Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Discussie over vrije artsenkeuze mist context

Discussie over vrije artsenkeuze mist context

In het afgelopen jaar is artikel 13 van de Zorgverzekeringswet meerdere malen het onderwerp geweest van juridische procedures. Meerdere rechters hebben op grond van dit artikel geoordeeld dat een zorgverzekeraar niet alleen verplicht is aan zijn verzekerden zorg te vergoeden die verleend is door gecontracteerde aanbieders, maar ook gehouden is zorg te vergoeden die verleend is door aanbieders waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft gesloten.Artikel 13 beoogt iedere verzekerde, dus zowe...
Auteur artikelKoen Mous
Gepubliceerd07 mei 2014
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
In het afgelopen jaar is artikel 13 van de Zorgverzekeringswet meerdere malen het onderwerp geweest van juridische procedures. Meerdere rechters hebben op grond van dit artikel geoordeeld dat een zorgverzekeraar niet alleen verplicht is aan zijn verzekerden zorg te vergoeden die verleend is door gecontracteerde aanbieders, maar ook gehouden is zorg te vergoeden die verleend is door aanbieders waarmee de zorgverzekeraar geen contract heeft gesloten.

Artikel 13 beoogt iedere verzekerde, dus zowel die met een restitutie- als een naturapolis, een vrije artsenkeuze te bieden. De vrije artsenkeuze is een fundamenteel element van ons zorgstelsel. Op basis van artikel 13 hoeft een zorgverzekeraar de zorg die verleend is door een niet-gecontracteerde zorgaanbieder niet volledig te vergoeden. De zorgverzekeraar mag een zekere korting toepassen op het tarief dat aan gecontracteerde aanbieders wordt vergoed.

Verschillende rechters hebben inmiddels geoordeeld dat er een grens zit aan de korting die mag worden toegepast. De vergoeding die door de zorgverzekeraar wordt betaald mag niet zodanig laag zijn, dat er voor verzekerden een ‘feitelijke hinderpaal’ ontstaat om naar een niet-gecontracteerde aanbieder te gaan. Dit ook wel ‘hinderpaalcriterium’ genoemd. In de praktijk wordt een vergoedingspercentage van 80% aangehouden als ondergrens. De gedachte is dat een verzekerde zich niet meer vrij zal voelen om naar een niet-gecontracteerde aanbieder te gaan als hij minder dan 80% van de zorgkosten vergoed krijgt.

Minister Schippers heeft vorig jaar een wetsvoorstel ingediend teneinde zorgverzekeraars in de toekomst (nog) meer vrijheid te geven bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Zorgverzekeraars zouden volgens haar zelfs mogen besluiten om de zorgverlening door niet-gecontracteerde aanbieders niet langer te vergoeden. De Minister pleit dan ook voor afschaffing van het hinderpaalcriterium uit artikel 13. In de Tweede Kamer bestaat veel verzet tegen dit wetsvoorstel. Veel partijen vrezen de teloorgang van het recht op vrije artsenkeuze. Met name ChristenUnie en SGP verzetten zich tegen het wetsvoorstel. Daarbij komt dat Europees recht in de weg lijkt te staan aan de door de Minister gewenste aanpassing, zoals vorig jaar ook door de Europese Commissie kenbaar is gemaakt. Het vrij verkeer van diensten is in het geding.

Recent hebben de coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen D66, SGP en CU een zorgakkoord gesloten. In dat zorgakkoord is onder meer afgesproken dat er volgend jaar 360 miljoen minder wordt bezuinigd op de zorg. Bij het sluiten van het recente zorgakkoord heeft ook de beoogde aanpassing van artikel 13 een belangrijke rol gespeeld. Wat de betrokken politieke partijen daarover uiteindelijk hebben afgesproken, is onduidelijk. Het lijkt erop dat de aanpassing van dit artikel het sluitstuk gaat worden van een politiek spelletje van geven en nemen. Daarmee zou miskend worden welke belangrijke rol artikel 13 op dit moment speelt bij het realiseren van een effectief en evenwichtig systeem van marktwerking.

Marktwerking in de zorg stoelt op de eerste plaats op een vrije keus van patiënten voor een zorgverzekeraar. Dit wordt wel ‘stemmen met de voeten’ genoemd. Het houdt in dat een verzekerde die niet tevreden is over een verzekeraar kan overstappen naar een andere verzekeraar. Dit prikkelt de verzekeraar tot het leveren van een beter aanbod (betere kwaliteit) en het bieden van een lagere premie door effectief in te kopen. Patiënten stemmen ook met hun voeten als het om zorgaanbieders gaat. Indien het door de verzekeraar gecontracteerde aanbod niet voldoet, dan zoekt de patiënt zijn heil bij een zorgaanbieder die niet gecontracteerd is. Dit geldt ook wanneer de verzekeraar zorg inkoopt bij een aanbieder die wachtlijsten heeft, terwijl hij nalaat een andere aanbieder, die geen wachtlijsten heeft, te contracteren. Vrije keus stimuleert de verzekerde tot stemmen met de voeten, borgt toegankelijkheid en stimuleert de verzekeraar kritisch te kijken naar het eigen inkoopbeleid.

Zodra artikel 13 wordt aangepast en zorgverzekeraars mogen besluiten om de zorg die verleend wordt door niet-gecontracteerde aanbieders helemaal niet meer te vergoeden, komt er onevenredig veel macht te liggen bij verzekeraars. De verzekeraar bepaalt dan niet langer alleen wie gecontracteerd wordt (wat op zichzelf al een enorme machtspositie geeft), maar óók wie er kan toetreden tot de markt. Innovatie en marktwerking worden daardoor ernstig gefrustreerd.

Door een sterke lobby van de zorgverzekeraars pleit de Minister voor een wetswijziging omdat het huidige artikel 13 de marktwerking zou belemmeren. Volgens zorgverzekeraars zijn er te veel nieuwkomers die de zorgkosten opdrijven. Daarmee wordt uit het oog verloren dat artikel 13 juist een belangrijke pijler vormt van ons systeem van marktwerking. Het artikel bevordert ‘stemmen met de voeten’ en waarborgt dat zorgverzekeraars niet te veel macht krijgen. Het artikel houdt zorgverzekeraars scherp en vormt aldus een onmisbare schakel in het systeem van marktwerking. Het is daarom opvallend dat juist een VVD-minister, die marktwerking over het algemeen een warm hart toedraagt, het artikel wil aanpassen.

Minister Schippers is gevoelig voor de stelling van zorgverzekeraars dat aanpassing van artikel 13 tot kostenbesparingen zal leiden. Doordat aanpassing de marktwerking beperkt, valt echter eerder het tegenovergestelde te verwachten. In een tijd van toenemende zorgkosten en een magere economie neemt Minister Schippers het sentiment dat nieuwkomers de zorgkosten opdrijven te eenvoudig over. Dat nieuwkomers de prijs opdrijven is uit oogpunt van marktwerking bepaald onlogisch te noemen. Waar het in feite op neerkomt, is dat de overheid te weinig verantwoordelijkheid heeft genomen bij het reguleren van marktwerking. Zo is bijvoorbeeld nagelaten om passende regelgeving te maken op basis waarvan strenge eisen gesteld worden aan toetreders op de markt.

Nieuwe zorgaanbieders bieden zorgverzekeraars de mogelijkheid om bestaande zorgaanbieders te stimuleren om hun zorg te herzien in termen van kosten en kwaliteit. De zorgverzekeraar krijgt meer keuze om te contracteren. Patiënten laten door hun keuze voor een niet-gecontracteerde aanbieder zien dat zij ontevreden zijn met het bestaande gecontracteerde aanbod. Dit zou opgevat moeten worden als een duidelijk corrigerend signaal richting zorgverzekeraars. In plaats daarvan probeert de Minister dit signaal de kop in te drukken door middel van een wetswijziging. Wat blijft er dan over van marktwerking?

Met het schrappen van artikel 13 zou een fundament onder ons huidige zorgstelsel uitgehaald worden en zal onevenredig veel macht bij slechts één partij, de zorgverzekeraars, komen te liggen. Dit alles op basis van de ongefundeerde suggestie dat nieuwkomers op de zorgmarkt de kosten van de zorg fors opdrijven. De overheid zou haar regiefunctie op de zorgmarkt waardiger en met meer inzicht en creativiteit moeten oppakken en daarmee vernieuwing, efficiëntie en concurrentie moeten bevorderen in plaats van frustreren. Nu dreigt door de afschaffing van artikel 13 het kind met het badwater te worden weggegooid.

Het zou goed zijn als meer oog bestaat voor deze context. Artikel 13 is te belangrijk om gebruikt te worden als wisselgeld bij de totstandkoming van zorgakkoorden.

mr. Koen Mous en drs. Wim Schouten[1]







[1] Koen Mous is advocaat bij Dirkzwager Advocaten en Notarissen. Wim Schouten is bestuurder van en psychiater bij Momentum GGZ.