De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (5): het getuigenverhoor

Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht (5): het getuigenverhoor

In deze blogreeks bespreek ik een aantal in het oog springende onderdelen van het Wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht, dat onlangs is ingediend bij de Tweede Kamer.
Auteur artikelMargo Hengeveld
Gepubliceerd05 augustus 2020
Laatst gewijzigd14 augustus 2020
Leestijd 

In mijn vorige blog besprak ik de mogelijkheden van voorlopige bewijsvergaring. Ditmaal zoom ik in op een ‘reguliere’ wijze van bewijslevering: het getuigenverhoor. In deze blog bespreek ik een aantal wijzigingsvoorstellen ten aanzien van verschillende aspecten van bewijslevering middels getuigen.

Procedurele vernieuwingen

De minister stelt allereerst een aantal wijzigingen voor op procedureel niveau. Zo wordt de regeling over getuigenbewijs aangepast aan de met het nieuwe procesrecht ingevoerde mogelijkheid om partijen mee te nemen naar de mondelinge behandeling. Nieuw is voorts dat de rechter door hemzélf aangewezen personen kan oproepen om te getuigen. Naar huidig recht kan de rechter weliswaar ambtshalve een getuigenverhoor bevelen, maar niet zélf de te horen getuigen aanwijzen.

Over deze laatste ontwikkeling – die aansluit bij actieve rol bij de waarheidsvinding van de rechter (zie daarover een eerdere blog) – enkele opmerkingen. Evenals bij bespreking door de rechter met partijen van de feitelijke grondslag, dient ook bij het aanwijzen van getuigen door de rechter worden gewaakt voor ‘meeprocederen’. De minister verzekert dat dit mogelijke probleem zal worden ondervangen door (nog te formuleren) rechterlijke uitgangspunten, en door de beperking van de aanwijsbevoegdheid tot personen die ofwel in het partijdebat ter sprake zijn gekomen, ofwel wier schriftelijke verklaring is overgelegd. Met deze kaders zou de partijautonomie voor een groot deel moeten zijn gewaarborgd. Het blijft echter zaak om een en ander goed te bewaken.

Het familiale verschoningsrecht

Een andere wijziging ziet op het familiale verschoningsrecht. Naar huidig recht kunnen zich van de getuigplicht verschonen de (vroegere) echtgenoot en (vroegere) geregistreerd partner. In het licht van de maatschappelijke ontwikkelingen waarin latrelaties en ongehuwd samenwonen steeds gebruikelijker worden, wordt voorgesteld om het familiale verschoningsrecht te verruimen tot de ‘(vroegere) levensgezel’. In reactie op de (terechte) opmerking van de Raad van State dat deze terminologie onduidelijkheid kan oproepen, voorziet de Memorie van Toelichting inmiddels in een verdere uitleg en inkadering van het begrip. Om als levensgezel te worden aangemerkt is blijkens de Memorie van Toelichting doorslaggevend criterium of sprake is van “nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid”. De minister brengt hiermee enerzijds tot uitdrukking dat niet zonder meer sprake behoeft te zijn van samenwonen, en anderzijds dat samenwonen niet per definitie voldoende is voor verschoning. Deze opvatting doet mijns inziens recht aan de status van huidige maatschappij.

Verduidelijking: geen verplichting tot inbrengen schriftelijke verklaringen

Tot slot wil ik kort stilstaan bij de verhouding tussen schriftelijke en mondelinge getuigenverklaringen. De reden daarvoor is dat de consultatieversie een verplichting bevatte voor de partij die bij aanvang van de procedure te kennen geeft bepaalde getuigen te willen laten horen, om daarbij direct (een) schriftelijke verklaring(en) van die getuige(n) in het geding te brengen. Dit met het oog op een efficiëntere inzet van het getuigenverhoor tijdens de procedure. Deze verplichting is in de aanloop naar het uiteindelijk bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel gesneuveld – terecht, zo lijkt me –, gelet op consultatiebezwaren (waaronder het risico van ‘sturing’ door partijen, selectiviteit of juist onnodige alomvattendheid, en geringere geloofwaardigheid). Er is dus geen reden om aan te nemen dat de mondelinge verklaring onder de nieuwe wet aan belang zal inboeten. Wél tracht de minister in de Memorie van Toelichting de inbreng van schriftelijke verklaringen (vrijblijvend) te stimuleren.

Tot slot

Het wetsvoorstel laat de procedure rondom het getuigenverhoor, alsook het verschoningsrecht, meebewegen in de bredere tendens van vereenvoudiging en modernisering. Het besprokene in deze blog biedt een mooi voorbeeld van diverse ‘verfrissingen’.

Een belangrijke wijziging in de categorie getuigenbewijs is vandaag buiten beschouwing gebleven: de veranderende positie van de partijgetuige. Dit onderwerp zal ik in een volgende blog afzonderlijk bespreken.

Ook verschenen in deze reeks: 

1) het aandragen van bewijs door partijen

2) de rol van de rechter bij waarheidsvinding

3) inlichtingen, inzage en afschrift

4) voorlopige bewijsverrichtingen

6) de positie van de partijgetuige

7) het veiligstellen van bewijs