De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hoe ga je om met rechtmatigheidscontroles in het sociaal domein (deel II)?

Hoe ga je om met rechtmatigheidscontroles in het sociaal domein (deel II)?

Welke bevoegdheden hebben toezichthouders in het kader van de Wmo en Jeugdzorg. En welke grenzen gelden bij de uitoefening ervan?
Leestijd 
Auteur artikel Ralph Tak
Gepubliceerd 19 juni 2020
Laatst gewijzigd 19 juni 2020
 

Hoe ga je om met rechtmatigheidscontroles in het sociaal domein (deel II)?

Een belangrijke vraag die opkomt bij rechtmatigheidscontroles in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet, is welke bevoegdheden een toezichthouder precies heeft. Ook belangrijk zijn de grenzen die aan de uitoefening van deze bevoegdheden zijn gekoppeld. Daarnaast kent de wet ook een aantal verplichtingen toe aan toezichthoudende ambtenaren. Waar moet een toezichthouder allemaal op letten bij het doen van onderzoek? In dit blogartikel van deze blogreeks gaan wij hier nader op in.

 

Bevoegdheden

De bevoegdheden van toezichthoudende ambtenaren staan opgenomen in hoofdstuk 5  van de Algemene wet bestuursrecht. Toezichthouders mogen alle plaatsen, dus kantoren en bedrijfspanden (m.u.v. woningen) betreden, zonder toestemming van de eigenaar of bestuurders. Ook mogen zij inlichtingen vorderen en inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden (dus documenten en dossiers inzien) en daarvan kopieën maken. Wettelijk is iedereen in principe verplicht aan deze verzoeken of vorderingen mee te werken. Verder mogen toezichthouders (zonder langs te komen) ook kopieën van documenten uit dossiers opvragen op grond van de inlichtingenbevoegdheid. Op het moment dat toezichthoudende ambtenaren de locatie (bedrijfsruimten) van een zorgaanbieder bezoeken mogen zijn zich door derden laten vergezellen. Deze derden zijn zelf geen toezichthouder en hebben ook geen bevoegdheden. Hun rol is vaak ondersteunend van aard. Het is voor toezichthouders belangrijk dat zij er goed op letten dat deze personen dus zelf geen onderzoekhandelingen verrichten. Doen zij dit wel, dan is de informatie onrechtmatig verkregen en dit kan betekenen dat de gemeente er geen gebruik van kan maken bij de uitvoering van de controle.

 

Algemene grenzen aan de uitoefening van bevoegdheden                       

Toezichthoudende ambtenaren zijn ten eerste verplicht zich desgevraagd te legitimeren. Het beste is dat toezichthouders zelf proactief hun legitimatiebewijs laten zien, zodat de betrokken persoon of zorgaanbieder die het betreft weet dat hij  met een toezichthoudend ambtenaar te maken heeft en niet met een medisch adviseur of accountant die door de gemeente wordt ingezet. Aan de andere kant dient een zorgaanbieder zich te realiseren dat hij ook zelf om een legitimatiebewijs kan vragen, zodat hij zeker weet met wie hij te maken heeft en of deze persoon formele toezichthoudende bevoegdheden heeft. Zoals in deel I van deze blogreeks aan de orde is gekomen, bestaat er immers geen wettelijke verplichting mee te werken aan vragen of vorderingen van personen die geen toezichthouder zijn.

Daarnaast zijn toezichthouders verplicht om bij de inzet van hun bevoegdheden het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen. Dit betekent dat een bevoegdheid alleen mag worden ingezet als dit noodzakelijk is om te achterhalen of door de gemeente verstrekte budgetten rechtmatig zijn besteed. Op grond van het evenredigheidsbeginsel is de gemeente gehouden alternatieven te overwegen en uiteindelijk een keuze te maken voor een manier van onderzoek die voor de zorgaanbieder het minst belastend is. Hier is ook een rol weggelegd voor zorgaanbieders. Zo is het aan te raden dat een zorgaanbieder zelf manieren bedenkt waarop hij kan aantonen hoe de budgetten bijvoorbeeld zijn besteed of hoe de ingezette uren kunnen worden verantwoord. Hiermee kan misschien worden voorkomen dat de gemeente in een later stadium (delen van) cliëntendossiers opvraagt. Bovendien kan een zorgaanbieder hiermee laten zien dat hij meewerkt aan een onderzoek, hetgeen de verstandhouding – ook op de lange termijn, na afronding van het onderzoek – ten goede komt.

Het evenredigheidsbeginsel gebiedt toezichthouders ook een bepaalde mate van zorgvuldigheid te betrachten bij de inzet van bevoegdheden. In dat kader moet worden meegedeeld waarom van een bepaalde bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Voor gemeenten betekent dit dat zij het onderzoeksdoel voor zorgaanbieders inzichtelijk moeten maken. Hiermee kan een zorgaanbieder  toetsen of de vorderingen of vragen van de toezichthouders aansluiten op het doel van het onderzoek.

 

Andere grenzen

Naast de hierboven genoemde algemene grenzen gesteld aan de uitoefening van bevoegdheden van toezichthouders, zijn er nog een aantal andere grenzen die meer specifiek gelden voor de zorg en in het bijzonder voor jeugdhulp en Wmo-voorzieningen gefinancierd door gemeenten. Dit heeft onder meer de privacyrechten van cliënten en het medisch beroepsgeheim van zorgaanbieders. In deel drie van deze blogreeks wordt daar verder op ingegaan.

 

Heeft u vragen over (de rechtmatigheid en implicaties van) materiële controles binnen het sociaal domein? Neemt u dan gerust contact met ons op met Ralph Tak, Marloes Hulshof, of een van onze andere specialisten van de sectie Gezondheidszorg. Wij helpen u graag verder.