Zoeken
  1. Uitponden niet per definitie als resultaat uit overige werkzaamheden in Box 1 belast.

Uitponden niet per definitie als resultaat uit overige werkzaamheden in Box 1 belast.

Op grond van artikel 3.91 van de Wet IB is onder meer in Box 1 belast het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal vermogensbeheer weer te buiten gaat, zoals het uitponden van onroerende zaken. Op 24 december 2010[1] heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat gaat over de belastbaarheid van het bij verkoop van appartementsrechten behaalde voordeel. In deze casus is een gebouw dat bestaat uit negen afzonderlijke woningen in appartementsrechten gesplitst en zijn drie appartementsrech...
Auteur artikelJohn Wijnmaalen MRICS
Gepubliceerd18 januari 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Op grond van artikel 3.91 van de Wet IB is onder meer in Box 1 belast het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal vermogensbeheer weer te buiten gaat, zoals het uitponden van onroerende zaken. Op 24 december 2010[1] heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat gaat over de belastbaarheid van het bij verkoop van appartementsrechten behaalde voordeel.
In deze casus is een gebouw dat bestaat uit negen afzonderlijke woningen in appartementsrechten gesplitst en zijn drie appartementsrechten verkocht aan drie verschillende particulieren. Het gebouw was minder dan een half jaar voor de doorverkoop door verkoper zelf verkregen.

De kern van het arrest staat in rechtsoverweging 3.3.1. waarin is opgenomen:
 “Dienaangaande dient te worden vooropgesteld dat het uitponden van onroerende zaken - zoals aan de orde in de onderhavige zaak - niet zonder meer tot belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden leidt. Van een belastbaar resultaat is wel sprake indien de uitponding gepaard gaat met werkzaamheden die naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van - redelijkerwijs te verwachten - voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan. Eveneens is bij uitponding sprake van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden indien bijzondere kennis er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat de belastingplichtige met die uitponding voordeel heeft kunnen behalen.

In de doctrine wordt er vanuit gegaan dat er sprake dient te zijn van een bijzondere voorwetenschap dan wel actieve inspanning van de belastingplichtige om te kunnen concluderen tot een resultaat uit overige werkzaamheden. In de casus had het Hof eerder besloten dat de wetenschap van de koper dat er een verschil was tussen de aankoopsom en de WOZ-waarde, leidde tot een voorwetenschap van bijzondere aard die tezamen met het gegeven dat enkele huurders geïnteresseerd waren in de aankoop van een appartement leidden tot een bijzondere vorm van voorwetenschap, dan wel actieve inspanning. De Hoge Raad geeft in zijn arrest er blijk van dat de wetenschap van de verkoper dat de WOZ-waarde lager is dan de aankoopsom, een wetenschap van algemene aard is die in de markt bekend mag worden veronderstelt. Dat de koper bekend was met het feit dat huurders bereid waren hun woning te kopen speelt geen rol, aangezien uiteindelijk niet aan de huurders, maar aan derden is verkocht. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam omdat onvoldoende is gemotiveerd dat er van bijzonder kennis of voorwetenschap aan de zijde van verkoper sprake is.

_______________________________________________________

[1] VN 2010/66.13