De WNT maximeert de overeengekomen uitkering wegens beëindiging van het dienstverband op de bezoldiging over de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van het dienstverband, met een absoluut maximum van € 75.000 (en naar verhouding lager bij deeltijd). Dat maximum dekt echter niet alles wat een topfunctionaris rondom het vertrek ontvangt.
Wat is het uitgangspunt voor de WNT-ontslagvergoeding?
Het maximumbedrag van € 75.000,- staat sinds 2013 vast en wordt, anders dan het algemene bezoldigingsmaximum, niet automatisch jaarlijks geïndexeerd. Hier kan echter verandering in komen, want er ligt een conceptwetsvoorstel voor de Tweede Evaluatiewet WNT, die onder meer beoogt om een automatische jaarlijkse indexering van het ontslagvergoedingsmaximum in te voeren.
Voor de praktijk is vooral van belang welke betalingen onder het ontslagvergoedingsmaximum vallen. Niet iedere betaling die met het vertrek samenhangt is namelijk een ‘WNT-ontslagvergoeding’. Zo valt de wettelijke transitievergoeding buiten het maximum van € 75.000, voor zover deze rechtstreeks, dwingend en eenduidig uit de wet voortvloeit. Wie in een vaststellingsovereenkomst simpelweg een beëindigingsvergoeding als "transitievergoeding" aanduidt, creëert daarmee nog geen wettelijke aanspraak. Dan telt de vergoeding dus mee voor het maximum. Een eenzijdig ontslag kan ertoe leiden dat zowel een transitievergoeding als een eventuele contractuele beëindigingsvergoeding (die valt onder voorgenoemd maximum) verschuldigd zijn, waardoor cumulatie mogelijk is.
Telt de opzegtermijn mee voor het WNT-maximum?
Bezoldiging over een periode waarin een topfunctionaris vooruitlopend op het einde van het dienstverband geen taken meer vervult, wordt aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband. Dat kan het WNT-maximum dus geheel of gedeeltelijk opsouperen. Een uitzondering geldt wanneer de non-activiteit eenzijdig is opgelegd, de topfunctionaris daar uitdrukkelijk niet mee instemt en beschikbaar blijft voor arbeid en de periode niet te lang duurt (in beginsel drie maanden).
Vallen outplacement en juridische kosten onder het WNT-maximum?
Ook een vergoeding voor outplacement, juridische bijstand of financieel- of pensioenadvies rond het vertrek komt vaak terug in een vaststellingsovereenkomst. Hiervoor geldt een specifieke uitzondering: dergelijke kosten vallen buiten het maximum van € 75.000 als de vergoeding rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeit uit een cao, een collectieve regeling of een wettelijk voorschrift óf als de topfunctionaris de vergoeding alleen kan gebruiken op basis van een declaratie voor daadwerkelijk gemaakte kosten. Dat de kosten buiten de ontslagvergoeding vallen, wil niet zeggen dat ze ook buiten de bezoldiging vallen: die toets loopt langs een ander spoor, deels fiscaal. Zie hiervoor uitgebreider ons artikel over outplacement- en juridische kosten in een WNT-vertrekregeling. Maatwerk is dus geboden.
Vallen niet-genoten vakantiedagen onder bezoldiging of ontslagvergoeding?
Bij een vertrek hoort ook een eindafrekening, met onder andere uitbetaling van de nog verschuldigde vakantietoeslag en niet-opgenomen vakantiedagen. Die twee posten kwalificeren op grond van de Uitvoeringsregeling WNT als bezoldiging, niet als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband. Ze tellen dus in beginsel niet mee als ontslagvergoeding (het maximum van € 75.000), maar bij het geldende bezoldigingsmaximum over het lopende kalenderjaar. Dat is een belangrijk verschil: de uitbetaling raakt niet de gemaximeerde ontslagvergoeding, maar kan wel de reguliere bezoldigingsnorm laten overschrijden.
Voorgaande maakt dan ook duidelijk dat voor elk component in het kader van de beëindiging moet worden getoetst hoe dit kwalificeert en of dit past binnen de kaders van de WNT. Voor vakantiegeld schreven wij eerder dit artikel, om de mogelijke discussie bij einde dienstverband te voorkomen.
Geldt het WNT-maximum voor de billijke vergoeding?
In een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 24 september 2025 kende de kantonrechter een topfunctionaris (na een ondeugdelijk persoonsgericht onderzoek naar aanleiding van een anonieme brief) naast de transitievergoeding van ruim € 31.000 een billijke vergoeding toe van € 75.000. Het verzochte bedrag was veel hoger. De kantonrechter stelde echter uitdrukkelijk vast dat het WNT-maximum niet geldt voor de billijke vergoeding, maar betrok doel en strekking van de wet wel expliciet bij het bepalen van de hoogte. Vanuit de gedachte dat publieke middelen primair voor de publieke taak behoren te worden ingezet werd de vergoeding afgetopt op € 75.000,-
In een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 februari 2026 kende de kantonrechter een gemeentesecretaris, bij wie het college een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding had laten ontstaan, een billijke vergoeding toe van € 120.000, naast een transitievergoeding van ongeveer € 80.000,-. Het maximum van artikel 2.10 WNT ziet op de overeengekomen uitkering wegens beëindiging. Een billijke vergoeding heeft een andere grondslag en valt daar niet onder. Ook in deze zaak overwoog de rechter dat het WNT-maximum de rechter niet bindt, maar dat het doel en strekking van de wet een relevante omstandigheid zijn omdat ook de billijke vergoeding met publiek geld wordt gefinancierd. Hier hanteerde de rechter dus echter geen bovengrens van € 75.000,- voor de billijke vergoeding.
Ondanks dat het WNT-maximum als zodanig niet geldt voor de billijke vergoeding, leert de rechtspraak dus wel dat hier enige reflexwerking vanuit gaat
Vragen over een WNT-vertrekregeling?
De belangrijkste les is dus: houd het totaal van overeengekomen uitkeringen wegens einde dienstverband op maximaal € 75.000, maar kwalificeer eerst ieder onderdeel van het vertrekpakket om te bepalen welke WNT-norm daarop van toepassing is.
Een verkeerde kwalificatie van een van de componenten kan grote financiële gevolgen hebben, voor zowel de organisatie als de topfunctionaris. Wij denken graag in het proces mee, van de eerste toets tot en met een eventuele procedure. Neem gerust contact met ons op.