De zorgplicht van pensioenuitvoerders bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid

12 oktober 2010
Premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid worden met regelmaat tussen werkgever en werknemer gesloten. De pensioenuitvoerder biedt dan aan de deelnemer de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de wijze waarop de pensioenpremie belegd wordt. Als de deelnemer deze mogelijkheid benut, neemt hij in feite de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over. Dat creëert risico’s. Tegen deze achtergrond rust op een pensioenuitvoerder c.q. de tussenpersoon een specifieke zorgplicht. Uit een rapport v...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
Premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid worden met regelmaat tussen werkgever en werknemer gesloten. De pensioenuitvoerder biedt dan aan de deelnemer de mogelijkheid invloed uit te oefenen op de wijze waarop de pensioenpremie belegd wordt. Als de deelnemer deze mogelijkheid benut, neemt hij in feite de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over. Dat creëert risico’s. Tegen deze achtergrond rust op een pensioenuitvoerder c.q. de tussenpersoon een specifieke zorgplicht. Uit een ra pport van de AFM (“Onderzoek zorgplicht bij premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid 2009”) blijkt echter dat een belangrijk deel van de pensioenuitvoerders nog niet heeft voldaan aan de op hen rustende zorgplicht.

Algemeen

De Pensioenwet kent drie typen pensioenovereenkomsten, waaronder de premieovereenkomst. Deelnemers aan een premieovereenkomst ontvangen alleen een periodieke pensioenpremie en lopen beleggingsrisico. Een werkgever belooft een werknemer in dat geval geen periodieke pensioenuitkering na pensionering of op te bouwen kapitaal op de pensioendatum. Zodra de premieovereenkomst aan de deelnemer de mogelijkheid biedt invloed uit te oefenen op de wijze waarop de pensioenpremie belegd wordt, is sprake van een premieovereenkomst met beleggingsvrijheid. Maakt een deelnemer van deze mogelijkheid gebruik, dan moet hij zijn voorkeur over de beleggingswijze uitspreken, waarna de pensioenuitvoerder verplicht is dienovereenkomstig te handelen. De deelnemer neemt dan in feite de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over. Deelnemers zijn vaak minder ervaren en professionele beleggers dan pensioenuitvoerders, waardoor meer risico gelopen wordt en een grotere kans op tegenvallende beleggingsrendementen bestaat.

Tegen deze achtergrond heeft de wetgever in artikel 52 Pensioenwet (Pw) een zorgplicht voor pensioenuitvoerders (dus pensioenfondsen en verzekeraars) geïntroduceerd en (in dit kader) verwezen naar de toepasselijkheid van een aantal artikelen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Dit is een uitzondering op artikel 6 Pensioenwet, waarin verwoord staat dat de Wft in beginsel niet van toepassing is op de verhouding tussen enerzijds een verzekeraar en anderzijds een aanspraak- of pensioengerechtigde.

Kort gezegd komt deze zorgplicht erop neer dat de pensioenuitvoerder de deelnemer bij het maken van beleggingskeuzes moet begeleiden. De zorgplicht kan worden onderverdeeld in een advies-, onderzoeks- en informatieplicht. De pensioenuitvoerder moet de deelnemer voorafgaand aan de eerste beleggingsbeslissing adviseren en wel met inachtneming van de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de deelnemer (het ‘ken uw klant beginsel’). Het advies moet in ieder geval zodanig zijn dat het beleggingsrisico kleiner wordt naarmate de periode tot de pensioendatum korter is (life cycle beginsel). Daarnaast moet de pensioenuitvoerder (tenminste) jaarlijks onderzoek verrichten naar de verhouding tussen het advies en de daadwerkelijke beleggingsbeslissingen en de deelnemer hierover informeren en (opnieuw) adviseren. In voorkomende gevallen zal de deelnemer gewaarschuwd moeten worden tegen het lichtvaardig aangaan van onnodige risico’s of van risico’s die de deelnemer redelijkerwijze niet kan dragen. In het verlengde hiervan, moeten er heldere afspraken gemaakt worden over vergoeding van de (hiermee gemoeide) beheerskosten.

Tot slot geldt er ook een aantal specifieke informatieverplichtingen, zoals de verplichting om de aanspraakgerechtigde tijdig te informeren over de tot 2014 geldende mogelijkheid van splitsing van het kapitaal op de pensioendatum in een deel voor de tijdelijke uitkering en een later aan te wenden deel voor een levenslange uitkering (bij premie- en kapitaalovereenkomsten).

Zorgplicht tussenpersoon/bemiddelaar

De hierboven geschetste zorgplicht kan worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan een tussenpersoon/bemiddelaar. In de praktijk gebeurt dit ook vaak. Ook in geval van uitbesteding blijft de pensioenuitvoerder echter verantwoordelijk voor de invulling van de wettelijke zorgplicht. Een deelnemer kan dus zowel de tussenpersoon als de pensioenuitvoerder aanspreken, als de zorgplicht geschonden wordt. Daarnaast kan de AFM als toezichthoudend orgaan (onder meer) een boete opleggen aan de pensioenuitvoerder of de tussenpersoon bij schending van de in artikel 52 Pw verwoorde zorgplicht.

Tips AFM

Om pensioenuitvoerders en tussenpersonen meer duidelijkheid te geven, heeft de AFM een document gepubliceerd op de website www.afm.nl (“Visie op open norm zorgplicht bij premieovereenkomsten). Hierin wordt een visie op de zorgplicht gegeven. Dit document biedt enig houvast aan pensioenfondsen, verzekeraars en tussenpersonen. Voorts doet de AFM in het hierboven aangestipte rapport van 2009 een aantal belangwekkende aanbevelingen:

• Zorg voor complete, toegankelijke informatie waarin niet alleen de mogelijkheden maar ook de risico’s van beleggingsvrijheid in combinatie met pensioenopbouw worden benoemd.

• Win zorgvuldig gegevens in over het (gewenste) pensioenniveau, inkomen, uitgavenpatroon en vermogen van de deelnemer alsmede zijn risicobereidheid en kennis van c.q. ervaring met beleggen van pensioengelden.

• Motiveer beleggingsadvies zorgvuldig. Dat advies moet passen bij (de kenmerken van) de deelnemer en moet de verwachte pensioenresultaten zoveel mogelijk concreet maken.

• Controleer en blijf controleren of de door een deelnemer gekozen wijze van beleggen bij hem past. Dat betekent tenminste dat een pensioenuitvoerder aan deelnemers het verzoek doet melding te maken van wijzigingen in de persoonlijke situatie van de deelnemer.

• Kies life cycles zorgvuldig. Bij de keuze voor een life cycle houdt de pensioenuitvoerder rekening met het feit dat risicoafbouw wettelijk verplicht is. De risicoafbouw zal tijdig en gelijkmatig moeten zijn.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen