Wijzigingen in het DBA-dossier: wat u nu moet weten en doen

25 februari 2025

Afgelopen vrijdag, 21 februari, heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudiciële vragen in de Uber-procedure. Deze vragen gingen over de beoordeling van arbeidsrelaties, waarbij schijnzelfstandigheid als grootste risico wordt gezien. De uitspraak biedt waardevolle inzichten voor bedrijven en zelfstandigen over hoe arbeidsrelaties juridisch beoordeeld moeten worden. 

Jochem van den Berg
Jochem van den Berg
Fiscalist - Associate Partner
In dit artikel

In dit blog leest u:

  • Wat de uitspraak betekent voor het DBA-dossier.

  • Hoe het element 'extern ondernemerschap' beoordeeld wordt.

  • Praktische tips om uw oranisatie beter voor te bereiden.

Extern ondernemerschap als belangrijk beoordelingspunt

Bij het beoordelen van een arbeidsrelatie dienen alle feiten en omstandigheden meegewogen te worden. In het eerdere Deliveroo-arrest noemde de Hoge Raad een negental elementen die hierin een rol spelen. Eén van die elementen was het ‘extern ondernemerschap’.

Wat betekent extern ondernemerschap?

Daarmee wordt het ondernemerschap van een werkende in het algemeen, dus buiten de arbeidsrelatie die beoordeeld wordt, bedoeld. Extern ondernemerschap kan uit verschillende zaken blijken, bijvoorbeeld uit het feit dat een werkende meerdere opdrachtgevers heeft, uit de mate van acquisitie, de mate van algeheel ondernemersrisico, uit uitingen op websites of uit activiteit en/of presentatie op social media.

In de Uber-procedure ontstonden vragen over de positie van het element ‘extern ondernemerschap’ tegenover de andere elementen die in de Deliveroo-zaak werden genoemd. Is extern ondernemerschap even belangrijk als de andere elementen, of is er minder of juist meer belang? En daaropvolgend: kan extern ondernemerschap doorslaggevend zijn bij voor het overige gelijke gevallen, bijvoorbeeld als de ene werkende wel extern ondernemerschap uitdraagt en de andere niet? 

Antwoord van de Hoge Raad:

Het element extern ondernemerschap is in principe even relevant als de andere elementen. Dit brengt met zich mee dat het bij voor het overige gelijke gevallen inderdaad zo kan zijn dat de ene werkende als zelfstandige kan worden beoordeeld, daar waar de andere werkende wordt geacht in dienstbetrekking te staan. Daarbij schept de Hoge Raad ook direct duidelijkheid over een misverstand dat langzaam lijkt te ontstaan: de omstandigheid dat zzp'ers en werknemers hetzelfde werk doen ("zij-aan-zij"), betekent niet direct dat die werkzaamheden nooit door een zzp’er verricht kunnen worden. 

Wat betekent dit voor uw praktijk?

Hoewel de Hoge Raad eigenlijk enkel bevestigt dat zij eerder in het Deliveroo-arrest al had geschreven, zijn de antwoorden voor de praktijk toch waardevol. We schetsen drie praktische gevolgen: 

1.    Wet VBAR op losse schroeven

In het wetsvoorstel Wet VBAR wordt pas in een later stadium naar het element extern ondernemerschap gekeken, namelijk alleen wanneer de weging van andere elementen – die alleen kijken naar de specifieke arbeidsrelatie – gelijk uitkomt. De antwoorden die de Hoge Raad nu geeft, bevestigen dat de aanpak zoals in het wetsvoorstel Wet VBAR wordt voorgesteld niet (meer) in lijn is met de huidige jurisprudentie. De toelichting bij het wetsvoorstel Wet VBAR spreekt van de wens om geen nieuwe criteria te introduceren, maar aan te sluiten bij reeds bestaande jurisprudentie. Als dit inderdaad (nog steeds) de bedoeling is, is het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt onzes inziens achterhaalt. Uiteraard kan het wetsvoorstel op dit punt ook worden aangepast.

2.    De belastingdienst en extern ondernemerschap 

Net als in het wetsvoorstel Wet VBAR lijkt de Belastingdienst in haar berichtgeving en toetsing het element ‘extern ondernemerschap’ niet altijd als relevant beoordelingselement mee te wegen. In plaats daarvan legt zij vaak de nadruk op het criterium ‘inbedding van het werk’. In het Uber-arrest benadrukt de Hoge Raad echter (nogmaals) dat alle criteria even zwaar kunnen wegen. De Belastingdienst zal haar publicaties hierop moeten afstemmen en haar werkwijze aanpassen. 

3.    Creëer inzicht in het extern ondernemerschap van opdrachtnemers

Gebruik deze uitspraak in uw voordeel. Hieronder volgt een concreet advies.

Ons advies

Wij raden aan het extern ondernemerschap van uw opdrachtnemer expliciet uit te vragen, zodat u dit in de beoordeling van uw arbeidsrelatie met de opdrachtnemer mee kunt nemen. Bijkomend voordeel is dat wanneer de Belastingdienst u vragen stelt over uw arbeidsrelatie(s) of een boekenonderzoek uitvoert, u het element extern ondernemerschap door de uitvraag die u heeft gedaan zelf kunt aandragen als relevant beoordelingspunt. Onze verwachting is dat de Belastingdienst wel over informatie over het extern ondernemerschap van een belastingplichtige beschikt (of kan beschikken), maar die informatie niet in zal brengen op het moment dat die informatie nadelig is voor het standpunt dat de Belastingdienst in wil nemen. In dat kader kan het verstandig zijn het extern ondernemerschap zelf uit te vragen.

Interesse in ons formulier 'Extern ondernemerschap?'

Om een uitvraag makkelijker te maken hebben wij een formulier ‘extern ondernemerschap’ ontwikkeld. Dit formulier kunt u gebruiken bij nieuwe opdrachtrelaties of laten invullen door bestaande opdrachtnemers. Dit geeft u beter inzicht in hun extern ondernemerschap. Door het ingevulde formulier bij de door u met opdrachtnemer getekende overeenkomst te bewaren, maakt u een bredere beoordeling van de arbeidsrelatie mogelijk.

Geïnteresseerd? Download het formulier Extern Ondernemerschap.

Bij vragen staan we uiteraard voor u klaar!

Gerelateerd

Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsfaciliteit in de Vpb

Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsingsfaciliteit in de Vpb

Op 27 februari 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting (HR 27 februari 2026,...

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting: wat gebeurt er nu en wanneer?

In ons eerdere blog schreven wij over het arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de...
Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland. Het akkoord bevat diverse fiscale afspraken...

Modernisering forfaits schenk- en erfbelasting: wat betekent dit voor u?

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...

HvJ EU verruimt de toepassing van de koepelvrijstelling

Op 22 januari 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) een belangrijk arrest gewezen over de btw-vrijstelling voor diensten die...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

09
april
2026
Seminar
Aanbesteding & Mededinging
Actualiteitenbijeenkomst Aanbestedingsrecht 2026

Het is inmiddels een begrip in aanbestedingsland: de Dirkzwager Actualiteitenbijeenkomst in Nijmegen-Lent. Hopelijk bent u er dit jaar ook (weer) bij op 9 april 2026.

Nijmegen
13:30 - 17:45
21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wet kwaliteitsregistraties zorg (Wkz) verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren.   Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Wat betekent dit concreet voor uw organisatie en wat moet u regelen? Onze specialisten geven een compleet en praktisch overzicht van wat de wet verlangt, zodat u weet waar bijsturing nodig is en waar kansen liggen.

Online
10.00 - 11.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen