Op 1 oktober 2026 is het conceptwetsvoorstel Zelfstandigenwet in internetconsultatie gegaan. De consultatie liep tot en met 29 oktober 2026. Met het voorstel wil het kabinet vooraf meer duidelijkheid bieden over de vraag wanneer buiten een arbeidsovereenkomst kan worden gewerkt. Daarvoor introduceert het een zogenoemde ‘veilige haven’ voor werkenden en opdrachtgevers die aan concrete voorwaarden voldoen.
De Zelfstandigenwet volgt op een koerswijziging rond het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, kortweg VBAR. Het onderdeel dat moest verduidelijken wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst, is vervallen. Het andere onderdeel, een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief, is wel in wetgeving vastgelegd en treedt op 31 december 2026 in werking.
Met de Zelfstandigenwet kiest het kabinet voor een andere benadering: vastleggen onder welke voorwaarden voor de toepassing van artikel 7:610 BW in ieder geval geen sprake is van werken ‘in dienst van’ een werkgever. Het gaat nog om een conceptwetsvoorstel. De inhoud kan tijdens het verdere wetgevingstraject veranderen.
Hoe worden arbeidsrelaties nu beoordeeld?
Of sprake is van een arbeidsovereenkomst, wordt beoordeeld aan de hand van de wet (artikel 7:610 lid 1 BW). Daarvoor moet iemand zich verbinden om gedurende zekere tijd, tegen loon en in dienst van een werkgever arbeid te verrichten.
In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 heeft de Hoge Raad uiteengezet dat alle omstandigheden van het geval in onderling verband moeten worden beoordeeld. Niet het contractlabel, maar de overeengekomen rechten en verplichtingen zijn bepalend. Daarbij is ook van belang hoe partijen hun afspraken in de praktijk uitvoeren. In de Uber-uitspraak van 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad bevestigd dat ook ondernemerschap buiten de specifieke arbeidsrelatie meetelt. Denk aan acquisitie, reputatieopbouw en het werken voor verschillende opdrachtgevers. Er bestaat geen vaste rangorde tussen de verschillende gezichtspunten. Daardoor kan hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever voor de ene werkende wel en voor de andere niet als arbeidsovereenkomst kwalificeren.
De Zelfstandigenwet beoogt vooraf meer houvast te geven door een aanvullende wettelijke veilige haven te creëren.
Twee toetsen voor ‘de veilige haven’
Het conceptwetsvoorstel voegt een nieuw tweede lid toe aan artikel 7:610 BW. Daarin wordt bepaald dat in ieder geval niet ‘in dienst van’ een werkgever wordt gewerkt wanneer cumulatief wordt voldaan aan twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Ook de voorwaarden binnen deze toetsen gelden cumulatief.
Zelfstandigentoets
De zelfstandigentoets ziet op de persoon van de werkende en diens positie als zelfstandig ondernemer. De toets bestaat uit drie onderdelen.
- Meerdere opdrachtgevers: de werkende moet in het lopende kalenderjaar tot het toetsmoment en het voorafgaande kalenderjaar samen voor ten minste drie verschillende opdrachtgevers of klanten buiten een arbeidsovereenkomst hebben gewerkt. Volgens de toelichting moet het gaan om volwaardige opdrachten. Louter symbolische of zeer kleine opdrachten waarmee alleen formeel het vereiste aantal wordt bereikt, zijn onvoldoende. Wat een volwaardige opdracht is, hangt af van de omstandigheden.
- Voorzieningen tegen ondernemersrisico’s: de werkende moet een minimumbedrag besteden aan voorzieningen tegen risico’s van zelfstandig ondernemerschap. De toelichting noemt onder meer voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ziekte, pensioen en aansprakelijkheid. Niet al deze voorzieningen hoeven afzonderlijk te worden getroffen. Het gaat om de gezamenlijke besteding aan één of meer meetellende voorzieningen. Zowel de hoogte van het minimumbedrag als de voorzieningen die meetellen, moet nog bij lagere regelgeving worden vastgesteld.
- Basiskenmerken van zelfstandig ondernemerschap: de werkende moet voldoen aan nader vast te stellen kenmerken van zelfstandig ondernemerschap. De toelichting noemt onder meer een KvK-inschrijving, een btw-identificatienummer voor zover vereist, een afzonderlijke rekening voor zakelijke transacties, verantwoordelijkheid voor de facturering, betalingstermijnen en het dragen van betalingsverplichtingen tegenover derden. Facturering via een derde of self-billing is daarbij niet zonder meer uitgesloten, zolang de zelfstandige verantwoordelijk blijft voor de juistheid van de facturering en duidelijk is dat namens de zelfstandige wordt gefactureerd. De precieze basisvoorwaarden worden nog bij algemene maatregel van bestuur uitgewerkt.
Werkrelatietoets
De werkrelatietoets ziet op de specifieke samenwerking tussen de werkende en de opdrachtgever. Deze toets bestaat uit vier onderdelen.
- Bedoeling van partijen: beide partijen moeten de bedoeling hebben om buiten een arbeidsovereenkomst samen te werken. Een bepaling in het contract is daarvoor niet voldoende. De bedoeling moet ook blijken uit de overige afspraken en de feitelijke uitvoering. Partijen kunnen de juridische kwalificatie dus niet vrij kiezen door hun overeenkomst alleen ‘overeenkomst van opdracht’ te noemen.
- Vrijheid bij de uitvoering van het werk: de werkende moet vrijheid hebben om de uitvoering van de werkzaamheden vorm te geven. De opdrachtgever mag afspraken maken over het gewenste resultaat en binnen de grenzen van artikel 7:402 BW tijdige en verantwoorde aanwijzingen over de uitvoering geven. De aard, intensiteit en reikwijdte van de sturing mogen echter niet onverenigbaar zijn met de vereiste zelfstandigheid.
- Vrijheid van werktijden en werkplek: de werkende moet in beginsel zelf de werktijden en werkplek kunnen bepalen. Volgens de toelichting zijn beperkingen mogelijk wanneer de aard van de opdracht een bepaalde locatie of een bepaald tijdstip noodzakelijk maakt. Denk aan werkzaamheden op een bouwplaats of een optreden tijdens een evenement. Aanvullende aanwezigheidseisen die niet noodzakelijk zijn voor het overeengekomen resultaat, worden daarmee niet vanzelf gerechtvaardigd.
- Werken voor eigen rekening en risico: de werkende moet economische baten kunnen behalen en financiële risico’s lopen die samenhangen met de werkzaamheden. Daarbij kan worden gedacht aan het voordeel van efficiënter werken, aansprakelijkheid voor fouten en het risico dat extra werkzaamheden of kosten nodig zijn om het afgesproken resultaat te bereiken.
Een vergoeding waarbij alle gewerkte uren gegarandeerd worden betaald en nauwelijks economische of financiële risico’s bij de werkende liggen, kan daarom problematisch zijn. Een uurtarief is op zichzelf echter geen uitsluitingsgrond. De totale belonings- en risicoverdeling is bepalend.
Wat als wel of niet aan de toetsen wordt voldaan?
Als aan alle voorwaarden van beide toetsen wordt voldaan, ontbreekt volgens het voorstel in ieder geval het voor een arbeidsovereenkomst vereiste werken ‘in dienst van’ een werkgever. De arbeidsrelatie kwalificeert dan niet als arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW.
Het ontbreken van een arbeidsovereenkomst werkt ook door naar de beoordeling van een privaatrechtelijke dienstbetrekking voor de loonheffingen en werknemersverzekeringen. Daarmee zijn echter niet alle fiscale en socialezekerheidsrechtelijke vragen beantwoord. Afhankelijk van de toepasselijke voorwaarden en uitzonderingen kan nog sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Ook staat daarmee niet automatisch vast dat de werkende ondernemer is voor de inkomstenbelasting of de omzetbelasting; daarvoor gelden afzonderlijke criteria. Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan betekent dit niet automatisch dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De ‘veilige haven’ is dan echter niet beschikbaar en de arbeidsrelatie moet dan alsnog worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:610 lid 1 BW en de rechtspraak van de Hoge Raad. Ook buiten de veilige haven kan dus nog steeds als zelfstandige worden gewerkt.
Gevolgen voor opdrachtgevers
Voor opdrachtgevers kan het voorstel meer houvast bieden bij het inhuren van zelfstandigen. De voorgestelde veilige haven is alleen beschikbaar als aan alle voorwaarden van beide toetsen wordt voldaan. Passende contractuele afspraken alleen zijn daarvoor niet voldoende. Ook de feitelijke uitvoering moet met die voorwaarden overeenstemmen. Daarom is het verstandig om relevante informatie over het ondernemerschap op te vragen, afspraken zorgvuldig vast te leggen en tijdens de samenwerking na te gaan of nog aan de voorwaarden wordt voldaan. Bijzondere aandacht verdienen samenwerkingen waarin de werkende weinig vrijheid heeft of nauwelijks financiële risico’s draagt. Een uurtarief staat op zichzelf niet aan toepassing van de veilige haven in de weg. Wel moet de werkende economische baten kunnen behalen én daadwerkelijk financiële risico’s lopen die met de werkzaamheden samenhangen. Het niet halen van de nieuwe toetsen verplicht op zichzelf niet tot beëindiging of omzetting van de samenwerking. De arbeidsrelatie moet dan volgens het bestaande kwalificatiekader worden beoordeeld. Blijkt daaruit dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan zijn de daarbij behorende rechten en verplichtingen van toepassing. De verhouding wordt niet pas een arbeidsovereenkomst wanneer partijen daarvoor een nieuw contract ondertekenen.
Wanneer gaat de Zelfstandigenwet in?
De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2028, mits invoering uitvoerbaar blijkt. Dit is nog geen definitief vastgestelde datum. Volgens de conceptwet wordt het tijdstip van inwerkingtreding bij koninklijk besluit bepaald. Het concept voorziet niet in overgangsrecht. Volgens de toelichting zouden de nieuwe regels daardoor vanaf de inwerkingtreding onmiddellijk gelden voor zowel bestaande als nieuwe arbeidsrelaties. Tot de inwerkingtreding kan nog geen beroep worden gedaan op deze nieuwe veilige haven. Arbeidsrelaties moeten worden beoordeeld volgens het geldende wettelijke kader en de rechtspraak. Het vooruitzicht van de nieuwe regeling is daarom geen reden om de beoordeling van huidige arbeidsrelaties uit te stellen. Het handhavingsmoratorium voor de handhaving op arbeidsrelaties voor de loonheffingen is bovendien per 1 januari 2025 opgeheven. De Belastingdienst kan sindsdien bij een onjuiste kwalificatie correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen zonder eerst een aanwijzing te geven. Voor opdrachtgevers is het daarom verstandig om hun huidige zzp-portefeuille nu al in kaart te brengen en te bepalen welke samenwerkingen een nadere juridische beoordeling of aanpassing behoeven.
Wilt u weten wat dit voorstel betekent voor uw organisatie en of uw huidige zzp-samenwerkingen juridisch goed zijn ingericht? Wij denken graag met u mee.