Modernisering forfaits schenk- en erfbelasting: wat betekent dit voor u?

2 februari 2026

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en erfbelasting te moderniseren. Deze forfaits zijn sinds 1980 niet meer geactualiseerd en sluiten daardoor al geruime tijd niet meer aan bij de economische realiteit. Beoogd wordt om deze forfaits per 1 januari 2028 beter te laten aansluiten bij de marktrente en de levensverwachting. Dit kan gevolgen hebben voor de fiscale uitkomst van bestaande en toekomstige schenkingen en nalatenschappen.

In dit artikel

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en erfbelasting te moderniseren. Deze forfaits zijn sinds 1980 niet meer geactualiseerd en sluiten daardoor al geruime tijd niet meer aan bij de economische realiteit. Beoogd wordt om deze forfaits per 1 januari 2028 beter te laten aansluiten bij de marktrente en de levensverwachting. Dit kan gevolgen hebben voor de fiscale uitkomst van bestaande en toekomstige schenkingen en nalatenschappen.

Het belang van de forfaits in de schenk- en erfbelasting

In de schenk- en erfbelasting spelen forfaits een belangrijke rol bij bijvoorbeeld de waardering van genotsrechten en periodieke uitkeringen, erfrechtelijke (onderbedelings)vorderingen die ontstaan als gevolg van overlijden en schenkingen op papier.

Waardering genotsrechten en periodieke uitkeringen

Als hoofdregel wordt voor de waardering in de schenk- en erfbelasting aangesloten bij de 'waarde in het economische verkeer', zijnde de prijs die een zaak bij verkoop onder normale omstandigheden, na een zorgvuldige voorbereiding, aan de hoogste biedende gegadigde zou opbrengen.

De waarde in het economische verkeer voor genotsrechten en periodieke uitkeringen is in de praktijk lastig vast te stellen. Daarom wordt in de schenk- en erfbelasting gewerkt met forfaits. Dit zijn rekenregels waarmee de waarde van genotsrechten en periodieke uitwerkingen wordt bepaald aan de hand van een vaste wettelijke rekenrente en de verwachte resterende levensduur van degene die het genotsrecht of de uitkering geniet. In de huidige systematiek wordt al decennialang uitgegaan van een wettelijke rekenrente van 6%, terwijl de daarbij gebruikte leeftijds- en geslachtsafhankelijke factoren zijn gebaseerd op levensverwachtingen die dateren uit 1980.

(Onderbedelings)vorderingen en papieren schenking

Als de kinderen na het overlijden van een van de ouders een (onderbedelings)vordering krijgen op de langstlevende ouder, is de hoogte van de afgesproken rente bepalend voor de vraag of de langstlevende ouder geacht wordt het genot te hebben van die (onderbedelings)vordering.

Onder de huidige regels wordt de langstlevende ouder geacht geen genot te hebben indien over de (onderbedelings)vordering een samengestelde rente gelijk aan de wettelijke rekenrente (6%) is overeengekomen. Is de overeengekomen rente lager dan deze wettelijke rekenrente, dan wordt de langstlevende ouder juist wel geacht het genot van de (onderbedelings)vordering te hebben. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijk verschuldigde erfbelasting.

De vraag of de langstlevende ouder het genot heeft van de (onderbedelings)vordering is direct gekoppeld aan de wettelijke rekenrente. Wordt deze rekenrente gewijzigd, dan kan dit gevolgen hebben voor de vraag of de langstlevende ouder het genot heeft van (onderbedelings)vorderingen en daarmee ook voor de hoogte van de uiteindelijke verschuldigde erfbelasting.

Bij een papieren schenking wordt bij leven een bedrag geschonken, bijvoorbeeld door een ouder aan de kinderen, zonder dat dit bedrag direct wordt uitbetaald. De ouder blijft het geschonken bedrag schuldig aan de kinderen (vaak tot aan overlijden) en betaalt hierover rente. In beginsel is over het geschonken bedrag schenkbelasting verschuldigd op het moment van de schenking, voor zover de schenking hoger is dan de vrijstelling.

Wanneer deze schenking notarieel is vastgelegd en de ouder jaarlijks rente betaalt aan de kinderen ter hoogte van de wettelijke rekenrente (6%), kan het geschonken bedrag bij overlijden in mindering komen op de nalatenschap. Door de huidige wettelijke rekenrente van 6% kunnen de jaarlijkse rentebetalingen aan de kinderen plaatsvinden zonder dat hierover schenkbelasting is verschuldigd. Voor de volledigheid willen wij opmerken dat een papieren schenking eveneens gevolgen heeft voor de heffing van de inkomstenbelasting in box 3.

Waarom is modernisering noodzakelijk?

In 2019 heeft de Algemene Rekenkamer gewezen op onder andere de tekortkomingen van fiscale forfaits in ons belastingstelsel en benadrukt dat deze tijdig moeten worden geactualiseerd. Deze kritiek zag ook op de forfaits in de schenk- en erfbelasting.

De huidige forfaits in de schenk- en erfbelasting sluiten steeds minder aan bij de economische werkelijkheid, wat kan leiden tot vertekende waarderingen en ongewenste fiscale effecten. De Staatssecretaris van Financiën onderkent dit en heeft daarom een voorstel uitgewerkt om deze forfaits te moderniseren.

De belangrijkste voorstellen



Aanpassing van de levensverwachting

Voor de levensverwachting wordt voorgesteld om aan te sluiten bij de prognosetafels van het Koninklijk Actuarieel Genootschap en uit te gaan van een sekseneutrale levensverwachting. Deze prognosetafels houden, anders dan de huidige uitgangspunten, rekening met de toekomstige ontwikkeling van de sterfte en geven daarmee een realistischer beeld van de resterende levensduur.

Nieuwe rekenrente

Voor de rekenrente wordt voorgesteld aan te sluiten bij de risicovrije rente van de Nederlandsche Bank met een vaste looptijd van negen jaar. De rekenrente zal jaarlijks worden geactualiseerd op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de risicovrije rente over een periode van vijf jaar. Op basis van de huidige verwachtingen wordt de gemoderniseerde rekenrente per 1 januari 2028 ingeschat op ongeveer 3%.

Overgangsrecht voor bestaande situaties

Om te voorkomen dat bestaande keuzes met terugwerkende kracht worden geraakt, wordt overgangsrecht voorgesteld. De nieuwe forfaits zullen dan niet van belang zijn voor reeds ontvangen schenkingen en erfenissen. Voor deze situaties blijft het forfait gelden dat van toepassing was op het moment van schenking of overlijden.

Wettelijke verankering en periodieke actualisatie

Om te voorkomen dat de forfaits opnieuw langdurig achterblijven bij de economische werkelijkheid, is het voornemen om de forfaits op te nemen in de Successiewet 1956. Daarbij wordt een wettelijk vastgelegd jaarlijks actualisatiemechanisme geïntroduceerd, zodat de forfaits voortaan automatisch worden aangepast.

Gevolgen voor de praktijk



Rentedragende onderbedelingsvorderingen

Rentedragende (onderbedelings)vorderingen worden vaak gebruikt om de nalatenschap van de langstlevende ouder in de toekomst te verkleinen. De overeengekomen rente wordt doorgaans niet tijdens het leven van de langstlevende betaald, maar bijgeschreven op de vordering van de kinderen. Hierdoor neemt de schuld in de nalatenschap toe, wat de te betalen erfbelasting bij het overlijden van de langstlevende verlaagt.

Het fiscale effect hangt sterk samen met de hoogte van de wettelijke rekenrente. Hoe hoger deze rekenrente is, hoe groter het drukkende effect op de nalatenschap. Een lagere wettelijke rekenrente leidt ertoe dat dit effect wordt beperkt.

Papieren schenkingen

Papieren schenkingen worden vaak gebruikt om tijdens leven een deel van het vermogen aan de kinderen te schenken tegen het lagere tarief van 10% en om via de jaarlijkse rentebetalingen, gelijk aan de wettelijke rekenrente van 6%, vermogen onbelast aan de kinderen over te hevelen.

Door de modernisering van de forfaits in de schenk- en erfbelasting zal de wettelijke rekenrente per 1 januari 2028 mogelijk dalen naar 3%. Dit betekent dat bij papieren schenkingen via rentebetalingen jaarlijks minder vermogen onbelast aan de kinderen kan worden overgeheveld.

Onzakelijke leningen

Een onzakelijke lening is een lening die een zodanig debiteurenrisico kent dat een onafhankelijke derde deze lening niet zou verstrekken, ongeacht de hoogte van de rente. Het voornemen is om dergelijke leningen uit te sluiten van de toepassing van het forfait, omdat het forfait de bevoordeling onvoldoende weerspiegelt. Er zal nog worden bezien welke waarderingsmethode in deze gevallen het meest geschikt is.

Waardering genotsrechten en periodieke uitkeringen

De modernisering zal ook gevolgen hebben voor de waardering van genotsrechten en periodieke uitkeringen in de schenk- en erfbelasting. Door de combinatie van een lagere rekenrente en een hogere levensverwachting zullen deze rechten in veel gevallen hoger worden gewaardeerd. Dit kan leiden tot een hogere belastbare verkrijging bij schenking of overlijden.

Wat betekent dit voor u?

De voorgenomen modernisering van de forfaits kan gevolgen hebben voor de fiscale structurering van uw vermogen en nalatenschap. Hoewel er op dit moment nog geen directe acties noodzakelijk zijn, is het met het oog op de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028 wel verstandig om deze ontwikkelingen te blijven volgen en tijdig stil te staan bij de gemaakte keuzes.

Heeft u vragen over de modernisering van de forfaits en de gevolgen voor uw situatie? Onze specialisten op het gebied van Business & Estate Planning denken graag met u mee over uw privé- en ondernemingssituatie op juridisch en fiscaal gebied. Neem contact met ons op voor een persoonlijk adviesgesprek.

Gerelateerd

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...

HvJ EU verruimt de toepassing van de koepelvrijstelling

Op 22 januari 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) een belangrijk arrest gewezen over de btw-vrijstelling voor diensten die...

Voorwaarden schenking of testament: waar moet u juridisch en fiscaal aan denken?

Als DGA (directeur-grootaandeelhouder) houdt u zich ongetwijfeld bezig met de toekomst van uw onderneming en uw privévermogen. Daarbij kunnen vragen opkomen...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Gezondheidszorg

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...

Hoge Raad verklaart belastingrente vennootschapsbelasting onverbindend

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de cassatieprocedure over de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (zaaknummer 24/04619). Het...

Thuiswerkdrempel: belangrijke wijzigingen in het belastingverdrag met Duitsland

Met ingang van 1 januari 2026 is het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland gewijzigd. Deze wijzigingen zijn met name relevant voor organisaties met...
No posts found