Vergoeding voor het verrichten van Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) leidt niet tot staatssteunprobleem

8 mei 2017
Op 1 april 2017 is een subsidieregeling van de Minister van VWS voor het verrichten van de niet-invasieve prenatale test (NIP Test) in werking getreden. Op basis van de subsidieregeling wordt het merendeel van de kosten van de NIP Test voor zwangere vrouwen vergoed, mits zij hem afnemen van een universitair medisch centrum. De (voorzieningen)rechter van de rechtbank Den Haag heeft in een vonnis van 26 januari 2016 geoordeeld dat de subsidieregeling staatssteun oplevert maar desondanks niet is...
Sjaak van der Heul
Sjaak van der Heul
Advocaat - Senior
In dit artikel
Op 1 april 2017 is een subsidieregeling van de Minister van VWS voor het verrichten van de niet-invasieve prenatale test (NIP Test) in werking getreden. Op basis van de subsidieregeling wordt het merendeel van de kosten van de NIP Test voor zwangere vrouwen vergoed, mits zij hem afnemen van een universitair medisch centrum. De (voorzieningen)rechter van de rechtbank Den Haag heeft in een vonnis van 26 januari 2016 geoordeeld dat de subsidieregeling staatssteun oplevert maar desondanks niet is verboden. De subsidieregeling kan profiteren van de uitzondering op het staatssteunverbod die is geformuleerd in het DAEB Vrijstellingsbesluit.

Het geschil

Het kort geding was aangespannen door Gendia, een Belgische aanbieder van de NIP test. Gendia biedt de NIP test (in België) aan voor een bedrag van EUR 590,--. Met behulp van de subsidieregeling kunnen universitair medisch centra de NIP test aan zwangere vrouwen in Nederland aanbieden voor EUR 175,--. Omdat zij geen universitair medisch centrum is, komt Gendia niet in aanmerking voor subsidie en ondervindt zij in Nederland concurrentienadeel ten opzichte van universitair medisch centra.

Niet in geschil is dat subsidieregeling staatssteun oplevert. Gendia stelt zich op het standpunt dat de subsidieregeling niet kan profiteren van de uitzondering op het staatssteunverbod die voortvloeit uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit. Naar het oordeel van Gendia kan een dienst uitsluitend als DAEB worden aangewezen als sprake is van marktfalen (en de dienst dus niet wordt aangeboden door marktpartijen). In dit geval is daarvan geen sprake want Gendia biedt de NIP test al tegen marktvoorwaarden (in België) aan. De Minister van VWS heeft volgens Gendia dus onterecht een beroep gedaan op het DAEB-Vrijstellingsbesluit.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter verwerpt het betoog van Gendia. Op basis van vaste jurisprudentie en het DAEB-Vrijstellingsbesluit, heeft de lidstaat Nederland veel beoordelingsvrijheid om een dienst (zoals het aanbieden van de NIP test) al dan niet te kwalificeren als DAEB. Het feit dat particuliere partijen al in een dienst voorzien, staat er volgens de voorzieningenrechter niet altijd aan in de weg dat deze (desondanks) door de lidstaat wordt aangewezen als DAEB. Onder verwijzing naar de Mededeling DAEB van de Europese Commissie oordeelt de voorzieningenrechter dat daarvan ook sprake kan zijn als deze niet op bevredigende wijze wordt aangeboden door de markt, bijvoorbeeld omdat de prijs te hoog is. In dit geval heeft de Minister van VWS voldoende gemotiveerd dat de subsidie nodig is voor het creëren van (i) gelijke toegang voor vrouwen uit verschillende inkomensgroepen tot de NIP test, en (ii) keuzevrijheid tussen de verschillende beschikbare testen (combinatietest / NIP test). Ook aan de overige voorwaarden uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit is volgens de voorzieningenrechter voldaan:

  • De Universitair medisch centra zijn daadwerkelijk met de uitvoering van een DAEB belast;

  • Het compensatiemechanisme is in de subsidieregeling beschreven,

  • De parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie zijn vermeld, en

  • De subsidie bevat een regeling om overcompensatie te voorkomen.


De voorzieningenrechter wijst de vordering van Gendia af om alle werkzaamheden ten behoeve van de subsidieregeling te staken.

Conclusie en advies

Voor (decentrale) overheden bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter dat zij ruime beleidsvrijheid hebben bij het aanwijzen van DAEB; ieder ontbreken van een marktoplossing is geen voorwaarde voor toepasselijkheid van het DAEB-Vrijstellingsbesluit. Overheden kunnen daardoor (min of meer) naar eigen inzicht een beroep doen op het DAEB-Vrijstellingbesluit.

De bedragen aan staatssteun die (rechtmatig) op grond van het DAEB-Vrijstellingsbesluit kunnen worden verleend, zijn substantieel. Zo geldt in beginsel een maximumbedrag van EUR 15 miljoen per jaar aan ondernemingen die met de uitvoering van een DAEB zijn belast (mits werkzaam buiten de vervoerssector). Veel decentrale overheden zullen niet over zulke budgetten beschikken. Voor ondernemingen in de gezondheidszorgsector die met de uitvoering van een DAEB zijn belast, is zelfs helemaal geen limiet gesteld aan de omvang van de compensatie.

Voorzichtigheid blijft echter geboden. Het DAEB-Vrijstellingsbesluit is namelijk (ongeacht de omvang van de compensatie) uitsluitend van toepassing als aan alle (materiele en formele) vereisten is voldaan voordat de steunmaatregel in werking treedt. Gebeurt dat niet dan bestaat het risico dat de verleende compensatie voor de DAEB alsnog bij de begunstigde moet worden teruggevorderd. Het is dus zaak om staatssteun op grond van het DAEB-Vrijstellingsbesluit zorgvuldig voor te bereiden.

Gerelateerd

Aanbestedingsrecht

Afwezige trainee bij usability test: gelijkheidsbeginsel geschonden, herbeoordeling geboden

Een ogenschijnlijk kleine fout met grote gevolgen: één van de trainees van de aanbestedende dienst is gedurende de gebruikstest gedeeltelijk afwezig. De...
Aanbestedingsprocedures

Het formuleren van (gunnings)criteria is een kunst

In de regel zijn kort gedingen tegen de motivering van de gunningsbeslissing en de beoordeling niet kansrijk te noemen. Toch oordeelde de Haarlemse...

Hoe een aanbestede overeenkomst al kan eindigen voordat de uitvoering begint

Het Bonnefanten Museum in Maastricht schrijft een Europese niet-openbare aanbesteding uit voor beveiligingsdiensten. Eye Watch Security Group (“Eye Watch”)...
Wanneer telt concernomzet mee bij quasi-inbesteden? Het HvJ EU verduidelijkt de 80%-toets en de rol van omzet van derden.

Quasi-inbesteden: concernomzet en derdenomzet tellen mee

Uit het arrest van 15 januari 2026 (C-692/23) van het Hof van Justitie volgt dat voor een succesvol beroep op de aanbestedingsuitzondering ‘quasi-inbesteden’...
Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen