1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Jurisprudentie Gezondheidszorg gepubliceerd in april 2024

Jurisprudentie Gezondheidszorg gepubliceerd in april 2024

Deze bijdrage bevat een overzicht van de jurisprudentie op het gebied van de gezondheidszorg (o.a. Wet verplichte ggz (Wvggz), Wet zorg en dwang (Wzd), zorginkoop, sociaal domein, bekostiging, vastgoed, IT en privacy) die in de maand april 2024 is gepubliceerd.
Leestijd 
Auteur artikel Marieke van Dongen
Gepubliceerd 12 mei 2024
Laatst gewijzigd 14 mei 2024

Wet zorg en dwang

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wet langdurige zorg

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Jeugdwet

Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Mededingingsrecht

Zorgverzekeringswet

Ondernemingsrecht

Medezeggenschap

Vastgoed

Omzetbelasting

 

Wet zorg en dwang

Rechtbank Oost-Brabant, 24-01-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:RBOBR:2024:1445 

In deze uitspraak wordt een verzoek om schadevergoeding afgewezen. De instelling heeft in voldoende mate toegelicht dat een opname van vier weken vanwege het zorgpad ‘detox en stabilisatie’ noodzakelijk was in plaats van zorgpad ‘detox’ dat twee weken beslaat. De rechtbank oordeelt dat de instelling niet zonder ‘geldige reden’ langer dan nodig betrokkene ‘vastgehouden’ heeft. 

Rechtbank Oost-Brabant, 05-02-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:RBOBR:2024:1443 

In deze uitspraak neemt de rechtbank verzet aan. Betrokkene geeft consistent verbaal aan dat zij naar huis toe wil. Volgens de zorgverantwoordelijke geeft betrokkene dat meerdere keren per dag aan. Ook tijdens de zitting gaf betrokkene herhaaldelijk aan naar huis te willen en niet te willen blijven. Dat betrokkene geen aanstalten maakt om naar huis te gaan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan haar duidelijke en consistente wens om naar huis te willen. Het is immers duidelijk dat betrokkene niet instemt met de voortzetting van het verblijf. 

Hoge Raad, 05-04-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:HR:2024:519 

Deze uitspraak gaat over een klacht over het uitblijven van beslissing op verzoek om ontslag uit een accommodatie (art. 55 Wzd). Een verzoek tot ontslag uit de accommodatie kan worden gedaan door de betrokkene zelf of door diens vertegenwoordiger (art. 48 lid 1 en 2 Wzd). Als vertegenwoordiger in de zin van de Wzd wordt aangemerkt de wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt, of, indien een zodanige persoon ontbreekt, de persoon die daartoe door de cliënt schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats te treden, of, indien deze ontbreekt of niet optreedt, de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel, of, indien deze ontbreekt of niet wenst op te treden, een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de cliënt (art. 1 lid 1, aanhef en onder e, Wzd). Indien de betrokkene een wettelijk vertegenwoordiger heeft, kan hij niet een ander machtigen om in zijn naam een verzoek tot ontslag uit de accommodatie te doen. In dit geval is het ontslagverzoek gedaan door de zoon en dochter, terwijl de cliënt een mentor had. Nu in dit geval betrokkene een mentor had, die in aangelegenheden betreffende haar verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding op de voet van art. 1:453 lid 1 en 2 BW haar wettelijk vertegenwoordiger is, konden de zoon en dochter dus geen verzoek tot ontslag van betrokkene uit de accommodatie doen. 

Rechtbank Gelderland, 26-03-2024 (datum publicatie: 17-04-2024), ECLI:NL:RBGEL:2024:2099 

Deze uitspraak gaat over een door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediend verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd). Het verweer dat veel van de zorgen betrekking hebben op de zoons van cliënt en niet op het gedrag van cliënt zelf wordt niet gehonoreerd. Het verzoek wordt toegewezen. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-03-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:RBZWB:2024:2570 

Deze uitspraak gaat over een door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediend verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd). De psychische stoornis van cliënt kan dezelfde gedragsproblemen of hetzelfde regieverlies veroorzaken als een psychogeriatrische aandoening. Ook vereist de psychische stoornis vergelijkbare zorg als een psychogeriatrische aandoening en leiden deze gedragsproblemen en regieverlies tot ernstig nadeel voor cliënt. Er is daarmee sprake van een gelijkgestelde aandoening als bedoeld in artikel 24 lid 4 Wzd. 

Rechtbank Rotterdam, 27-03-2024 (datum publicatie:23-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2024:3270 

Deze uitspraak gaat over een verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf (art. 24 Wzd). Het verzoek wordt toegewezen. Langer wachten met een opname zal betekenen dat de zaak escaleert. 

Rechtbank Rotterdam, 03-04-2024 (datum publicatie: 25-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2024:3681 

Deze uitspraak gaat over een verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf (art. 24 Wzd). Het verzoek wordt toegewezen en de termijn wordt beperkt tot 6 maanden zodat betrokkene kan laten zien waartoe hij zelfstandig in staat is en onderzoeken van de eventuele mogelijkheid van terugkeer naar huis. 

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Rechtbank Amsterdam, 22-11-2023 (datum publicatie: 04-04-2024), ECLI:NL:RBAMS:2023:8782 

In deze uitspraak wordt een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging na vernietiging van eerdere beschikking en terug verwijzing door de Hoge Raad behandeld. Vastgesteld wordt dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De zorgmachtiging wordt (opnieuw) verleend. 

Hoge Raad, 05-04-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:HR:2024:547 

Deze uitspraak gaat over art. 6:1 lid 1 Wvggz. Dit artikel bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Dit brengt mee dat de rechter die van oordeel is dat deze bereidheid ontbrak, dit in zijn beschikking dient vast te stellen en dat hij de gronden dient te vermelden waarop dat oordeel berust. De rechter heeft dat in deze zaak niet gedaan. 

Hoge Raad, 05-04-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:HR:2024:520 

Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg wordt een betrokkene in een voor hem begrijpelijke taal geïnformeerd (art. 1:8 lid 1 Wvggz). Art. 1:8 lid 2 Wvggz bepaalt dat een betrokkene, indien hij de Nederlandse taal niet beheerst, recht heeft op bijstand van een tolk voor zover de uitvoering van de verplichte zorg leidt tot vrijheidsbeneming. Bij de toepassing van art. 1:8 lid 2 Wvggz geldt als uitgangspunt dat een betrokkene wordt bijgestaan door een beëdigde tolk. In voorkomende gevallen kan evenwel ook de bijstand van een persoon die geen beëdigde tolk is, voldoende zijn om in dit opzicht een procedure te garanderen waarin de eisen van de art. 5 en 6 EVRM worden nageleefd. In dit geval is aan de orde de voortzetting van een crisismaatregel, waarbij spoed is geboden. Uit de bestreden beschikking volgt dat de rechtbank vanaf de dag van ontvangst van het verzoek tot nog een uur voor de mondelinge behandeling heeft geprobeerd een gebarentolk te regelen maar hierin niet is geslaagd omdat er geen gebarentolk beschikbaar was, dat de rechtbank een aantal vragen op papier heeft gezet waarop betrokkene met behulp van zijn zus en zijn ex-schoonzus heeft gereageerd, dat de zus en de ex-schoonzus – die beiden hebben verklaard door middel van gebaren met betrokkene te kunnen communiceren – betrokkene met de communicatie hebben geholpen, en dat betrokkene in staat bleek de vragen van de rechtbank voldoende te begrijpen. Onder die omstandigheden geeft het geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk dat de rechtbank is afgeweken van het hiervoor weergegeven uitgangspunt bij de toepassing van art. 1:8 lid 2 Wvggz en dat zij het verzoek om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van betrokkene heeft behandeld zonder dat betrokkene werd bijgestaan door een beëdigde gebarentolk. De klachten falen daarom. 

Rechtbank Oost-Brabant, 24-01-2024 (datum publicatie: 05-04-2024), ECLI:NL:RBOBR:2024:1444 

In deze uitspraak wordt schadevergoeding gevorderd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Op betrokkene is een ‘zorgcarrousel’ van toepassing: tot een geschikte plek voor hem is gevonden, verblijft betrokkene in beginsel om de zes maanden in een andere instelling. Verzoeker stelt dat er sprake is van onzorgvuldige besluitvorming en betwist dat de zorgcarrousel noodzakelijk is om de continuïteit en de effectiviteit van de zorg voor verzoeker te kunnen waarborgen. Er zou onvoldoende rekening zijn gehouden met zijn belangen. De rechtbank oordeelt dat niet gezegd kan worden dat er geen rekening is gehouden met de belangen van verzoeker. Juist omdat de behandeling goed verliep, kon betrokkene langer bij de instelling blijven. Hij is pas overgeplaatst toen hij zich tot twee keer toe onttrok aan de behandeling en die vastliep. Overplaatsing naar de andere instelling had mede tot doel de behandeling weer vlot te trekken. 

Rechtbank Rotterdam, 11-12-2023 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2023:12976 

Deze uitspraak gaat over een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging (art. 6:4 Wvggz). De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet. In de medische verklaring is te snel geoordeeld dat betrokkene wilsonbekwaam is. De zorgverantwoordelijke heeft daarnaast geen wilsbekwaamheidsbeoordeling overlegd en geen gesprek heeft plaatsgevonden met de vertegenwoordiger, hetgeen strijdig is met artikel 1:5 van de Wvggz. Hoewel dit in het verleden wel het geval is geweest, is bovendien volgens de advocaat momenteel geen sprake van acuut levensgevaar. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de opnames in het ziekenhuis van de laatste tijd, wel sprake is van acuut levensgevaar en gaat aan het verweer van de advocaat voorbij. Zo hebben zich de afgelopen periode meerdere somatische complicaties voorgedaan, zoals bloedingen en insulten. Daarnaast is sprake van ernstig nadeel voor derden, omdat betrokkene met zijn alcoholgebruik zijn steunsysteem emotioneel belast. Aan het beroep van betrokkene op wilsbekwaam verzet wordt voorbijgegaan wegens acuut levensgevaar en ernstig nadeel voor derden. 

Parket bij de Hoge Raad, 22-03-2024 (datum publicatie:09-04-2024), ECLI:NL:PHR:2024:322 

In deze Wvggz-klachtzaak heeft betrokkene klachten ingediend naar aanleiding van vier beslissingen van de zorgverantwoordelijke tot het toepassen van verplichte zorg. De klachtencommissie heeft alle vier de klachten ‘formeel gegrond’ verklaard en drie klachten ook inhoudelijk gegrond verklaard. Deze drie klachten hebben betrekking op aan betrokkene opgelegde beperkingen van (i) het telefoongebruik, (ii) het ontvangen van bezoek en (iii) de bewegingsvrijheid. De klachtencommissie heeft geoordeeld dat ten aanzien van die drie beperkingen niet is voldaan aan het subsidiariteitsvereiste. De zorgaanbieder heeft daarop bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend ter verkrijging van een beslissing over de klachten van betrokkene. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan het subsidiariteitsvereiste wél is voldaan en dat genoemde drie klachten van betrokkene inhoudelijk ongegrond zijn. Daar komt betrokkene in cassatie tegen op. Het middel voert onder meer aan dat de rechtbank niet slechts het beroep van de zorgaanbieder diende te beoordelen, maar dat zij zich ook een zelfstandig oordeel had moeten vormen over de door betrokkene bij de klachtencommissie ingediende klachten, althans de voor betrokkene gunstige beslissingen van de klachtencommissie had dienen te bekrachtigen. Het middel stelt daarmee de vraag aan de orde waartegen een beroep als bedoeld in art. 10:7 Wvggz precies is gericht. In zekere zin bouwt deze zaak voort op HR 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1042, waarnaar het middel ook verwijst. 

Parket bij de Hoge Raad, 18-03-2024 (datum publicatie: 12-04-2024), ECLI:NL:PHR:2024:306 

In deze Wvggz-zaak heeft de advocaat van betrokkene ter zitting een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet van betrokkene tegen een vorm van verplichte zorg, zijnde de toediening van medicatie. De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend inclusief toedienen medicatie voor zes maanden en wel tot en met 2 mei 2024. Ter zitting is door de arts-assistent verklaard dat niet expliciet is gerapporteerd over de wilsbekwaamheid, maar wel impliciet. De rechtbank is vervolgens aan het verweer van wilsbekwaam verzet voorbij gegaan, omdat volgens de rechtbank is gebleken dat betrokkene wegens verminderde ziekte-inzicht ter zake onbekwaam is voor wat betreft de medicatie inname. In cassatie wordt geklaagd dat dit oordeel onjuist is. Daarnaast klaagt het middel dat de overweging van de rechtbank dat er onder andere ernstig nadeel is gelegen in een ernstig verstoorde ontwikkeling voor een ander onbegrijpelijk is nu uit de medische verklaring of het zorgplan niet volgt dat daarvan sprake is. 

Rechtbank Rotterdam, 29-02-2024 (datum publicatie: 15-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2024:2552 

Deze uitspraak gaat over een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging (artikel 6:4 Wvggz). Het verzoek wordt afgewezen. De rechtbank kan niet vaststellen dat de stoornis de gevaarvolle daden op dit moment overwegend beheerst. Het alcoholgebruik van betrokkene kan daardoor niet als stoornis in de zin van de Wvggz worden gekwalificeerd. 

Rechtbank Midden-Nederland, 08-04-2024 (datum publicatie: 16-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:2163 

Zorgmachtiging in het kader van de Wvggz. Bij betrokkene is acht jaar geleden borstkanker geconstateerd. Betrokkene verbleef toen al in de huidige GGZ instelling. Er heeft nooit nader onderzoek of enige vorm van behandeling plaatsgevonden. De oncoloog wil nu starten met hormoonbehandeling in de vorm van tabletten dan wel injecties, maar betrokkene weigert iedere vorm van behandeling omdat zij ervan overtuigd is dat zij geen borstkanker heeft en dat men haar met de behandeling wil ombouwen tot een man. Betrokkene is chronisch psychotisch vanuit haar schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en heeft naast haar verzet tegen de behandeling ook de uitdrukkelijke wens om in leven te blijven. De rechtbank heeft vraagtekens bij de doelmatigheid en de proportionaliteit van de voorgestelde behandeling nu er geen enkel zicht is op de huidige status van de borstkanker en nu de verwachting is dat bij de toediening van de medicatie aan betrokkene sprake zal zijn van fors fysiek verzet. Uiteindelijk geven de door de oncoloog beschreven risico's op onder andere het ontstaan van 'ulcera' en het zorgvuldige behandelplan van de psychiater doorslag om de zorgmachtiging voor de somatische behandeling wel te verlenen. 

Rechtbank Midden-Nederland, 05-04-2024 (datum publicatie: 16-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:2138 

In deze zaak wordt een zorgmachtiging toegewezen. De conclusie is dat er sprake is van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene het ernstig nadeel dat bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en een ernstig verstoorde ontwikkeling, niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van betrokkene overwegend beheerst. Door deze afhankelijkheid ervaart betrokkene forse somatische klachten, zo bestaat naast de obstipatie ook het risico op een ademhalingsdepressie, heeft zij veel zorg en begeleiding van ouders nodig en verlaat zij bijna niet meer de woning. Door de afhankelijkheid aan fentanyl, kan betrokkene geen keuzes maken die haar gezondheid ten goede komen, zoals het opvolgen van medische behandeling of adviezen vanuit verslavingsbehandeling. De afgelopen jaren is verschillende keren geprobeerd om de middelen af te bouwen, maar zonder resultaat. Er is een patroon te zien dat betrokkene met de behandeling start, maar deze als dusdanig heftig wordt ervaren dat deze na een korte periode wordt stopgezet. 

Rechtbank Gelderland, 02-04-2024 (datum publicatie: 17-04-2024), ECLI:NL:RBGEL:2024:2101 

De geneesheer-directeur van de accommodatie waar betrokkene verblijft mag ook als onafhankelijk psychiater de medische verklaring opstellen, ook indien het een verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging betreft. 

Rechtbank Noord-Nederland, 15-04-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:RBNNE:2024:1459 

Deze uitspraak betreft een beslissing in beroep over een klacht door verzoeker ingediend bij de regionale klachtencommissie Wvggz. 

Hoge Raad, 19-04-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:HR:2024:650 

In deze Wvggz-zaak heeft de advocaat van betrokkene ter zitting een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet van betrokkene tegen een vorm van verplichte zorg, zijnde de toediening van medicatie. De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend inclusief toedienen medicatie voor zes maanden en wel tot en met 2 mei 2024. Ter zitting is door de arts-assistent verklaard dat niet expliciet is gerapporteerd over de wilsbekwaamheid, maar wel impliciet. De rechtbank is vervolgens aan het verweer van wilsbekwaam verzet voorbij gegaan, omdat volgens de rechtbank is gebleken dat betrokkene wegens verminderde ziekte-inzicht ter zake onbekwaam is voor wat betreft de medicatie inname. In cassatie wordt geklaagd dat dit oordeel onjuist is. Daarnaast klaagt het middel dat de overweging van de rechtbank dat er onder andere ernstig nadeel is gelegen in een ernstig verstoorde ontwikkeling voor een ander onbegrijpelijk is nu uit de medische verklaring of het zorgplan niet volgt dat daarvan sprake is. 

Rechtbank Noord-Nederland, 08-04-2024 (datum publicatie: 23-04-2024), ECLI:NL:RBNNE:2024:1488 

Uit deze uitspraak volgt dat het beperken van te veel koffiedrinken valt onder de zorgvorm “aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten”. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-04-2024 (datum publicatie: 23-04-2024), ECLI:NL:RBZWB:2024:2610 

Deze uitspraak gaat over een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aansluitend op een voortzetting van de crisismaatregel. De zorgvormen opname, beperking van de bewegingsvrijheid en insluiten zijn bedoeld om betrokkene kortdurend in te sluiten op zijn kamer voor max. 6 uur - onder zorgvorm 'aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten' valt specifiek het innemen van de rookwaar van betrokkene gedurende de insluiting op zijn kamer. 

Rechtbank Rotterdam, 28-03-2024 (datum publicatie: 24-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2024:3525 

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Klacht ex artikel 10:7 lid 1 Wvggz en schadevergoeding ex artikel 10:11 lid 2 Wvggz. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat het raakvlak tussen dwang en drang dun is en dat het maatwerk blijft, had het op de weg van verzoekster gelegen om haar verzet actief en consistent te uiten en bij haar standpunt te blijven als zij het niet eens was met de toediening van de medicatie. De rechtbank is net als de klachtencommissie van oordeel dat de toediening van de medicatie beoordeeld moet worden als zorg waarmee verzoekster vrijwillig ingestemd heeft. De rechtbank verklaart de klacht van verzoekster ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. 

Rechtbank Gelderland, 18-04-2024 (datum publicatie: 25-04-2024), ECLI:NL:RBGEL:2024:2227 

Deze uitspraak gaat over een verzoek om schadevergoeding. De zorginstelling heeft niet tijdig verzocht om aanvulling van de zorgmachtiging na inzet van tijdelijke verplichte zorg. De rechtbank kent een schadevergoeding van € 140 toe voor zes dagen insluiten en toezicht zonder geldige titel. 

Rechtbank Midden-Nederland, 02-04-2024 (datum publicatie: 29-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:2305 

Deze uitspraak gaat over een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank stelt voorop dat een alcoholverslaving op zichzelf geen stoornis in de zin van de wet is. Ingevolge de Hoge Raad (HR 8 april 2022, 21/05192, ECLI:NL:HR:2022:559) is een verslaving alleen aan te duiden als psychische stoornis als die gepaard gaat met een andere stoornis of wanneer de verslaving dermate ernstig is dat daardoor het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Nu de begeleider na nader medisch overleg voorafgaand aan de zitting stelt dat er geen psychiatrisch toestandsbeeld wordt gezien, naast het middelengebruik, is de rechtbank van oordeel dat in onvoldoende mate aannemelijk is gemaakt dat de verslaving van betrokkene gepaard gaat met een andere stoornis of dat betrokkene in zijn denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen is aangetast door zijn alcoholverslaving. De rechtbank is daarom van oordeel dat de zorgmachtiging afgewezen dient te worden. 

Wet langdurige zorg

Rechtbank Den Haag, 20-02-2024 (datum publicatie: 15-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:5348 

Aanvraag om zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn. 

Rechtbank Den Haag, 27-03-2024 (datum publicatie: 15-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:5350 

De uitvoering van de voorschriften voor het in rekening brengen van de eigen bijdrage voor het persoonsgebonden budget ingevolge de Wlz dat de betreffende persoon heeft ontvangen, levert een uitkomst op, die in dit geval zodanig onredelijk is, dat een uitzondering geboden is.  

Centrale Raad van Beroep, 27-03-2024 (datum publicatie: 07-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:643 

Er bestaat geen noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de directe nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Proceskostenvergoeding omdat appellante in bezwaar ten onrecht niet is gehoord. 

Rechtbank Limburg, 23-04-2024 (datum publicatie: 24-04-2023), ECLI:NL:RBLIM:2024:2002 

Voorlopige voorziening; geen spoed. Pgb in het kader van de Wlz. Verzoekster mag de zorg niet meer inkopen bij haar dochter omdat deze gefraudeerd zou hebben. Geen spoed omdat de dochter toch de zorg blijft leveren, ook al ontvangt zij hiervoor geen vergoeding uit het pgb. 

Rechtbank Den Haag, 28-03-2024 (datum publicatie: 11-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:4673 

Het CIZ heeft de aanvraag om aanpassing van het zorgprofiel terecht afgewezen. Het CIZ heeft inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom zorgprofiel VG05 het best passende zorgprofiel is. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het CIZ een gedragsdeskundige had moeten inschakelen om eiser te onderzoeken. Het beroep is ongegrond. 

Rechtbank Overijssel, 15-03-2024 (datum publicatie: 02-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:1397 

Voorzieningenrechter kent verzoek toe wegens twijfel aan de besluitvorming op het punt van de blijvendheid van de Wlz-zorg. 

Rechtbank Overijssel, 04-04-2024 (datum publicatie: 11-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:1768 

Toetsingsmaatstaf bij nieuwe aanvraag om Pgb op grond van de Wlz na een eerdere intrekking. 

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Rechtbank Overijssel, 09-04-2024 (datum publicatie: 12-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:1931 

In deze zaak gaat het om een vrouw van 82 jaar (eiseres), die sinds 2017 zelfstandig in een seniorenwoning woont. De woning bestaat uit een benedenverdieping met een keuken, woonkamer, badkamer en een slaapkamer. Op de bovenverdieping zijn twee slaapkamers. Eiseres gebruikt één van die kamers als slaapkamer. Eiseres is door hartritmestoornissen snel vermoeid en soms duizelig. Verder ondervindt zij beperking in haar functioneren door incontinentie en de gevolgen van een schaambeenbreuk. Vanwege haar beperkingen ontvangt zij huishoudelijke ondersteuning in het kader van de Wmo 2015 vanuit Zorgaccent. Op 30 januari 2023 heeft eiseres een aanvraag voor een (verlenging van de) maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 ingediend. Het college heeft daarop een maatwerkvoorziening toegekend in de vorm van huishoudelijke ondersteuning (module basis) en wasverzorging, maar van beperkte omvang en beperkte duur. Eiseres is het daar niet mee eens. In deze procedure gaat het erom of het college deze maatwerkvoorziening terecht en op goede gronden heeft toegekend. 

Rechtbank Noord-Nederland, 12-04-2024 (datum publicatie: 18-04-2024), ECLI:NL:RBNNE:2024:1432 

De rechtbank beoordeelt de juistheid van de herziening, intrekking en terugvordering van het (recht op) een persoonsgebonden budget van eiser met de indicatie beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 en de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiseres voor de terugvordering van het pgb. 

De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat eiser procesbelang heeft en dat het college bevoegd is tot herziening, intrekking en terugvordering. 

De rechtbank gaat voorbij aan de door het college nader ingediende strafrechtelijke stukken, omdat het college geen toelichting heeft gegeven welke onderdelen van de grote hoeveelheid aan stukken relevant is. 

De besluiten zijn belastende besluiten, waarbij het aan het college is om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor het nemen van deze besluiten is voldaan. Dat betekent in dit geval dat het college feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken waaruit volgt dat aan eiser niet de zorg is geleverd waarvoor het pgb is verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat het college geen voldoende feitelijke onderbouwing heeft gegeven voor de conclusie dat eiser in de in het geding zijnde periode niet in de instelling van eiseres woonachtig was. 

Er is sprake van een motiveringsgebrek. De beroepen zijn gegrond en de rechtbank draagt het college op nieuwe besluiten op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. 

Rechtbank Den Haag, 05-04-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:5001 

Aanvraag om een PTSS-hulphond op grond van de Wmo 2015. Hangende het beroep heeft het college aan eiseres alsnog een bedrag van € 9.980,- toegekend voor de opleidingskosten van de psychosociale hulphond van eiseres. Het college is daarmee volledig tegemoetgekomen aan het beroep van eiseres. Beroep niet-ontvankelijk. 

Centrale Raad van Beroep, 10-04-2024 (datum publicatie: 12-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:703 

Toekenning pgb ter hoogte van € 9.325,44 voor een periode van zes jaar als financieringsvorm voor aanvraag scootmobiel in kader van WMO 2015. Na bezwaar. Aanvankelijk had het college appellant in aanmerking gebracht voor een scootmobiel in de vorm van zorg in natura. Het college heeft navolgbaar uitgelegd dat de hoogte van het aan appellant verstrekte pgb afgestemd mag worden op de kosten die het college zou hebben gemaakt als een dergelijke scootmobiel door een gecontracteerde leverancier in natura zou zijn geleverd. Appellant is met de toekenning pgb niet te kort gedaan. 

Centrale Raad van Beroep, 10-04-2024 (datum publicatie: 12-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:703 

Toekenning pgb ter hoogte van € 9.325,44 voor een periode van zes jaar als financieringsvorm voor aanvraag scootmobiel in kader van WMO 2015. Na bezwaar. Aanvankelijk had het college appellant in aanmerking gebracht voor een scootmobiel in de vorm van zorg in natura. Het college heeft navolgbaar uitgelegd dat de hoogte van het aan appellant verstrekte pgb afgestemd mag worden op de kosten die het college zou hebben gemaakt als een dergelijke scootmobiel door een gecontracteerde leverancier in natura zou zijn geleverd. Appellant is met de toekenning pgb niet te kort gedaan. 

Centrale Raad van Beroep, 10-04-2024 (datum publicatie: 12-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:701 

Aanvraag maatwerkvoorziening WMO bestaande uit snoezelmaterialen door het college op juiste gronden afgewezen. Appellant heeft aan een nader onderzoek geen medewerking willen verlenen en hierdoor kan niet worden vastgesteld of appellant in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 

Centrale Raad van Beroep, 27-03-2024 (datum publicatie: 03-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:634 

Verstrekking maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning. De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat het standpunt van het college, dat toekenning van 30 minuten enige extra ondersteuning voldoende is, gelet op de situatie van appellante juist is.  

Centrale Raad van Beroep, 03-+04-2024 (datum publicatie: 07-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:648 

Appellante heeft geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 juni 2020, waarbij Rogplus haar in aanmerking heeft gebracht voor de ‘algemene voorziening schoon huis’. 

Centrale Raad van Beroep, 28-03-2024 (datum publicatie: 03-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:631 

Aan appellante is een maatwerkvoorziening individuele begeleiding toegekend naar een omvang van zes uur per week en in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Appellante heeft haar stelling dat in haar geval 12 uur per week aan begeleiding noodzakelijk is, onvoldoende onderbouwd. Uit de uitspraak van de Raad van 16 augustus 2023 volgt wat het minimale pgb-uurtarief behoort te zijn voor het inkopen van individuele begeleiding bij een persoon die tot het sociale netwerk behoort. Het door het college gehanteerde uurtarief van € 18,11 is lager dan het hiervoor genoemde minimale pgb-uurtarief. 

Rechtbank Amsterdam, 13-03-2024 (datum publicatie: 11-04-2024), ECLI:NL:RBAMS:2024:1372 

Beroepen tegen de verlening van pgb voor aanvullende ondersteuning voor twee uur per week en tegen de wijziging van het uurtarief voor het pgb ongegrond. Verweerder mocht een onderzoek laten uitvoeren doo rhet IAB en een beslissing nemen op basis van dit advies. De besluitvorming over het aantal uren zorg waarop het pgb wordt gebaseerd is niet onzorgvuldig omdat dit los staat van de algemene wijzigingen in de uurtarieven. Verweerder is tot slot geen dwangsom verschuldigd omdat eiser geen ingebrekestelling heeft gestuurd. 

Rechtbank Den Haag, 04-04-2024 (datum publicatie: 18-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:4377 

Eigen bijdrage woningaanpassing Wmo. Bezwaar gemaakt tegen brief CAK waarin inning van de eigen bijdrage wordt aangekondigd. Deze brief kon door het college van b&w van Den Haag niet worden overgelegd. rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens het ontbreken van relevante dossierstukken. College hoeft geen nieuw besluit te nemen. Ten overvloede zijn enkele overwegingen over de regeling van de eigen bijdrage voor woningaanpassing opgenomen. 

Rechtbank Amsterdam , 29-03-2024 (datum publicatie: 18-04-2024), ECLI:NL:RBAMS:2024:1660 

Publicatie rapport Kwaliteitstoezicht Wmo, feitelijke onjuistheden, openbaarmaking, onevenredige benadeling, hoor en wederhoor, beroep ongegrond. 

Rechtbank Gelderland, 12-04-2024 (datum publicatie: 18-04-2024), ECLI:NL:RBGEL:2024:2131 

Afwijzing aanvraag aanpassing woonwagen. Beroep ongegrond. Niet verhuisd naar meest geschikte woning. Geen schriftelijke toestemming. Urgentieverklaring ook niet als zodanig mogen opvatten. Niet aannemelijk gemaakt geen geschikte woning beschikbaar was. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-04-2024 (datum publicatie: 16-04-2024), ECLI:NL:RBZWB:2024:2357 

Weigering maatwerkvoorziening ogv de Wmo 2015 omdat behandeling is aangewezen en dat onder de Zvw valt. 

Rechtbank Den Haag, 28-03-2024 (datum publicatie: 11-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:4674 

Aanvraag om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang terecht afgewezen. Eiser heeft de thuissituatie niet verlaten en niet is gebleken dat hij niet in staat is zich in de samenleving te handhaven. In het geval van eiser doen zich geen feiten of omstandigheden voor waaruit op grond van artikel 8 van het EVRM een positieve verplichting tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening bestaande uit opvang voortvloeit. 

Centrale Raad van Beroep, 10-04-2024 (datum publicatie: 22-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:702 

Appellant kocht met een pgb ondersteuning in bij de Stichting. Door aan appellant – alleen op papier en pas met ingang van 15 januari 2019 – in aanmerking te brengen voor beschermd wonen in de vorm van zorg in natura heeft het college onzorgvuldig jegens appellant gehandeld en niet daadwerkelijk een passende bijdrage geleverd aan het voorzien in de behoefte van appellant aan beschermd wonen. De redelijke termijn is met 14 maanden overschreden in de rechterlijke fase. 

Rechtbank Den Haag, 08-04-2024 (datum publicatie: 22-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:5000 

Aanvraag om dagbesteding op grond van de Wmo 2015 terecht afgewezen. Eiseres heeft haar beperkingen op eigen kracht gecompenseerd. 

Rechtbank Midden-Nederland, 21-03-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:1713 

Eiseres heeft weer toegang gekregen tot huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Er wordt procesbelang aangenomen voor zover is opgekomen tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar. Verweerder heeft echter het forfaitaire systeem hiervoor mogen toepassen en mogen afzien van een hoorzitting. Beroep ongegrond en afwijzing schadevergoeding. 

Rechtbank Midden-Nederland, 21-03-2024 (datum publicatie: 11-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:1699 

Eiser heeft weer toegang gekregen tot huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Er wordt procesbelang aangenomen voor zover is opgekomen tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar. Verweerder heeft echter het forfaitaire systeem hiervoor mogen toepassen en mogen afzien van een hoorzitting. Beroep ongegrond en afwijzing schadevergoeding. 

Parket bij de Hoge Raad, 08-03-2024 (datum publicatie: 02-04-2024), ECLI:NL:PHR:2024:266 

Gebruik privaatrecht door overheid toegestaan? Onaanvaardbare doorkruising. Overeenkomst van gemeente met aanbieder ter uitvoering van Wmo. Is vordering van gemeente tot nakoming van beding tot controle van administratie van aanbieder mogelijk in kort geding bij burgerlijke rechter? Verhouding tussen enerzijds toezicht o.g.v. Wmo en art. 5:15 e.v. Awb, met mogelijkheid van last onder dwangsom (art. 5:32 Awb), en anderzijds vordering bij burgerlijke rechter. Mogelijkheid om in het kader van subsidie een overeenkomst aan te gaan (art. 4:36 Awb). 

Rechtbank Den Haag, 09-04-2024 (datum publicatie: 23-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:5236 

Het college heeft het stappenplan op diverse punten niet gevolgd en daardoor onvoldoende onderzoek gedaan.  

Centrale Raad van Beroep, 17-04-2024 (datum publicatie: 22-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:743 

De gemeente is bij toekenning van de omvang van de module huishoudelijke ondersteuning basis schoon en leefbaar huis zonder regie uitgegaan van de in de Beleidsregels opgenomen tijden. Op basis van dit Normenkader 2019 komt appellant voor minder minuten huishoudelijke ondersteuning in aanmerking dan met het bestreden besluit aan appellant is verstrekt. De was- en strijkservice is een algemene voorziening. 

Centrale Raad van Beroep, 02-04-2024 (datum publicatie: 03-04-2024), ECLI:NL:CRVB:2024:635 

In deze zaak oordeelt de Raad dat geen procesbelang meer aanwezig is. Dat wordt niet anders doordat aan appellant, nu zijn bezwaren niet-ontvankelijk, respectievelijk ongegrond zijn verklaard, geen vergoeding van de kosten van bezwaar is toegekend. De Raad trekt hiermee zijn rechtspraak over de aanwezigheid van procesbelang in relatie tot de kosten van bezwaar gelijk met zijn rechtspraak over procesbelang in relatie tot de kosten van beroep en hoger beroep. 

Rechtbank Noord-Holland, 25-03-2024 (datum publicatie: 17-04-2024), ECLI:NL:RBNHO:2024:3418 

Aanvraag verlenging begeleiding. Beroep niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk, want niet voldaan aan de vereisten voor ingebrekestelling. Afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Verweerder stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat nader onderzoek nodig is naar de medische situatie van verzoekster en de ondersteuningsbehoefte die daaruit voortvloeit. 

Rechtbank Midden-Nederland, 13-03-2024 (datum publicatie: 29-04-2024), ECLI:NL:RBMNE:2024:2202 

In deze zaak oordeelt de rechtbank dat er geen proces verlangd is Omdat het geschil betrekking heeft op een reeds verstreken periode. Omdat eiseres inmiddels recht heeft op langdurige zorg is ook niet aannemelijk dat een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode.    

Jeugdwet

Rechtbank Den Haag, 30-01-2024 (datum publicatie: 09-04-2024), ECLI:NL:RBDHA:2024:4999 

Deze zaak gaat over een beroep tegen de omvang van de op grond van de Jeugdwet gekende vervoersvoorziening. Het college heeft op grond van de hardheidsclausule een vervoersvoorziening van 239 ritten toegekend, maar de omvang daarvan in het bestreden besluit onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd. Uit het dossier blijkt wel voldoende duidelijk hoe het college tot een omvang van 239 ritten is gekomen, zodat het motiveringsgebrek wordt gepasseerd.  

Rechtbank Gelderland, 16-04-2024 (datum publicatie: 18-04-2024), ECLI:NL:RBGEL:2024:2162 

Deze zaak gaat over een beroep tegen het openbaar maken van een inspectierapport over een zorginstelling. De rechtbank oordeelt dat het besluit bevoegd is genomen en ziet geen aanleiding om het Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet onverbindend te verklaren of buiten toepassing te laten. Verder is het bestreden besluit, met uitzondering van een aantal geconstateerde feitelijke onjuistheden in het rapport, niet onrechtmatig. Het is beroep is gegrond vanwege de geconstateerde feitelijke onjuistheden in het rapport. Verder wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe.   

Rechtbank Noord-Nederland, 18-04-2024 (datum publicatie: 23-04-2024), ECLI:NL:RBNNE:2024:1464 

Het gaat in de zaken om de vraag of het college de aanvragen van verzoekers om jeugdhulp voor individuele begeleiding en specialistische gezinsbegeleiding terecht heeft afgewezen. Daarbij zijn de vragen aan de orde of Basis jeugdhulp als een algemene voorziening dient te worden aangemerkt of het aanbod van algemene voorzieningen en de regels daarover in de Verordening hadden moeten opgenomen. Daarbij is de vraag of al dan niet sprake is van verboden delegatie. Deze principiële rechtsvragen lenen zich niet voor beantwoording in een voorzieningenprocedure. De voorzieningenrechter zal geen inhoudelijk oordeel geven, maar een afweging van de belangen maken. De voorzieningenrechter oordeelt dat bij afweging van de betrokken belangen een zwaarder gewicht toekomt aan het belang van verzoekers bij het voortzetten van de hiervoor genoemde voorzieningen in de vorm van zorg in natura dan aan het belang van het college om uitvoering aan de bestreden besluiten te geven. De voorlopige voorzieningen worden toegewezen en bepaald wordt dat de voorzieningen voor individuele begeleiding en specialistische gezinsbegeleiding ongewijzigd dienen te worden voortgezet. 

Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Rechtbank Limburg, 17-04-2024 (datum publicatie: 17-04-2024), ECLI:NL:RBLIM:2024:1873 

In deze zaak heeft de minister aan Co-Med een zogenaamde aanwijzing opgelegd in het kader van artikel 27 van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), omdat Co-Med – kort gezegd – de regels die voor huisartsenpraktijken gelden niet goed naleeft. 

Het betreft een voorlopige voorziening hangende de beroepsprocedure. In de bezwaarprocedure heeft Co-Med ook een voorlopige voorziening gevraagd en deze is door de voorzieningenrechter op 2 augustus 2023 toegewezen (ECLI:NL:RBLIM:2023:4573; gepubliceerd op rechtspraak.nl). 

De voorlopige voorziening die hier aan de orde is, heeft Co-Med aangevraagd om te voorkomen dat de zakelijke weergave van de aanwijzing gepubliceerd zal worden. De voorzieningenrechter heeft besloten om het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de aanwijzing in lijn met de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, voldoende feitelijke basis heeft. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de aanwijzing niet overduidelijk onjuist is. Bij een afweging van de belangen van de minister enerzijds en de belangen van Co-Med anderzijds, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van de minister om de zakelijke weergave van de aanwijzing te publiceren, zwaarder wegen dan de belangen van Co-Med. De afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft tot gevolg dat de minister de zakelijke weergave van de aanwijzing mag publiceren. 

Mededingingsrecht

Gerechtshof Den Haag, 16-04-2024 (datum publicatie: 29-04-2024), ECLI:NL:GHDHA:2024:608 

In deze zaak oordeelt het gerechtshof Den Haag dat het afslagenbeleid van de zorgverzekeraars ten aanzien van geneesmiddelen niet in strijd is met het kartelverbod zoals dat opgenomen is in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.  

Zorgverzekeringswet

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-03-2024 (datum publicatie: 26-03-2024) ECLI:NL:GHARL:2024:2122 

Medisch specialistische zorg. Vergoeding heupoperatie MoM-HRA niet in Nederland vergoed. De behandeling voldoet volgens het hof – in navolging van diverse negatieve adviezen van de beroepsgroep en andere instanties als het ZIN – niet aan de stand van wetenschap en praktijk. 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-04-2024 (datum publicatie: 24-04-2024), ECLI:NL:GHARL:2024:2724 

Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:9 BW. Bestuurder van stichting aansprakelijk voor bedragen die stichting moet terugbetalen aan zorgverzekeraar. Dossiers van frauderende onderaannemer onvoldoende gecontroleerd en onvoldoende op de hoogte van gewijzigde wet- en regelgeving en de gevolgen daarvan voor het declareren van zorg. Tekortgeschoten in kerntaak als bestuurder; sprake van een persoonlijk ernstig verwijt. 

Ondernemingsrecht

Rechtbank Overijssel, 03-04-2024 (datum publicatie: 03-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:1764 

In deze zaak vordert de curator verklaringen voor recht dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun taak als bestuurder/feitelijk beleidsbepaler van gefailleerde zorg B.V. kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW, dat het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement en dat zij onrechtmatig hebben gehandeld tegenover en haar gezamenlijke schuldeisers. Op grond daarvan vordert de curator om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot (primair) betaling van het volledige boedeltekort van de failliete zorg BV. Daarnaast wordt ook oplegging van een bestuursverbod gevorderd. 

De rechtbank komt tot het oordeel dat [gedaagde 2] als feitelijk beleidsbepaler is aan te merken en dat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] als bestuurder hun taak onbehoorlijk hebben vervuld. Zij worden dan ook hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het boedeltekort en om aan de curator een voorschot te betalen op wat zij aan de boedel zijn verschuldigd. 

Rechtbank Limburg, 20-03-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBLIM:2024:1617 

Een medisch specialist heeft een zelfstandig behandelcentrum (ZBC) op het gebied van knie- en heupaandoeningen opgericht. Het MSB is van oordeel dat de medisch-specialist met deze activiteiten het concurrentiebeding van de ledenovereenkomst heeft geschonden en zegt de ledenovereenkomst daarom met onmiddellijke ingang op. De rechtbank oordeelt dat de medisch specialist weliswaar tekortgeschoten is in de nakoming van de ledenovereenkomst, maar dat er geen dringende reden bestaat die de onmiddellijke beëindiging rechtvaardigde. 

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 26-03-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:GHSHE:2024:1038 

Geschil tussen radiologen en ziekenhuis over beloning. De radiologen maken aanspraak op loon op basis van de PxQ-methodiek van NZa-tarieven 2014. Het gerechtshof ziet hiervoor geen deugdelijke juridische grondslag, contractueel noch anderszins.  

Gerechtshof Amsterdam, 18-04-2024 (datum publicatie: 23-04-2024), ECLI:NL:GHAMS:2024:986 

Het Gerechtshof wijst het verzoek van een bestuurder, tevens aandeelhouder van een BV van vijf reumatologen tot het gelasten van een enquête en het treffen van onmiddellijke voorzieningen af omdat uit de stellingen niet blijkt van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van de BV te twijfelen.  

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-04-2024 (datum publicatie: 24-04-2024), ECLI:NL:GHARL:2024:2724 

Bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:9 BW. Bestuurder van stichting aansprakelijk voor bedragen die stichting moet terugbetalen aan zorgverzekeraar. Dossiers van frauderende onderaannemer onvoldoende gecontroleerd en onvoldoende op de hoogte van gewijzigde wet- en regelgeving en de gevolgen daarvan voor het declareren van zorg. Tekortgeschoten in kerntaak als bestuurder; persoonlijk ernstig verwijt. 

Medezeggenschap

Rechtbank Overijssel, 17-04-2024 (datum publicatie: 19-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:2127 

De Wmcz 2018 biedt geen grondslag voor vergoeding door de zorgorganisatie van de kosten die een ouderinitiatief heeft gemaakt in het kader van een verzoek van het ouderinitiatief als representatieve delegatie om de zorgorganisatie als instelling te bevelen de uitspraak van de LCvV na te leven.  

Vastgoed

Rechtbank Overijssel, 24-04-2024 (datum publicatie: 26-04-2024), ECLI:NL:RBOVE:2024:2236 

Eiser is opgenomen in een Wlz-instelling, waar zorg in natura wordt geleverd en wordt bekostigd door het Zorgkantoor op grond van een volksverzekering. Eiser is in financiële zin niets aan de zorginstelling verschuldigd, ook geen huurpenningen. Mede hierdoor overweegt de voorzieningenrechter dat in hoofdlijn sprake is van een zorgovereenkomst. De zorginstelling heeft daardoor andere verplichtingen ten opzichte van eiser, dan in de verhouding verhuurder/huurder het geval zou zijn. Eiser heeft geen recht op huurbescherming. Ook het beroep op artikel 8 EVRM slaagt niet. Van eigeninrichting (doordat de zorginstelling de sloten heeft vervangen) is geen sprake. De ontruiming wordt toegewezen. 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-03-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:GHARL:2024:2312 

Er is sprake van ernstige tekortkomingen van huurster in de nakoming van de zorgovereenkomst. Welk tekortschieten van geïntimeerde van voldoende gewicht is om de opzegging van de zorgovereenkomst te rechtvaardigen is in de eerste plaats afhankelijk van wat partijen zijn overeengekomen. Daarbij is van belang dat van een zorgverlener in beginsel mag worden verwacht dat hij alvorens tot opzegging over te gaan de zorgontvanger concreet heeft gewezen op het ongewenste gedrag, op de wijziging van gedrag heeft aangedrongen, de zorgontvanger de gelegenheid heeft geboden diens gedrag te wijzigen en ook heeft aangegeven dat als dat niet gebeurt de overeenkomst wordt opgezegd. Uit de gegeven omstandigheden blijkt dat tussentijdse opzegging van de zorgovereenkomst (en daarmee dus ook van de huurovereenkomst) gerechtvaardigd was. Het belang van geïntimeerde en haar gezin om in de woning te kunnen blijven levert niet zonder meer een belang op dat zwaarder moet wegen dan het belang van de zorgverlener om de woning vrij beschikbaar te krijgen. Daarbij wordt meegewogen dat de gemeente heeft aangegeven een plek binnen de maatschappelijke opvang te regelen. De ontruiming wordt toegewezen. 

Rechtbank Rotterdam, 29-01-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBROT:2024:2258 

In het kader van de WMO is een tijdelijke woonvoorziening aan eiser toegewezen. Gedaagde woont daar samen met haar tweejarige dochter. Gedaagde en zorginstelling hebben een begeleidings- en gebruiksovereenkomst gesloten. Gedaagde heeft zich tijdens de begeleiding ten opzichte van medewerkers van zorginstelling verbaal agressief opgesteld. Na meerdere waarschuwingen heeft de zorginstelling de beëindiging van de de ondersteuning en het verblijf beëindigd. 

De voorzieningenrechter overweegt dat zorginstelling heeft nagelaten om het gehele dossier van gedaagde te overleggen en niet concrete dagen heeft genoemd waarop de waarschuwingen zouden zijn uitgedeeld. Gelet op de erkenning van gedaagde tijdens de zitting acht de voorzieningenrechter wel aannemelijk dat sprake was van, beperkt, herhaald agressief gedrag wat niet door de beugel kon. Er is niet betwist dat begeleiders van gedaagde in oktober 2023 nog hebben laten weten tevreden te zijn over de ontwikkeling van gedaagde. Gelet op het beperkte dossier kan de omvang van het gedrag van gedaagde niet worden vastgesteld. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat gedaagde pogingen te doet om te werken aan haar problematiek. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om gedaagde een laatste kans te bieden. Gedaagde wordt veroordeeld om binnen twee maanden na betekening van het vonnis de woning de verlaten, indien en voor zover gedaagde zich binnen deze termijn van twee maanden niet begeleidbaar en leerbaar heeft opgesteld. De voorzieningenrechter kiest een lange termijn van twee maanden gelet op artikel 3 IVRK en het belang van het kind. 

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17-04-2024 (datum publicatie: 17-04-2024), ECLI:NL:RVS:2024:1612 

De raad van de gemeente Zuidplas heeft het bestemmingsplan “Van ’t Verlaat en Leliestraat, Zevenhuizen” vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van in totaal 359 woningen mogelijk. De bestemming “Maatschappelijk” maakt de zorgwoningen mogelijk.  

Een aannemersbedrijf is één van de gebruikers van het naastgelegen bedrijfscomplex. Zij vrezen dat zij door de korte afstand van de (zorg-)woningen tot het bedrijventerrein zullen worden belemmerd in de bedrijfsvoering. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de te bouwen woningen het bedrijfscomplex in haar bedrijfsvoering zullen belemmeren. Daarbij acht de Afdeling van belang dat aan de VNG-richtafstand van 50 meter wordt voldaan.  

Omzetbelasting

Rechtbank Noord Nederland, 01-02-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBNHO:2024:2165 

Een zaak over het btw-tarief. De belanghebbende verkocht onder andere compressiekousen en heeft het standpunt ingenomen dat hierop het verlaagd btw-tarief van toepassing is. De rechter heeft dit beroep afgewezen nu de belanghebbende niet heeft kunnen onderbouwen dat de compressiekousen vallen onder een specifiek post in de btw wetgeving voor het verlaagd tarief (zoals die voor verbandmiddelen of windsels)  

Rechtbank Noord Nederland, 09-01-2024 (datum publicatie: 08-04-2024), ECLI:NL:RBNHO:2024:2163 

Belanghebbende is arts en heeft een digitaal platform voor bemiddeling tussen arts en patiënt. Klanten van het platform kunnen medische gegevens/hun medisch dossier toesturen en vervolgens telefonisch een gesprek met de eigen medisch specialist voorbereiden waarbij onder andere wordt gesproken over de behandelopties. Naar het oordeel van de rechtbank is de dienstverlening van de belanghebbende vrijgesteld van btw op grond van de medische vrijstelling. De rechtbank motiveert haar oordeel als volgt: de consulten gaan verder dan het verstrekken van algemene inlichtingen over de ziektebeelden en behandelingen en een goed gesprek. Er is sprake van uitleg en advies door een medisch professional, toegesneden op het specifieke geval dat voorligt. Nu het consult de betrokken persoon een beter inzicht geeft in zijn medische situatie, kan hij daar in voorkomend geval naar handelen, met name door een weloverwogen afweging te maken bij het kiezen voor het al dan niet ondergaan van een bepaalde behandeling. Met het consult wordt dan ook een therapeutische doelstelling nagestreefd als bedoeld in het arrest X-GmbH.