1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Stellen van aanvullende voorwaarden bij voorbehouden opdrachten is toegestaan

Stellen van aanvullende voorwaarden bij voorbehouden opdrachten is toegestaan

Het Europese Hof van Justitie ging in een recent arrest in op de vraag of in geval van zogenoemde ‘voorbehouden opdrachten’ verdergaande eisen mogen worden gesteld aan sociale ondernemingen (SW-bedrijven) dan de eis van ten minste 30% gehandicapte of kansarme werknemers. Dat is volgens het Hof onder omstandigheden inderdaad mogelijk.
Leestijd 
Auteur artikel Mathijs Jonkers
Gepubliceerd 18 oktober 2021
Laatst gewijzigd 18 oktober 2021
 

De richtlijn biedt aanbestedende dienst de mogelijkheid om een opdracht voor te behouden aan sociale werkplaatsen of ondernemingen waarvan minimaal 30% van de werknemers gehandicapt of kansarm is (artikel 20 lid 1 Richtlijn 2014/24/EU). Uit een recent arrest van het Hof van Justitie blijkt nu dat aanbestedende diensten aanvullende voorwaarden mogen stellen, naast de voorwaarden die uit de richtlijn voortvloeien.

De casus

Een Spaanse belangenvereniging van bijzondere arbeidscentra was in beroep gegaan tegen een besluit van een Spaanse provinciale overheidsorganisatie waarin de voorwaarde is opgenomen dat uitsluitend bijzonder arbeidscentra die maatschappelijke initiatieven ontplooien aan aanbestedingsprocedures ten aanzien van een voorbehouden opdrachten mogen meedoen. Naar Spaans recht moet minimaal 70% van het personeel van bijzondere arbeidscentra bestaan uit mensen met een handicap. De verwijzende Spaanse rechter wenst te vernemen of een lidstaat wel aanvullende voorwaarden ten opzichte van artikel 20 lid 1 van richtlijn 2014/24/EU kan stellen. In deze richtlijnbepaling is namelijk bepaald dat procedures voor de gunning van overheidsopdrachten kunnen worden voorbehouden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot hoofddoel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma’s voor beschermde arbeid, indien meer dan 30% van de werknemers gehandicapt of kansarm zijn.

Beantwoording prejudiciële vraag

Het Hof van Justitie stelt bij de beantwoording van de prejudiciële vraag vast dat de richtlijn de mogelijkheid biedt aan lidstaten om bij aanbestedingsprocedures een opdracht voor te behouden aan bepaalde deelnemers, mits deze aan twee voorwaarden voldoen. Allereerst moeten de deelnemers beschermde werkplaatsen zijn, of ondernemers met als hoofddoel de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen zijn. De tweede voorwaarde is dat ten minste 30% van het personeel van deze werkplaatsen en ondernemers bestaat uit gehandicapten of kansarmen. Het doel van de Uniewetgever is om de integratie van gehandicapte of kansarme personen in de samenleving te bevorderen door de lidstaten toe te staan het recht om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures voor te behouden aan bepaalde sociale werkplaatsen of ondernemers die op de markt optreden met een concurrentienadeel omdat zij een sociaal doel nastreven. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten beschikken over een zekere speelruimte bij de omzetting van de richtlijn, mits aanvullende voorwaarden bijdragen aan de nagestreefde doelstellingen van de waarborging van sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid. Als gevolg hiervan moet artikel 20 lid 1 van de richtlijn zo worden uitgelegd dat een lidstaat naast de in die bepaling gestelde voorwaarden aanvullende voorwaarden mag opleggen, aldus het Hof van Justitie. Dat daardoor ondernemers die wel aan de voorwaarden van de richtlijnbepaling voldoen worden uitgesloten maakt dit niet anders, zolang een lidstaat de beginselen van gelijke behandeling en evenredigheid maar in acht neemt.

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Nederland heeft artikel 20 van de richtlijn in artikel 2.82 Aanbestedingswet 2012 geïmplementeerd, zonder daarbij aanvullende voorwaarden te stellen aan sociale werkplaatsen en ondernemers die willen meedingen naar een voorbehouden opdracht. Nu uit het besproken arrest blijkt dat de lat voor sociale werkplaatsen en ondernemers ook hoger mag worden gelegd en Nederland de richtlijnbepaling een-op-een heeft geïmplementeerd, biedt dit aanbestedende diensten de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen. Dat is toegestaan onder de voorwaarde dat deze aanvullende voorwaarden bijdragen aan de doelstellingen van sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid.

Indien u over dit onderwerp vragen hebt of advies wenst ten aanzien van het stellen van aanvullende voorwaarden bij voorbehouden opdrachten, neem dan contact op met Mathijs Jonkers of Frank Cornelissen.