HvJ EU verruimt de toepassing van de koepelvrijstelling

30 januari 2026

Op 22 januari 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) een belangrijk arrest gewezen over de btw-vrijstelling voor diensten die worden verricht door zelfstandige groeperingen van personen of lichamen. Deze vrijstelling staat in Nederland beter bekend als ‘de koepelvrijstelling’ of de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden.

Petra de Waal
Petra de Waal
Fiscalist - Partner
In dit artikel

De koepelvrijstelling is erop gericht dat diensten die worden verricht door een samenwerkingsverband (de koepel) onder de btw-vrijstelling vallen. Voorwaarde voor toepassing van deze vrijstelling is dat de koepel diensten verleent die rechtstreeks nodig zijn voor de leden van de koepel, zonder opslag worden doorberekend en het gebruik van de koepel niet resulteert in verstoring van de concurrentie.  

Het HvJ EU beslist in dit arrest dat ook algemene diensten, zoals schoonmaak, rechtstreeks noodzakelijk kunnen zijn voor vrijgestelde activiteiten en dus ook door een koepel kunnen worden verricht. Dergelijke algemene diensten mogen bovendien niet op voorhand worden uitgesloten van de vrijstelling op basis van een verondersteld risico op oneerlijke concurrentie. 

In Nederland is tot op heden, zowel in de wetgeving als in de praktijk, veelal een striktere interpretatie van de vrijstelling gehanteerd dan het HvJ EU voorstaat. Voor samenwerkingsverbanden is de koepelvrijstelling daardoor na dit arrest vaker een reëel alternatief om tussen de samenwerkende partijen onwenselijk btw-heffing te voorkomen. Op dit moment worden in de Nederlandse btw-wetgeving op voorhand diverse ‘algemene’ diensten uitgesloten van toepassing van de vrijstelling. Het gaat dan bijvoorbeeld om voor de (semi-)publieke sector relevante diensten zoals: de uitleen van personeel, het ontwikkelen van IT-systemen en het ter beschikking stellen van computerapparatuur


Waarom verruimt het HvJ EU de koepelvrijstelling?

In de voorliggende zaken ging het om twee koepelorganisaties in Spanje die voor hun leden, bestaande uit zorg- en onderwijsinstellingen, schoonmaakdiensten organiseerden. De Spaanse Belastingdienst weigerde de btw-vrijstelling te verlenen, omdat de schoonmaakdiensten volgens haar niet rechtstreeks en uitsluitend samenhingen met de zorg- en onderwijsactiviteiten van haar leden en de werkzaamheden feitelijk werden uitgevoerd door derden.

De verwijzende Spaanse rechter heeft aan het HvJ EU twee vragen voorgelegd over de toepassing van de koepelvrijstelling. De eerste vraag is of de koepelvrijstelling mag worden geweigerd aangezien de verrichte schoonmaakdiensten noodzakelijk zijn voor de btw-vrijgestelde activiteiten van haar leden, maar vanwege hun algemene aard niet uitsluitend samenhangen met die activiteit (d.w.z. niet alleen in de vrijgestelde sector worden verleend) en (deels) zijn uitbesteed.  

Vervolgens is de tweede vraag die aan het Hof wordt gesteld of de koepelvrijstelling kan worden geweigerd wanneer een koepel diensten levert aan haar leden die zo algemeen zijn dat ze principieel op voorhand leiden tot een oneerlijke concurrentie. Het gaat dan om diensten die niet uitsluitend voor btw-vrijgestelde activiteiten worden gebruikt, maar ook voor btw-belaste activiteiten.

Wat is de koepelvrijstelling in de btw en wanneer past u die toe?

De koepelvrijstelling is bedoeld om te voorkomen dat btw een belemmering vormt voor samenwerking tussen organisaties die zelf vrijgestelde of onbelaste prestaties verrichten, zoals bijvoorbeeld het geval is in de zorg- en onderwijssector. Diensten die de koepel voor haar leden verricht kunnen onder voorwaarden vrijgesteld van btw worden verleend.  

Het HvJ EU gaat in dit arrest specifiek in op twee voorwaarden voor de vrijstelling, namelijk dat de diensten van de koepelorganisatie ‘’rechtstreeks nodig’’ zijn voor de vrijgestelde activiteiten van haar leden en dat geen sprake mag zijn van ‘’oneerlijke concurrentie’’.

Wanneer zijn algemene diensten ‘rechtstreeks nodig’?

Het HvJ EU beslist dat de diensten verricht door de koepel niet zodanig specifiek hoeven te zijn om als rechtstreeks noodzakelijk voor vrijgestelde activiteiten te worden aangemerkt. Voor het rechtstreeks nodig zijn criterium is het voldoende dat de koepel diensten verricht die direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van haar leden. Daarmee stelt het HvJ EU dat ‘algemene’ diensten zoals schoonmaakdiensten kunnen worden geacht rechtstreeks noodzakelijk te zijn.

Is een algemeen vermoeden van concurrentieverstoring toegestaan?

Het HvJ EU beslist vervolgens dat algemene diensten niet op voorhand mogen worden uitgesloten van de vrijstelling op basis van een verondersteld risico op oneerlijke concurrentie. De toets of sprake is van oneerlijke concurrentie door toepassing van de koepelvrijstelling moet concreet worden gemaakt. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in geval van misbruik. Maar dit misbruik kan niet worden gebaseerd op een algemeen en onweerlegbaar vermoeden.

Wat betekent dit HvJ EU-arrest voor de praktijk?

Voor de praktijk is dit arrest relevant, omdat op dit moment op basis van de btw-wetgeving op voorhand bepaalde algemene diensten zoals expertisewerkzaamheden, het ontwikkelen van IT-systemen en het uitlenen van personeel zijn uitgesloten van de koepelvrijstelling. Van deze diensten wordt verondersteld dat bij het verrichten hiervan binnen de koepelvrijstelling per definitie in concurrentie wordt getreden. Een dergelijke principiële uitsluiting is dus niet toegestaan op basis van de Europese btw-wetgeving.  

Het is aan partijen die de koepelvrijstelling willen toepassen om te beoordelen of de diensten die de koepel verleent voor haar leden resulteren in de concurrentieverstoring richting marktpartijen die deze diensten ook (met btw) aanbieden.   

Dit arrest biedt samenwerkende partijen ruimte om de koepelvrijstelling toe te passen op meer diensten dan voorheen op basis van de Nederlandse wetgeving mogelijk was. Ook is het voor partijen mogelijk om zelf te beoordelen of de koepelvrijstelling resulteert in concurrentieverstoring, waarbij er naar verwachting diverse situaties denkbaar zijn waarin dit niet het geval zal zijn.

Wat betekent het HvJ EU-arrest nu concreet voor u?

Het HvJ EU maakt duidelijk dat ook algemene diensten onder de koepelvrijstelling kunnen vallen, zolang zij rechtstreeks nodig zijn voor vrijgestelde activiteiten van de samenwerkende partijen. Een principiële uitsluiting of een algemeen vermoeden van concurrentieverstoring, zoals nu ook nog door Nederland in de btw-wetgeving opgenomen, is niet toegestaan.  

Het blijft wel van belang om te beoordelen of een dienst die de koepel wil verlenen rechtstreeks nodig is voor de vrijgestelde activiteiten van de leden van de koepel en of toepassing van de btw-vrijstelling niet leidt tot oneerlijke concurrentie.  

Wilt u weten of dit arrest kansen biedt voor uw samenwerkingsverband of gezamenlijke dienstverlening? Neem dan contact met ons op via de contactpagina en dan denken wij graag met u mee. 

Gerelateerd

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...

Voorwaarden schenking of testament: waar moet u juridisch en fiscaal aan denken?

Als DGA (directeur-grootaandeelhouder) houdt u zich ongetwijfeld bezig met de toekomst van uw onderneming en uw privévermogen. Daarbij kunnen vragen opkomen...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Gezondheidszorg

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...

Hoge Raad verklaart belastingrente vennootschapsbelasting onverbindend

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de cassatieprocedure over de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (zaaknummer 24/04619). Het...

Thuiswerkdrempel: belangrijke wijzigingen in het belastingverdrag met Duitsland

Met ingang van 1 januari 2026 is het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland gewijzigd. Deze wijzigingen zijn met name relevant voor organisaties met...

Nieuw Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026: wat betekent dit voor opdrachtgevers en zzp’ers?

Met het nieuwe Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 zet de Belastingdienst een belangrijke stap richting normalisering van het toezicht op...
No posts found