Zoeken
  1. Zorgplicht werkgever voor zzp’ers

Zorgplicht werkgever voor zzp’ers

Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad beslist dat werkgevers een zorgplicht kunnen hebben als zij zzp’ers inhuren. Een onderneming kan dus niet alleen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, maar kan onder omstandigheden ook als opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een zzp’er tijdens zijn werkzaamheden lijdt.ArrestEind 2004 tot begin 2005 heeft een zzp’er in het bedrijf van Royalspan gedurende een aan...
Auteur artikelFrédérique Hoppers
Gepubliceerd28 maart 2012
Laatst gewijzigd28 maart 2012
Leestijd 
Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad beslist dat werkgevers een zorgplicht kunnen hebben als zij zzp’ers inhuren. Een onderneming kan dus niet alleen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, maar kan onder omstandigheden ook als opdrachtgever aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een zzp’er tijdens zijn werkzaamheden lijdt.

Arrest

Eind 2004 tot begin 2005 heeft een zzp’er in het bedrijf van Royalspan gedurende een aantal weken werkzaamheden verricht aan een vezelverwerkingsmachine. Hij werkte regelmatig voor dit bedrijf en repareerde daar machines. In de uitoefening van dit werk is de zzp’er een ernstig ongeval overkomen met als gevolg dat zijn rechterbeen tot aan zijn knie geamputeerd is. De zzp’er stelde zich op het standpunt dat Royalspan de zorgplicht geschonden had en dat in dit kader zijn schade moest worden vergoed. De zzp’er refereerde in dit verband aan artikel 7:658 BW en noemde dat dit artikel ook dient te gelden in de verhouding opdrachtgever-zzp’er. 

Artikel 7:658 BW geldt in beginsel uitsluitend in de verhouding werkgever-werknemer. Uit dit artikel vloeit - kort gezegd - de verplichting van de werkgever voort de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, te vergoeden, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij voldaan heeft aan zijn zorgplicht of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer. In 1998 is een vierde lid aan dit wetsartikel toegevoegd. Het uitgangspunt van dit vierde artikellid is dat de werkgever niet alleen aansprakelijk kan worden gesteld voor zijn eigen werknemers, maar onder bepaalde voorwaarden ook voor personen die werk verrichten die gelijk te stellen zijn met zijn eigen werknemers. Het klassieke voorbeeld hiervan is de uitzendkracht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever met toevoeging van dit artikellid de intentie had een werkgever die zijn zorgverplichting niet nakomt op gelijke voet aansprakelijk te stellen voor de schade van anderen die bij hem werkzaam zijn op de werkvloer.

De Hoge Raad overwoog dat uit deze wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de zorgplicht er toe strekt om onder bepaalde voorwaarden bescherming te bieden aan personen die zich in een met een werknemer vergelijkbare positie bevinden. Of een persoon zich in een vergelijkbare positie bevindt als de werknemer dient volgens de Hoge Raad bepaald te worden per geval. Hiervoor zijn onder andere van belang de feitelijke verhouding tussen betrokkenen en de aard van de verrichte werkzaamheden. Daarnaast de mate waarin de werkgever, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden van degene die werkzaamheden verricht en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.

De zzp’er in deze zaak was voor het ongeluk al een aantal weken werkzaam bij Royalspan. Hij werkte daar regelmatig. Bovendien werd gesteld dat één van de bedrijfsactiviteiten van Royalspan zag op het verrichten van reparatiewerkzaamheden op locatie, dus dezelfde werkzaamheden als die de zzp’er verrichtte. In het licht van deze omstandigheden concludeerde de Hoge Raad dat de zzp’er op gelijke voet stond met een gewone werknemer en dat tegen deze achtergrond artikel 7:658 BW ook toepassing vindt in de verhouding van Royalspan ten opzichte van de zzp’er.

Kortom

Ondernemingen zullen erop bedacht moeten zijn dat zij aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schade die een zzp’er (als opdrachtnemer) in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Zij doen er verstandig aan hierin de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. De conclusie dat iedere opdrachtgever aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die een zzp’er lijdt, lijkt mij echter niet op zijn plaats. De uitbreiding die de Hoge Raad heeft aangebracht ziet vooral op zzp’ers die min of meer hetzelfde functioneren als een gewone werknemer, bijvoorbeeld een zzp’er die langdurig voor één werkgever werkt en die tevens dezelfde soort werkzaamheden verricht als de opdrachtgever zelf. Desalniettemin heeft vakcentrale FNV al opgemerkt dat door het arrest van de Hoge Raad mogelijk meer zzp’ers onder de arbowetgeving komen te vallen. Via ons kennisportal wordt u van de ontwikkelingen in navolging van het arrest op de hoogte gehouden.