Zoeken
  1. Niet opzeggen slapend dienstverband in strijd met goed werkgeverschap

Niet opzeggen slapend dienstverband in strijd met goed werkgeverschap

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2019 uitspraak gedaan dat de werkgever op straffe van een dwangsom de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer (langer dan 2 jaar) moet opzeggen.
Artikel | 28 maart 2019 | Henk Hoving

Arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2019 uitspraak gedaan dat de werkgever op straffe van een dwangsom de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer (langer dan 2 jaar) moet opzeggen, zonder in achtneming van de geldende opzegtermijn en onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding. Tot nu toe oordeelde de rechtspraak anders.

In stand houden van een slapend dienstverband

De voorzieningenrechter vindt dat thans niet langer is vol te houden dat het in stand houden van een slapend dienstverband geen strijd oplevert met goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Redenen zijn de Wet compensatie transitievergoeding van 11 juli 2018 (goedkeuring EK) en de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om slapende dienstverbanden tegen te gaan.
In deze situatie spelen de volgende specifieke omstandigheden, aldus de voorzieningenrechter. 

Specifieke omstandigheden

De werknemer is terminaal ziek (geen vooruitzicht op werkhervatting en re-integratie). Verder was de werknemer statutair directeur. Zij werd na 1 jaar ziekte ontslagen uit haar statutaire functie. Vanwege de verknochtheid van deze benoeming met de arbeidsovereenkomst was de arbeidsovereenkomst door het ontslag een lege huls geworden.