De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Euthanasie alleen bij glasheldere euthanasieverklaring: RTG legt voor het eerst berisping op aan arts na uitgevoerde euthanasie

Euthanasie alleen bij glasheldere euthanasieverklaring: RTG legt voor het eerst berisping op aan arts na uitgevoerde euthanasie

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag (RTG) heeft voor het eerst sinds de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) in 2002 een arts een berispring opgelegd wegens een uitgevoerde euthanasie bij een 74-jarige ernstig dementerende wilsonbekwame patiënte. Daarnaast riskeert de verpleeghuisarts in kwestie ook strafrechtelijke vervolging.
Auteur artikelLidewij Bergsma (uit dienst)
Gepubliceerd30 juli 2018
Laatst gewijzigd30 juli 2018
Leestijd 

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag (RTG) heeft voor het eerst sinds de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) in 2002 een arts een berispring opgelegd wegens een uitgevoerde euthanasie bij een 74-jarige ernstig dementerende wilsonbekwame patiënte. Eerder schreven wij dat de verpleeghuisarts in kwestie ook strafrechtelijke vervolging riskeert.

Onduidelijk euthanasieverzoek wilsonbekwame patiënte
De 74-jarige dementerende wilsonbekwame patiënte had voordat zij dement was een euthanasieverklaring gesteld waarin kort gezegd stond dat zij euthanasie wilde ‘wanneer ik daar zelf de tijd voor rijp acht’ en dat ‘op mijn verzoek euthanasie zal worden toegepast’. Eerder oordeelde de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie al dat dit verzoek onduidelijk was en dat de euthanasie onzorgvuldig was uitgevoerd. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGJ) heeft naar aanleiding van het oordeel van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie een klacht ingediend bij het RTG. De IGJ verwijt de verpleeghuisarts te hebben gehandeld in strijd met de zorg die betracht had moeten worden vanwege (kort samengevat):

• het uitvoeren van euthanasie op basis van een onvoldoende duidelijke wilsverklaring;
• de onmogelijkheid van de arts om de wilsverklaring met de patiënt te bespreken vanwege haar  wilsonbekwaamheid;
• het ontbreken van een actuele doodswens bij de wilsonbekwame patiënt;
• het niet correct uitvoeren van de euthanasie.

Oordeel RTG
De uitvoering van euthanasie moet voldoen aan verschillende zorgvuldigheidseisen (zoals beschreven in de Wtl). De eisen houden (samengevat) in dat de arts:
• de overtuiging heeft gekregen dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt;
• de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt;
• de patiënt heeft voorgelicht over dienst situatie en vooruitzichten;
• met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was;
• ten minste één andere onafhankelijke arts heeft geraadpleegd;
• de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Volgens het RTG is de euthanasieverklaring van de patiënte niet eenduidig en bevat deze onduidelijkheden. Het RTG oordeelt dat er ‘in beginsel geen ruimte voor interpretatie’ is van een euthanasieverklaring. Daarom voldoet de verklaring niet aan de zorgvuldigheidseisen. Het RTG merkt nog wel op dat de onduidelijkheid weggenomen had kunnen worden als de patiënte (ondanks haar gevorderde dementie) ‘eenduidig, consequent en vasthoudend zou zijn geweest in haar (verbale en non-verbale) uitingen tot levensbeëindiging op dat moment’. In dit geval was hiervan overigens geen sprake, aangezien patiënte een wisselende doodswens had. Bovendien kan zelfs bij een glasheldere wilsverklaring geen levensbeëindiging plaatsvinden wanneer de gedragingen of de uitingen van de wilsonbekwame patiënt haaks staan op de wilsverklaring. Het RTG oordeelt (kort gezegd) dat:

• er geen sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek tot levensbeëindiging;
• de levensbeëindiging niet correct is uitgevoerd;

Daarmee is gehandeld in strijd met de zorg die de verpleeghuisarts had behoren te betrachten ten opzichte van de patiënte. Het RTG legt de arts een berisping op. Naar verluidt maakt het Openbaar Ministerie na de zomer bekend of er (ook) strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld.

Euthanasie bij wilsonbekwame patiënten
De uitspraak illustreert dat er geen enkele ruimte is voor interpretatie bij een onduidelijk opgesteld euthanasieverzoek. Euthanasie bij wilsonbekwame dementerende patiënten is alleen mogelijk als de eerder opgestelde euthanasieverklaring ondubbelzinnig is en de wilsuitingen van de patiënt niet haaks staan op de wilsverklaring. 

Heeft u vragen over het medisch tuchtrecht of het medisch strafrecht? Neem dan contact op met Luuk Arends en Lidewij Bergsma 

Beoordeel dit artikel