Het opleggen van een dwangsom en dwangsomgeschillen

20 december 2019

Het vorderen van een dwangsom is een goede stimulans om ervoor te zorgen dat de veroordeelde partij voldoet aan de hoofdveroordeling van een vonnis. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van de hoofdvordering, om inbreuk op een bepaald intellectueel eigendomsrecht te staken, met een dwangsom. Soms ontstaan er geschillen over dwangsommen. Dat kan gaan over de hoogte van een dwangsom of over de verbeurte ervan. De rechter beslist hierover.

Ernst-Jan van de Pas
Ernst-Jan van de Pas
Advocaat - Managing Partner
In dit artikel

De dwangsom

Op grond van artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter bevoegd een dwangsom op te leggen. De rechter die een dwangsom oplegt wordt ook wel de dwangsomrechter genoemd.

In artikel 611a lid 1 Rv staat het volgende: ‘De rechter kan op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe gronden zijn. Een dwangsom kan echter niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom.’

Een dwangsom is vaak een goede geldelijke prikkel voor de schuldenaar om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Een dwangsom kan bijvoorbeeld nuttig zijn om een verbod op inbreukmakend handelen kracht bij te zetten. In beginsel bestaat een dwangsom uit een te verbeuren bedrag per overtreding en/of per dag dat het verbod op inbreukmakend handelen wordt overtreden. De rechter is in beginsel vrij in het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de andere modaliteiten ervan.

Dwangsommen kunnen onder meer worden opgelegd in een kort geding vonnis of in een ex parte verbodsbeschikking.

Wanneer is een dwangsom verbeurd?

Dwangsommen zijn verbeurd en kunnen worden opgeëist als de partij die een dwangsom opgelegd heeft gekregen de hoofdveroordeling overtreedt, dus bijvoorbeeld een verbod op merkinbreuk of een verbod op auteursrechtinbreuk schendt. Op dat moment is de dwangsom verbeurd.

Dwangsommen kunnen echter pas worden verbeurd nadat de uitspraak waarin de dwangsom is vastgesteld door de deurwaarder is betekend aan de gedaagde partij.

Beoordeling door de rechter

De vraag of daadwerkelijk dwangsommen moeten worden betaald aan de partij waarvan gesteld wordt dat die het vonnis schendt waarin dwangsommen zijn opgenomen, moet uiteindelijk door de rechter worden beantwoord.

De dwangsomrechter is de rechter die een dwangsom kan opleggen. Hij bepaalt bijvoorbeeld de hoogte ervan en de andere modaliteiten van de dwangsom. De dwangsomrechter is op grond van artikel 611d Rv bevoegd om de dwangsom op vordering van de veroordeelde op te heffen, de looptijd ervan op te schorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom te verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

De executierechter is de rechter die in een executiegeschil onder andere kan beslissen over geschillen die ontstaan in het kader van het verbeuren van dwangsommen. Ook kan de executierechter beoordelen of de voorwaarden waaronder de dwangsom is verschuldigd zijn vervuld en of de dwangsom daardoor verbeurd is. De executierechter is dus bevoegd om te oordelen over de vraag in hoeverre aan de hoofdveroordeling is voldaan, en of de schuldeiser de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden mocht executeren.

Taakverdeling dwangsomrechter en executierechter

Recentelijke heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen waarin een duidelijk onderscheid wordt gemaakt in de taakverdeling van de dwangsomrechter en de executierechter.

De Hoge Raad heeft op 13 december 2019 geoordeeld over dwangsommen, meer in het bijzonder de vraag wanneer de dwangsomrechter en wanneer de executierechter bevoegd is om een oordeel te vellen over een dwangsom.

De Hoge Raad komt tot het oordeel dat enkel de executierechter kan oordelen over de vraag in hoeverre aan de hoofdveroordeling is voldaan en de daaraan verbonden dwangsommen zijn verbeurd.

Ook oordeelt de Hoge Raad dat de dwangsomrechter enkel bevoegd om in geval van onmogelijk om aan de hoofdveroordeling te voldoen opnieuw te beslissen over het behoud en de omvang van de dwangsom. Het is de dwangsomrechter niet toegestaan om terug te komen van zijn beslissing een dwangsom als prikkel tot uitvoering van de hoofdveroordeling op te leggen. Hij mag enkel over het al dan niet behoud en de omvang van de dwangsom opnieuw beslissen in geval van onmogelijkheid om aan de nog niet uitgevoerde hoofdveroordeling te voldoen. Buiten het geval van onmogelijkheid kan de dwangsomrechter de dwangsom niet opschorten, opheffen of verminderen.

Incasso van dwangsommen

Bij dwangsommen is het altijd goed om vast te stellen op welke datum de dwangsommen verbeuren, en bewijs daarvan vast te leggen.

Bij de incasso van een dwangsom is het mogelijk de rechter te vragen deze buiten werking te stellen of de verbeurte ervan aan kaak te stellen. Wanneer er geschillen ontstaan over dwangsommen is het van belang te bepalen of dit geschil moet worden beslecht door de dwangsomrechter of door de executierechter in een executiegeschil. Dat zal van geval tot geval afhangen van de feiten en omstandigheden.

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

09
april
2026
Seminar
Aanbesteding & Mededinging
Actualiteitenbijeenkomst Aanbestedingsrecht 2026

Het is inmiddels een begrip in aanbestedingsland: de Dirkzwager Actualiteitenbijeenkomst in Nijmegen-Lent. Hopelijk bent u er dit jaar ook (weer) bij op 9 april 2026.

Nijmegen
13:30 - 17:45
21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wet kwaliteitsregistraties zorg (Wkz) verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren.   Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Wat betekent dit concreet voor uw organisatie en wat moet u regelen? Onze specialisten geven een compleet en praktisch overzicht van wat de wet verlangt, zodat u weet waar bijsturing nodig is en waar kansen liggen.

Online
10.00 - 11.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen