Jurisprudentie Participatiewet: belangrijkste uitspraken van januari 2026

2 maart 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de participatiewet in januari 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak is toegelicht met een korte samenvatting met belangrijkste kernpunten.

Ralph Tak
Ralph Tak
Advocaat - Senior
Laura Rat
Laura Rat
Advocaat
In dit artikel

Participatiewet: uitspraken januari

Rechtbank Limburg 6 november 2025 (datum publicatie: 6 januari 2026) (ECLI:NL:RBLIM:2025:10933)

Samenvatting: De bijstand van eiseres werd ingetrokken nadat zij een huisbezoek voortijdig afbrak. De rechtbank oordeelde dat zij hiermee de medewerkingsplicht schond. Echter, de rechtbank vernietigde het besluit omdat het college de belangenafweging onvoldoende had gemaakt. Er was geen rekening gehouden met de kwetsbare situatie van eiseres (32 weken zwanger) en de menselijke maat ontbrak in de besluitvorming. Het college moet opnieuw beslissen met oog voor haar volledige persoonlijke situatie.

Kernpunt: Bij intrekking wegens schending medewerkingsplicht is een volledige belangenafweging inclusief persoonlijke omstandigheden vereist.

Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2025 (datum publicatie: 5 januari 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2025:6834)

Samenvatting: Na afwijzing van haar verblijfsvergunning werd het bijstandsrecht van verzoekster beëindigd. De rechter oordeelde dat zij geen rechtmatig verblijf meer had. Omdat de vaste lasten het inkomen van verzoekster en verzoeker oversteeg en een schrijnende situatie ontstond, oordeelde de rechter dat de bijstand van verzoeker mogelijk moet worden afgestemd op grond van artikel 18 PW. In afwachting van het bezwaar moet aan verzoeker een uitkering naar de norm voor een alleenstaande worden verstrekt en niet slechts 50% van deze norm.

Kernpunt: Een schrijnende financiële situatie kan aanleiding geven tot afstemming van de bijstandsnorm.

Centrale Raad van Beroep 9 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1886)

Samenvatting: Appellante met autisme vroeg bijzondere bijstand voor dierenartskosten en een belastingadviseur. De Raad oordeelde dat haar brief als bezwaarschrift behandeld had moeten worden, maar verklaarde dit alsnog niet-ontvankelijk wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Inhoudelijk bleven de afwijzingen in stand: de hond was geen hulphond en voor belastinghulp bestonden voorliggende voorzieningen. De enkele diagnose autisme rechtvaardigt geen termijnoverschrijding zonder specifieke onderbouwing van beperkingen die tijdig indienen onmogelijk maakten.

Kernpunt: Een medische diagnose alleen maakt een termijnoverschrijding voor bezwaar niet automatisch verschoonbaar.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1887)

Samenvatting: De bijstand van appellante werd ingetrokken omdat zij niet-gemelde bedrijfsactiviteiten, yogalessen en bankstortingen verzweeg. De Raad bevestigde dat door het ontbreken van een administratie het recht op bijstand niet schattenderwijs vastgesteld kon worden. Wel werd de boete gematigd vanwege de beperkte draagkracht van appellante en de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.

Kernpunt: Schending van de inlichtingenverplichting zonder administratie maakt dat het recht op bijstand niet schattenderwijs vastgesteld kon worden.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1888)

Samenvatting: Appellant ontving bijzondere bijstand voor woninginrichting als lening, waarbij zijn draagkracht werd berekend op basis van zijn banksaldo. Dit saldo bestond deels uit door de gemeente betaalde dwangsommen wegens trage besluitvorming. De Raad oordeelde dat dwangsommen tot het vermogen behoren en geen schadevergoeding zijn. Het college mocht deze middelen daarom meetellen bij de draagkrachtberekening en hoefde niet van de beleidsregels af te wijken op grond van het evenredigheidsbeginsel.

Kernpunt: Verbeurde dwangsommen behoren tot het vermogen en tellen mee bij de draagkrachttoets.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1891)

Samenvatting: De Raad oordeelde over drie bijstandsaanvragen. De eerste werd afgewezen omdat gokactiviteiten de financiële situatie onduidelijk maakten. De tweede werd terecht buiten behandeling gesteld wegens ontbrekende gegevens. Bij de derde aanvraag was sprake van een gezamenlijke huishouding met een oom en de zeer lage huurprijs sloot een zakelijke relatie uit. Bovendien was sprake van wederzijdse zorg.

Kernpunt: een commerciële huurprijs is vereist om een zakelijke relatie tussen samenwonende familieleden aan te tonen.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1894)

Samenvatting: Appellanten maakten bezwaar tegen de ingangsdatum van het buiten toepassing laten van de kostendelersnorm. De Raad oordeelde dat een intern rapport uit mei 2022 als een besluit aangemerkt moet worden. Omdat dit besluit pas in februari 2023 formeel aan appellanten bekend werd gemaakt, was het bezwaarschrift ontvankelijk. De rechtbank heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het dagelijks bestuur moet alsnog inhoudelijk beslissen.

Kernpunt: De bezwaartermijn vangt pas aan na de wettelijk voorgeschreven bekendmaking van een besluit.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1896)

Samenvatting: Een bijstandsaanvraag werd afgewezen omdat appellant geen duidelijkheid gaf over negen contante opnames en zijn betrokkenheid bij een stichting op zijn adres. De Raad oordeelde dat het opvragen van deze informatie een aanvaardbare inbreuk op het privacy recht is om de bijstand vast te stellen. Hoewel de gemeente een fout maakte door niet expliciet naar bepaalde bankoverschrijvingen te vragen, bleef de afwijzing in stand omdat appellant over de overige punten onvoldoende inzicht gaf.

Kernpunt: Het recht op bijstand vereist volledige openheid over de financiële situatie en vermogenspositie.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1898)

Samenvatting: Appellant verzocht om een individuele inkomenstoeslag, maar deze werd afgewezen omdat zijn inkomen in 2020 de bijstandsnorm overschreed. De Raad oordeelde dat volgens de verordening het feitelijke inkomen op jaarbasis bepalend is, en niet het gemiddelde over de referteperiode van 36 maanden. De overschrijding was groter dan de toegestane marginale overschrijding, die gelijkstaat aan het bedrag van de toeslag zelf. Teruggevorderde bedragen over hetzelfde jaar verminderen het feitelijk genoten inkomen voor deze toets niet

Kernpunt: Voor de individuele inkomenstoeslag is het feitelijk genoten inkomen per kalenderjaar bepalend.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1899)

Samenvatting: Het college trok de bijstand van appellant in wegens een vermeende gezamenlijke huishouding. Hoewel de Raad oordeelde dat appellant en zijn huisgenote vanaf mei 2021 hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, werd het vereiste van wederzijdse zorg niet aangetoond. Er was onvoldoende bewijs dat appellant zorg van enige omvang verleende aan de huisgenote of haar kind. Omdat niet aan beide criteria voor een gezamenlijke huishouding was voldaan, werd de intrekking vernietigd.

Kernpunt: Voor een gezamenlijke huishouding moeten zowel hoofdverblijf als wederzijdse zorg aannemelijk zijn.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1900)

Samenvatting: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten voor bewind werd afgewezen omdat de draagkracht door gokactiviteiten niet kon worden vastgesteld. De Raad oordeelde dat gokwinsten gelden als inkomen en dat inlegkosten niet in mindering mogen worden gebracht. Er was geen sprake van bewijsnood. Appellant had via derden of door opnieuw in te loggen mutatie-overzichten kunnen verstrekken. Zonder deze gegevens bleef het recht op bijstand onduidelijk, waardoor de afwijzing van de aanvraag terecht was.

Kernpunt: Gokwinsten zijn inkomen waarbij inlegkosten niet in mindering mogen worden gebracht.

Centrale Raad van Beroep 16 december 2025 (datum publicatie: 7 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2025:1901)

Samenvatting: De bijstand van appellanten werd ingetrokken en een boete opgelegd wegens niet-gemelde autohandel en kasstortingen. De Raad oordeelde dat frequente wisselingen van kentekens en advertenties op Marktplaats wezen op handel en niet op eigen gebruik. De kasstortingen werden als inkomen aangemerkt omdat appellanten de herkomst (beweerde giften) niet met verifieerbare gegevens konden aantonen. De boete bleef in stand omdat er sprake was van een verwijtbare schending van de inlichtingenverplichting.

Kernpunt: Frequente transacties en onverklaarde kasstortingen kunnen leiden tot intrekking van bijstand

Rechtbank Amsterdam 22 december 2025 (datum publicatie: 12 januari 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2025:10327)

Samenvatting: Eiseres voerde aan dat de verrekening van haar bijstandsuitkering met een WIA-uitkering onvoldoende inzichtelijk was. De rechtbank stelde vast dat het besluit een motiveringsgebrek bevatte omdat de gemeente de berekening inderdaad onvoldoende inzichtelijk had gemaakt. Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde, bleven de rechtsgevolgen in stand omdat de gemeente tijdens de procedure alsnog een afdoende toelichting gaf. De berekening bleek materieel correct, ondanks eerdere onduidelijkheid over vakantiegeld en loonheffingen.

Kernpunt: Een gebrekkige motivering van een besluit tot verrekening van een bijstandsuitkering met een WIA-uitkering kan in beroep worden hersteld

Rechtbank Noord-Holland 20 maart 2025 (datum publicatie: 13 januari 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2025:15628)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand gedeeltelijk gegrond. De gemeente trok de uitkering ten onrechte met terugwerkende kracht vanaf 2018 in, omdat eiser toen nog niet feitelijk over het vermogen in zijn woning kon beschikken. De intrekking mag pas ingaan op de datum van feitelijke beschikking over het vermogen en dat was pas in 2023. Wel mocht de gemeente de bijstand over de tussenliggende periode terugvorderen, aangezien eiser achteraf bezien over voldoende eigen middelen beschikte.

Kernpunt: Intrekking van bijstand wegens vermogen mag pas vanaf het moment van feitelijke beschikking

Rechtbank Noord-Holland 11 augustus 2025 (datum publicatie: 13 januari 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2025:15637)

Samenvatting: De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van een bijstandsuitkering af. Uit onderzoek bleek dat verzoeker zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had. Bewijzen hiervoor waren een onbewoonbare indruk van de woning, extreem laag energieverbruik en het ontbreken van pinbetalingen in de gemeente. De stelling dat verzoeker wegens medische redenen elders verbleef, was niet onderbouwd met medische verklaringen. Het college mocht de uitkering daarom beëindigen wegens schending van de inlichtingenplicht.

Kernpunt: Bijstand mag worden beëindigd als het feitelijke hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres ligt.

Rechtbank Noord-Holland 1 augustus 2025 (datum publicatie: 20 januari 2026) (ECLI:NL:RBNHO:2025:15679)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm gegrond. Hoewel op basis van extreem laag waterverbruik was aangetoond dat de dochter bij eiseres inwoonde, had de gemeente onvoldoende onderzoek gedaan om individueel maatwerk te bieden. De gemeente had moeten beoordelen of de bijstand op grond van artikel 18, lid 1 PW afgestemd moest worden vanwege de psychische en medische problematiek en de schuldenlast. Ook de evenredigheid van de terugvordering behoefde een betere motivering.

Kernpunt: Gemeenten moeten bij de kostendelersnorm individueel maatwerk en afstemming op persoonlijke omstandigheden onderzoeken.

Centrale Raad van Beroep 6 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:15)

Samenvatting: De Raad bevestigde de terugvordering van bijstand na de ontvangst van een erfenis. Appellant betoogde dat de kosten voor het verkoopbaar maken van de ouderlijke woning op zijn erfdeel in mindering moesten worden gebracht. De Raad oordeelde echter dat deze kosten al van de totale nalatenschap waren afgetrokken voordat zijn aandeel werd bepaald. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat er geen concrete toezeggingen waren gedaan over de berekeningswijze van het terugvorderingsbedrag op basis van een specifiek e-mailbericht.

Kernpunt: Kosten voor verkoopbaar maken woning worden van de totale erfenis afgetrokken, niet van het erfdeel.

Centrale Raad van Beroep 6 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:37)

Samenvatting: De Raad hield de afwijzing van bijstandsaanvragen in stand wegens onduidelijke financiële omstandigheden rondom een stichting. De enkele uitschrijving als bestuurder was onvoldoende om bijstandbehoevende omstandigheden aannemelijk te maken, omdat de boekhouding van de stichting onbetrouwbaar en niet controleerbaar bleek.

Kernpunt: Financiële onduidelijkheid door onbetrouwbare boekhouding staat het recht op bijstand in de weg.

Centrale Raad van Beroep 6 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:38)

Samenvatting: De Raad bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor eerste huur, woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen. Appellanten maakten niet aannemelijk dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Het inkomen was boven bijstandsniveau en schulden/extra kosten waren onvoldoende onderbouwd. Wel slaagt de grond dat art. 16 en 17 RBBU (beleidsregels van de gemeente) geen eis stellen dat reserveren onmogelijk is. De Raad passeert het motiveringsgebrek omdat niet aan overige vereisten uit RBBU is voldaan.

Kernpunt: RBBU kent geen ‘niet kunnen reserveren’-eis, maar overige blijven leidend.

Centrale Raad van Beroep 13 januari 2026 (datum publicatie: 22 januari 2026) (ECLI:NL:CRVB:2026:39)

Samenvatting: De Raad bevestigde de weigering om ontheffing van arbeidsverplichtingen te verlenen. Appellante stelde dat zij wegens medische beperkingen niet kon werken, maar onderbouwde dit niet met stukken en zei afspraken met de activeringscoach stelselmatig af. De Raad oordeelde dat een aanvrager minimaal een 'begin van bewijs' moet leveren voordat de gemeente verplicht is een medisch onderzoek te starten. Een eerdere tijdelijke ontheffing uit 2020 schept geen automatisch recht op een nieuwe ontheffing zonder actuele onderbouwing.

Kernpunt: Een aanvrager moet een begin van bewijs leveren voor ontheffing van arbeidsverplichtingen.

Rechtbank Rotterdam 16 januari 2026 (datum publicatie: 23 januari 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:219)

Samenvatting: De rechtbank oordeelde dat het college terecht kinderalimentatie in mindering bracht op de bijstandsuitkering. Eiseres voerde aan dat alleen feitelijk ontvangen bedragen mochten worden gekort, maar de rechtbank stelde dat het gaat om middelen waarover zij redelijkerwijs kan beschikken. Omdat er een alimentatiebeschikking lag en niet was bewezen dat de ex-partner geen draagkracht had of dat inning via het LBIO onmogelijk was, mocht het college uitgaan van de aanspraak op alimentatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Kernpunt: Bijstand mag worden gekort op basis van alimentatiebedragen waarover men redelijkerwijs kan beschikken.

Rechtbank Gelderland 16 januari 2026 (datum publicatie: 23 januari 2026) (ECLI:NL:RBGEL:2026:308)

Samenvatting: De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekking en terugvordering van bijstand gedeeltelijk gegrond. Voor december 2023 en januari 2024 was sprake van schending van de inlichtingenplicht wegens betrokkenheid bij een hennepkwekerij en het bezit van kweekapparatuur. Voor de periode van 1 tot 15 februari 2024 maakte het college deze schending echter niet aannemelijk. De rechtbank vernietigde de besluiten voor die laatste periode en bepaalde dat eisers vanaf 1 februari 2024 weer recht hebben op bijstand naar de gehuwdennorm.

Kernpunt: Intrekking bijstand deels onterecht omdat schending inlichtingenplicht voor een specifieke periode niet vaststond.

Rechtbank Noord-Nederland 12 januari 2026 (datum publicatie: 29 januari 2026) (ECLI:NL:RBNNE:2026:199)

Samenvatting: de voorzieningenrechter kende een voorschot toe van 90% van de bijstandsnorm. Hoewel de gemeente de uitkering mocht intrekken omdat verzoeker, die een verstandelijke beperking heeft, niet tijdig bankafschriften inleverde, gaf een belangenafweging de doorslag. Verzoeker had de gegevens inmiddels verstrekt en verkeerde in financiële nood. De voorzieningenrechter achtte de verklaring over financiële hulp door een vriend (informele bewindvoerder) voorshands voldoende om de betalingen op de afschriften te verklaren.

Kernpunt: Voorlopige voorziening toegewezen wegens financiële nood, ondanks eerdere verwijtbare tekortkoming in de informatieplicht.

Rechtbank Rotterdam 16 januari 2026 (datum publicatie: 23 januari 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:218)

Samenvatting: De rechtbank achtte de verlaging van de bijstand met 100% gedurende drie maanden terecht. Eiser verscheen herhaaldelijk niet op afspraken voor arbeidsinschakeling. Zijn verweer dat hij de uitnodigingen niet ontving slaagde niet. Deze waren per gewone post, aangetekend en per e-mail verzonden. Het niet ophalen van aangetekende post komt voor eigen risico. Vanwege recidive was een zware maatregel gerechtvaardigd. De gestelde financiële problemen waren onvoldoende onderbouwd om als dringende reden voor matiging te dienen.

Kernpunt: zware sanctie gerechtvaardigd indien sprake is van recidive

Rechtbank Rotterdam 21 januari 2026 (datum publicatie: 28 januari 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:353)

Samenvatting: De rechtbank bevestigde een maatregel van 100% gedurende één maand omdat eiser onvoldoende meewerkte aan een taalcursus. Eiser was vaak afwezig en vertoonde tijdens de lessen een passieve houding, zoals mobielgebruik en knikkebollen. Het verweer dat de cursus te zwaar was en hij direct een werktraject had moeten krijgen, werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat het verbeteren van de taalvaardigheid essentieel is voor arbeidsinschakeling en dat eisers gedrag eerder op onwil dan op overbelasting wees.

Kernpunt: Bijstand terecht verlaagd wegens gebrekkige inzet en onvoldoende aanwezigheid bij een passende taalcursus.

overzicht 2025

Andere belangrijke uitspraken in het Sociaal Domein van 2025 bekijken? 

Gerelateerd

Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...
Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijke juridische uitspraken

Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijkste jurisprudentie van januari 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)...

Rechtbank fluit Zilveren Kruis terug over vergoedingsvoorwaarde voor geneesmiddelen

De rechtbank Den Haag publiceerde onlangs haar vonnis van 21 mei 2025, waarin zij een streep zet door het beleid van Zilveren Kruis (ende aan haar gelieerde...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 6: Centrale toezichthoudende rol NZa

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdhulp en jeugdzorg is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en 7 oktober...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 5: Eisen aan bedrijfsvoering en jaarverantwoording jeugdhulpaanbieders

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Blog 4: Verplichte bestuursstructuur en raad van toezicht

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found