De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Clauscentrale: van belang voor België, of Nederland?

Clauscentrale: van belang voor België, of Nederland?

Al jarenlang speelt een discussie tussen RWE en de minister van Economische Zaken en Klimaat over de Clauscentrale. RWE wil de gasgestookte elektriciteitscentrale te Maasbracht met een ondergrondse hoogspanningskabel verbinden aan het Belgische netwerk. Maar het koninklijk besluit van 20 januari 2021 waarin de erkenning van het openbaar belang van de kabel wordt ingetrokken gooit roet in het eten.
Auteur artikel Ilona Termaat
Gepubliceerd 15 maart 2021
Laatst gewijzigd 15 maart 2021
Leestijd 

Openbaar belang (niet) erkend

Het valt te verwachten dat een kilometerslange kabel niet geheel in grond komt te liggen die eigendom is van degene die de kabel wil aanleggen. Als de grondeigenaars niet vrijwillig toestemmen met het gebruik van hun grond, kan de Belemmeringenwet privaatrecht uitkomst bieden. Op grond van die wet kunnen gedoogplichten worden opgelegd. De grondeigenaar moet dan dulden dat van zijn grond gebruik wordt gemaakt. Maar: gedoogplichten in de zin van de Belemmeringenwet privaatrecht kunnen alleen worden opgelegd voor werken van openbaar belang. Het openbaar belang is in beginsel gegeven als het Rijk, een provincie of waterschap een werk uitvoert, of als het belang is erkend in een formele wet. In andere gevallen moet het openbaar belang bij koninklijk besluit worden erkend (artikel 1 Belemmeringenwet privaatrecht).

Voor de aanleg van de ondergrondse hoogspanningskabel tussen de Clauscentrale en het Belgische elektriciteitsnetwerk is in 2015 het openbaar belang bij koninklijk besluit erkend (Staatscourant 2015, 11344). Destijds werd (een gedeelte van) de Clauscentrale niet gebruikt. Die stilstand, in combinatie met het feit dat in België een elektriciteitstekort dreigde te ontstaan en dat de verbinding de Nederlandse economie en werkgelegenheid zou stimuleren, waren de voornaamste redenen voor erkenning van het openbaar belang.

Op 20 januari 2021 is de erkenning van het openbaar belang echter bij koninklijk besluit ook weer ingetrokken (Staatscourant 2021, 6491). Een bijzonder besluit, omdat intrekking van zo’n erkenning weinig tot nooit voorkomt.

De vraag naar gasgestookte elektriciteit in Nederland is volgens de Minister van Economische Zaken en Klimaat – die de intrekking verzocht – na 2015 toegenomen. Dat komt onder andere door de Urgenda-uitspraak en de Klimaatwet: om de Nederlandse CO2-uitstoot te verminderen worden kolencentrales gesloten en de vraag naar gasgestookte elektriciteit stijgt daarom. Om voldoende elektriciteit te kunnen blijven opwekken en leveren, is de Clauscentrale nodig. Er bestaat dan geen belang meer bij de aanleg van de kabel van RWE die mogelijk maakt dat in Nederland opgewekte energie rechtstreeks wordt geleverd aan België.

Zienwijzen RWE en TenneT

RWE brengt in haar zienswijze tegen het ontwerpbesluit onder andere naar voren dat het Belgische tekort na 2015 niet is opgelost. Aan dat tekort wordt volgens RWE ten onrechte geen belang toegekend in het intrekkingsbesluit. De Kroon wijst als reactie op de verschillende omstandigheden van nu en in 2015. Toen werd de Clauscentrale niet gebruikt, maar eind 2020 is hij weer in gebruik genomen voor het Nederlandse netwerk. Eventueel zou ook nog aan België geleverd kunnen worden via de Nederlands-Belgische interconnectiecapaciteit (die uitwisseling van energie tussen verschillende landen mogelijk maakt) in plaats van via een eigen kabel van RWE.

Verder brengt RWE naar voren dat erkenning van het openbaar belang bij haar het vertrouwen heeft gewekt dat ze de kabel mocht realiseren. Zij lijdt door de intrekking schade, omdat zij al ruim twee miljoen euro heeft geïnvesteerd. Maar ook aan dat argument wordt voorbijgegaan:

Wij [merken] op dat toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht en het opleggen van een eventuele gedoogplicht niet alleen afhangt van een erkenning van het openbaar belang, maar tevens afhankelijk is van het verkrijgen van een concessie. De erkenning geeft slechts aan dat het algemeen belang van het werk wordt erkend, maar geeft geen recht op daadwerkelijke uitvoering van het werk.

Zo’n concessiebesluit (zoals bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht) heeft RWE ook aangevraagd, maar die aanvraag is op 8 februari 2020 afgewezen (Staatscourant 2020, 8674, nr. 2020000312). Nadat de afwijzing in bezwaar in stand bleef ging RWE in beroep. Die procedure loopt nog.

Naast een concessie is voor het aanleggen van de kabel wijziging van bestemmingsplannen nodig; een volgende onzekere factor. Al met al mocht RWE er dus op basis van de erkenning niet op vertrouwen dat de kabelverbinding gerealiseerd kon worden. Een eventuele aanspraak op schadevergoeding zou overigens ook niet in de weg staan aan de intrekking:

De vraag of, en zo ja in hoeverre, eventuele door RWE geleden schade vergoed zou moeten worden hoort thuis in eventuele aparte schadeprocedure en staat de door RWE gestelde schending van het opgewekte vertrouwen niet aan intrekking in de weg.

Een tweede zienswijze is ingediend door TenneT. Zij geeft aan achter het besluit te staan, en wijst op het belang van de Clauscentrale voor Nederlandse energievoorziening:

Gascentrales spelen een belangrijke aanvullende rol op de fluctuerende duurzame elektriciteitsproductie – in het bijzonder op momenten van weinig wind en zon – voor de leveringszekerheid van Nederland.

Conclusie

Na de weigering van de concessie in 2020 is de intrekking van de erkenning van het openbaar belang een voor RWE volgend teleurstellend besluit. De rol die de Clauscentrale moet gaan vervullen op het gebied van duurzame energieopwekking in Nederland wordt belangrijker gevonden dan het belang van RWE om rechtstreeks aan België energie te mogen leveren.

Meer weten?

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem dan contact op met Joske Hagelaars en Ilona Termaat, specialisten op het gebied van gedoogplichtprocedures.