Wat houdt het bestemmingsplan Stationsgebied in?
Het bestemmingsplan 'Stationsgebied' van de gemeente Hoorn, onderdeel van het grootschalige project 'Poort van Hoorn', voorziet in 520 woningen, verplaatsing van het busstation naar de noordzijde van het station, een nieuwe traverse over het spoor, fietsenstallingen aan de noord- en zuidzijde van het station, een parkeergarage en diverse stedelijke voorzieningen. De gemeente is initiatiefnemer en Blauwhoed en Ballast Nedam zullen het gebied ontwikkelen. Tegen het plan - en het latere herstelbesluit waarmee de raad het plan opnieuw en gewijzigd vaststelde – is beroep ingesteld door Stichting De Betrokken Poorter, Ahold/Albert Heijn, de Hoornse Ondernemers Federatie, VvE Stationsplein en Aldi. Het ontwerpplan is op 18 februari 2022 ter inzage gelegd, waardoor het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 van toepassing is.
De hoger beroepen worden door de Afdeling niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. Dit artikel gaat in op enkele specifieke onderdelen van de uitspraak. Ten eerste de niet-ontvankelijkheid van een supermarkt die niet als concurrent kan worden aangemerkt. Ten tweede de MER-beoordelingsplicht met betrekking tot een nabijgelegen project en ten derde beleidsvrijheid bij het vaststellen van de benodigde parkeerplekken.
Aldi geen belanghebbende als concurrent
Aldi heeft geen zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht. Het filiaal van Aldi ligt op grote afstand van het plangebied. Aldi stelt dat zij als belanghebbende bij het herstelplan kan worden aangemerkt omdat zij concurrent is van de in het plangebied mogelijk gemaakte supermarkt. Het herstelplan voorziet in een gemakswinkel, in de volksmond een to-go winkel, met een maximaal bruto-vloeroppervlak van 250m². Volgens de Afdeling is een dergelijk vloeroppervlak te gering voor een supermarkt. Deze to-go winkel opereert daardoor niet in hetzelfde marktsegment als Aldi en kan daardoor ook niet als concurrent worden beschouwd.
Dat een filiaal van Albert Heijn van het plangebied naar een locatie nabij de Aldi gelegen zal worden verplaatst, maakt evenmin dat Aldi kan worden aangemerkt als belanghebbende. Aldi wordt door de Afdeling niet gevolgd in haar stelling dat door de verplaatsing van Albert Heijn en de komst van de buurtsuper in het plangebied een uitbreiding ontstaat van de juridisch-planologische ruimte voor de supermarktfunctie. Het herstelplan voorziet er via het overgangsrecht in dat de omvang van de supermarktfunctie in het plangebied niet kan toenemen zolang Albert Heijn daar nog is gevestigd. Na het vertrek van Albert Heijn zal de omvang van het filiaal afnemen naar 700 m². Het herstelplan leidt derhalve niet tot meer supermarktaanbod. Feitelijke gevolgen voor Aldi als concurrent zijn daarmee uitgesloten en het beroep van Aldi tegen het herstelbesluit is dan ook niet-ontvankelijk.
Geen MER-plicht ondanks nabijgelegen project BuitenStad
Ahold en Albert Heijn voerden aan dat de raad de cumulatieve milieueffecten met het nabijgelegen project BuitenStad onvoldoende had meegenomen bij de vraag of een milieueffectrapport (MER) nodig was. De Afdeling oordeelt dat de raad de mogelijke effecten van het nabijgelegen deelgebied BuitenStad niet in het kader van cumulatie hoefde mee te nemen, omdat ten tijde van de vaststelling van het herstelplan de ruimtelijke procedure voor BuitenStad nog niet was gestart. Het project was dan ook niet zodanig concreet dat de ontwikkeling als 'bestaand en/of goedgekeurd project' behoefde te worden meegenomen in de cumulatietoets. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het niet nodig was een MER te maken. Een nabijgelegen project telt pas mee zodra de ruimtelijke procedure ervoor daadwerkelijk is gestart. De Afdeling herhaalt hiermee haar lijn ten aanzien van de cumulatietoets in de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Verlaging aantal parkeerplaatsen en parkeernorm toereikend gemotiveerd
Wegens een tekort op de begroting heeft de raad het benodigde aantal parkeerplaatsen teruggebracht van 1.050 in de ontwerpfase naar 550 in de planfase. Om te voorkomen dat onnodig veel parkeerplaatsen worden gerealiseerd, heeft een nadere beoordeling van het aantal benodigde parkeerplaatsen plaatsgevonden. Naast het financiële aspect, liggen aan de verlaging van het aantal parkeerplaatsen dus ook ruimtelijke argumenten ten grondslag. Bijvoorbeeld doordat de NS minder parkeerplaatsen verlangt en het nabijgelegen Dijklander Ziekenhuis in de eigen parkeervraag zal voorzien. Het aantal parkeerplaatsen voor bezoekers aan de binnenstad kon worden bijgesteld naar nul, omdat de planlocatie op te grote afstand van de binnenstad ligt en andere locaties geschikter worden geacht om die parkeerbehoefte op te vangen. De raad heeft met deze nadere motivering afdoende gemotiveerd waarom niet langer van 1.050, maar van 550 parkeerplaatsen wordt uitgegaan.
Ook mocht de raad afwijken van de parkeernormennota en uitgaan van een parkeernorm van 0,1 per woning in plaats van de in de parkeernota voorgeschreven 0,3 per woning. De raad heeft hiervoor aanleiding mogen vinden in de specifieke ligging van het plangebied bij openbaar vervoer en het centrum van Hoorn. Hierbij is ook aansluiting gezocht bij de CROW-parkeerkencijfers uit 2024. Met deze uitspraak wordt aldus bevestigd dat een gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan gemotiveerd mag afwijken van de eigen parkeernota, mits die afwijking wordt onderbouwd met concrete en locatiespecifieke omstandigheden en wordt ondersteund door recente, algemeen aanvaarde parkeerkencijfers. De uitspraak laat bovendien zien dat een forse verlaging van het aantal parkeerplaatsen de rechterlijke toets kan doorstaan wanneer de raad inzichtelijk maakt welke parkeervraag wegvalt en waarom.
Heeft u vragen over bestemmingsplannen, de MER-beoordelingsplicht of parkeernormen in ruimtelijke plannen, neem dan gerust contact op.