Zoeken
  1. Rechtbank Amsterdam: onrechtmatige perspublicaties niet bestrijden via verzoekschriftprocedure onder UAVG

Rechtbank Amsterdam: onrechtmatige perspublicaties niet bestrijden via verzoekschriftprocedure onder UAVG

De rechtbank Amsterdam heeft recent geoordeeld dat het niet mogelijk is om een vermeend onrechtmatige perspublicatie via de (laagdrempelige) verzoekschriftprocedure uit de UAVG te laten verwijderen (ECLI:NL:RBAMS:2019:645). Daarvoor moet een bodemprocedure worden gestart.
Artikel | 06 maart 2019 | Mark Jansen

Het geschil: man wil niet op website vermeld

De kwestie is overzichtelijk. De eiser is een man die met naam en foto in een artikel op een website wordt vermeld en daarbij o.m. als oplichter wordt aangeduid. De man heeft herhaaldelijk schriftelijk verzocht zijn gegevens van de site te halen. De websitehouder heeft daarop niet gereageerd.

Verzoekschrift: verwijdering, verbod en schade

De man dient een verzoekschrift in bij de rechtbank en vordert in dat kader:

  1. verwijdering van zijn gegevens;
  2. een verbod zich (onrechtmatig) over hem uit te laten; en
  3. een schadevergoeding van € 40.000,--. 

Rechtbank: sprake van verwerking voor journalistieke doeleinden 

De rechtbank overweegt dat hier sprake is van verwerking voor journalistieke doeleinden. Het begrip journalistieke doeleinden moet immers ruim worden uitgelegd volgens de considerans van de AVG.

Leuk detail is dat de rechtbank ook opmerkt: 

Of het hier wel ‘goede’ journalistiek betreft, hetgeen volgens [verzoeker] niet het geval is, doet hierbij niet ter zake.

Over smaak valt niet te twisten. 

Rechtbank: UAVG grotendeels niet van toepassing op journalistiek

De rechtbank constateert verder dat in artikel 43 van UAVG o.m. staat dat grote delen van de verordening en de wet niet van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden. Zo is geheel hoofdstuk III van de AVG - waarin de rechten van de betrokkene staan - in de Nederlandse wet uitgezonderd.

De rechtbank leidt daar uit af dat ook de daarmee samenhangende verzoekschriftprocedure uit de UAVG niet open staat om op te komen tegen verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden.

Rechtbank: schadevergoeding en verbod passen hoe dan ook niet in een verzoekschriftprocedure

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat het gevorderde verbod om in de toekomst geen onrechtmatige verwerkingen te plegen, evenals de schadevergoeding, hoe dan ook niet toewijsbaar zijn in een verzoekschriftprocedure. Hiervoor moet de dagvaardingsprocedure worden gebruikt.

4.5. Nog afgezien van hetgeen hiervoor is overwogen, geldt dat de overige verzoeken van [verzoeker] , inhoudende een verbod om in de toekomst persoonsgegevens te verwerken en de betaling van een schadevergoeding voor geleden immateriële schade, sowieso niet kunnen worden ingeleid door middel van een verzoekschrift, maar vorderingen betreffen die aanhangig moeten worden gemaakt door middel van een dagvaarding.

 

Rechtbank: verwijzing naar dagvaardingsprocedure, bevel tot dagvaarden

De Rechtbank verwijst de kwestie dan ook naar de dagvaardingsprocedure. De eiser moet het verzoekschrift aanvullen tot volwaardige dagvaarding, deze moet door de deurwaarder worden betekend en vervolgens krijgt de gedaagde de kans zich te verweren.

Slotopmerking

Naar de letter van de wet lijkt de rechtbank de kwestie goed te behandelen. Het komt ook op mij over als een kwestie die veel meer in een dagvaarding dan een verzoekschriftprocedure thuis hoort.

Het is wel de vraag of de categorische uitzondering in artikel 43 UAVG bij de verwerking voor journalistieke doeleinden helemaal in overeenstemming is met de AVG. Artikel 85.2 AVG geeft immers de rechtvaardiging voor een voorwaardelijke uitzondering op de privacyrechten ("indien deze noodzakelijk zijn om het recht op bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming te brengen met de vrijheid van meningsuiting en van informatie"). Die noodzakelijkheidstoets komt niet terug in artikel 43 UAVG. 

Zie in dat kader bijvoorbeeld ook de volgende overweging van het Hof van Justitie in het recente Buivids-arrest:

63 Bovendien moet in herinnering worden gebracht dat de in artikel 9 van richtlijn 95/46 bedoelde uitzonderingen en afwijkingen alleen mogen worden toegepast voor zover zij nodig blijken om twee fundamentele rechten te verzoenen, namelijk bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van meningsuiting (zie in die zin arrest van 16 december 2008, Satakunnan Markkinapörssi en Satamedia, C‑73/07, EU:C:2008:727, punt 55).

Dit is weliswaar een arrest over de privacyrichtlijn (de voorloper van de AVG), het is de vraag of de conclusie onder de AVG heel anders zou moeten luiden. Het gaat hier immers, zoals ook overweging 153 AVG aangeeft, steeds om het vinden van een "juist evenwicht" tussen grondrechten.

Of iets korter uitgedrukt: ook journalisten moeten rekening houden met privacy. In de afweging van belangen kan bij journalistieke doeleinden de vrijheid van meningsuiting echter wel eens wat sneller zwaarder wegen dan het recht op privacy. 

Verder is het opmerkelijk dat eiser had gevorderd dat zijn naam alleen zou mogen worden vermeld in de context van strafbare feiten waarvoor hij onherroepelijk is veroordeeld. In feite zegt de man daarmee immers dat hij vindt dat die veroordelingen nieuwswaardig zijn en dat zijn naam dan (dus) wel volledig mag worden vermeld. Dit terwijl maar de vraag of een veroordeling op zichzelf altijd de publicatie van de betreffende persoonsgegevens rechtvaardigt. 

Vragen over privacyrecht?

Heeft u vragen over het privacyrecht? Neem dan gerust contact op.