Zoeken
  1. Roadmap reorganisatie (3): Het beroepsrecht van de ondernemingsraad

Roadmap reorganisatie (3): Het beroepsrecht van de ondernemingsraad

Hierbij ons derde artikel van de “roadmap reorganisatie” waarbij wij u mee willen nemen langs de verschillende aspecten van een reorganisatie. In dit derde deel behandelen wij het beroepsrecht van de ondernemingsraad.Het beroepsrecht van artikel 26 WORHet beroepsrecht van de ondernemingsraad is geregeld in artikel 26 Wet op de ondernemingsraden (WOR). De ondernemingsraad kan bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen, kort gezegd, een adviesplichtig besluit...
Artikel | 02 maart 2018 | Marieke Hulstijn-Botter

Hierbij ons derde artikel van de “roadmap reorganisatie” waarbij wij u mee willen nemen langs de verschillende aspecten van een reorganisatie. In dit derde deel behandelen wij het beroepsrecht van de ondernemingsraad.

Het beroepsrecht van artikel 26 WOR

Het beroepsrecht van de ondernemingsraad is geregeld in artikel 26 Wet op de ondernemingsraden (WOR). De ondernemingsraad kan bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam beroep instellen tegen, kort gezegd, een adviesplichtig besluit van de ondernemer.

De ondernemingsraad kan in twee gevallen beroep instellen:

    1. het besluit stemt niet overeen met het advies van de ondernemingsraad; onder deze categorie valt — zo wordt algemeen aangenomen — ook het geval waarin de ondernemer ten onrechte geen advies heeft gevraagd;

 

    1. het besluit stemt weliswaar overeen met het advies van de ondernemingsraad, maar sinds het uitbrengen van het advies zijn feiten en omstandigheden bekend geworden die waarschijnlijk tot een ander advies zouden hebben geleid (waren de feiten en omstandigheden eerder bekend geweest).



De procedure en de beroepstermijn

Het beroep van de ondernemingsraad dient te worden ingediend bij verzoekschrift, binnen een maand nadat de ondernemingsraad van het besluit (waartegen zij beroep wenst in te stellen) in kennis is gesteld. Indien er twijfel bestaat of de ondernemingsraad wel op de hoogte was of had kunnen zijn van het besluit, wordt dit veelal in het voordeel  van de ondernemingsraad uitgelegd.

Wanneer de ondernemer geen advies heeft gevraagd over een wel adviesplichtig besluit, zal de ondernemingsraad vaak ook niet in kennis worden gesteld van het definitieve besluit. De beroepstermijn gaat in dat geval veelal lopen op het moment waarop de ondernemingsraad de reikwijdte van het besluit heeft onderkend of redelijkerwijs kon kennen.

De ondernemer wordt door de griffie van de Ondernemingskamer van het beroep in kennis gesteld.

De ondernemingsraad wordt vertegenwoordigd door zijn voorzitter of plaatsvervanger. Artikel 22 en 22a WOR geven regels inzake de kosten die de ondernemingsraad voor het voeren van de beroepsprocedure dient te maken.

De beroepsgrond

De beroepsgrond die de ondernemingsraad kan gebruiken, is dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Een andere beroepsgrond is niet mogelijk.

De ondernemingsraad dient argumenten aan te dragen waarmee hij de kennelijke onredelijkheid van het besluit van de ondernemer onderbouwt. De bezwaren die de ondernemingsraad aanvoert, moeten in het algemeen ook al in zijn advies tot uitdrukking zijn gebracht. Nieuwe bezwaren kunnen slechts worden ingebracht, indien na het uitbrengen van het advies nieuwe feiten bekend zijn geworden.

De behandeling van het verzoek door de Ondernemingskamer

Conform artikel 26 lid 5 WOR dient de Ondernemingskamer het verzoek van de ondernemingsraad met de meeste spoed te behandelen. Voordat de Ondernemingskamer tot een beslissing komt, kan zij deskundigen en in de onderneming werkzame personen horen.

Interessant is de jurisprudentie over door de ondernemer gedane toezeggingen aan de ondernemingsraad. Het niet-nakomen van door de ondernemer aan de ondernemingsraad gedane toezeggingen leidt vaak tot toewijzing van het beroep. Ondernemers zijn dan ook gewaarschuwd.

De Ondernemingskamer acht het beroep gegrond, wat nu?

Indien de Ondernemingskamer oordeelt dat het beroep gegrond is, verklaart zij dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het betrokken besluit had kunnen komen. Indien de ondernemingsraad daarom heeft verzocht, kan de Ondernemingskamer een of meer van de volgende voorzieningen treffen:

    • het opleggen van de verplichting aan de ondernemer om het besluit geheel of ten dele in te trekken, alsmede om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken;

 

    • het opleggen van een verbod aan de ondernemer om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of van onderdelen daarvan.



Indien de Ondernemingskamer het beroep van de ondernemingsraad gegrond verklaart, betekent dit niet automatisch dat ook de gevraagde voorzieningen zullen worden getroffen. Ook is het mogelijk dat de Ondernemingskamer gedurende de procedure al voorlopige voorzieningen treft.

Volgende week

Volgende week zal Annelinde Janssen u meer vertellen over wat er zoal komt kijken bij het opstellen van een Sociaal Plan en aan welke emolumenten u kunt denken.