Heffingsvermindering verhuurderheffing: meer mogelijkheden door termijnverlenging

7 mei 2021

De afgelopen periode zijn er verschillende ontwikkelingen geweest met betrekking tot de heffingsvermindering verhuurderheffing. In deze blog gaan wij eerst in op de algemene aspecten van de heffingsvermindering verhuurderheffing om vervolgens in te gaan op de verlenging van de aanvraagtermijn voor definitieve investeringsverklaringen. In een afzonderlijke blog gaan wij in op de vennootschapsbelastingaspecten van de heffingsvermindering verhuurderheffing naar aanleiding van de conclusie van Advocaat-Generaal Wattel.

Gerton Rademaker
Gerton Rademaker
Fiscalist - Partner
Jondalar van Heugten
Jondalar van Heugten
Fiscalist - Senior
In dit artikel

Algemeen

Verhuurders die meer dan 50 sociale huurwoningen in eigendom hebben, zijn verhuurderheffing verschuldigd over de som van de WOZ-waarden van deze huurwoningen verminderd met 50 maal de gemiddelde WOZ-waarde. Het tarief bedraagt 0,526% (2021). De verhuurderheffing is vooral van belang voor partijen die meer dan 50 huurwoningen in eigendom hebben, zoals woningcorporaties en beleggers in sociale huurwoningen.

Ter stimulering van maatschappelijk gewenste investeringen, zoals de nieuwbouw en verduurzaming van sociale huurwoningen, zijn de afgelopen jaren meerdere regelingen opengesteld waaronder een heffingsvermindering (lees: korting) op de verhuurheffing kan worden verkregen. Zo geldt voor de inmiddels gesloten regeling RVV nieuwbouw 2020 een heffingsvermindering van € 25.000 respectievelijk € 12.500 per woning voor de realisatie van kwalificerende nieuwbouwwoningen in schaarstegebieden en niet-schaarstegebieden. Voor de regelingen is steeds een beperkt budget beschikbaar (€ 1 miljard voor de regeling RVV nieuwbouw 2020).

Aanvraagproces en optimalisatie

Het aanvraagproces voor de heffingsvermindering verhuurderheffing bestaat uit 2 fasen en is in hoofdlijnen als volgt.

In fase 1 wordt de voorgenomen investering aangemeld bij de RVO. In dit stadium toetst de RVO marginaal of aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien de RVO de aanvraag goedkeurt, geeft de RVO per woning een voorlopige investeringsverklaring af. De voorlopige investeringsverklaring geeft nog geen recht op heffingsvermindering en dient met name als een reservering in verband met het beschikbare budget.

De definitieve investeringsverklaringen dienen te worden aangevraagd binnen 5 jaar na afgifte van de voorlopige investeringsverklaring máár kunnen niet eerder worden aangevraagd nadat de investering is voltooid. De RVO toets in detail of aan de voorwaarden voor de heffingsvermindering wordt voldaan. Na goedkeuring geeft de RVO per woning een definitieve investeringsverklaring af. De heffingsvermindering die op een definitieve investeringsverklaring is vermeld, kan vervolgens in mindering worden gebracht op de verhuurheffing die verschuldigd is in het jaar van afgifte van de verklaring (mits afgegeven vóór 1 oktober) en de volgende 3 jaren.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat eigenaren van sociale huurwoningen (anders dan woningcorporaties) de heffingsvermindering verhuurderheffing niet volledig binnen de gestelde termijn kunnen benutten waardoor deze deels verdampt. In dat geval is het raadzaam om te onderzoeken of optimalisatie mogelijk is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een gefaseerde en zorgvuldige geplande aanvraag van de definitieve investeringsverklaringen waardoor de heffingsvermindering gedurende een langere periode effectief kan worden benut.

Verlenging aanvraagtermijn definitieve investeringsverklaringen

De Eerste Kamer heeft recent het wetsvoorstel tijdelijke huurkorting aangenomen. Hierin is een wijziging van de Wet Maatregelen Woningmarkt 2014 II met betrekking tot de verhuurderheffing opgenomen (zie pagina 4 van de wet). Deze wetswijziging houdt in dat de termijn voor de aanvraag van definitieve investeringsverklaringen met één jaar wordt verlengd, indien de 5-jaarstermijn in 2020, 2021 of 2022 zou verstrijken.

De verlenging van de 5-jaarstermijn voor definitieve investeringsverklaringen die uiterlijk in 2020, 2021 en 2022 zouden moeten worden aangevraagd is in eerste instantie van belang voor projecten die vanwege omstandigheden (corona) niet binnen de 5-jaarstermijn kunnen worden gerealiseerd. Het biedt echter ook verdere mogelijkheden tot optimalisatie. Dit is met name interessant voor partijen waarbij de heffingsvermindering zonder optimalisatie (deels) zou verdampen. In feite komt het er op neer dat een jaar langer gebruik gemaakt kan worden van de heffingsvermindering verhuurderheffing, waardoor geen/minder verhuurderheffing verschuldigd zou kunnen zijn.

Het onderstaande voorbeeld dient ter verduidelijking.

Stel dat een belegger jaarlijks € 250.000 aan verhuurderheffing is verschuldigd zonder rekening te houden met de heffingsvermindering. Hij heeft in 2017 voorlopige investeringsverklaringen aangevraagd voor een transformatieproject, waarvoor hij maximaal € 2.000.000 aan heffingsvermindering toegekend kan krijgen (na afgifte van de definitieve investeringsverklaringen). Het project is begin 2020 opgeleverd.

De definitieve investeringsverklaringen kunnen pas na realisatie worden aangevraagd, dus eerst in 2020. Indien in 2020 direct alle definitieve investeringsverklaringen voor het project zouden worden aangevraagd, dan zou de heffingsvermindering tot en met het heffingsjaar 2023 kunnen worden benut. In totaal gaat het dan om 4 heffingsjaren (2020 t/m 2023). De benutbare heffingsvermindering bedraagt dan 4 * € 250.000 = € 1.000.000. Het niet-benutbare gedeelte van eveneens € 1.000.000 verdampt.

Gelet op de 5-jaarstermijn hoeven de definitieve investeringsverklaringen in principe pas in 2022 te worden aangevraagd. Door de wetswijziging wordt dit bovendien met één jaar verlengd, zodat de definitieve investeringsverklaringen uiterlijk in 2023 dienen te worden aangevraagd. De heffingsvermindering op definitieve investeringsverklaringen die in 2023 worden afgegeven, kan nog tot en met het heffingsjaar 2026 worden benut. In totaal gaat het dan om 7 heffingsjaren (2020 t/m 2026). Met een gefaseerde aanvraag van de definitieve investeringsverklaringen kan bewerkstelligd worden dat 7 * € 250.000 = € 1.750.000 aan heffingsvermindering kan worden benut. Het niet-benutbare gedeelte blijft dan beperkt tot € 250.000. Per saldo wordt over de heffingsjaren tot en met 2026 € 750.000 minder aan verhuurderheffing betaald dan in de uitgangssituatie.

Mocht u naar aanleiding van deze blog vragen hebben, neemt u dan gerust contact op.

Gerelateerd

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Btw-koepelvrijstelling: kansen voor samenwerkingsverbanden

Samenwerking tussen (semi)publieke organisaties, zoals zorg- en onderwijsinstellingen, neemt toe. Binnen de zorgsector zien we meer en meer regionale...
Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsfaciliteit in de Vpb

Hoge Raad schrapt automatisch bewijsvermoeden bij toepassing splitsingsfaciliteit in de Vpb

Op 27 februari 2026 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting (HR 27 februari 2026,...

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting: wat gebeurt er nu en wanneer?

In ons eerdere blog schreven wij over het arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de...
Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Coalitieakkoord 2026: fiscale koers en aandachtspunten

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland. Het akkoord bevat diverse fiscale afspraken...

Modernisering forfaits schenk- en erfbelasting: wat betekent dit voor u?

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 12 januari 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met een uitgewerkt voorstel om de forfaits in de schenk- en...

Kennisgroepstandpunten Belastingdienst - Onderwijs 

Deze bijdrage biedt een actueel overzicht van de kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst voor de belastingmiddelen vennootschapsbelasting, loonheffingen...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen