Zoeken
  1. De slag om de best zichtbare reclamemast

De slag om de best zichtbare reclamemast

We kennen ze allemaal; de grote LED-reclamemasten van Interbest vaak pal naast de snelweg. Als er plannen zijn om daar direct naast een nieuwe reclamemast op te richten dan is Interbest er snel bij om de zichtbaarheid van haar masten veilig te stellen. Daarbij rijst de vraag of Interbest als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij die toets is relevant of zij “gevolgen van enige betekenis” van de concurrente mast ondervindt.
Auteur artikelJasper Molenaar
Gepubliceerd18 juli 2018
Laatst gewijzigd18 juli 2018
Leestijd 

Gevolgen van enige betekenis
In een uitspraak van 11 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2346) beantwoordt de Afdeling de bovenstaande vraag bevestigend. Het juridische kader voor de slag om de best zichtbare reclamemast wordt gevormd door het belanghebbende begrip en de invulling die de Afdeling hieraan geeft aan de hand van de uitspraak van 23 augustus 2017, waarover ik al eerder een artikel schreef. Uit deze uitspraak volgt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium “gevolgen van enige betekenis” dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt gekeken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

In de zaak van Interbest zijn met name de onderstreepte elementen van belang. Als Interbest namelijk feitelijke gevolgen ondervindt als gevolg van het bouwplan van Trust om een reclamemast te realiseren voor haar bedrijfspand langs de A16 dan is zij in beginsel aan te merken als belanghebbende. De Afdeling is van mening dat een dergelijke situatie zich hier voor doet.

Feitelijke gevolgen voor de bedrijfssituatie
De afstand tussen de reclamemasten van Interbest en de te realiseren mast van Trust is zodanig beperkt dat aannemelijk is dat Interbest hiervan gevolgen zoukunnen ondervinden. De masten van Interbest en Trust liggen op een afstand van 150 en 228 meter. De masten van Interbest zijn aanzienlijk hoger dan de te realiseren mast van Trust. Echter, de masten zijn ongeveer gelijktijdig zichtbaar voor automobilisten vanaf de A16, omdat er geen tussenliggende bebouwing is die het vrijwel gelijktijdige zicht op de masten voor de verkeersdeelnemers op de A16 belet. Van een grote afstand is de mast van Interbest zichtbaar maar als de automobilist de mast van Trust, met name vanuit zuidelijke richting, nadert zullen alle masten vrijwel gelijktijdig zichtbaar zijn. De automobilist zal daardoor minder aandacht hebben voor de mast van Interbest.

Minder aandacht en minder aantrekkelijke reclamemast
Uit het bovenstaande volgt dat de te realiseren mast van Trust, hoewel deze aanzienlijker lager is dan de masten van Interbest, gevolgen zal hebben voor Interbest in die zin dat haar masten mogelijk minder aandacht zullen trekken en daardoor tevens minder aantrekkelijk zullen zijn voor potentiële huurders. Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat het belang van Interbest rechtstreeks is betrokken bij het besluit waarbij aan Trust door het college van b&w van de gemeente Dordrecht omgevingsvergunning is verleend, zodat zij als belanghebbende dient te worden aangemerkt.

Observatie
Deze uitspraak illustreert goed dat de gevolgen van een vergunning voor het woon-, leef- of de bedrijfssituatie niet alleen gelegen kunnen zijn in de planologische uitstraling en/of de milieugevolgen zoals geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico ect. zoals dat vaak het geval is. De commerciële aantrekkelijkheid van een object bezien vanuit het oogpunt van concurrentie is ook een van de aspecten die bij de “gevolgen van enige betekenis” moet worden betrokken. Overigens kan ook een concurrent als belanghebbende worden aangemerkt als deze  activiteiten ontplooit binnen hetzelfde marktsegment en in hetzelfde verzorgingsgebied (zie hiervoor een eerdere bijdrage). Deze kaart had Interbest ook gespeeld, maar aan dat betoog komt de Afdeling niet meer toe nu Interbest “binnen” is op basis van de gevolgen van enige betekenis.

Wilt u meer weten over belanghebbendheid bij (concurrerende) ruimtelijke besluiten? Neem contact op met Jasper Molenaar.