Pensioenfonds in de Wtp. Invaren, vlakke premie en gevolgen voor werkgevers

6 november 2025

Ook voor pensioenfondsen heeft de Wet toekomst pensioenen (Wtp) ingrijpende gevolgen. De kern: de oude middelloonregelingen verdwijnen en maken plaats voor een beschikbare premieregeling. De solidariteit bij bedrijfstakpensioenfondsen verdwijnt grotendeels, en daar in de plaats komen persoonlijke pensioenpotten. Dit heeft met name impact op de aansprakenkant (wat krijgt de werknemer ervoor terug?).

In dit artikel

Ook voor pensioenfondsen heeft de Wet toekomst pensioenen (Wtp) ingrijpende gevolgen. De kern: de oude middelloonregelingen verdwijnen en maken plaats voor een beschikbare premieregeling. De solidariteit bij bedrijfstakpensioenfondsen verdwijnt grotendeels, en daar in de plaats komen persoonlijke pensioenpotten. Dit heeft met name impact op de aansprakenkant (wat krijgt de werknemer ervoor terug?).

Wat verandert de vlakke premie bij pensioenfondsen na afschaffing doorsneesystematiek?

Bij pensioenfondsen gold tot 1 juli 2023 de verplichte doorsneesystematiek: alle deelnemers betaalden (indirect) hetzelfde percentage premie en kregen daarvoor hetzelfde percentage aan opbouw voor terug. In feite droegen jongere deelnemers in dit systeem bij aan het pensioen van de oudere deelnemers. Dit systeem verdwijnt.

In de nieuwe situatie werken pensioenfondsen voortaan met een vlakke premie: voor iedere deelnemer wordt eenzelfde percentage van de pensioengrondslag ingelegd en iedere deelnemer krijgt daar een persoonlijke pensioenpot voor terug. Jongere werknemers profiteren doordat hun premie langer rendeert, oudere werknemers krijgen er door de beperktere pensioenhorizon minder pensioen voor terug (degressieve opbouw).

Wat betekent invaren en een persoonlijke pensioenpot voor uitkering en risico?

Het oude systeem van middelloonregelingen, met een vooraf vaststaande uitkering, verdwijnt. Er bestaan geen gegarandeerde pensioenaanspraken meer. De uiteindelijke hoogte van het pensioen hangt af van de premie-inleg, de beleggingsresultaten en de rentestand bij aankoop van de uitkering. Pensioenen kunnen stijgen bij goede rendementen, maar ook dalen bij tegenvallers.

Elke deelnemer krijgt een eigen pensioenpot. Dat vergroot het inzicht en maakt duidelijk dat het resultaat afhankelijk is van rendementen. Een belangrijk verschil met verzekerde regelingen is dat pensioenfondsen bestaande aanspraken invaren, indien sociale partners daarom verzoeken. Dat wil zeggen dat opgebouwde middelloonrechten worden omgezet naar de nieuwe premieregeling. De beslissing hierover ligt bij sociale partners en vervolgens het fondsbestuur. Werknemers en werkgevers kunnen geen bezwaar maken tegen dit besluit.

Pensioenfondsen kunnen een solidaire premieregeling aanbieden, waarbij rendementen deels in een solidariteitsreserve worden gestort. Daarmee worden financiële mee- en tegenvallers opgevangen. Dit verdeelt risico’s tussen jong en oud.

Binnen pensioenfondsen is de verwachting dat vooral de solidaire premieregeling de standaard wordt. Dit model beperkt keuzestress, het delen van risico’s tussen jong en oud en biedt meer stabiliteit. Aan de andere kant kent deze variant minder individuele keuzevrijheid, en kan er bij pensionering alleen een variabele uitkering in plaats van een vaste uitkering worden aangekocht.

Welke acties vraagt dit nu van pensioenfondsen (en aangesloten werkgevers)?

Voor pensioenfondsen betekent de pensioentransitie een dubbele verschuiving:

  1. Premiekant – van doorsneesystematiek naar vlakke premie, met een sterkere nadruk op collectieve buffers en solidariteit. De hoogte van de premie zal naar verwachting niet wezenlijk veranderen.
  2. Aansprakenkant – van gegarandeerde middelloonuitkering naar onzekere, maar transparantere persoonlijke pensioenpotten, en een degressieve opbouw tot gevolg.

Dit maakt het pensioen persoonlijker en inzichtelijker, maar ook afhankelijker van de heersende economische omstandigheden. Met het nadeel van een degressieve opbouw, waarvan vooral werknemers van circa 45 jaar en ouder de nadelige gevolgen ondervinden. Deze groep zal gecompenseerd moeten worden.

Heeft u vragen over de pensioentransitie? Neem dan contact op; we helpen u graag verder.

Gerelateerd

Niet indexeren van pensioen: in strijd met goed werkgeverschap?

In pensioenregelingen wordt indexatie regelmatig vormgegeven als een discretionaire bevoegdheid van de werkgever ('voorwaardelijke indexatie'). Zeker in tijden...
Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...
No posts found