Algemeen bezoldigingsmaximum
Het algemene bezoldigingsmaximum wordt jaarlijks aangepast aan de loonontwikkeling bij de overheid in het voorafgaande jaar. Voor 2025 bedroeg die loonstijging 3,9%. Toegepast op € 262.000 komt dat uit op € 272.218, wat wordt afgerond op een duizendvoud tot € 273.000,- Dit maximum geldt bij een voltijds dienstverband. Bij een kleinere omvang wordt het naar rato vastgesteld.
Interim-topfunctionarissen
Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt gedurende de eerste twaalf kalendermaanden een afzonderlijk regime, dat per 2027 ook omhoog gaat: € 36.200 per maand in de eerste zes maanden, € 27.600 per maand in de zevende tot en met twaalfde maand, met een maximumuurtarief van € 260 (2026: € 34.800, € 26.500 en € 250). Wie alle twaalf maanden werkzaam is, komt daarmee in 2027 uit op maximaal € 382.800.
Let op: de maandbedragen zijn geen harde grens per maand, maar moeten over het geheel van de opdracht (als gemiddelde bezoldiging) worden beoordeeld. Voor het individuele bezoldigingsmaximum is de laagste uitkomst van twee berekeningen (gewerkte uren × uurtarief, versus gewerkte maanden × maandnorm) doorslaggevend. Dit betekent kortgezegd dat ofwel het aantal maanden maal de maandnorm, ofwel het aantal gewerkte uren maal uurtarief als het individuele bezoldigingsmaximum geldt, afhankelijk van het exact aantal uren en de verdeling over het aantal maanden dat de opdracht heeft geduurd. Een andere verdeling tussen de eerste en tweede periode van zes maanden is in geval van een opdracht van twaalf maanden ook toegestaan (bijvoorbeeld het gemiddelde dan de twee maxima), zolang het totaal over twaalf maanden niet wordt overschreden. Elke kalendermaand waarin is gewerkt telt mee, ook bij één gewerkte dag. Een maand zonder werk telt niet mee. Na twaalf maanden geldt het reguliere (of sectorale) maximum. Of en wanneer het interimregime na een onderbreking opnieuw kan gaan gelden, hangt af van de concrete feiten en verdient per geval nadere beoordeling. Instellingen die interim-bestuurders inschakelen moeten dus niet alleen naar het tarief, maar ook naar de looptijd en fasering van de opdracht(en) kijken.
Sectorale maxima en salarisafspraken
Voor onder meer de sectoren zorg, jeugdhulp, onderwijs, woningcorporaties, ontwikkelingssamenwerking en cultuur gelden eigen, doorgaans lagere maxima. Deze worden zoals gebruikelijk pas (uiterlijk) in november 2026 vastgesteld, dus € 273.000 is voor die instellingen nog geen uitgangspunt.
Gemaximeerde ontslagvergoeding in 2027
Eén bekend WNT-bedrag beweegt vooralsnog níet mee met deze jaarlijkse indexering: het maximum voor een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband (kortweg: de overeengekomen ontslagvergoeding). Dat bedraagt op grond van artikel 2.10 WNT momenteel maximaal € 75.000 of - als de som van de beloning en de beloningen betaalbaar op termijn (zoals pensioenvoorzieningen) over de twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging lager was - ten hoogste dat lagere bedrag. Dit maximum kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd als de loonontwikkeling daartoe aanleiding geeft, maar dat is sinds invoering van de WNT niet gebeurd. In geval van een deeltijd dienstverband, wordt deze norm naar rato vastgesteld.
Sinds 15 december 2025 loopt over de indexering van de beëindigingsvergoeding wel een wetgevingstraject (de inmiddels gesloten internetconsultatie van de Tweede Evaluatiewet WNT). Dit consultatievoorstel introduceert onder meer een jaarlijkse indexering van de € 75.000-grens. Het wetsvoorstel is nog niet bij de Tweede Kamer ingediend en dus (nog) geen geldend recht. De huidige grens van € 75.000 blijft daarmee vooralsnog onverkort van toepassing.
Een wettelijke beëindigingsvergoeding, zoals de transitievergoeding, valt buiten voorgenoemd maximum indien deze uit de wet voortvloeit. Deze bedraagt nu (peiljaar 2026) maximaal € 102.000, of een jaarsalaris als dat hoger is. De indexering van de transitievergoeding voor 2027 is nog niet definitief vastgesteld, maar wordt verwacht op € 106.000.
Wat betekent dit in 2027 voor topfunctionarissen en interims?
Ga voor 2027 na welk regime van toepassing is (algemeen, sectoraal of het bijzondere interimregime) en houd bij interim-topfunctionarissen niet alleen het tarief maar ook de looptijd(en) in de gaten. Bij overeengekomen vertrekregelingen met bestuurders blijft het WNT-plafond van € 75.000 een zelfstandige grens. De sectorale normen volgen later dit najaar.