Wat is het toetsingskader onder de Wabo?
Deze zaak is nog beoordeeld onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), omdat de aanvraag voor 1 januari 2024 is ingediend. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Wabo beslist het college van de gemeente waar het betrokken project in hoofdzaak wordt uitgevoerd op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Alle activiteiten die samen het project vormen, moeten daarbij worden bekeken. Het komt dus neer op de vraag waar het zwaartepunt van het project ligt.
Wat voerde De Groene Koepel aan?
De Groene Koepel rekende voor dat de oppervlakte in Zundert (ruim 44.000 vierkante meter) groter is dan die in Breda (ruim 31.000 vierkante meter) en dat de meest ingrijpende afwijking van het bestemmingsplan, namelijk die van de natuurbestemming, op Zunderts grondgebied zou liggen. Op basis daarvan zou volgens haar Zundert het bevoegd gezag moeten zijn, en had de gemeenteraad van Zundert een verklaring van geen bedenkingen moeten afgeven.
Het oordeel van de Afdeling: méér dan alleen vierkante meters
De Afdeling volgde dit betoog niet. Alleen kijken naar de oppervlakte per gemeente is onvoldoende om te bepalen waar een project in hoofdzaak wordt uitgevoerd. Ook de intensiteit van het aantal deelnemers, de frequentie van de wedstrijden en het bijbehorende parkeren moeten worden meegewogen. Dit was in Breda groter. De wedstrijden van type 1 en 2, die hoofdzakelijk op Bredase grond plaatsvinden, worden gezamenlijk tot zes weekenden per jaar georganiseerd met aanzienlijk meer deelnemers: tot 1.200 per dag bij type 1 en 160 per ring per weekend bij type 2. De wedstrijd van type 3, die hoofdzakelijk op Zundertse grond plaatsvindt, vindt daarentegen maar een weekend per jaar plaats met hooguit 100 deelnemers. Omdat de wedstrijden van type 1 en 2 aanzienlijk meer deelnemers hebben en frequenter plaatsvinden, vindt het project grotendeels op Bredase grond plaats.
Ook het argument over de natuurbestemming in Zundert sneuvelde. Uit de aanvraag bleek dat de wedstrijden op het perceel met de natuurbestemming niet door het beboste gedeelte gaan, zodat de afwijking daar niet groter of ingrijpender is dan de afwijking op de gronden met een agrarische bestemming. Omdat Breda het bevoegd gezag was, was geen verklaring van geen bedenkingen van de raad van Zundert vereist.
Hoe zit dit onder de Omgevingswet?
Artikel 2.4 Wabo is per 1 januari 2024 vervallen, maar heeft een rechtstreekse opvolger voor precies dit scenario: artikel 5.14 van de Omgevingswet (“bevoegd gezag grondgebiedoverstijgende aanvraag”). Dit artikel legt, net als het vroegere artikel 2.4 Wabo, de bevoegdheid bij de gemeente (of het waterschap of de provincie) waar de activiteit in hoofdzaak wordt verricht. Het verschil met de Wabo zit niet in het criterium zelf, maar in de plaats waar het is geregeld: onder de Wabo was het zwaartepuntcriterium verwerkt in dezelfde bepaling die ook de hoofdregel gaf (artikel 2.4, eerste lid), terwijl de Omgevingswet dit opknipt in een algemene hoofdregel (artikel 5.8: het college van burgemeester en wethouders, tenzij een ander orgaan is aangewezen) en een aparte, specifieke bepaling voor grensoverschrijdende activiteiten (artikel 5.14). De kernoverwegingen uit de uitspraak - dat oppervlakte alleen niet doorslaggevend is en dat intensiteit, frequentie en deelnemersaantallen moeten worden meegewogen bij de vraag waar een activiteit 'in hoofdzaak' wordt verricht - blijven daarom onverkort van belang bij de toepassing van artikel 5.14 Ow.
Heeft u vragen over een grondgebiedoverstijgende aanvraag, neem dan gerust contact op.