Sociale zekerheid: hervorming van WW en WIA in het regeerakkoord
Een van de meest in het oog springende wijzigingen betreft de WW. Het kabinet wil de WW-uitkering aan de voorkant verhogen en de maximale uitkeringsduur verkorten. Uit de budgettaire bijlage blijkt dat de hervorming is voorzien per 1 januari 2028. Voor de eerste twee maanden van de WW wordt het uitkeringspercentage verhoogd van 75% naar 80% van het laatstverdiende loon.
Ook het WIA-stelsel gaat op de schop. Het kabinet wil sterker inzetten op preventie en handhaving, onder meer door een grotere rol voor de Arbeidsinspectie en door het aanscherpen van WIA-herbeoordelingen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in betere samenwerking tussen verzekeringsartsen en bedrijfsartsen. Opvallend is het voornemen om de IVA-uitkering voor nieuwe gevallen af te schaffen, wat een fundamentele wijziging betekent voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt raken.
Verder wordt ingezet op het verkleinen van de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen. Belemmeringen om te werken of bij te verdienen moeten worden weggenomen, bijvoorbeeld door een terugvaloptie te creëren voor mensen die het werk opnieuw proberen te hervatten. Ook wordt het sociale zekerheids- en toeslagenstelsel vereenvoudigd door begrippen en voorwaarden te harmoniseren.
Arbeidsongeschiktheid: loondoorbetaling en re-integratie
De loondoorbetaling tijdens ziekte staat hoog op de werkagenda. Het kabinet erkent dat de huidige verplichting voor werkgevers om twee jaar loon door te betalen bij ziekte, met name voor het mkb een drempel vormt om werknemers in vaste dienst te nemen. Het voornemen is om de loondoorbetaling ‘meer werkbaar’ te maken voor werkgevers. Of dit ook zal leiden tot een verkorting van de loondoorbetalingsperiode voor bepaalde groepen werkgevers, is op dit moment nog onduidelijk.
Daarnaast wil het kabinet de administratieve lasten van de Wet verbetering poortwachter verminderen. Rapportageverplichtingen moeten worden beperkt en onzekerheden over loonsancties weggenomen. Tegelijkertijd wordt meer ruimte geboden voor maatwerk en directer contact tussen werkgever en werknemer tijdens het re-integratietraject.
Ontslag: menselijke maat en transitievergoeding
Op het terrein van ontslagrecht wordt meer ruimte beoogd voor de menselijke maat. Bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel moet in de toekomst meer rekening kunnen worden gehouden met persoonlijke omstandigheden van werknemers. Ook het concurrentiebeding wordt gemoderniseerd, met als doel werknemers meer ruimte te geven om elders aan de slag te gaan.
Een ingrijpende maatregel is het voornemen om de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid volledig af te schaffen. Uit de budgettaire bijlage volgt dat deze afschaffing is beoogd per 1 januari 2028 en zal gelden voor alle werkgevers.
Daarnaast wordt de transitievergoeding inhoudelijk herijkt. De vergoeding moet nadrukkelijker worden ingezet waarvoor zij bedoeld is: het begeleiden van werknemers van werk naar werk. De besteding van de transitievergoeding wordt gekoppeld aan de infrastructuur voor Leven Lang Ontwikkelen. Werkgevers die aantoonbaar hebben geïnvesteerd in scholing, omscholing of re-integratie, kunnen te maken krijgen met een lagere of zelfs geen verplichting tot betaling van een transitievergoeding. Het is nog onduidelijk in hoeverre werknemers de vrijheid behouden om de vergoeding naar eigen inzicht te besteden.
Arbeidsvoorwaarden en combinatie werk en privé
Het kabinet kondigt aan de werkkostenregeling te vereenvoudigen en werkgevers meer ruimte te geven om werknemers te helpen bij het aflossen van studieschulden. Cao’s blijven een belangrijke pijler van arbeidsvoorwaardenbeleid, maar de regeldruk moet omlaag en er moet meer ruimte komen voor maatwerk en innovatie, ook via dispensatiemogelijkheden.
Daarnaast wordt actief ingezet op het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie, wat gevolgen zal hebben voor onder meer werving en selectie en arbeidsvoorwaarden. Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als uitgangspunt, en het kabinet zet in op het voortzetten van vrijwel gratis kinderopvang voor werkende ouders. Mantelzorgers moeten meer erkenning en ondersteuning krijgen.
Pensioen: AOW-leeftijd en aanvullende opbouw
Op pensioenterrein bevat het coalitieakkoord enkele ingrijpende voorstellen. De koppeling tussen levensverwachting en AOW-leeftijd blijft bestaan, maar de huidige dempende mechanismen verdwijnen. Vanaf 1 januari 2033 wordt de AOW-leeftijd direct gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting, zonder vertraging of maximering. Dit kan leiden tot een snellere stijging van de AOW-leeftijd dan onder het huidige stelsel het geval is.
Ten aanzien van de aanvullende pensioenopbouw voor hogere inkomens wordt in de budgettaire bijlage verduidelijkt dat geen verdere verlaging van de aftoppingsgrens wordt doorgevoerd. In plaats daarvan wordt de pensioenaftoppingsgrondslag van € 137.800 op jaarbasis voor de komende zes jaar bevroren. Door het uitblijven van indexatie neemt de fiscale ruimte voor pensioenopbouw voor hogere inkomens geleidelijk af.
Daarnaast blijft de pensioentransitie op grond van de Wet toekomst pensioenen onverkort van kracht. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel loopt door tot uiterlijk 1 januari 2028. Ook blijft er aandacht voor het thema ‘gezond naar pensioen’, met name voor werknemers in zware beroepen.
Zelfstandigen en internationale arbeidsmarkt
Voor zelfstandigen wordt de invoering van het rechtsvermoeden van werknemerschap voortgezet. Het resterende deel van de Vbar wordt vervangen door de Zelfstandigenwet, die gefaseerd wordt ingevoerd en rekening houdt met Europese regelgeving. Werkgevers krijgen daarnaast meer verantwoordelijkheid voor de huisvesting van arbeidsmigranten en het doorbreken van afhankelijkheidsrelaties.
Tot slot wordt ingezet op gerichte arbeidsmigratie via een driejarige pilot voor goed geschoolde arbeidskrachten in specifieke sectoren. Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning mogen bovendien al na drie maanden werken, in plaats van na zes maanden.
Vragen?
De komende jaren zullen deze plannen nader worden uitgewerkt in wet- en regelgeving. Dat roept ongetwijfeld vragen op over de gevolgen voor de praktijk. Heeft u vragen over wat het regeerakkoord betekent voor uw organisatie, uw werknemers of uw pensioenregeling? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten via de contactpagina. Wij denken graag met u mee.