Voorlichting aan (gewezen) deelnemers: kwestie van vertrouwen

21 februari 2012
Werkgevers en/of pensioenuitvoerders zullen op veel momenten de (gewezen) deelnemers moeten informeren over hun pensioen, zoals bij indiensttreding, de (vijf)jaarlijkse verstrekking van overzichten, ontslag en (vroeg)pensioen. Zij zullen er voor moeten zorg dragen dat deze voorlichting volledig in overeenstemming is met wat in de verhouding tussen werkgever en werknemer is afgesproken. Wordt een (gewezen) deelnemer desalniettemin verkeerd geïnformeerd, dan kan dat vervelende consequenties tot...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
Werkgevers en/of pensioenuitvoerders zullen op veel momenten de (gewezen) deelnemers moeten informeren over hun pensioen, zoals bij indiensttreding, de (vijf)jaarlijkse verstrekking van overzichten, ontslag en (vroeg)pensioen. Zij zullen er voor moeten zorg dragen dat deze voorlichting volledig in overeenstemming is met wat in de verhouding tussen werkgever en werknemer is afgesproken. Wordt een (gewezen) deelnemer desalniettemin verkeerd geïnformeerd, dan kan dat vervelende consequenties tot gevolg hebben. Zo zou een deelnemer onder omstandigheden bindende rechten kunnen ontlenen aan de verkeerde voorlichting. Het is dan wel zaak dat een deelnemer kan aantonen dat hij op grond van die verkeerde voorlichting onomkeerbare financiële verplichtingen is aangegaan, althans dat stelt het Gerechtshof Amsterdam in een recente uitspraak (LJN: BU9333).

In de kwestie die bij het Gerechtshof speelde, heeft het bedrijfstakpensioenfonds Metalelektro aan een deelnemer die aan de vooravond van de ingang van zijn ouderdomspensioen stond een pensioenoverzicht verstrekt. Op een vraag van de betreffende deelnemer over dit pensioenoverzicht, heeft het pensioenfonds laten weten dat het eerder verstrekte overzicht correct is. Vervolgens heeft het pensioenfonds ruim één jaar uitkeringen verstrekt aan de deelnemer ter hoogte van de bedragen die op het pensioenoverzicht vermeld stonden. Hierna zijn de toekomstige uitkeringen door het pensioenfonds naar beneden bijgesteld, omdat de eerdere berekeningen niet juist bleken te zijn. De deelnemer is het met deze verlaging niet eens en stapt naar de rechter. Kort gezegd stelt de deelnemer zich op het standpunt dat hij erop mocht vertrouwen dat het aan hem toegekende en reeds ingegane ouderdomspensioen juist was berekend en niet zou worden verlaagd. Hij heeft, zo stelt hij in zijn algemeenheid, zijn financiële huishouding ingericht op grond van de informatie die het pensioenfonds aan hem verstrekt had.

Zowel bij de kantonrechter als het Gerechtshof wordt de deelnemer in het ongelijk gesteld. Als uitgangspunt geldt een pensioenuitkering tot het volgens het pensioenreglement vastgestelde bedrag. Van dit uitgangspunt kan slechts worden afgeweken, indien betaling van de lager vastgestelde uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het in dit kader gedane beroep op het gerechtvaardigd vertrouwen gaat volgens de kantonrechter en het Gerechtshof niet op. Hoewel erkend wordt dat de gedane mededelingen onjuist waren, wordt hieraan tegelijkertijd toegevoegd dat de deelnemer hierop niet mocht vertrouwen, omdat in eerdere correspondentie van het pensioenfonds verwoord stond dat de pensioenuitkeringen worden vastgesteld op grond van de pensioenreglementen. De foutieve mededelingen worden hierdoor niet aangemerkt als een omstandigheid waardoor het onaanvaardbaar zou zijn om de pensioenuitkering te verlagen.

Opmerkelijk - en niet steeds in lijn met eerdere rechtspraak - is de toevoeging van het Gerechtshof Amsterdam op laatstgenoemde overweging. Het Gerechtshof noemt namelijk dat indien de deelnemer op grond van de onjuiste mededelingen onomkeerbare financiële verplichtingen zou zijn aangegaan, een verlaging van de pensioenuitkering mogelijk wel onaanvaardbaar zou zijn geweest. In feite wordt hiermee een aanvullende voorwaarde geformuleerd, namelijk een actief handelen als vervolg op de gedane (onjuiste) mededeling. Eerder heeft ook de rechtbank Amsterdam in een andere zaak een vergelijkbare aanvullende voorwaarde gesteld (LJN: BR6170). Discutabel is of hiermee een juiste uitleg wordt gegeven aan het leerstuk van het gerechtvaardigd vertrouwen. De rechtspraktijk zal dit moeten uitwijzen; naar verwachting zal dit zeker niet de laatste zaak zijn waarin het leerstuk van het gerechtvaardigd vertrouwen in relatie tot onjuiste pensioenvoorlichting een cruciale rol speelt.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen