewoners en de ergotherapeutische adviezen zijn onvoldoende meegewogen.
Rechtbank Overijssel 12 juni 2026 (datum publicatie: 19 juni 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:3309)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Het college had de aanvraag voor individuele begeleiding terecht afgewezen. Uit het ondersteuningsplan bleek dat eiseres vanaf het voorjaar van 2024 steeds minder gebruik had gemaakt van de individuele begeleiding en zich goed wist te redden. Voor incidentele hulpvragen was een algemene voorziening beschikbaar, waarbij een vaste medewerker kon worden aangewezen. Dagbesteding was wel toegekend ter bestrijding van eenzaamheid.
Kernpunt: Het gebruik van individuele begeleiding is feitelijk afgenomen en een algemene voorziening volstaat voor incidentele hulpvragen.
Rechtbank Amsterdam 28 april 2026 (datum publicatie: 12 juni 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:4732)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van een pgb voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015 gegrond. De ingangsdatum van de maatwerkvoorziening was onjuist vastgesteld op 1 oktober 2024 in plaats van de aanvraagdatum 27 augustus 2024. Daarnaast bevatte het bestreden besluit een motiveringsgebrek, nu onvoldoende inzichtelijk was gemaakt hoeveel uur hulp bij het huishouden correspondeerde met het toegekende aantal punten. Het college diende een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Kernpunt: De ingangsdatum van de maatwerkvoorziening is onjuist vastgesteld en het is onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoeveel uur per punt wordt toegekend.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 juni 2026 (datum publicatie: 9 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:4894)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget gegrond. Het bestreden besluit was ondeugdelijk gemotiveerd, nu de bezwaargronden over bijzondere omstandigheden niet inhoudelijk waren behandeld. Eiseres was medisch gezien in staat om met de trein te reizen, maar er bestond geen treinverbinding tussen haar woonplaats en de gewenste eindbestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen. Het college had niet onderbouwd hoe eiseres de reis per ketenvervoer kon maken. De rechtbank herriep het primaire besluit en kende een Hoog PKB toe.
Kernpunt: Uitzonderlijke situatie door ontbreken treinverbinding rechtvaardigt afwijking van het Protocol.
Rechtbank Gelderland 9 juni 2026 (datum publicatie: 12 juni 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:4513)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de gedeeltelijke toekenning en afwijzing van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Ergotherapie, haptotherapie en een geheugentraining betroffen behandelingen die onder de Zvw vielen en niet onder de Wmo. Het toegekende pgb van 13 uur en 45 minuten per week voor begeleiding door de moeder was voldoende onderbouwd. Schoolondersteuning met een didactische doelstelling viel onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. Reiskosten konden uit het pgb worden vergoed.
Kernpunt: De behandelingen vallen onder de Zvw en de pgb-omvang voor begeleiding is voldoende onderbouwd.
Rechtbank Oost-Brabant 22 mei 2026 (datum publicatie: 2 juni 2026) (ECLI:NL:RBOBR:2026:3501)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van een vervoersvoorziening in de vorm van een kofferbak-rolstoeltillift op grond van de Wmo 2015 gegrond. Het college had onvoldoende onderzocht of eiser gelet op zijn medische situatie gebruik kon maken van de deeltaxi. Het onderzoek had zich beperkt tot een huisbezoek, zonder dat de bezwaren van eiser tegen het gebruik van de deeltaxi nader waren onderzocht. De afhankelijkheid van een mobiel zuurstofapparaat was niet betrokken bij de beoordeling. Het college diende een nieuw besluit te nemen.
Kernpunt: Onvoldoende onderzocht of eiser medisch gezien gebruik kan maken van de deeltaxi.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 mei 2026 (datum publicatie: 4 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:4692)
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om een nieuwe of gewijzigde voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Verzoeker, een zorgaanbieder, had verzocht het college op te dragen de kosten voor beschermd wonen van een cliënte te betalen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Zijn belang bij betaling vloeide uitsluitend voort uit de contractuele relatie met de cliënte en liep parallel aan haar belang. Van een zelfstandig eigen belang was niet gebleken.
Kernpunt: De zorgaanbieder is geen belanghebbende omdat zijn belang uitsluitend is afgeleid van de contractuele relatie met de cliënte.
Rechtbank Noord-Nederland 10 juni 2026 (datum publicatie: 25 juni 2026) (ECLI:NL:RBNNE:2026:2352)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlaging van de urenomvang van de huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015 deels gegrond. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom twee uur per week in mindering was gebracht op de indicatie vanwege de Wlz-indicatie van de inwonende zoon van eiseres. Het pgb op grond van de Wlz kon naar eigen inzicht worden ingezet. De toepassing van het HHM Normenkader 2019 en het CIZ-protocol voor de resultaten schoon en leefbaar huis en wasverzorging was wel passend. Het college diende een nieuw besluit te nemen.
Kernpunt: De aftrek van twee uur wegens de Wlz-indicatie van de zoon is onvoldoende gemotiveerd, nu het pgb vrij besteedbaar is.
Rechtbank Den Haag 28 april 2026 (datum publicatie: 11 juni 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:14213)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toekenning van een maatwerkvoorziening individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015 ongegrond. Na een tussenuitspraak had het college de gebreken hersteld en tien uur begeleiding per week toegekend, gebaseerd op een medisch advies en een contra-expertise. Het college had de adviezen in redelijkheid aan het besluit ten grondslag kunnen leggen. De brief van de behandelend neuroloog bevatte geen concrete aanknopingspunten voor meer uren. Wegens overschrijding van de redelijke termijn werd een schadevergoeding van € 2.500,- toegekend.
Kernpunt: De toekenning van tien uur begeleiding is in redelijkheid gebaseerd op medische adviezen en er is een schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 mei 2026 (datum publicatie: 1 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:3813)
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afbouw van het pgb voor informele begeleiding op grond van de Wmo 2015 gegrond. Het college had het criterium eigen kracht onjuist toegepast door de bovengebruikelijke hulp van de moeder van eiser als ondersteuning vanuit het sociale netwerk aan te merken. De moeder had ondubbelzinnig verklaard de begeleiding niet vrijwillig en onbetaald te kunnen verlenen. Van mantelzorg was daarom geen sprake. De besluitvorming was bovendien inconsistent met een vergelijkbaar besluit voor eisers broer.
Kernpunt: Het criterium eigen kracht is onjuist toegepast, nu de bovengebruikelijke hulp door de moeder geen vrijwillige mantelzorg betreft.