Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De faillissementsaanvraag als drukmiddel (1)

De faillissementsaanvraag als drukmiddel

Wanneer de debiteur zijn rekening niet betaalt, kunt u de zaak voor de rechter brengen. U kunt er ook voor kiezen het faillissement van de debiteur aan te vragen. Dit kan als er tenminste nog één andere schuldeiser aanwezig is, die niet wordt betaald. Dit kan een uitstekend pressiemiddel zijn. De debiteur wordt namelijk niet graag geconfronteerd met zijn faillietverklaring. Wordt het faillissement uitgesproken, dan kan en mag de debiteur niet meer zelf over zijn vermogen beschikken. Deze bevo...
Auteur artikelAlexandra Slaski (uit dienst)
Gepubliceerd03 november 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Wanneer de debiteur zijn rekening niet betaalt, kunt u de zaak voor de rechter brengen. U kunt er ook voor kiezen het faillissement van de debiteur aan te vragen. Dit kan als er tenminste nog één andere schuldeiser aanwezig is, die niet wordt betaald. Dit kan een uitstekend pressiemiddel zijn. De debiteur wordt namelijk niet graag geconfronteerd met zijn faillietverklaring. Wordt het faillissement uitgesproken, dan kan en mag de debiteur niet meer zelf over zijn vermogen beschikken. Deze bevoegdheid gaat (samen met het beheer van het vermogen) over op de curator.

Een faillissementsaanvraag moet door middel van een verzoekschrift worden ingediend bij de rechtbank van de woonplaats van de debiteur. Voor rechtspersonen geldt als woonplaats de statutaire zetel. Alleen een advocaat is bevoegd om een verzoekschrift namens een schuldeiser in te dienen. Voor de aanvraag van een eigen faillissement is een advocaat niet vereist. Voor het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank is de schuldeiser – naast de kosten voor de advocaat – zogenoemd griffierecht verschuldigd. Dit bedrag dient aan de rechtbank te worden betaald. Wanneer de schuldeiser een rechtspersoon is, bedraagt het griffierecht EUR 568,--. Natuurlijke personen betalen een bedrag van EUR 258,--. De kosten voor het aanvragen van het faillissement hebben bij de verdeling van de boedel een hoge prioriteit. Deze vordering heeft voorrang ten opzichte van andere vorderingen die voor de datum van de faillietverklaring zijn ontstaan.

Nadat het verzoekschrift bij de rechtbank is ingediend, wordt een dag voor de inhoudelijke behandeling bepaald. De rechtbank roept de debiteur op om te verschijnen. Vaak wil een debiteur, na eenmaal kennis te hebben genomen van de aanvraag, alsnog overgaan tot betaling. Ook gebeurt het regelmatig dat hij verzoekt om een betalingsregeling. Indien de schuldeiser met een regeling wil instemmen, is het mogelijk om de faillissementsaanvraag in totaal gedurende acht weken “aan te houden”. Dit betekent dat de inhoudelijke behandeling (en de verschijning voor de rechtbank) wordt uitgesteld. Met de debiteur kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de gehele schuld in acht termijnen dient te worden voldaan. Voldoet de debiteur tussentijds een termijn niet, dan kan de schuldeiser om inhoudelijke behandeling vragen. Men dient wel alert te zijn: is een aantal termijnen ontvangen en wordt daarna alsnog het faillissement uitgesproken, dan bestaat er een reële kans dat de al ontvangen termijnen aan de curator moeten worden terugbetaald. Het accepteren van betalingen terwijl men weet dat het faillissement is aangevraagd, kan namelijk paulianeus zijn. Dit kan men voorkomen door in een dergelijk geval de aanvraag in te trekken en vervolgens opnieuw in te dienen.

Inmiddels heeft de faillissementsaanvraag in de incassopraktijk zijn nut bewezen. Het is een middel dat op korte termijn effect kan sorteren en waaraan relatief weinig kosten zijn verbonden.