Deze uitspraak van het Hof van Justitie (HvJ) gaat over de vraag of er auteursrechtelijke bescherming kan rusten op bepaalde tekst. Het gaat hierbij met name om correcties, aanvullingen, commentaar en een (noten)apparaat in een publicatie.
De publicatie heeft tot doel om de tekst van een reeds bestaand werk – dat tot het publiek domein behoort – te reconstrueren. In wezen ligt hier dus de vraag voor of er louter sprake is van een soort afgeleid werk, of dat ook een nieuw auteursrechtelijk werk wordt gecreëerd
Voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming
Het HvJ herinnert eraan dat de kwalificatie als „werk” de combinatie van twee cumulatieve elementen veronderstelt. Ten eerste moet het gaan om een oorspronkelijk voorwerp, dat wil zeggen om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Ten tweede kunnen alleen de bestanddelen die de uitdrukking van een dergelijke intellectuele schepping zijn, als een „werk” worden aangemerkt.
Ter zake het oorspronkelijkheidscriterium moet het gaan om een werk met een intellectuele schepping van de auteur die de persoonlijkheid weerspiegelt door uiting te geven aan diens vrije creatieve keuzen. Over auteursrecht op persartikelen heeft het HvJ eerder al geoordeeld dat de intellectuele schepping van de auteur schuilt “in de wijze waarop het onderwerp wordt gepresenteerd en in het taalgebruik van die auteur”.
Over woorden als zodanig en militaire verslagen – waarvan de inhoud volledig wordt bepaald door de erin vervatte informatie – heeft het HvJ daarentegen in auteursrechtelijke zin geoordeeld dat die geen werk kunnen vormen, omdat die informatie en de uitdrukking ervan (in die verslagen) samenvallen en deze verslagen dus een louter technische functie hebben.
Het HvJ oordeelt vervolgens dat “[o]m te bepalen of een literair voorwerp zoals de kritische publicatie van Slușanschi oorspronkelijk is, moet (…) worden nagegaan of de auteur bij het opstellen van dat voorwerp vrije en creatieve keuzen heeft kunnen maken die zijn schepping een oorspronkelijkheid kunnen verlenen die niet voortvloeit uit de afzonderlijk beschouwde woorden zelf maar uit de keuze, de schikking en de combinatie van die woorden, waarmee de auteur op originele wijze uitdrukking heeft gegeven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat is gekomen dat een intellectuele schepping vormt”
Verder is auteursrechtelijk relevant: de samenstelling van de betrokken kritische publicatie, de structuur van het werk, de vormgeving ervan en de rangschikking van de oorspronkelijke tekst ten opzichte van de commentaren en het kritisch apparaat.
Auteursrecht op bewerkingen
In casu gaat het volgens het HvJ niet om een eenvoudige transcriptie van het originele (Latijnse) manuscript noch van het facsimile van dit manuscript. Het doel was immers om door middel van correcties en aanvullingen de tekst van het oorspronkelijke werk te reconstrueren in een volledige en begrijpelijke vorm die de bedoeling van de oorspronkelijke auteur ervan, namelijk Dimitrie Cantemir, zo dicht mogelijk benadert.
Het gaat in casu met name om correcties, vervangingen van woorden en eventuele aanvullingen die noodzakelijk zijn voor de begrijpelijkheid van het manuscript, alsmede op verschillende taalversies of varianten van woorden of op uitdrukkingen die zijn weggelaten, die ook voortkomen uit een intellectuele schepping van Slușanschi.
En, zo vervolgt het HvJ: “[t]enzij de redactie van de kritische publicatie van Slușanschi werd ingegeven door louter technische overwegingen, regels of beperkingen zonder enige creatieve vrijheid, lijkt deze kritische publicatie dus te voldoen aan het oorspronkelijkheidscriterium, hetgeen de verwijzende rechter evenwel dient na te gaan.”
Bescherming van het hele werk?
Volgens de beschermingsvoorwaarden die het HvJ eerder heeft geformuleerd, moet een werk ook “voldoende nauwkeurig en objectief” kunnen worden geïdentificeerd. Is dan problematisch dat het werk van Slușanschi min of meer samenvalt met het manuscript van het werk van Dimitrie Cantemir?
Nee, volgens het HvJ maakt dat in casu niet uit omdat “een kritische publicatie van een oorspronkelijk werk in zijn geheel [kan] worden beschouwd als een voorwerp dat voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd.” Men hoeft dus geen onderscheid te maken tussen de delen die overeenkomen met het oorspronkelijke werk, waarin eventueel tekstuele wijzigingen zijn aangebracht, en de commentaren, kritische noten of toelichtingen bij die delen, teneinde in voorkomend geval te bepalen welke delen onder de auteursrechtelijke bescherming kunnen vallen.
Anders zou er moeten worden opgesplitst, en dat is volgens het HvJ niet de bedoeling met name niet wanneer commentaren, noten of toelichtingen een aanvulling vormen op of verband houden met een specifiek deel van de tekst van het oorspronkelijke werk dat zij becommentariëren of analyseren.
Een tekstueel werk zoals in casu geproduceerd, waarvan het doel is om de gedeeltelijk verloren gegane tekst van het oorspronkelijke werk weer te geven, vergezeld van commentaar en het nodige kritisch apparaat, kan daarmee dus onder omstandigheden auteursrechtelijk beschermd zijn.
Wanneer is er inbreuk op het auteursrecht?
Dan rest nog de vraag wat de beschermingsomvang is van het werk. Wanneer is er inbreuk op het auteursrecht?
Volgens het HvJ is voor een inbreuk op het auteursrecht op het werk “niet noodzakelijkerwijs de volledige reproductie van het werk” nodig, maar kan een auteursrechtinbreuk ook “bestaan in een gedeeltelijke reproductie. De verschillende delen van een werk worden namelijk ook beschermd op grond van artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29, op voorwaarde dat zij bestanddelen bevatten die de uitdrukking vormen van de eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk (…), hetgeen het geval zou kunnen zijn wanneer een auteur tracht een ten dele verloren gegaan literair werk te herstellen in de vorm die naar zijn mening de oorspronkelijke vorm van het werk zo dicht mogelijk benadert.”
Gevolgen voor de praktijk; voor bewerkingen en AI-output?
In dit geval kan de oorspronkelijkheid van een auteursrechtelijk beschermd werk dus worden gevonden in vrije en creatieve keuzes, die bijvoorbeeld ook relevant kunnen zijn bij de interpretatie van een manuscript, de selectie van woordvarianten, de reconstructie van passages, gegeven commentaren en kritische noten, de structuur en vormgeving van de uitgave. Niet voldoende zijn louter technische of strikt filologische keuzes zonder creatieve vrijheid.
Het HvJ benadrukt verder dat het gehele werk, inclusief de commentaren en noten e.d., als één identificeerbare creatie kan worden beschermd. Echter, het publieke-domeinwerk blijft vrij beschikbaar; alleen de creatieve bijdragen van degene die de tekst bewerkt zijn beschermd.
Deze uitspraak is daarmee ook relevant voor de bescherming van andere tekstuele werken, bijvoorbeeld manuscripten, vertalingen, transcripties en door AI gegenereerde tekst die als output (verder) bewerkt worden. De opstellers van dit soort werken maken immers vergelijkbare keuzes, zoals die bij de selectie van woordvarianten, de interpretatie van de brontekst, de wijze waarop passages worden gereconstrueerd of geherformuleerd, en de structuur en vormgeving van het eindresultaat, e.d. Omdat het HvJ oordeelt dat het gehele bewerkte werk als één identificeerbare creatie kan worden beschermd, betekent dit mogelijk ook dat dit soort werken niet hoeven te worden opgesplitst in “overgenomen” en “eigen” delen om auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten.